Save
Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't know
Remaining cards (0)
Know
0:00
share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

VGT Mei 2016

QuestionOptionsAnswer
Circumductie van het rechterbeen bij het lopen past bij een stoornis in: A. de basale ganglia links; B. de capsula interna links; C. het cerebellum rechts. B. de capsula interna links;
63-jr patiënt heeft nierinsufficiëntie. Welke bevinding pleit voor een prerenale vorm van nierinsufficiëntie? A. Dysmorfe ery's in het sediment; B. Fractionele Na excretie van <1%; C. Relatief lage ureumconcentratie in serum t.o.v. Kr. B. Fractionele natriumexcretie van <1%
Een patiënt heeft symmetrisch gelokaliseerde scherp begrensde erythematopapulosquameuze laesies van wisselende grootte op de strekzijde van de extremiteiten. De meest waarschijnlijke diagnose is: A. atopisch eczeem; B. dermatomycose; C. lichen ruber planus; D. psoriasis vulgaris. D. psoriasis vulgaris.
Wanneer een patiënt daags na een totale thyreoïdectomie tintelingen in de handen ervaart heeft hij meest waarschijnlijk een: A. hypocalciëmie; B. hypokaliëmie; C. hypomagnesiëmie. A. hypocalciëmie
Het pathofysiologisch mechanisme van lactose-intolerantie berust op: A. allergie; B. chronische obstipatie; C. enzymdeficiëntie. C. enzymdeficiëntie.
7-jr jongetje komt iedere nacht gillend uit bed. Zijn ouders zijn het met elkaar over oneens hoe dit probleem aan te pakken. Therapeut richt interventies op de wijze waarop de ouders over problemen communiceren. Dit is: A. 'client-centered' therapie; B. gedragstherapie; C. gezinstherapie. C. gezinstherapie.
Bij gezonde jongemannen is de vitale capaciteit van de longen gemiddeld: A. 3000 ml; B. 4500 ml; C. 6000 ml. B. 4500 ml;
Bij een volledige geïsoleerde uitval van de n trigeminus (n V) rechts: A. hangt één van beide mondhoeken; B. is de tongrand aan één zijde gevoelloos; C. is er een smaakstoornis; D. kan het rechteroog niet dichtgeknepen worden. B. is de tongrand aan één zijde gevoelloos;
Welk onderzoek is bij multiple sclerose het MINST zinvol: A. bepaling gezichtsvelden; B. elektromyografie; C. MRI ruggenmerg; D. sensibele evoked potentials. B. elektromyografie;
De set point theorie ten aanzien van vetzucht stelt dat: te dikke mensen ... A. het eetgedrag zodanig reguleert, dat een hoger dan gemiddeld gewicht wordt vastgehouden; B. zijn geneigd zich onrealistische doelen te stellen; C. maken onvoldoende leptine D. overgevoelig zijn voor omgevingsprikkels tijdens maaltijden. A. een te dik persoon het eetgedrag zodanig reguleert, dat een hoger dan gemiddeld gewicht wordt vastgehouden;
Bij gezonde volwassenen ligt de urineproductie per 24 uur gemiddeld het dichtst bij: A. 300 ml; B. 600 ml; C. 1.200 ml; D. 2.400 ml. C. 1.200 ml;
De ademhaling is nauw betrokken bij het reguleren van de pH van het bloed. In het geval van een metabole acidose wordt de frequentie van de ademhaling: A. hoger; B. lager. A. hoger;
>70 % van alle blindheid en slechtziendheid veroorzaakt door behandelbare of vermijdbare aandoeningen. De meest prevalente oorzaak van deze aandoeningen: A. cataract; B. corneatroebeling; C. diabetische retinopathie; D. glaucoom. A. cataract;
De voornaamste stressgerelateerde psychische stoornissen zijn burn-out en posttraumatische stressstoornis (PTSS). Wat is het belangrijkste onderscheid tussen deze twee stoornissen? A. Angstigheid en depressiviteit zijn sterker bij PTSS. B. De concentratiestoornissen zijn sterker bij burn-out. C. Nachtmerries of levendige herinneringen komen frequenter voor/zijn sterker bij PTSS. D. Vermijdingsreacties, sterker bij burn-out. C. Nachtmerries of levendige herinneringen komen frequenter voor/zijn sterker bij PTSS.
Een 23–jarige vrouw bekend met astma, is heftig benauwd met expiratoir piepen. De arts diagnosticeert een astma-exacerbatie. Welke van onderstaande medicamenteuze behandelingen is in eerste instantie het meest aangewezen? Het toedienen van: A. bèta-2-sympaticomimeticum dosis-aerosol per inhalatiekamer; B. inhalatiecorticosteroïd dosis-aerosol per inhalatiekamer; C. bèta-2-sympaticomimeticum per injectie; D. corticosteroïd per injectie. A. bèta-2-sympaticomimeticum dosis-aerosol per inhalatiekamer;
Job van 18 mnd oud kan sinds 6mnd lopen. Vader maakt zich zorgen omdat Job op zijn tenen loopt. Job kande hiel goed aan de grond brengen. Tot op welke leeftijd is bij dit fenomeen een expectatief beleid geoorloofd? Tot de leeftijd van: A. 18 maanden; B. 2 jaar; C. 3 jaar. C 3 jaar
Het inversietrauma van de enkel is een veel voorkomende sportblessure. Hierbij raakt vooral beschadigd: A. het lig. collaterale mediale; B. het lig. talofibulare anterius. B. het lig. talofibulare anterius.
Hallucineren is een symptoom van schizofrenie. Wat wordt verstaan onder een hallucinatie? Dit is een: A. afwijkende waarneming van extern object B. als zintuiglijk ervaren gewaarwording, zonder externe prikkel van het zintuig is C. foutieve interpretatie van extern object D. persoonlijke overtuiging, in strijd met de werkelijkheid en oncorrigeerbaar. B. als zintuiglijk ervaren gewaarwording, terwijl er geen externe prikkel van het zintuig is;
Wat is de belangrijkste transmitter bij presynaptische inhibitie in het brein? A. Acetylcholine. B. Adrenaline. C. Dopamine. D. GABA. D. GABA.
De beide lobi van de linkerlong worden van elkaar gescheiden door een fissuur. Welke fissuur is dit? A. Fissura obliqua. B. Fissura horizontalis. C. Fissura vertic D. alis. A. Fissura obliqua.
Een jong meisje met een negroïde huidpigmentatie (huidtype VI) heeft gaatjes in haar oorlellen laten prikken. Na 2 maanden zijn er stevige ronde, huidkleurige tumoren ontstaan met een diameter van ca. 1 cm. aan beide oorlellen. Wat is de diagnose? A. Atheroomcyste. B. Granuloma teleangiectaticum. C. Keloïd. D. Sarcoïdose. C. Keloïd.
De rechter arteria renalis loopt van de aorta naar de hilus van de nier. Onderweg kruist de arterie een dorsaal gelegen spier. Dit is de musculus: A. iliacus; B. psoas major; C. quadratus lumborum; D. D. transversus abdominis. B. psoas major;
Bij een patiënt van 52 jaar wordt een ulcus cruris gezien boven de laterale malleolus. Wat is in dit geval de meest waarschijnlijke oorzaak gezien de lokalisatie? A. Arteriële insufficiëntie. B. Diabetes mellitus. C. Trombangiitis obliterans. D. Veneuze insufficiëntie. A. Arteriële insufficiëntie.
Door een intracerebrale bloeding in de temporaalkwab kan forse zwelling van de hersenen ontstaan. Wat is het grootste gevaar dat de betreffende patiënt bedreigt? A. Subfalcine herniatie. B. Tonsillaire herniatie. C. Transtentoriële herniatie. C. Transtentoriële herniatie.
Een 72-jarige vrouw heeft veel pijn rechts op de borst en op de rug. In het gebied van dermatoom thoracale 2 en 3 is een huidafwijking met blaasjes en korsten te zien. Van welke infectie is er het meest waarschijnlijk sprake? A. Primaire infectie door herpessimplexvirus B. Herpessimplexvirus reactivatie. C. Primaire infectie door varicellazostervirus. D. Reactivatie van varicellazostervirus. D. Reactivatie van varicellazostervirus.
Een overmaat aan pleuravocht veroorzaakt een anatomische belemmering van de ademhaling. Dit vocht wordt geproduceerd door: A. alveolair plaveiselepitheel; B. cylindrisch bronchusepitheel; C. pleuramesotheel. C. pleuramesotheel.
Een moeder belt over haar 3 jr zoontje, die al 2dgn waterdunne diarree heeft. Het kind is verder gezond, geen koorts, braakt niet, drinkt goed. De arts denkt aan ongecompliceerde acute diarree. Welk advies is, volgens de NHG, het beste? A. meer dan normaal, in kleine beetjes te drinken. B. om een tijdje niets te eten of drinken. C. om met dranken zoals melk en appelsap te zorgen dat het kind wat calorieën binnen krijgt. D. te starten met loperamide zodat de diarree ophoudt. A. Het is belangrijk meer dan normaal en in kleine beetjes te drinken.
