click below
click below
Normal Size Small Size show me how
Geneeskunde M1 2026
Oefenvragen M1 Geneeskunde 2026
| Question | Answer |
|---|---|
| Je wilt bij anemie labonderzoek doen. Welk labonderzoek moet je altijd doen in combinatie met ferritine? | CRP |
| Is de BSE (bezinking) hoger of lager bij een ontstekingsreactie? | omhoog -> door meer acute fase-eiwitten (positief geladen) |
| Hoe hoog moet het ferritine zijn om ijzergebrek-anemie te bevestigen bij een verhoogde CRP? | ferritin > 200 ug/L |
| Hoe maak je onderscheid tussen ijzergebrekanemie en anemie van chronische ziekte op basis van aanvullend onderzoek? | Ijzerkleuring van beenmerg Ijzergebrek: geen/weinig ijzer ACD: veel ijzer opgeslagen in het beenmerg |
| Is er bij sikkelcelziekte sprake van een structureel of expressieprobleem van hemoglobinemoleculen? | structureel |
| Wat zijn typische kernwerken van een sikkelcelcrisis? | heel pijnlijk |
| Bij welke hemoglobinopathie is er sprake van expressiedefect? | alpha- & beta-thalassemia |
| Je ziet hair-on-end skull op beeldvorming Passend bij welk ziektebeeld? | thalassemia |
| Welke ziekte geeft een selectief voordeel voor malaria? | hemoglobinopathieën zoals sikkelcelziekte |
| Welk soort anemie hebben patiënten met hemoglobinepathieën: micro-, normo-, of macrocytisch? | microcytische anemie |
| In welke situaties doe je een "type & screen"? | pre-transfusie, pre-OK, in de zwangerschap |
| Wat zijn de 3 W's bij het vaststellen van de bloedgroep van een patiënt? | wie, waar, wanneer bloedgroep altijd 2x keer vaststellen |
| Bij hoeveel blasten in het bloed is er per definitie sprake van acute leukemie? | >20% |
| In welke situaties heb je blasten in het bloed, behalve bij acute anemie? | bij heel zieke patiënten, neonaten, extramedullaire hematopoëse, extreme vit B12 of foliumzuurdeficiëntie, beenmergverdringing door lymfoom of metastase |
| Waarvoor is acanthosis nigricans een teken? | insuline resistensie |
| Wat zijn verzadigingshormonen? | o.a. GLP-1, PYY, amylin, leptin |
| Wat is de aanbevolen hoeveelheid vezels per dag? | 30-40g |
| Welk "hunger-hormoon" stijgt bij een verminderde slaapduur? | ghrelin |
| Vanaf welk BMI worden anti-obesitasmedicaties vergoed? | > 30kg/m2 (meestal als tweede stap naar GLI) |
| Wat is matig intensief bewegen? | inspanning waarbij je hartslag en ademhaling merkbaar versnellen, maar je kunt nog wel praten |
| Welke eigenschappen van een zwelling maken maligniteit waarschijnlijker? | vastzittend aan weefsel, vaste consistentie, niet-pijnlijk, solitair, unilateraal |
| Welke eigenschappen van een zwelling maken kans op benigne groter? | pijnlijk, warm, los/niet-vast aan omliggend weefsel, |
| Denk je bij een kind met een zwelling in de hals aan een maligniteit? | Is wel in DD, maar is meestal onschuldig |
| Waar denk je aan bij een unilaterale, niet-pijnlijke, supraclaviculaire zwelling? | Maligniteit -> klier van Virchow |
| Wat zijn de 5x F's van een toegenomen buikomvang? | Fat, Fluid, Fetus, Feces, Flatus |
| Bij welke ziektebeelden die met ascites presenteren is er sprake van een toegenomen druk in de vena porta? | Hartfalen & levercirrose |
| Welke ziektebeelden kunnen leiden tot ascites door afname van colloïd-osmotische druk? | Nefrotisch syndroom, hypoalbuminemie door leverfalen (...) |
| Naast aandoeningen van de lever, het hart en de nieren – welk ziektebeeld kan zich verder nog met ascites presenteren? | Peritonitis carcinomatosa |
| Wat zijn bevindingen bij lichamelijk onderzoek van een patiënt met ascites door peritonitis carcinomatosa? | Plankharde buik, tekenen van peritoneale prikkeling (percussie-, drukpijn, etc.) |
| Wat voor soort oedeem zie je bij een patiënt met nefrotisch syndroom? | Periorbitaal oedeem & perifeer oedeem in de handen & voeten |
| Wat voor soort oedeem zie je bij een patiënt met hartfalen? | Pittingoedeem Rechterhartfalen: perifeer oedeem dat de "zwartekracht volgt": typisch in de enkels Linkerhartfalen: longoedeem |
| Wat voor soort oedeem zie je bij een patiënt met levercirrose? | Ascites (uitgezette buik & flanken), gegeneraliseerd oedeem |
| Wat voor soort oedeem zie je bij een patiënt met anafylaxie? | Non-pitting oedeem in hoofd/hals (angio-oedeem), handen, armen etc. |
| Welke anamnestische bevindingen maken een hepatitis waarschijnlijker dan hemolyse bij een patiënt met icterus? | Recent op reis geweest, niet gevaccineerd tegen hepatitis A/B, algemene malaise, koorts, misselijkheid, braken |
| Bij welke groepen patiënten moet je met name denken aan een CMV-infectie? | Immunogecomprimeerde patiënten (orgaan- & stamceltransplantatie, HIV/AIDS, immunosuppressiva etc.), zwangere vrouwen, pasgeborenen, prematuren |
| Patiënt met icterus: bij welke categorie van oorzaken past ongekleurde ontlasting: pre, hepatisch, post-hepatisch? | Posthepatisch |
| Waar denk je aan bij een pijnloze icterus? | Pancreaskopcarcinoom ook: still icterus |
| Welk type kanker is berucht voor presentatie met ascites? | Ovarian carcinoma |
| Er zijn dysmorfe erythrocyten in de urine. Probleem pre-, renaal, of post-renaal? | Renaal: glomerulonefriitis |
| Wat is de definitie van atopische constitutie? | erfelijke aanleg om IgE te produceren tegen allergenen |
| Wat is de volgorde van de atopische mars? | 1. Eczeem, 2. Voedingsallergie, 3. Astma (4. Hooikoorts) |
| Welk type antilichaam wordt gemaakt bij een type 1-allergie? | IgE |
| Welk type antilichaam wordt gemaakt bij een type 2-allergie? | IgG, IgM |
| Welke immuuncellen zijn verantwoordelijk voor een type 4 allergische reactie? | T-cell |
| Welk soort allergische reactie is een hemolytische anemie? | Type 2: IgG/IgM |
| Wat is een type II-allergische reactie? | IgG/IgM gegen lichaamseigen antigenen (auto-immuun) |
| Wat is een type III-allergische reactie? | Vorming van immuuncomplexen: IgG + complement + antigen |
| Wat is een type I-allergische reactie? | Mastcelactivatie door IgE tegen lichaamsvreemde antigenen |
| Welke immuuncellen zijn betrokken bij een type I-allergische reactie? | Plasma cel (IgE) + mast cell |
| Welke immuuncellen zijn betrokken bij een type II-allergische reactie? | Plasma cel (IgG, IgM) |
| Welke immuuncellen zijn betrokken bij een type III-allergische reactie? | Plasma cel (IgG, IgM) + complement + granulocytes/neutrophils |
| Welke immuuncellen zijn betrokken bij een type IIII-allergische reactie? | T-cells, macrophages |
| Typische ziektebeelden bij een type I-allergische reactie | Hooikoorts, anafylaxe, voedselallergie |
| Typische ziektebeelden bij een type II-allergische reactie | Drug-reacties, hemolytische anemie |
| Typische ziektebeelden bij een type III-allergische reactie | Medicatie-reacties, serumziekte, boerenlong, polyartritis |
| Typische ziektebeelden bij een type IIII-allergische reactie | Nickelallergie, contacteczeem |
| Wat is sensibilisatie? | Het aanmaken van antigeen-specifiek IgE bij het eerste contact met een antigeen |
| Welk stof is met name verantwoordelijk voor anafylaxe, urticaria & angio-oedeem? | Histamine (uit mastcellen, geactiveerd door IgE) |
| Wat is de kliniek van histamine-gemediëerde contractie van gladde spieren bij een allergische reactie? | Dyspneu, wheezing (bronchospasme), maag- en darmklachten (buikpijn, diarree, overgeven, krampen) |
| Wat ontstaat door histamine-gemediëerde irritatie van zenuweinden bij een allergische reactie? | jeuk |
| Waardoor ontstaat roodheid, oedeem & shock tijdens een type I allergische reactie? | vasodilatatie door histamine (via mastcelactivatie door IgE) |
| Wat is de DD van anaflaxie met dyspnoe op de voorgrond? | hyperventilatie, astma execeratie, longembolie |
| Wat is een DD van anaflaxie met zwelling & angio-oedeem op de voorgrond? | Hereditair angio-oedeem, vena cava superior syndroom |
| Patiënt is warm en hypotensief: anafylaxis of vasovagale collaps waarschijnlijker? | Anaphylaxis |
| Patiënt is bleek en wazig: anafylaxe of vasovagale collaps waarschijnlijker? | Vasovagale collaps |
| Wat zijn dennie morgan folds/lines? | Lijnen/folds onder ogen bij (kinderen) patiënten met allergie |
| Kunnen mensen met pollen food allergy syndrome het voedsel waarvoor ze allergisch zijn wel of niet eten in bewerkte vorm? | Vaak wel -> foodallergenen zijn vaak instabiel en gaan kapot door hitte (bewerking) |
| Ontstaan kruisallergieën typisch bij kinderen of (jong)volwassenen? | (jong)volwassenen |
| Bij welke allergieën zie je vooral lokale symptomen in de mond/keelholte? | Kruisallergieën (secundaire voedselallergie) |
| Geef je bij kruisallergieën (secundaire voedselallergie) een EpiPen of antihistaminicum? | antihistaminicum |