Man met Alzheimer dementiei in een verpleeghuis ontwikkelt pneumonie. dochter vraagt arts om hem niet te behnadelen. Haar vader wilde niet in leven gehouden als hij dement zou worden. Hoe kan de beslissing van de dochter geinterpreteerd worden? A. Voert de beslissing van haar vader uit (wilsverklaring). B. Neemt de beslissing die ze denkt dat hij zou hebben genomen (veronderstelde wil). C. Beoordeelt zijn beste belang en baseert daar haar oordeel op (belangenbehartiging). B. Neemt de beslissing die ze denkt dat hij zou hebben genomen (veronderstelde wil).
Reumatoïde artritis is een chronische inflammatoire aandoening die uiteindelijk kan leiden tot gewrichtsschade. Welk gewrichtsbestanddeel wordt als eerste aangedaan? A. Bot. B. Kraakbeen. C. Kapsel. D. Synovium. D. Synovium.
14jr meisje meldt zich bij huisarts voor anticonceptiepil. Zij vraagt de huisarts haar ouders niet te vertellen. Op grond van welke motivatie moet de huisarts de ouders al dan niet op de hoogte stellen van de zorgvraag van het meisje? A. Haar ouders moeten op de hoogte worden gesteld, want het meisje is nog minderjarig. B. Haar ouders mogen niet op de hoogte worden gesteld omdat het meisje dit uitdrukkelijk heeft verzocht. B. Haar ouders mogen niet op de hoogte worden gesteld omdat het meisje dit uitdrukkelijk heeft verzocht.
Januari, op de SEH komen ouders met hun 7 mnd oude dochter, dat kortademig is. Ze heeft een snelle ademhaling en er is duidelijk neusvleugelen. Ook zijn er tekenen van cyanose. beide longen = piepende rhonchi. Welke diagnose is het meest waarschijnlijk? A. Acute bronchitis. B. Bronchiolitis. C. Influenza. D. Verkoudheid. B. Bronchiolitis.
65jr vrouw klaagt sinds mndn over toenemende moeheid en wervelkolom botpijn. Volgens dochter is er verwardheid, geen gewichtsverlies of koorts. Er is klop- en asdrukpijn op een aantal wervels. Lab: Hb -; BSE +; alk fosfatase +; serum Ca +. diagnose? A. Amyloïdose. B. Multipel myeloom. C. Non-Hodgkin lymfoom. D. Osteoporose. B. Multipel myeloom.
Een man van 47 jaar met een lobaire pneumonie heeft mogelijk een sepsis. Bewijzend voor sepsis is een positieve: A. bloedkweek; B. serologie; C. sputumkweek. A. bloedkweek;
21jr vrouw ontevreden over haar uiterlijk. Zij kijkt 3uur/dag in de spiegel, ziet rode vlekjes en bultjes. Zij durft niet deel te nemen, heeft haar studie gestaakt. Zij gaat naar buiten nadat zij haar gezicht zorgvuldig heeft opgemaakt. diagnose? A. Conversiestoornis. B. Depressieve stoornis. C. Morfodysforie. D. Somatisatiestoornis. C. Morfodysforie.
Een 53-jarige roker klaagt over chronisch hoesten in aansluiting op een pneumonie. Hij geeft purulent sputum op. Op zijn thoraxfoto zijn 'tram tracks' te zien. De meest waarschijnlijke diagnose is: A. bronchiëctasieën; B. chronische bronchitis; C. cystische fibrose. A. bronchiëctasieën;
Bij 64jr vrouw wordt de baarmoeder verwijderd omdat deze vergroot is. Bij PA wordt een benigne tumor gezien uitgaande van het gladde spierweefsel. Welke van onderstaande uitspraken beschrijft deze tumor het beste? Het betreft: A. een onscherp begrensde tumor met cytonucleaire atypie; B. een scherp begrensde tumor opgebouwd uit in bundels gelegen cellen met sporadisch een mitose; C. een snel delende tumor met infiltratie in de bloedvaten (angio-invasieve groei). B. een scherp begrensde tumor opgebouwd uit in bundels gelegen cellen met sporadisch een mitose;
Het motorisch systeem kent het centrale motorische neuron en het perifere motorische neuron. Met de algemene term 'perifere motorische neuron' worden de motorneuronen bedoeld. De cellichamen van deze motorneuronen zijn met name gelegen in de: A. gyrus precentralis; B. voorhoorn van het ruggenmerg. B. voorhoorn van het ruggenmerg
Een 49-jarige patiënt heeft acute, spontaan ontstane hevige hoofdpijn, met fotofobie en nekstijfheid. Een CT-cerebrum toont subarachnoïdaal bloed. De meest waarschijnlijke oorzaak is een: A. amyloïdangiopathie; B. aneurysma uitgaande van de cirkel van Willis; C. subarachnoïdale arterioveneuze vaatmalformatie. B. aneurysma uitgaande van de cirkel van Willis;
Pyodermieën in Nederland worden meestal veroorzaakt door: A. Candida albicans; B. Escherichia coli; C. Haemophilus Influenzae; D. Staphylococcus aureus. D. Staphylococcus aureus.
42jr man wordt een andrologisch onderzoek uitgevoerd. Testes: ovaal van vorm, voelen glad en vast-elastisch. linkertestikel: 7 cm lang, volume: 40 ml. rechtertestikel: 5 cm lang, volume: 20 ml. conclusies? A. Afwijkend, de linkertestikel is vergroot. B. Afwijkend, de rechtertestikel is te klein. C. Afwijkend, de vorm van de testes moet rond zijn. D. Afwijkend, de testes moeten zacht aanvoelen. E. Normaal, geen afwijkingen. A. Afwijkend, de linkertestikel is vergroot.
Een 19-jarige student heeft de laatste maanden veel wisselende seksuele contacten gehad waarbij hij niet consequent een condoom heeft gebruikt. Hij komt nu bij de huisarts wegens pijnlijke wondjes op de penis. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose? A. Herpes genitalis. B. Lues. C. Trichomonas. A. Herpes genitalis.
Voor een obsessie en het uitvoeren van een compulsie geldt ten aanzien van angst het volgende: A. obsessie: doet angst afnemen, compulsie: doet angst toenemen; B. obsessie: doet angst toenemen, compulsie: doet angst afnemen; C. obsessie en compulsie: doen angst afnemen; D. obsessie en compulsie: doen angst toenemen. B. een obsessie doet angst toenemen en het uitvoeren van een compulsie doet angst afnemen;
Ranitidine is een middel dat gebruikt wordt bij de behandeling van hyperaciditeit. Dit middel is een: A. H2-receptorantagonist; B. mucosaprotectivum; C. protonpompremmer; D. zuurneutraliserend middel. A. H2-receptorantagonist;
65jr man, HClthiazide + ACE-remmer i.v.m. hypertensie wordt naar de cardioloog gestuurd i.v.m. inspanning kortademigheid. Bij LO: RR145/90, HF 85/min, derde harttoon, basaal crepitaties. x-thorax: redistributiebeeld + Kerley-B lijntjes. medicatie:? A. angiotensine receptorblokker; B. bètablokker; C. calciumantagonist; D. coumarinederivaat. B. bètablokker;
Patiënten met een C1-esteraseremmerdeficiëntie (C1-inhibitor deficiency) hebben een tekort aan een eiwit dat de activatie van het eerste component van complement remt. Wat is het meest voorkomende klinisch beeld als gevolg van deze deficiëntie? A. Bloedstollingsstoornissen. B. Hereditair angio-oedeem. C. Immunodeficiëntie. D. SLE. B. Hereditair angio-oedeem.
Welke statistische toets is het meest geschikt om het gemiddeld gewicht van een groep obese mannen te vergelijken voor en na het volgen van een dieet? A. Chikwadraattest. B. Gepaarde t-test. C. Log rank test. D. Twee steekproeven t-test. B. Gepaarde t-test.
In het bloed van patiënten met een thalassemie is de zuurstofafgifte in de weefsels slecht. De slechte zuurstofafgifte is het gevolg van: A. de aanwezigheid van afwijkend hemoglobuline in het bloed; B. de aanwezigheid van een verhoogd CO2 in het bloed; C. een verminderde concentratie 2,3-difosfoglyceraat in het bloed; D. een vermindering van het aantal erythrocyten. A. de aanwezigheid van afwijkend hemoglobuline in het bloed;
Een 32-jarige man is niet in staat om zich krachtig in te spannen zonder last van spierkrampen te krijgen. Bij onderzoek tijdens maximale inspanning blijkt dat hij geen lactaat produceert. De man heeft het meest waarschijnlijk een tekort aan: A. fructose-1,6-bisfosfatase; B. glycogeenfosforylase; C. pyruvaatdehydrogenase. B. glycogeenfosforylase;
Testosteron heeft een rol in de differentiatie van embryonale structuren. In afwezigheid van testosteron ontwikkelen de buizen van Müller (ductus paramesonephrici) zich onder andere tot: A. de uterus; B. de vulva; C. het ovarium. A. de uterus;
Wat is een hoofdsymptoom van de ziekte van Parkinson? A. Atrofie. B. Hypotonie. C. Rigiditeit. D. Spasticiteit. C. Rigiditeit.