| 18-jarige patiënt op het spreekuur met loopneus sinds 3 weken (begin maart) en tintelingen en jeuk na het eten van appels en peren. Wat voor soort allergie? | Hooikoorts & secundaire voedselallergie |
| Welk antilichaam is verhoogd bij atopisch eczeem? | IgE |
| Welk soort allergie hebben patiënten met atopisch eczeem een hoger risico om te ontwikkelen? | Contactallergieën door kapotte huidbarrière |
| Vanaf wanneer is er sprake van chronische spontane urticaria? | >6 weken |
| Wat is een pseudoallergische reactie? | Spontane mestceldegranulatie zonder specifiek IgE |
| Welk soort pijnstilling kan soms astma-exacerbaties veroorzaken? | NSAIDs |
| Hoe lang kan het duren tot een type 4-allergische reactie zich klinisch presenteert? | 1-7 dagen |
| Welke huidtest doe je om een type 1-allergie aan te tonen? | Huid-priktest |
| Welke huidtest doe je om een type 4-allergie aan te tonen? | Plakproef |
| Wat zijn vuistregels voor medicamenteuze allergiebehandeling? | zo veel mogelijk lokaal + liever proactief (dan reactief) |
| Wat is het verschil tussen desensibilisatie en desensitisatie? | desensibilisatie = immunotherapie, curatief desensitisatie = tijdelijke desensibilisatie |
| Welk soort allergische reactie zijn Stevens-Johnson-syndroom & toxisch epidermale necrolyse? | type 4 |
| Wat zijn alarmsymptomen bij een patiënt met neusverkoudheid? | chornisch, unilateraal & bloed: tumor; chronisch gebruik van decongestivum; eenzijdig + foetide afscheiding bij kinderen: corpus alienum |
| Hoe lang duurt een neusverkoudheid meestal? | 7-10 dagen |
| Wat is asymptomatische sensibilisatie? | Aanwezigheid van allergeen-specifiek IgE, maar geen klinische symptomen |
| 30-jarige vrouw met hartkloppingen, onrust, meer zweten, gewichtsverlies, soms diarree. A Ritmestornis B Psychiatrische oorzaak C Hyperthyreoïdie | Hyperthyroidism |
| 80-jarige vrouw met hartkloppingen, onregelmatige pols, zweten. A Ritmestornis B Psychiatrische oorzaak C Hyperthyreoïdie | Ritmestorniss |
| 25-jarige man met hartkloppingen sinds 1 jaar, 1 kg afgevallen in laatste 2 maanden, slaapt soms slecht, stress op werk, soms angstklachten. A Ritmestornis B Psychiatrische oorzaak C Hyperthyreoïdie | Psychiatrische oorzaak |
| 35-jarige vrouw met hartkloppingen, benauwdheid bij inspanning, vermoeidheid dagelijks, slaapt soms slecht, menstruatie is regelmatig, geen gewichtsveranderingen. A Ritmestornis B Anemie C Hyperthyreoïdie | Anemie |
| 35-jarige vrouw met gewichtstoename, traagheid, droge huid, gezwollen gezicht, heeft het vaak koud, voelt zich moe en heeft weinig energie. Slaapt veel, maar voelt zich niet uitgerust. A Ritmestornis B Hypothyreoïdie C OSAS D SOLK | Hypothyreoïdie |
| 40-jarige man met obesitas en hypertensie, voelt zich moe en heeft weinig energie. Slaapt veel, maar voelt zich niet uitgerust. Partner vertelt dat hij veel snurkt. A Ritmestornis B Hypothyreoïdie C OSAS D SOLK | OSAS |
| Wat is de 1ste-keuzantibiotica voor pneumonie in de eerste lijn? | Amoxicillin |
| Verschil erysipelas & cellulitis | Diepte: erysipelas is superficial dermis & cellulitis is dermis + subcutaan |
| Patiënt presenteert met scherp begrensde, rode, warme, pijnlijke huiduitslag op zijn onderbeen. Verder geen huidafwijkingen. A Eczeem B Erysipelas C cellulitis | Erysipelas |
| Patiënt presenteert met diffuse, rode, warme en gezwollen huiduitslag op zijn onderbeen die pijn doet. Verder geen huidafwijkingen. Patiënt heeft koorts. A Eczeem B Erysipelas C cellulitis | cellulitis |
| Veelvoorkomende verwekker infectieuze endocarditis | Staphylococcus aureus |
| Empirische antibiotica bij infectieuze endocarditis | Flucloxacillin |
| Beleid positieve bloedkweek | Zoek focus, start antibiotica |
| Pathologische fractuur: meer pijn overdag of 's nachts? | typisch is meer pijn 's nachts |
| Osteoblastische ossale metastasen zie je vooraal bij A Longcarcinoom B Niercelcarcinoom C Prostaatcarcinoom | Prostaatcarcinoom |
| Behandelingmogelijkheden botmetastasen | Pijnstilling, Radiotherpaie, biphosphaten, opertaie |
| Welke pijnlocatie is typisch voor multipel myeloom? | Rugpijn/botpijn |
| Huisarts heeft verdenking hyperthyreoïdie bij een patiënt met hartkloppingen, onrust, gewichtsverlies en een vergrote schildklier. Wat is het beleid? | Verwijzing internist; definitieve behandeling afhankelijk van onderliggende oorzaak |
| Wat zijn spoedsituaties bij hyperthyreoïdie? | nieuwe hyperthyreoïdie bij een zwangere patiënt; thyreotoxicose |
| Bij welke patiënt moet met spoed gehandeld worden? Patiënt bekend met hypothyreoïdie, is vergeten zijn medicatie te nemen B Zwangere patiënt met nieuw hyperthyreoidisme C Jonge vrouw met hartkloppingen en andere tekenen van hyperthyreoïdie | Zwangere patiënt met nieuw hyperthyreoïdie |
| Vegrote schildklier A hyperthyroidie B hypothyroidie C kan beide | kan beide |
| Wat is de eerste keuze behandeling bij de ziekte van Graves? A Thyreostatics + beta-blokker B Levothyroxine C Radioactief jodium | thyreostatics + beta-blocker |
| Wat is de eerste keuze behandeling bij Quervain's thyroïditis? A thyreostatics + beta-blokker B NSAID's + betablokker C Radioactief jodium | NSAIDs + beta-blocker |
| Wat is de eerste keuze behandeling bij een toxisch multinodulair struma? A thyreostatics + beta-blokker B NSAID's + betablokker C Radioactief jodium of operatie | Radioactief jodium of operatie |
| Wat is de behandeling bij een thyreotoxicose? A thyreostatics + beta-blokker B Radioactief jodium C alle drie | alles drie (thyreostatics + beta-blokker + radioactief jodium) + corticosteroïden |
| In hoeveel dimensies van het SCEGS-model heeft iemand met matig tot ernstig SOLK-klachten? | minstens 3 minensies |
| Een patiënt met SOLK heeft in de sociale en somatische dimensie van het SCEGS-model klachten en functiebeperking. Deze patiënt heeft A milde SOLK B Matig-ernstige SOLK C Ernstige SOLK C | milde SOLK = functiebeperking/klachten in 1-2 dimensies |
| Een patiënt met SOLK heeft in de cognitieve, emotionele en somatische dimensie van het SCEGS-model klachten en functiebeperking sinds 6 maanden. Deze patiënt heeft A milde SOLK B Matig-ernstige SOLK C Ernstige SOLK | matige-ernstige SOLK = functiebeperking, klachten in minstens 3 dimensies |
| Een patiënt met SOLK heeft in de cognitieve, emotionele en somatische dimensie van het SCEGS-model al lang klachten. Sinds 4 maanden heeft hij ook klachten in de sociale en gedragsmatige dimensie. A milde SOLK B Matig-ernstige SOLK C Ernstige SOLK | Ernstige SOLK = functiebeperking, klachten in alle (5) dimensies, minst 3 maanden |
| Wat is de eerste keuze behandeling bij Hashimoto's ziekte? A Thyreostatics B Levothyroxine C Radioactief jodium | Levothyroxine Hashimoto's = hypothyroidism |
| Wat is het typische beloop van een Quervain's thyreoïditis (ook: subacute thyreoïditis)? | Doorgemaakte infectie -> hyperthyreoïdie -> hypothyreoïdie |
| Hoe presenteerd zich een patient met Quervain's thyreoïditis (ook: subacute thyreoïditis)? A hypothyreoïdie B hyperthyreoïdie C kan beide | kan beide Typisch beloop: doorgemaakte infectie -> hyperthyreoïdie -> hypothyreoïdie |
| Wat is de prognose van een Quervain's thyreoïditis (ook: subacute thyreoïditis)? | Goed, gaat vaak spontaan weer over (maar niet altijd) |
| Verschil Polyurie & Pollakisurie | polyurie = veel & vaak plassen pollakisurie = vaak plassen verschillende DDs! |
| Oorzak centraal diabetes insipidus | er wordt geen ADH aangemaakt (probleem in de pituitary en/of hypothalamus) |
| oorzaak: nefrogeen diabetes insipidus | nieren zijn resistent voor ADH (er wordt wel ADH aangemaakt) |
| Welke soort diabetes insipidus kan veroorzaakt worden door lithium? centraal of nefrogeen? | nefrogeen |
| Welk eiwit in het bloed bindt calcium? | albumine |
| Wat is de eerste stap in de behandeling van diabetes mellitus type 2 bij een patiënt met laag cardiovasculair risico? | metformine |
| Wat is de eerste stap in de behandeling van diabetes mellitus type 2 bij een patiënt met hoog cardiovasculair risico? | SGLT-2 remmer |
| Wat is het beleid voor een ijzergebrekanemie? | IJzersuppletie (ferrofumaraat) 2x per week (! niet elke dag) tot 8-12 weken NADAT Hb herstelt is |
| Vrouw die sinds gisteravond verzwaard is. Vanochtend ging het goed, nu is ze weer verward Mevrouw heeft een urineweginfectie en hiervoor antibiotica. VG met dementie, diabetes. Krijgt hiervoor metformine & gliclazide. Hypoglycemie of delier? | Delier -> acuut begin, wisselend bewustzijn + UTI bij een al kwetsbare patiënt |
| Risico's op delier | >70 jaar, pre-existente cognitieve stoornissen, visus-/gehoorstoornissen, fracturen, alcohol, drugs, of ontwenning, opiaten, delier in VG, vrijheidsbeperkende maatregelen, polyfarmacie, terminale fase, infectie |