In de ethiek van de beroepsuitoefening past men vanouds bepaalde leefregels toe die als richtsnoer voor een medische gedragscode in aanmerking komen. Welke van de onderstaande leefregels is hiervoor het MINSTE geschikt? A. Eerbied voor het leven. B. In dubio abstine. C. Practice what you preach. D. Primum non nocere. C. Practice what you preach.
Een 78-jarige vrouw met een urosepsis overlijdt. Bij obductie wordt infarcering gezien van het myocard, zonder trombus in de coronairarteriën. Er is waarschijnlijk sprake van een: A. subendocardiaal infarct; B. transmuraal infarct. A. subendocardiaal infarct;
Bij het onderzoek van de cornea worden fluoresceïnestrips gebruikt. Aankleuring met fluoresceïne van de cornea ontstaat als: A. de corneakromming is toegenomen; B. er sprake is van corneaoedeem; C. het cornea-epitheel is beschadigd. C. het cornea-epitheel is beschadigd.
Welk effect heeft adrenaline (epinefrine) bij een gezonde proefpersoon wanneer het in de laagst werkzame dosis intraveneus wordt toegediend? A. + sys druk, B2 receptor stimulatie, LV B. - HF, B1 receptor, SA-knoop. C. - perifere vaatweerstand, B1 receptor, vaatwand gladde spiercellen . D. - perifere vaatweerstand, B2 receptor , vaatbedden skeletspieren. D. Het verlaagt de perifere vaatweerstand door stimulatie van bèta-2 receptoren voornamelijk in de vaatbedden van skeletspieren.
De huisarts onderzoekt bij een patiënt in rugligging lege artis de buik. Welke van onderstaande bevindingen past het best bij ascites? A. Diepliggende navel. B. Gootsteengeruis. C. Tympani in de flanken. D. Undulatie. D. Undulatie.
Wanneer furosemide wordt toegediend leidt dit tot een verandering van hormoonspiegels in het plasma. Welk van onderstaande veranderingen is in het merendeel van de gevallen aanwezig? A. Daling van de aldosteronspiegel. B. Daling van de noradrenalinespiegel. C. Stijging van de atriale natriuretische peptide (ANP)-spiegel. D. Stijging van de reninespiegel. D. Stijging van de reninespiegel.
We onderscheiden dwarsgestreept en glad spierweefsel. De interne sfincter van de anus bestaat uit één bepaald type spierweefsel. Dit is: A. dwarsgestreept spierweefsel; B. glad spierweefsel; B. glad spierweefsel;
84jr vrouw is sinds 1 week bedlegerig bij een terminaal mammaca. De arts bezoekt de patiënte vanwege een huidverkleuring op beide hielen. Bij inspectie is er sprake van roodheid op beide hielen die onder druk verdwijnt. In dit geval is er sprake van: A. decubitus graad I; B. decubitus graad II; C. decubitus graad III; D. geen decubitus. D. geen decubitus.
De indicaties voor influenzavaccinatie zijn op advies van de Gezondheidsraad vastgesteld door de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS). Aan welke van de volgende doelgroepen wordt influenzavaccinatie op medische indicatie aangeboden? A. Baby's jonger dan 6 maanden. B. Kinderen met koemelkallergie. C. Personen van 60 jaar en ouder. D. Zwangeren. C. Personen van 60 jaar en ouder.
Geef de juiste volgorde aan van de processen die zich tijdens de genezing van een botfractuur afspelen in het weefsel: A. ontsteking, zachte callus, harde callus, remodellering; B. ontsteking, zachte callus, remodellering, harde callus; C. zachte callus, ontsteking, harde callus, remodellering; D. zachte callus, ontsteking, remodellering, harde callus. A. ontsteking, zachte callus, harde callus, remodellering;
Welke van de volgende neoplasmata is nauw geassocieerd met het epsteinbarrvirus? A Bronchuscarcinoom. B. Carcinoïdtumor van de long. C. Extramedullair plasmacytoom. D. Larynxpapilloom. E. Nasofarynxcarcinoom. E. Nasofarynxcarcinoom.
Een hygroma cysticum in de hals is een: A. aangeboren afwijking van het lymfatische systeem; B. gevolg van lymphadenitis colli; C. restant kieuwspleet. A. aangeboren afwijking van het lymfatische systeem;
8jr meisje is te klein voor haar leeftijd. Lengtegroei: parallel -2,5SD-curve. gewicht naar lengtecurve volgt de -1SD-curve, de schedelomtrek volgt de 0SD-curve. blanco VG, geen dysproportie of dysmorfieën. Welke syndroom dient te worden uitgesloten? A. Syndroom van Klinefelter. B. Syndroom van Marfan. C. Syndroom van Sotos. D. Syndroom van Turner. D. Syndroom van Turner.
Chronisch pijnpatiënt bij fysio. last van pijn in de onderrug, bang dat het erger zal worden door fysio oefeningen. Fysio : rust roest. patiënte: mijn botten zijn versleten wordt erger door oefeningen. welke psychologische reactie? A. Denial. B. Desensitisatie. C. Disfunctionele cognitie. D. Gegeneraliseerde angst. C. Disfunctionele cognitie.
53jr man, >1 jaar last van progressief hoesten, geen slijm. 1x hemoptoe gehad. Voelt niet fit. rookt sinds 16e 1 pakje/dag. Bij LO een adipeuze man. Thorax: symmetrisch, bdz sonore percussie, auscultatie: bdz verzwakt VAG. Welke is een alarmsymptoom? A. Al enige tijd niet fit zijn. B. Eenmalig spoortje bloed ophoesten. C. Sonore percussie over beide longvelden. D. Verzwakt ademgeruis bij auscultatie. B. Eenmalig spoortje bloed ophoesten.
Bij welke onderzoeksopzet bereikt men de hoogste vorm van evidentie voor het effect van een therapie? A. Casecontrolstudie. B. Case Report studie. C. Follow-up onderzoek. D. Randomised clinical trial. D. Randomised clinical trial.
Bij het onderzoek van de mamma wegens verdenking van een tumor wordt op verschillende aspecten gelet. Welke bevinding wijst specifiek op een T4-tumor? A. Fixatie aan de thoraxwand. B. Roodheid van de borst. C. Tumor groter dan 5 cm. A. Fixatie aan de thoraxwand.
Als gevolg van een biologische of psychologische disbalans door bijvoorbeeld een ontstekingsproces worden interne systemen geactiveerd. Welk van de onderstaande systemen wordt als gevolg van een disbalans geactiveerd? A. Cytokinereceptoren in het centrale zenuwstelsel. B. Oxytocinereceptoren in de hypofyse. C. Melatoninereceptoren in de hypofyse. D. Serotoninereceptoren in het centrale zenuwstelsel. A. Cytokinereceptoren in het centrale zenuwstelsel.
Marokkaans jongetje van 2jr, consanguïne ouders. Sprake van ernstige psychomotore retardatie en druk gedrag. LO: tremor, pyramidale verschijnselen, spasticiteit en een microcefalie. muffig luchtje, een soort muizengeur. diagnose? A. Biotinidase deficiëntie. B. Congenitale hypothyreoïdie. C. Fenylketonurie. D. Medium chain AcylCoA-deficiëntie. C. Fenylketonurie
pupilreacties op licht, bij verlichten van het rechteroog beide pupillen in gelijke mate vernauwen. Bij verlichten van het linkeroog treedt er in beide ogen minder pupilvernauwing op. Van welk type pupildefect is hier sprake en van welk oog? A. Er is een afferent pupildefect van het rechteroog. B. Er is een efferent pupildefect van het rechteroog. C. Er is een afferent pupildefect van het linkeroog. D. Er is een efferent pupildefect van het linkeroog. C. Er is een afferent pupildefect van het linkeroog.
Glycogeen is ruim voorradig in het lichaam en wordt gebruikt om de glucoseconcentratie in het bloed op peil te houden. Bij vasten is de voorraad glycogeen van een gezond persoon voldoende voor ongeveer A. een halve dag; B. anderhalve dag; C. drie dagen. B. anderhalve dag;
Vader van een jongen van 7 jr belt met de assistente van de huisarts. Zijn zoon hoest sinds 2 dgn, hoge koorts, oorpijn. Afgelopen nacht hoorde hij hem piepen. De belangrijkste reden om deze jongen vandaag nog door de huisarts te laten onderzoeken is de: A. duur van de koorts; B. hoogte van de koorts; C. piepende ademhaling; D. oorpijn. C. piepende ademhaling;
Een 34-jarige vrouw komt op de SEH in verband met malaise en troebele urine. Bij lichamelijk onderzoek wordt slagpijn in de linker nierloge gevonden. Deze bevindingen passen het beste bij: A. cystenieren; B. glomerulonefritis; C. nierinsufficiëntie; D. pyelonefritis D. pyelonefritis
Een 58-jarige vrouw wordt geopereerd aan een liesbreuk. In het lieskanaal loopt een strengvormige structuur. Indien deze niet tot de breukinhoud behoort, betreft dit het ligamentum: A. latum uteri; B. ovarii proprium; C. suspensorium ovarii; D. teres uteri. D. teres uteri.
78jr vrouw, heftige pijn en stijfheid in de schouders die in korte tijd is ontstaan. Voelt zich niet lekker, temp 38. Passieve beweging schouders is ongestoord. Actieve beweging zijn pijnlijk. Lab: bezinking en milde normocytaire anemie. De behandeling: A. antibiotica; B. fysiotherapie; C. prednison. C. prednison.
Sommige urologische aandoeningen hebben een bepaalde relatie met het geslacht. Voor ureterokèles geldt: A. ze komen even vaak voor bij vrouwen als bij mannen. B. ze komen vaker bij mannen dan bij vrouwen voor. C. ze komen vaker bij vrouwen dan bij mannen voor. C. ze komen vaker bij vrouwen dan bij mannen voor.
36-jr patiënt is sprake van een sinds weken bestaande eruptie in de oksels. Bij LO: een bruinrood, scherp begrensd exantheem zonder duidelijke randschilfering gezien. DD: erythrasma. Welk aanvullend onderzoek is in dit geval het meest aangewezen? A. Bacteriële kweek van de huid. B. Biopt voor histopathologisch onderzoek. C. KOH-onderzoek van huidschilfers na ontvetting van de huid met petroleumether. D. Onderzoek met de Woodse lamp. D. Onderzoek met de Woodse lamp.
2 zussen proberen voor zwanger te worden. 1.30 jaar, 2. 35 jaar. Beiden regelmatige cyclus, coïtusfrequentie is ongv. 2x/week. partners: beide 30 jr, blanco VG. de maandelijkse kansen op een zwangerschap die leidt tot de geboorte van een levend kind? A. Bij de vrouw van 30 jaar is deze even groot als bij de vrouw van 35 jaar. B. Bij de vrouw van 30 jaar is deze 50 procent hoger dan bij de vrouw van 35 jaar. C. Bij de vrouw van 30 jaar is deze 2 maal zo hoog als bij de vrouw van 35 jaar. C. Bij de vrouw van 30 jaar is deze 2 maal zo hoog als bij de vrouw van 35 jaar.
Van elk gen ontvangen we één paternaal en één maternaal allel. Bij ongv. 1% van onze genen is er sprake van imprinting. Deze imprinting veroorzaakt veranderingen in genfunctie. Het onderliggende mechanisme van deze veranderde genfunctie berust op: A. modificaties van het DNA of histonen; B. mutaties in het gen of zijn promoter; C. polymorfismen. A. modificaties van het DNA of histonen;
32jr man, enkele dgn, pijnlijk, diffuus rood OD. Voelt alsof er iets in het oog zit, rechts - visus. 1 jr ook 1x gehad. Pupilreacties normaal. Visus rechts verlaagd. Milde diffuse hyperaemie van conjunctiva, corneasensibiliteit OD verlaagd. Oorzaak? A. Acuut glaucoom. B. Conjunctivitis. C. Keratitis. D. Iritis. C. Keratitis.
In welk deel van de nier zijn natriumglucosecotransporters (SGLT) gelokaliseerd? A. Proximale tubulaire cellen. B. Descending Lis van Henle. C. Ascending Lis van Henle. D. Distale tubulaire cellen. A. Proximale tubulaire cellen.
Onderzoek onder 4000 volwassenen zonder VG schizofrenie, in 1997 bepaald of zij ooit cannabis gebruikten. In 2000 werd onderzocht of zij schizofrenie hadden ontwikkeld. Risico op schizofrenie 3x zo groot voor degenen die ooit cannabis gerookt. Design? A. Cross-sectionele studie. B. Gerandomiseerde gecontroleerde studie. C. Patiënt-controlestudie. D. Prospectieve cohortstudie. D. Prospectieve cohortstudie.
42jr vrouw lijdt onder terugkerende, onverwachte paniekaanvallen. Zij durft nauwelijks meer de deur uit, uit angst buiten een paniekaanval te krijgen. Medicamenteuze behandeling: start benzodiazepine. Daarnaast de eerste keus medicamenteuze therapie? A. Bètablokker. B. Monoamino-oxidaseremmer. C. Specifieke serotonineheropnameremmer. D. Tricyclisch antidepressivum. C. Specifieke serotonineheropnameremmer.
Bij centrale diabetes insipidus is de osmolariteit van de ochtendurine ten opzichte van de normaalwaarde: A. normaal; B. verhoogd; C. verlaagd. C. verlaagd.
Man van 39 jr, 5 weken geleden een LSRS L5-S1 links had gediagnosticeerd. Er is conservatief beleid ingezet met pijnstilling. Bij welke van onderstaande bevindingen in het beloop is daarna verwijzing naar de neuroloog alsnog geïndiceerd? A. Een positieve proef van Lasègue links. B. Verlaagde achillespeesreflex links. C. Verlaagde kniepeesreflex links. D. Verminderde gevoeligheid in het rijbroekgebied. D. Verminderde gevoeligheid in het rijbroekgebied.
De term thalassemie geeft een heterogene groep van erfelijke anemieën aan. Alfathalassemie wordt gekenmerkt door: A. deleties van het gen; B. puntmutaties in het gen; C. inversies in het gen; D. amplificaties van het gen. A. deleties van het gen;
Welke van de volgende factoren zorgt voor een toename van zowel de nierdoorbloeding als van de glomerulaire filtratie snelheid (GFR)? A. Verwijding van de efferente arteriolen. B. Verwijding van de afferente arteriolen. C. Toegenomen plasma colloïd osmotische druk. D. Toegenomen activiteit van de sympathische nierzenuw. B. Verwijding van de afferente arteriolen.
Belasting-belastbaarheidsconcept: werkgerelateerde psychische stoornissen, disbalans tussen de eisen die aan de werknemer worden gesteld en diens mogelijkheden om aan die eisen te voldoen. Deze disbalans in beslissingsmodellen omtrent verzuim? : A. verzuimbehoefte; B. verzuimdrempel; C. verzuimgelegenheid; D. verzuimnoodzaak. D. verzuimnoodzaak.
Zonder ontbijt stort hij zich in de alcohol. In de kroeg raakt hij bewusteloos. Hij belandt kort daarna op de SEH, waar geconstateerd wordt dat zijn bloedsuikerspiegel veel te laag is. Welke metabole verklaringen is hiervoor het meest waarschijnlijk? A. Remming van de gluconeogenese. B. Remming van de glycogenolyse. C. Remming van de glycolyse. D. Remming van de oxidatieve fosforylering. A. Remming van de gluconeogenese.
Na een splenectomie bestaat de kans op een “overwhelming infection”. Een op deze wijze verlopende infectie komt het MINST voor bij mensen die een splenectomie hebben ondergaan in het kader van een: A. auto-immuunhemolytische anemie; B. hereditaire sferocytose; C. idiopathische trombocytopenische purpura (ITP); D. traumatisch miltletsel. D. traumatisch miltletsel.
72jr vrouw heeft acuut pijn in haar rechterknie na forse wandeling eerder deze week. Haar knie is gezwollen. temp 38,9. Verdenking infectieuze artritis, een punctie verricht. De synoviale vloeistof toont calciumpyrofosfaat kristallen. Diagnose? A. Artritis bij artrose. B. Jicht. C. Reactieve artritis. D. Pseudojicht. D. Pseudojicht.
Vrouw is vorig jaar gevaccineerd tegen HPV. Moet zij ook mee doen aan het bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker? A. Ja, haar dochter zal een oproep voor de screening op baarmoederhalskanker ontvangen. B. Nee, haar dochter zal geen oproep voor de screening op baarmoederhalskanker ontvangen. A. Ja, haar dochter zal een oproep voor de screening op baarmoederhalskanker ontvangen.
De coassistent merkt tijdens het gesprek bij zichzelf dat de patiënte hem irriteert. De patiënte doet hem denken aan zijn ex-vriendin, waarmee hij altijd veel problemen had. Hoe noemt men deze reactie in medische termen? A. Overdracht; B. Tegenoverdracht. A. Overdracht;
Delier vastgesteld bij een 77jr dementerende patiënte, vermoedelijk bij UWI. Angsten, paranoïde wanen en hevige motorische onrust. De huisarts behandelt de UWI. Wat is daarnaast het meest aangewezen beleid? A. Fluoxetine. B. Haloperidol. C. Morfine. D. Thiamine. B. Haloperidol.