| Wat zijn indicaties voor medicamenteuze behandeling van delier? | Ernstige angst, agressiviteit, onrust, of als de patiënt gevaarlijk is voor zichzelf of anderen |
| Stel, er is een indicatie voor medicamenteuze behandeling van delier. Wat is de eerste keus? | haloperidol |
| Beleid bij hypoglykemie bij een bewusteloze patiënt | znm IV glucose toedienen Alternatief: glucagon intramusculair/subcutaan/nasaal (maar duurt langer) |
| Welk labonderzoek wordt gedaan bij verdenking hypercalciëmie? | Lab: calcium, albumine, PTH |
| Meest voorkomende soorten kanker bij vrouwen | 1) Borst 2) Long, 3) Colorectaal |
| Meest voorkomende soorten kanker bij mannen | 10 Prostaat 2) Long 3) Colorectaal |
| Wat zijn vaak voorkomende bijwerkingen van chemotherapie? | misselijkheid, braken, vermoeidheid, haaruitval, anemie/myelouppressie, mucositis |
| Wat is meestal de onderliggende oorzaak van een vergrote lymfeklier? | infectie of lokale wond |
| Welke locatie is berucht voor maligne vergrote lymfklieren? | supraclaviculair (Klier van virchow) |
| Solitaire, pijnloze lymfklier die vastzit aan het weefsel eromheen bij een patiënt van 55. Maak je je zorgen over maligniteit? | ja -> solitaire, pijnloze, vastzittende, leeftijd >40 zijn allemaal risicofactoren voor maligniteit |
| Solitaire, pijnlijke, vergrote, zachte en mobiele lymfeklier in de hals bij een kind van 7 jaar. Aanwezig sinds 2 weken. Patiënt was recent verkouden. Maak je je zorgen over maligniteit? | ne -> pijnlijk, mobiel, zacht, 4 weken, lokalisatie in de hals, bij een kind dat recent ziek is geweest, zijn allemaal tekenen voor een benigne klier |
| analytische precisie | reliability |
| analytische nauwkeurigheid | validiteit |
| wat is belangrijker: analytische precisie of nauwkeurigheid? | precisie -> bij een precieze meeting kun je een trend over tijd vergelijken, zelfs als het niet heel nauwkeurig is |
| Bij een hoge prevalentie stijgt de negatieve of positieve voorspellende waarde? | positieve voorspellende waarde |
| Bij een lage prevalentie stijgt de negatieve of positieve voorspellende waarde? | negatieve voorspellende waarde |
| definitie bacteriemie | bacteriën in het bloed |
| Wat zijn typische kenmerken (anamnese + LO) van een ulcus venosum? | ulcer op het onderbeen, boven de mediale malleolus, grillige wondranden, vieze geur, pitting oedeem; nachtelijke pijn, zware/vermoeidheid in de benen, wat eerder wordt bij stilstaan & beter door lopen, |
| Wat is het verschil tussen erysipelas en cellulitis | cellulitis is dieper than erysipelas erysipelas: superficiele dermis cellulitis: dermis + subcutis |
| Hoe maak je onderscheid tussen apocriene en eccriene zweetklieren? | Apocriene zweetklieren zijn verbonden met een haarfollikel, eccrine niet |
| Layers of the epidermis | corneum, lucidum, granulosum, spinosum, basale |
| in welke huidlaag bevinden zich cellen die de huid regeneren? | epidermis: stratum basale (vanaf hier migreren de cellen naar boven) |
| wat is een Langerhanscel | gespecialiseerde dendritische cel in de huid (antigeen-presenterende cel) |
| waarvoor staat PROVOKE (dermatologie) | Plaats, randbeschikking, omvang, vorm, omtrek, kleur, efflorescentie |
| wat is het verschil tussen primaire en secundaire efflorescentie | primaire = endogeen, door de huid zelf secundaire = als reactie op een endogene factor of tijd |
| hoe groot is een plaque | groter dan 1 cm |
| hoe groot is een papel | kleiner als 1 cm |
| hoe groot is een pustule | kleiner als 1 cm |
| hoe groot is een bulla | groter dan 1 cm |
| wat is het verschil tussen een nodus en nodulus | nodus > 1cm, nodulus < 1cm |
| verschil tussen vesikel en pustel | vesikel = helder vocht pustel = pus (beide kleiner dan 1cm) |
| Wat is het verschil tussen purpura en macula? | macula zijn niet palpabel |
| wat is het verschil tussen erosies en excoriaties | erosis bloeden niet, excoriaties wel omdat ze dieper zin |
| wat zijn bijwerkingen van lokale corticosteroïden | atrofie van de huid (dermis), purpura/blauwe plekken, glaucoom (bij gebruik in het gezicht), dermatitis periorbitalis, teleangiëctasieën |
| typische locatie(s) seborroïsch eczeem | op plekken met veel talgklieren (hoofdhuid, gelaat, interscapulair) |
| waardoor wordt seborroïsch eczeem veroorzaakt | door overgroei van een gist |
| hoeveel Nederlanders zullen in hun leeftijd de diagnose huidkanker krijgen (1 in X)? | 1 in 5 |
| Wat zijn vroege symptomen van toxicodermie (geneesmiddelreacties)? | pijn, jeuk & verandering aan de slijmvliezen, na het starten van een geneesmiddel, maar kan ook pas na het staken van het geneesmiddel ontstaan |
| welke onderdelen worden in de three-items-severity score van eczeem beoordeeld | roodheid, krabeffecten, oedeem/papels |
| Wat zijn exogene types/oorzaken van eczeem? | contacteczeem (irritatie, allergie), orthoergisch (water) |
| Wat zijn endogene types/oorzaken van eczeem? | atopisch & constitutioneel eczeem |
| Onderscheid atopisch & constitutioneel eczeem | atopisch: aanleg voor atopie/allergische ziektes zoals atopisch eczeem, maar ook astma, voedselallergieën etc., constitutioneel: minder goed functionerende huidbarrière en daardoor hoger risico voor het ontwikkelen van eczeem |
| Acrovesiculeus eczeem definitie | eczeem aan de handpalmen, vingers & voetzolen, vooral met blaasjes |
| nummulair eczeem | kenmerkend door rode, matig scherp begrensde plekken |
| hypostatsch eczeem | eczeem bij chronische veneuze insufficiëntie, nat/rood/koortjes/schilfering aan de onderbenen |
| Asteatotisch eczeem | eczeem, vooral bij oudere patiënten met droge huid, bleekrode barstjes, vooral op de onderbenen |
| Psoriasis vulgaires locatie | vooral strekzijde |
| Jeukt scabiës? | Ja, heel erg, vooral nachtelijk |
| Hoe lang duurt het voordat iemand die scabiës heeft opgelopen, symptomen krijgt? | 2-10 weken |
| In welke huidlaag leeft de scabiemijt? | epidermis: tussen stratum corneum & granulosum |
| Wat is kenmerkend voor pityriasis rosea? | Herold's path: solitaire, ronde, rode/erathomateuze plaque, met kleine rode vlekjes eromheen |
| typische kenmerken voor een ulcus cruris venosum | rookt vies, boven mediale malleus, grillig; ptting oedeem, veneus eczeem; moeie, zware benen bij stilstaan, wat beter wordt bij bewegen |
| Typische kenmerken voor een ulcus cruris arterieel | laterale kant van onderbeen & vaak op de voeten, scherp begrensde, diepe, wond Koude, blauw/bleke voeten, zeer pijnlijk (vaak meer dan veneus), claudicatio-klachten die beter worden bij rust en been omlaag hangen |
| De enkel-arm index is 0.6. ulcus cruris arterieel of veneus? | arterial |
| De enkel-arm index is 1. ulcus cruris arterieel of veneus? | veneus |
| behandeling van een ongecompliceerd veneus ulcus cruris | wondzorg (schoonmaken, debridement) + compressie (zwachtelen + steunkousen) |
| Bij welke soort ulcus geef je het advies om juist veel te lopen? | venous ulcer cruris |
| Behandeling van een arterieel ulcus cruris | onderliggend perifeer vaatlijden behandelen + revascularisatie |
| wat zijn verruca seborrhoica | ouderdomswratten (benigne) |
| wat is het beleid voor verruca seborrhoica | geen behandeling nodig, uitleg benigne, bij wens: cosmetische ingreep mogelijk |
| wie behandeld actinische keratose | kan bij de huisarts |
| Rangschik de volgende indicaties voor laboratoriumonderzoeken van meest naar minst voorkomend: follow-up, profilering, bevestigen/uitsluiten van ziekte | 1) bevestigen/uitsluiten van ziekte 2) follow-up 3) profilering |
| Gezien het feit dat we monsters onderzoeken in een enkelvoudige meting en we de verschillen tussen de resultaten van één enkele patiënt die onder controle staat moeten kunnen duiden, geef je de voorkeur aan: precisie of nauwkeurigheid | precisie: We willen kleine verschillen in bijvoorbeeld plasma-natrium kunnen duiden. Ook willen we bias corrigeren. |
| Is bij een licht verhoogde concentratie van transaminase in plasma uit te sluiten dat er sprake is van een ernstige leveraandoening? | nee - ernstige leveraandoeningen zoals levercirrose gepaard met relatief lage ASAT- en ALAT-gehaltes in plasma. |
| Verschil referentiewaarden & afkapgrenzen | referentiewaarden = definiëren normaal afkapgrenzen = definiëren ziektes, en zijn meestal hoger/kleiner dan referentiewaardes |
| Een positief resultaat van een test met een sensitiviteit van 100% impliceert dat er sprake is van de ziekte. Dit is: | onjuist - Er kan sprake zijn van vals-positieven, De test haalt alle zieke mensen eruit, maar niet alle ppt met +test zijn daadwerkelijk ziek |
| effect lage prevalentie op positieve en negatieve voorspelbare waarde | VW+ neemt af, VW- neemt toe |