De financiering van extreem dure geneesmiddelen, wordt in de gezondheidszorg een onderscheid gemaakt tussen het macro-, meso- en microniveau van besluitvorming. Het beleid van zorginstellingen bevindt zich op één van deze niveaus. Dit betreft: A. het macroniveau; B. het mesoniveau; C. het microniveau. B. het mesoniveau;
49jr vrouw, 4 wkn pijn aan de duimzijde onderarm. wringen en pakken zijn pijnlijk. LO: vuist maken, vingers om duim, duim zo ver naar pink basis wordt gebracht. Vuist wordt naar ulnair gedevieerd, vuist in lichte extensie. Voelt bekende pijn. diagnose? A. Artrose van CMC (carpometacarpale)-1. B. Contractuur van Dupuytren. C. Fractuur os scaphoideum. D. Tendovaginitis van de Quervain. D. Tendovaginitis van de Quervain.
Exanthemateuze kinderziekten zijn het gevolg van een besmetting met microorganismen. Welke van deze ziekten wordt veroorzaakt door een bacterie? A. Morbilli (mazelen). B. Rubella (rode hond). C. Scarlatina (roodvonk). C. Scarlatina (roodvonk).
Tentamen suicidii. in de polsen gesneden. Op haar kleding is veel bloed te zien. De wonden bloeden gemakkelijk bij aanraken. De patiënt is nog net aanspreekbaar. Als nu het hematocriet bepaald wordt, hoe zal die waarde dan zijn? A. Normaal. B. Verhoogd. C. Verlaagd. A. Normaal.
Claudicatie klachten, pulsaties in de a. femoralis palpabel. De a. dorsalis pedis en de a. tibialis posterior aan deze kant zijn echter niet palpabel. Palpatie van welke arterie geeft nu de beste informatie over het niveau van arteriële afsluiting? A. Arteria arcuata. B. Arteria fibularis. C. Arteria peronea. D. Arteria poplitea. D. Arteria poplitea.
89jr man heeft een humerusschachtfractuur na een val. Daarbij kan hij zijn linkerhand niet goed bewegen. Bij nader onderzoek blijkt dat er een onvermogen is tot actieve extensie in de pols en van de vingers. Welke zenuw is hoogstwaarschijnlijk aangedaan? A. N. axillaris. B. N. medianus. C. N. radialis. D. N. ulnaris. C. n. radialis
73jr man, pijn linker onderbuik. Krampen. moeilijker stoelgang. Vroeger 1-2/dag zacht. Nu 1x per 2 dgn met persen. Geen bloed. Bij LO drukpijn linkeronderbuik. Buikfoto: Geen lucht, iets uitgezette dikke darm. DD diverticulair lijden. Andere DD? A. Lage ileus. B. M. Crohn. C. Poliepen. D. Recidiverende sigmoïdvolvulus. E. Sigmoïdcarcinoom. E. Sigmoïdcarcinoom.
Een 18-jarige jongen wordt na een scooterongeval bewusteloos binnengebracht op de spoedeisende hulp en kan geen ‘informed consent’ voor zijn behandeling geven. ‘Informed consent’ betekent in dit geval dat de keuzen van ingrijpen worden bepaald door: A. de aanwezige artsen; B. de aanwezige familie; C. de veronderstelde instemming van de patiënt. C. de veronderstelde instemming van de patiënt.
Er is een werkverdeling tussen de verschillende cellen van het immuunsysteem. Welke granulocyten vormen de eerste verdedigingslinie bij infectie door bacterien? Dat zijn: A. basofielen; B. eosinofielen; C. neutrofielen C. neutrofielen
Een 15-jarige jongen komt voor een vervolgconsult bij de huisarts. Hij heeft acne vulgaris. Benzoylperoxide en een lokaal retinoïde (tretinoïne) helpen onvoldoende. Wat is nu de volgende stap in de behandeling? A. Clindamycine lokaal. B. Doxycycline oraal. C. Isotretinoïne oraal. D. Salicylzuur lokaal. A. Clindamycine lokaal.
61jr vrouw, sinds 2wk gewrichtsklachten handen en voeten, ochtendstijfheid. LO: MCP-gewrichten pijnlijk, gezwollen en beperkte beweging. De MTP-gewrichten pijnlijk bij tangentiële druk. Lab: verhoogde BSE + anti-CPP. Waarschijnlijke diagnose? A. Arthrosis deformans. B. Artritis psoriatica. C. Infectieuze artritis. D. Reumatoïde artritis. D. Reumatoïde artritis.
32jr man, slapeloosheid. 4 wkn relatie verbroken sindsdien moeite met inslapen. Op werk reorganisaties maakt zich zorgen. Overdag onvoldoende functioneren. Slaapadviezen hielpen niet, slaaphygiëne is goed. Welke medicatie kortdurend voorschrijven? A. Melatonine. B. Midazolam. C. Promethazine. D. Zolpidem. D. Zolpidem.
In de lever wordt een polysacharide opgeslagen dat gebruikt wordt voor het onderhouden van de bloedglucosespiegel. Hetzelfde polysacharide voorziet de spieren van de energievoorraad voor de productie van ATP. Welk polysacharide is dit? A. Amylose. B. Cellulose. C. Glycogeen. D. Glycosaminoglycaan. C. Glycogeen.
Non-steroid anti-inflammatory drugs (NSAID’s) zijn prostaglandinesynthetaseremmers. Zij onderdrukken de prostaglandinesynthese vanuit een precursor. Tot welke groep organische stoffen behoort de precursor van prostaglandine? A. Eiwitten. B. Koolhydraten. C. Nucleïnezuren. D. Vetzuren. D. Vetzuren.
Een 87-jarige vrouw, bekend met diazepam gebruik, is toenemend suf. De huisarts vermoedt een cumulatie van de diazepam. Welke farmacokinetische verandering bij ouderen draagt het meeste bij aan deze cumulatie? A. Andere verhouding van lichaamsvet en lichaamswater. B. Toegenomen eliminatie door de lever. C. Verminderde absorptie door de darm. D. Verminderde eliminatie door de nier. A. Andere verhouding van lichaamsvet en lichaamswater.
Onderbeenfractuur kans op compartimentsyndroom (logesyndroom). Diagnose door anamnese en LO. Bij welke van onderstaande bevindingen bij lichamelijk onderzoek is de kans op het bestaan van een compartimentsyndroom het kleinst? A. Gemeten druk in de Anticusloge van 40 mmHg. B. Intacte motoriek en sensibiliteit van de tenen. C. Intacte pulsaties in a. dorsalis pedis en a. tibialis posterior. B. Intacte motoriek en sensibiliteit van de tenen.
Tijdens het neurologisch onderzoek van een patiënt constateert de neuroloog bij het uitsteken van de tong een afwijking naar rechts. Welke hersenzenuw is beschadigd en aan welke kant? A. Glossopharyngeus, links. B. Glossopharyngeus, rechts. C. Hypoglossus, links. D. Hypoglossus, rechts. D. Hypoglossus, rechts.
Tussen het 20e en 30e levensjaar wordt de thymus geleidelijk vervangen door vetweefsel. In welke regio van het lichaam is in de meerderheid van de gevallen (het restant van) de thymus te vinden? A. Mediastinum inferior. B. Mediastinum superior. C. Tussen de fascia cervicalis profunda en prevertebralis. D. Tussen de fascia cervicalis superficialis en profunda. B. Mediastinum superior.
60jr man, acuut roodheid en zwelling van gelaat en dikke tong en keel. Sinds vandaag amoxicilline i.v.m. keelontsteking. De arts denkt aan een overgevoeligheidsreactie. opgenomen wegens risico op anafylactische shock. Welk type overgevoeligheidsreactie? A. Type I. B. Type II. C. Type III. D. Type IV. A. Type I.
Een 12-jarig jongetje komt bij de huisarts vanwege een rode, pijnlijke, fluctuerende zwelling van zijn nagelriem van de rechtermiddelvinger. Bij inspectie van de nagels valt op dat hij nagels bijt. Wat is nu de meest waarschijnlijke diagnose? A. Onycholyse. B. Onychomycose. C. Panaritium. D. Paronychia. E. Unguis incarnatus. D. Paronychia.
Een 65-jarige man heeft sinds een paar weken een toegenomen buikomvang en dikke enkels. Welk aanvullend anamnestisch gegeven pleit voor rechtszijdige decompensatio cordis? A. Droge onproductieve hoest. B. Dyspneu d’effort. C. Nycturie. D. Orthopneu. C. Nycturie.
Door de behandeling van hiv met combinatie antiretrovirale therapie (cART) daalt mortaliteit van HIV patiënten. Er is echter nog geen genezing mogelijk. Wat is het rechtstreeks gevolg van deze behandeling op de incidentie en prevalentie van deze ziekte? A. incidentie =; de prevalentie +. B. De incidentie daalt; de prevalentie stijgt. C. De incidentie en prevalentie zullen beide dalen. D. De incidentie stijgt; de prevalentie blijft gelijk. E. De incidentie blijft gelijk; de prevalentie daalt. A. incidentie =; de prevalentie +.
De testes produceren spermatozoïden. Waar precies bevinden zich de spermatozoïden in de volwassen testis? A. Aan de basale kant van de tubuli seminiferi; B. In het centrum van de tubuli seminiferi; C. Tussen de tubuli seminiferi. B. In het centrum van de tubuli seminiferi;
Een vrouw die 20 weken zwanger is valt van de trap. Drie dagen later bevalt zij van een kind dat binnen een uur overlijdt doordat de longen nog niet voldoende ontwikkeld zijn. Hoe moet de arts handelen inzake de overlijdensverklaring ? A. Een overlijdensverklaring afgeven, dit is natuurlijk overlijden. B. Gemeentelijke lijkschouwer in schakelen, niet overtuigd van natuurlijk overlijden. C. geen van beiden, Wet op de Lijkbezorging is in dit geval niet van toepassing. C. De arts hoeft geen van beiden handelingen te verrichten, want de Wet op de Lijkbezorging is in dit geval niet van toepassing.
Een man besmet extensief resistente tuberculose (XDR TB) onttrekt zich aan behandeling. Onder de Wet Publieke Gezondheid kan de burgemeester ter bescherming van de volksgezondheid een aantal gedwongen maatregelen opleggen. Welke behoort daar NIET bij? A. Gedwongen behandeling. B. Gedwongen isolatie. C. Gedwongen onderzoek. D. Verbod op beroepsuitoefening. A. Gedwongen behandeling.
Het vormen van een ondersteuningsgroep voor jongeren van ouders met problematisch alcoholgebruik is een voorbeeld van een preventieve interventie in de verslavingszorg. Van welk soort preventie is dit een voorbeeld? A. Geïndiceerde. B. Selectieve. C. Universele. D. Zorggerelateerde. B. Selectieve.
46jr man, sinds een half jaar regelmatig UWIs. Urine is troebel, stinkt en lucht komt mee . Klachten ontstaande na episode van algemene malaise met zeurende pijn linker onderbuik, nu verdwenen. Meest waarschijnlijke verklaring voor deze pijn A. blaascarcinoom; B. diverticulitis; C. een uretersteen; D. pyelonefritis. B. diverticulitis;
De kans op hart- en vaatziekten neemt toe met de cholesterolconcentratie in het bloed. Dat betreft met name het cholesterol dat aan ‘low-density’ lipoproteïnen (LDL) gebonden is. LDL vervoert cholesterol vooral: A. van de darm naar de lever; B. van de lever naar andere organen; C. van perifere cellen naar de lever. B. van de lever naar andere organen;
65jr vrouw met artritis psoriatica, gebruikt: diclofenac, 1x/week methotrexaat. Schaamte, heeft een gestoorde stemming. De arts heeft paroxetine voorgeschreven. Ook krijgt ze metoprolol en ascal als secundaire preventie na MI. Nu geïndiceerd is: A. omeprazol preventief; B. omeprazol zodra ze maagklachten krijgt; C. ranitidine preventief; D. ranitidine zodra ze maagklachten krijgt. A. omeprazol preventief;
De ductus choledochus loopt door een bepaalde peritoneale duplicatuur. Hoe heet deze duplicatuur? Het ligamentum: A. falciforme hepatis; B. hepatoduodenale; C. teres hepatis. B. hepatoduodenale;
Bij welk van de volgende ingrepen kan lidocaïne 1% met adrenaline (epinefrine) veilig als lokaal anestheticum worden gebruikt? A. Circumcisie. B. Excisie naevus op de neuspunt. C. Excisie naevus op de onderarm. D. Nagelextractie. E. Wigexcisie van de hallux. C. Excisie naevus op de onderarm.
Bij welk van de volgende ingrepen kan lidocaïne 1% met adrenaline (epinefrine) veilig als lokaal anestheticum worden gebruikt? A. Circumcisie. B. Excisie naevus op de neuspunt. C. Excisie naevus op de onderarm. D. Nagelextractie. E. Wigexcisie van de hallux. C. Excisie naevus op de onderarm.
Een 42-jarige vrouw presenteert zich bij haar huisarts met sinds 1 dag een erg pijnlijk en gezwollen bovenste ooglid. Inspectie toont een rode zwelling gepaard gaande met een pustel in de rand van het ooglid. Van welke afwijking is hier sprake? A. Blefaritis. B. Chalazion. C. Entropion. D. Hordeolum. D. Hordeolum.
27jr vrouw, zwanger van eenlingzwangerschap, erg misselijk en continu braken. Amenorroeduur: 9+2. hyperemesis gravidarum? De urine wordt onderzocht middels een stick. Door welke bevinding is de ernst van deze hyperemesis het beste in te schatten? A. Glucosurie. B. Ketonurie. C. Proteïnurie. B. Ketonurie.
49jr vrouw met klachten passend bij vaginale verzakking. Gynaecologisch onderzoek: een vaginaachterwand verzakking. Bij rectovaginaal toucher is geen darmstructuur palpabel in het septum rectovaginale. Wat is nu de meest waarschijnlijke diagnose? A. Cystokèle. B. Enterokèle. C. Rectokèle. D. Urethrokèle. C. Rectokèle.
18jr v, sufheid. 14 dgn terug uit Nigeria. Profylactische medicatie niet gehad. LO: trekkingen ledematen. RR 122/77, HF120 ,T38,5. Lever 3 cm palpabel en drukpijnlijk. Vergrote milt. 4 dgn hoofdpijn, rillingen, misselijkheid, braken, spierpijn. Diagnose? A. Acute hiv-infectie. B. Ascariasis. C. Fulminante hepatitis. D. Malaria. D. Malaria.
28jr v, sinds 2 wkn zeurende pijn linker onderbuik en bijna elke dag diarree, bloed en slijm. 4 kilo afgevallen. Sinds gisteravond erger buikpijn enT38,9. Palpatie linker onderbuik: gehele colon drukpijnlijk. Rectaal toucher: gb, wel bloed. Diagnose? A. Colitis ulcerosa. B. Prikkelbaredarmsyndroom. C. Diverticulitis. C. Diverticulitis.
35jr vrouw met rugpijn en koorts sinds vannacht. Sinds 2 dgn pijnlijk plassen en urine dat in kleine beetjes komt. Voelt zich ziek, T38,9 . Bij lichamelijk onderzoek is er slagpijn in de rechterflank. Wat is nu de meest waarschijnlijke diagnose? A. Cholecystitis. B. Cystitis. C. Pyelonefritis. D. Urolithiasis. C. Pyelonefritis.
27jr vrouw, wil weer zwanger worden. 2 eerdere kinderen zijn kort na geboorte uit huis geplaatst wegens seksueel- én huiselijk geweld. Vrouw is wilsbekwaam. Kan in dit geval anticonceptie verplicht worden gesteld, en met welke reden? A. Ja, gevaar voor kind en ‘bewezen falend ouderschap’. B. Ja, het nog ongeboren kind heeft recht op bescherming. C. Nee, nog niet bewezen dat ze als ouder opnieuw zal falen. D. Nee, mevrouw is wilsbekwaam, kan niet gedwongen tot anticonceptie. D. Nee, mevrouw is wilsbekwaam, kan niet gedwongen tot anticonceptie.
2jr zoontje was de afgelopen dagen wat grieperig. Aan het eind van de avond werd hij wakker met een inspiratoire stridor en blafhoest. Hij heeft lichte verhoging. Het jongetje is volgens schema gevaccineerd. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose? A. Acute epiglottitis. B. Acute laryngitis subglottica (pseudokroep). C. Difterie (kroep). D. Pertussis (kinkhoest). B. Acute laryngitis subglottica (pseudokroep).
62jr vrouw wordt bij herhaldelijk RR 160/95. Rookt en TC/HDL ratio is verhoogd. De ochtend urine is een paar keer gecontroleerd en telkens werd proteïnurie vastgesteld. Welk antihypertensiva is nu geschikte om de hypertensie A. ACE-remmer. B. Bètablokker. C. Calciumantagonist. D. Thiazidediureticum. A. ACE-remmer
Een 21-jarige gezonde vrouw heeft klachten van pijnlijke zweertjes in haar mond. Bij inspectie is een duidelijke stomatitis aphthosa zichtbaar. Welk preparaat versnelt de genezing van deze aandoening? A. Aanstipvloeistof met lidocaïne. B. Chloorhexidine mondspoeling. C. Geen effectief middel bekend. D. Vitamine C. B. Chloorhexidine mondspoeling.