| Om een patiënt naar huis te kunnen sturen, heb je een test nodig met hoge specificiteit of sensibiliteit? | sensibiliteit |
| Normaalwaarde CVD | Tussen R -2 en R -9 |
| Tussen S1 en S2 is de diastole/systole | systole |
| Bij vena cava superior syndroom is er een obstructie in de bloedstroom in de vena cava superior. Wat betekent dit voor de CVD? | verhoogd CVD |
| Systole langer dan diastole - juist? | onjuist, diastole is langer |
| Waardoor ontstaat de fysiologische splitting van de tweede harttoon? | verlaging van intrathoracale druk |
| welke hartklep sluit eerst: aorta of pulmonalisklep? (fysiologische omstandigheden) | aortaklep (door hogere druk in aorta) |
| Waardoor kan een flowsouffle worden veroorzaakt? AEen aortaklepstenose B Anemie C Hypertrofische cardiomyopathie | Anemie |
| wanneer kan er een splijting van de eerste harttoon optreden? | linkerbundeltakblok |
| Welke conditie kan leiden tot een derde harttoon? | Mitralisklepinsufficiëntie |
| Waar is het punctum maximum van een ventrikelseptumdefect? | 3 ICR links |
| holosystolische souffle met een punctum maximum aan de apex die uitstraalt richting de oksel - past bij? | mitralisklepinsufficiëntie |
| Een inspiratoire stridor ontstaat door | vernauwing luchtwegen |
| Een expiratoire stridor ontstaat door | (on-)willekeurig aanspannen van de stembanden bij uitademen |
| Piepen tijdens ademhaling ontstaat door | vernauwing in de kleinere luchtwegen |
| welk auscultatiebevindingen verwacht je bij een obstructiepneumonie | vrijwel opgeheven ademgeruis in het desbetreffende longveld |
| wat verwacht je m.b.t. het expirium bij een COPD-exacerbatie | verlengd expirium |
| Atriumfibrilleren: wat kun je behalve een onregelmatige pols ook nog vinden bij de pols? | polsdeficit (korte diastole -> minder ventrikelvulling -> aorta opened niet = hartfrequentie sneller dan pols) |
| vanaf wanneer is er sprake van een verminderde ejectiefractie | <40% |
| Wat is de ejectiefractie bij HFpEF? | >50% |
| Past een 3de harttoon beter bij linker- of rechterhartfalen? | linker |
| Past een verhoogde CVD beter bij rechter- of linkerhartfalen? | rechter |
| is HFrEF meer bij mannen of vrouwen? | mannen HFpEF meer bij vrouwen |
| Welke soort souffle verwacht je bij een aortaklepstenose? | Systolisch, crescendo-decrescendo, punctum maximum 2 ICR rechts |
| Waar kun je op het ECG zien dat er sprake is van een gedilateerd atrium? | P-top (rechts: eerste deel P-top; links: tweede deel) |
| Hoeveel % van melanoomen is genetisch? | 10% (90% door UV-straling) |
| hoe groot is de marge bij een diagnostische excisie van een melanoom? | 0.2mm |
| wat is de belangrijkste prognostische factor van melanoom | Breslow dikkte |
| uit welke cellaag ontstaan melanoomen | stratum basale (epidermis) |
| uit welke cellaag ontstaat BCC | statum basale (epidermis) |
| uit welke cellaag ontstaat PCC | stratum spinosum |
| ABCDE van melanoom | A = asymmetry B=begrenzing/border C=color D=diameter E=evolution |
| Waarvoor kan tryptasebepaling worden gebruikt? | aantonen anafylaxe en/of mastocytose (tryptase wordt in mastcellen opgeslagen -> verhoogd bij mastceldegranulatie) |
| Welke medicaties geef je bij een anafylaxie in de acute fase? | adrenaline (0,3 mg in EpiPen, of 0,5 mg in ziekenhuis; EpiPen kan na 5-15 min. herhaald worden als effect onvoldoende is); antihistaminicum (clemastine); beta-2-sympathicomimeticum |
| Welke medicaties geef je na een anafylaxie? | prednisolone |
| Beleid psoriasis | 1) ontschilfering met salicylzuurcrème 2) vetting houden met indifferente crème 3) lokale corticosteroïden klasse III |
| Wat is in theorie het verschil tussen backward en forward hartfalen links? | backward: bloed loopt terug in de longen forward: er wordt niet genoeg bloed in de systemische circulatie gepompt |
| vanaf waneer is er sprake van en hypertensieve crisis? | bloeddruk > 200/120 mmHg + is er acuut risico op, of reeds aanwezig bewijs van orgaanschade |
| wat is asthma cardiale? | benauwdheid/hoesten door longoedeem bij hartfalen decompensatie |
| wat is cor pulmonale? | hartfalen dat onstaat door langbestaande longziekte zoals COPD |
| ejectifractie bij MFmrEF | 41-49 (normal boven 50%, reduced <40%) |
| beleid astma | stappenplan: 1) Zo nodig SABA of ICS-formoterol (combinatiepreparaat); 2) zelfde als stap 1 maar dan als onderhoud 3) LABA-onderhoud + ICS-formoterol .... |