De gynaecoloog verricht een bloedonderzoek bij een vrouw die zij verdenkt van polycysteus ovariumsyndroom. Welke afwijkende hormoonwaarde past het best bij vrouwen met het polycysteus ovariumsyndroom? A. Verhoogd LH-gehalte. B. Verhoogd progesterongehalte. C. Verhoogd FSH-gehalte. D. Verlaagd androgeengehalte. A. Verhoogd LH-gehalte.
Vrouw 49jr, hartkloppingen die abrupt beginnen en abrupt eindigen. Tijdens de aanval voelt ze een snelle regelmatige hartslag. Ze heeft er geen andere klachten bij. Ze heeft een blanco cardiale voorgeschiedenis. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose? A. Atriumfibrilleren. B. Re-entry tachycardia. C. Sick sinussyndroom. D. Ventriculaire extrasystolen (VES). B. Re-entry tachycardia.
Een oudere patiënt heeft klachten van polyneuropathie. Een (poly-)neuropathie kan uitgebreide effecten hebben op spieren die door de aangedane zenuw worden geïnnerveerd. Welke histologische afwijking is kenmerkend voor een innervatiestoornis? A. Groepsgewijze atrofie van spiervezels. B. Spiervezelnecrose. C. Vacuolisatie van de spiervezels. A. Groepsgewijze atrofie van spiervezels.
Een man van 78 jaar wordt steeds dover, vooral aan zijn rechteroor. Bij onderzoek is er asymmetrisch perceptief gehoorverlies, vooral aan zijn rechteroor. Welke oorzaak voor zijn gehoorverlies moet nu hoog in de differentiaaldiagnose staan? A. Een brughoektumor. B. Een chronische otitis media. C. Een trommelvliesperforatie. D. Overmatig cerumen. A. Een brughoektumor.
75jr vrouw heeft sinds enkele mndn wisselend last van vergeetachtigheid. Ook "stijver”. Soms kaboutertjes door het raam te zien. Zij gaat achteruit in functionering. Welke vorm van dementie is op basis van deze gegevens het meest waarschijnlijk? A. Fronto-temporale dementie. B. Lewy body dementie. C. Vasculaire dementie. D. Ziekte van Alzheimer. B. Lewy body dementie.
9jr jongen met sinds 1 dag hevige pijn rechter onderbuik, koorts, vervoerspijn en braken. lab toont een leukocytose en matig verhoogd CRP. Aanvullend echografisch onderzoek van de buik is niet conclusief. Welk onderzoek van de buik is geïndiceerd? A. CT. B. Diagnostische laparoscopie. C. Na 24 uur herhaling echografie. B. Diagnostische laparoscopie.
4jr jongetje wordt dyspnoïsch nadat hij een knikker inslikt. Heimlichmanoeuvre lukt niet. De arts wil door middel van een coniotomie een alternatieve luchtweg creëren met een naald. Waar moet de naald ingebracht worden? A. Boven het cartilago thyroidea. B. In de membrana cricothyroidea. C. Onder het cartilago cricoidea. B. In de membrana cricothyroidea.
Een 2-jarig jongetje wordt door de kinderarts behandeld vanwege astma. Het patiëntje krijgt een bèta-2-sympathicomimeticum voorgeschreven. Welke toedieningsvorm is voor dit patiëntje het meest geschikt? A. Een dosis via een discusinhalator. B. Een dosisaerosol met voorzetkamer en masker. C. Een dosisaerosol met voorzetkamer en mondstuk. D. Een dosis via een poederinhalator. B. Een dosisaerosol met voorzetkamer en masker.
43jr man komt met hartkloppingen. Een diastolisch geruis met een openingssnap met daaropvolgend roulement terwijl de patiënt in linkerzijligging op de onderzoeksbank ligt. Dit is het beste te horen aan de apex. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose? A. Aortaklepinsufficiëntie. B. Aortaklepstenose. C. Mitralisklepinsufficiëntie. D. Mitralisklepstenose. D. Mitralisklepstenose.
Patiënt komt met dubbelzien, met name bij kijken in de verte. De patiënt geeft aan dat er horizontale dubbelbeelden zijn bij kijken naar rechts. Bij afdekken van het linkeroog verdwijnt het rechterbeeld. Uitval van welke hersenzenuw verklaart dit? A. N. abducens links. B. N. abducens rechts. C. N. oculomotorius links. D. N. oculomotorius rechts. C. N. oculomotorius links.
26jr G2P0 met positieve zwangerschapstest. Bij eerste controle (6 weken en 4 dagen): geen hartactie middels doppler, de fundushoogte veel hoger dan verwacht. lab: hCG 200.000 IU/L (1080-56.000 IU/L), T4 170 nmol/L (64-154 nmol/L). Diagnose? A. Extra-uteriene graviditeit. B. Missed abortion. C. Mola hydatidosa. D. Ovariumcyste. C. Mola hydatidosa.
47jr vrouw met sinds enkele weken bestaande gejaagdheid en opvliegers. De huisarts valt direct op dat de ogen van de patiënte erg uitpuilen. De huisarts denkt zodoende aan de ziekte van Graves. Welke symptomen passen verder bij de ziekte van Graves? A. Bradycardie en diffuus struma. B. Bradycardie en multinodulair struma. C. Tachycardie en diffuus struma. D. Tachycardie en multinodulair struma. C. Tachycardie en diffuus struma.
Een gezond jongentje wordt geboren. Tijdens het onderzoek op de opvangtafel begint het jongetje spontaan te plassen. Hierbij valt op dat de urethra halverwege de ventrale zijde van de penis uitmondt. Wat is nu de meest waarschijnlijke diagnose? A. Balanophostitis. B. Hypospadie. C. Paraphimosis. D. Phimosis. B. Hypospadie.
Bij een 63-jarige vrouw wordt een obductie verricht. Hoogstwaarschijnlijk is zij overleden aan een chronische hartziekte na eerder acuut reuma te hebben doorgemaakt. Welke hartklep zal de meeste beschadiging vertonen gezien devoorgeschiedenis? A. Aortaklep. B. Mitralisklep. C. Pulmonalisklep. D. Tricuspidalisklep. B. Mitralisklep.
Een belangrijke complicatie bij parotidectomie is beschadiging van een bepaalde zenuw die een nauwe anatomische relatie met de glandula parotidea heeft. Dat is de nervus: A. auricularis magnus; B. facialis; C. trigeminus. B. facialis;
De nieren reageren op een metabole acidose met een inductie van een bepaald enzym. Dit betreft: A. alanine-aspartaat transaminase (ALAT); B. glutamaatdehydrogenase; C. glutaminase; D. Na/K-ATP-ase. C. glutaminase;
Angiotensine II speelt een belangrijke rol bij de regulatie van de bloeddruk. Het hormoon stimuleert: A. de omzetting van aminopeptidase; B. de productie van aldosteron; C. de productie van renine; D. het vrijkomen van acetylcholine. B. de productie van aldosteron;
Patiënt met verhoogde urinezuurspiegel 3x jichtaanval gehad. Hij heeft op dit moment geen klachten. Men wil deze spiegel doen dalen. Patiënt is tevens bekend met een nierinsufficiëntie. Welk van de volgende middelen komt dan het meest in aanmerking? A. Allopurinol. B. Colchicine. C. Ibuprofen. A. Allopurinol.
Er bestaan verschillende vormen van erfelijke polyposis coli. Sommigen hebben een grote kans op maligne degeneratie en andere een kleinere. Patiënten met welk type polyposis coli hebben de grootste kans op een colonmaligniteit? A. Peutz-jegherssyndroom. B. Juveniele polyposis. C. Familiale adenomateuze polyposis. C. Familiale adenomateuze polyposis.
Onderzoek: Enkelblessures behandeld met nieuwe pijnstiller vs paracetamol. hypothesis: verbetering van minstens 3 punten op de visueel analoge schaal tussen de twee groepen. Resultaat: verschil van 0.2 punten en p van 0.04. Conclusie: A. klinisch irrelevant is; B. niet significant is; C. onbetrouwbaar is. A. klinisch irrelevant is;
De innesteling in de uterus vindt vijf tot zes dagen na de bevruchting plaats. De vrucht bestaat op dat moment uit: A. 1 cel; B. 4 tot 16 cellen; C. meer dan 25 cellen. C. meer dan 25 cellen.
Bij gezonde zwangere met een voorheen normale cyclus is de uitgerekende datum bepaald op de 281e dag na de eerste dag van de laatste menstruatieperiode. De kans dat de datum van de bevalling meer dan een week afwijkt van deze berekende datum is ongeveer: A. 5%; B. 10%; C. 20%. C. 20%.