| beleid hartfalen: HFrEF | hartfalen big 5: stap 1) Lis-diureticum, RAS-remmer, SGLT2-remmer stap 2) betablokker Stap 3) aldosteronanatgonist |
| wat is het beleid bij een patiënt met laag tot matig cardiovasculair risicoprofiel volgens NHG | beginnen met leefstijladviezen |
| welke medicatie geef je bij chronisch hartfalen bij NIET bij acuut hartfalen? | beta-blokker |
| beleid hartfalen: HFpEF | Lis-diureticum + SGLT2-remmer hypertensie + cholesterol behandelen zn |
| vanaf welke bloeddruk is er een indicatie voor medicamenteuze behandeling | 180 mmHg systolisch |
| Met welke andere bloeddrukmedicaties mag je een beta-bloker nooit combineren? | ACE-remmer & diureticum |
| hoe vaak moet je een hoge bloeddruk meten om hypertensie vast te kunnen stellen | minimaal 3 keer op verschillende momenten na 5 minuten rut |
| Welk soort hartfalen zie je vaker bij vrouwen? | HFpEF |
| Hypertensie bij een patiënt van 35, therapieresistent, en lab toont een hypokaliëmie aan. Denk je aan primaire of secundaire hypertensie? | secundair (Vooral bij een jonge patiënt (<40 jaar), met therapieresistente hypertensie, en afwijkende labs/kliniek (bijv. hypokaliaemie)) |
| Max. hoeveelheid zuurstof bij een neusbril | 6L / minuut |
| Afkorting & toepassing SABRR | -> overdracht in medische spoedsituaties Situatie Background Assessment Recommendation Repeat |
| Afkorting & toepassing AMPLE | secundary survey A=allergies M = medicatioen P= past medical history L = last meal E = events preceding symptoms |
| beleid longembolie | DOAC (+LMWH) |
| beleid diep veneuze thrombose | Steunkousen + DOAC |
| beleid stabiele angina | nitroglycerin spray |
| beleid acuut coronair syndroom | Stabiliseren: ABCDE, nitroglycerinespray, pijnstilling, infuus, acetylsalicylzuur Daarna: revascularisatie: dotteren |
| beleid virale pericarditis | NSAID + colchicine |
| beleid myocarditis | Kweek + start empirische antibiotica IV; AB aanpassen op geleide van kweek. |
| Verdachte longembolie + years score van 2 + D-dimer = 600 -> beleid? | Spiral CT scan |
| Verdachte longembolie + years score van 0 + D-dimer 1200 -> beleid? | Spiral CT scan |
| Verdachte longembolie + years score van 2 + D-dimer = 200 -> beleid? | geen LE, geen CT nodig (years score + D-dimer laag) |
| vanaf wanneer is een CT-scan geïndiceerd bij een patiënt met verdenking longembolie? | D-dimer > 500 bij years score 1-2 OF D-dimer > 1000 bij Years score van 0 |
| Wat is piekende koorts | een vorm van koorts waarbij je lichaamstemperatuur overdag flink schommelt. De temperatuur stijgt dan in korte tijd naar een hoge piek en dan weer lager |
| Wat is het empirische antibioticabeleid bij een pneumonie? | amoxicilline |
| wat is het onderliggende mechanisme bij cardiogene shock | pompfalen |
| mechanisme & voorbeeld obstructieve shock | circulatie geblokkeerd: longembolie, pneumothorax, harttamponade |
| mechanisme hypovolemische shock | te weinig circulerend volume |
| mechanisme distributive shock | gegeneraliseerde vasodilatatie: anafylaxe, sepsis |
| is een hartgeluid graad 6 zacht of heel luid? | maximaal geluid, je hoort hem zelfs zonder stethoscoop |
| welke souffle past bij een aortaklepstenose | cresendo-decresendo systolische souffle, met punctum max ICR 2 rechts |
| souffle bij mitralisklepstenose | diastolische souffle, puntum max apex |
| souffle bij mitralisklepinsufficiency | holosystolische, bandvormige souffle, puntum max bij apex |
| Holosystolische souffle, punctum max bij de apex, met uitstraling naar de oksel | dilated cardiomyopathy |
| welk soort souffle past bij een pericarditis? | systolische + diastolische souffle, klinkt zoals lopen in de sneuw |
| bij welke harttoon is de spliting fysiologisch? | 2de harttoon |
| bj welke personen is een 3de harttoon fysiologisch? | bij jonge mensen |
| wat is de eerste keus behandeling voor hypertensie bij een patient met diabetische nefropathie? | ACE-remmer |
| waarom zijn beter-blokkers minder geschikt voor behandeling van hypertensie bij patiënten met diabetes? | Zijn wel bloeddrukverlaagend, maar kunnen hypoglycemie symptomen maskeren |
| welk electolytenstornis krijg je bij nierfalen? | hyperkalemia |
| welke stollingsfactoren zijn vitamine K afhankelijk? | 2, 7, 9 , 10 |
| via welke bronchus (rechts vs. links) zie je vaker aspiratie? | rechts |