78jr man met harde plekjes op zijn handen en kalende hoofd. LO: multipele vlakke, hard en ruw aanvoelende verdikkingen op de huid. De laesies zijn kleiner dan 1 cm en vertonen wat lichte schilfering. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose? A. cornu cutaneum; B. leukoplakie; C. lichen sclerosus; D. keratosis actinica. D. keratosis actinica.
48jr vrouw met hoge dwarslaesie van C7. Ze is wisselend kortademig als in de rolstoel. Door haar dwarslaesie worden thoracale ademhalingsspieren minder actief. De patiënt moet goed gepositioneerd worden in de rolstoel. Welke positie is het beste? A. Rechtop zitten met ondersteuning van lumbale lordose en thoracale kyfose. B. Rechtop zitten met verstevigde zitting om scheefzitten te voorkomen. C. Zitten met de rugleuning onder hoek van 45 graden naar achteren voor veel thoracale ruimte. A. Rechtop zitten met ondersteuning van anatomische stand van lumbale lordose en thoracale kyfose.
Dwarslaesiepatiënten hebben vaak een gestoorde mictie en grotere kans op UWIs. Bij grampreparaat van de urine worden bacteriën gezien. Patiënt heeft geen koorts en voelt niets tijdens de mictie door de dwarslaesie. Wat is nu het meest aangewezen beleid? A. Het bepalen van een CRP en niet starten met antibiotica. B. Geen CRP-bepaling en niet starten met antibiotica. C. Het bepalen van een CRP en starten met antibiotica. D. Geen CRP-bepaling en starten met antibiotica. B. Geen CRP-bepaling en niet starten met antibiotica.
65jr man heeft DM met als complicatie perifeer arterieel vaatlijden. Komt met obstipatie. De huisarts denkt aan een diabetische autonome neuropathie als oorzaak. Welk eindorgaan speelt bij deze obstipatie de meest belangrijke rol? A. Maag. B. Duodenum. C. Colon. D. Ampulla recti. C. Colon.
Bij een preventiecampagne om nierziekten incidentie te verlagen. De overheid kiest daartoe voor de risicofactor die het sterkst geassocieerd is met de incidentie van nierziekten. De overheid kan dit het best baseren op: A. het attributieve risico; B. de oddsratio; C. de populatieattributieve risico; D. het relatieve risico. C. de populatieattributieve risico;
7jr jongen met sinds enkele dgn hematomen. Verder niet ziek. LO: Hematomen, op romp en extremiteiten. Lab: Hb 7.8 mmol/L (normaal), leukos 6.3 x 109/L, normale differentiatie, trombos 3x109/L (normaal 150 - 300 x9 /L). Diagnose? A. Hemofilie. B. Idiopathische trombocytopenie. C. Kindermishandeling. D. Leukemie. B. Idiopathische trombocytopenie.
Hoe verder van het hart, hoe kleiner verschil tussen sys en dia RR. Combinatie van elastische en musculeuze arteriën draagt hieraan bij. Hoe veranderd de hoeveelheid elastine in de vaatwand en de afstand tot het hart? Hoeveelheid elastine van een arterie: A. neemt AF naarmate de arterie verder van het hart ligt; B. neemt TOE naarmate de arterie verder van het hart ligt. A. neemt AF naarmate de arterie verder van het hart ligt;
Het pathologieverslag van een geëxcideerd primair melanoom bevat, naast de diagnose, belangrijke prognostische informatie zoals de aanwezigheid van ulceratie. Welke andere factor is prognostisch belangrijk? A. Aanwezigheid van melaninepigment. B. Maximale tumordikte in millimeters. C. Polymorfie van de tumorcellen. B. Maximale tumordikte in millimeters.
28jr vrouw rechts in de borstholte gestoken met een mes. Patiënte wordt toenemend dyspnoïsch, hapt naar lucht. Halsvenen zijn gestuwd. De arts denkt aan spanningspneumothorax. Welke bevindingen bij LO en aanvullend onderzoek passen daarbij? A. Hypersonor rechter thoraxhelft en trachea naar links. B. Hypersonore rechter thoraxhelft trachea naar rechts C. Hyposonore linker thoraxhelft trachea naar links. D. Hyposonore linker thoraxhelft trachea naar rechts. A. Hypersonore percussie van de rechter thoraxhelft en een naar links verplaatste trachea.
Een 63-jarige patiënte met diabetes mellitus type II heeft pijn ter plaatse van haar heup, met name 's nachts. Zij heeft geen pijn in de liezen. Wat is op grond van deze gegevens de meest waarschijnlijke diagnose? A. Bursitis trochanterica. B. Coxartrose. C. Hernia inguinalis. D. Ischialgie. A. Bursitis trochanterica.
Wat is de beste echocardiografische benadering om dilatatie van de aortawortel zichtbaar te maken? A. Transthoracaal. B. Transoesofageaal. C. Subcostaal. B. Transoesofageaal.
De bloeddruk kan worden beschreven met behulp van de wet van Ohm en de formule van Poiseuille. Deze voorspellen dat bloeddruk afhankelijk is van de: A. hartfrequentie en de diameter van de weerstandsvaten; B. cardiac output en de hartfrequentie; C. cardiac output en de diameter van de weerstandsvaten C. cardiac output en de diameter van de weerstandsvaten
30jr vrouw met hevige hoofdpijn, misselijk, braken, lichtschuw en suf. Acuut ontstaan en toenemend, T39,3. LO: nekstijf en laag bewustzijn. Geen uitval. Lab: CRP 174. CT-hersenen: gb. Welke liquoruitslag past bij deze ziektebeeld? Leukocytose met: A. normaal totaal eiwit, normaal glucose; B. normaal totaal eiwit, sterk verlaagd glucose; C. verhoogd totaal eiwit, normaal glucose; D. verhoogd totaal eiwit, sterk verlaagd glucose. D. verhoogd totaal eiwit, sterk verlaagd glucose.
Een 20-jarige man besluit te gaan trainen om een marathon te kunnen lopen. De training zal veranderingen teweeg gaan brengen in zijn spieren. Wat is één van de voornaamste veranderingen? A. Toename van de diameter van type-II spiervezels. B. Toename van de synthese van glycolytische enzymen. C. Toename van het aantal capillairen rondom de spiervezels. C. Toename van het aantal capillairen rondom de spiervezels.
20jr vrouw met ernstige paracetamolintoxicatie. Moet nu behandeld worden. Zij weigert elke vorm van behandeling, wil sterven. Wil ook geen opname. Arts oordeelt haar wilsonbekwaam en wil behandelen. Moet een maatregel genomen worden om te behandelen? A. Ja, er moet een inbewaringstelling aangevraagd worden. B. Ja, er moet een rechterlijke machtiging aangevraagd worden. C. Nee, er is geen maatregel nodig om haar nu te mogen behandelen. C. Nee, er is geen maatregel nodig om haar nu te mogen behandelen.
Patient wordt door zijn vriendin aangetroffen op de rand van het balkon op 4 hoog. Hij weet zeker dat hij kan vliegen, de stemmen in zijn hoofd zeggen dat het goed is. De GG&GD constateert dat de student een gevaar is voor zichzelf. Wat moet gebeuren? A. De student moet gedwongen worden opgenomen en behandeld. B. De student moet door de crisisdienst acuut gesedeerd worden. C. De student moet gedwongen worden opgenomen, maar mag niet tegen zijn wil behandeld worden. C. De student moet gedwongen worden opgenomen, maar mag niet tegen zijn wil behandeld worden.
Patiënte met monogenetische afwijking in vetstofwisseling. Lab: Cholesterol12 mM (3,9-7,3) triglyceride 1 mM (0,8-2,3). Wat is de meest waarschijnlijke genetische afwijking die hieraan ten grondslag ligt? Een mutatie in: A. de HDL-receptor; B. de LDL-receptor; C. het apolipoproteïne B; D. het apolipoproteïne E. B. de LDL-receptor;
Patiënt met buikpijn, diarreeklachten, en rectaal bloedverlies, bij coloscopie: colitisbeeld. Histologie vsn meerdere colonbiopten tonen chronisch actieve ontsteking met cryptabcesjes. De ontsteking neemt toe in ernst naar distaal. Diagnose? A. Chronisch actieve niet-specifieke colitis. B. Colitis ulcerosa. C. Pseudomembraneuze colitis. D. Ziekte van Crohn. B. Colitis ulcerosa.
Een 4-jarige jongen met ernstige ondervoeding wordt behandeld met extra orale voeding. Welke van onderstaande elektrolytstoornissen is na aanvang van de behandeling het meest waarschijnlijk? A. Hypofosfatemie. B. Hyponatriëmie. C. Hypocalciëmie. A. Hypofosfatemie.
Een bloeding van de bovenste tractus digestivus kan het gevolg zijn van een Mallory-Weiss scheur. Waar komt een Mallory-Weiss scheur het meest frequent bij voor? A. Bij een ulcus duodeni. B. Bij oesofagusvarices. C. Bij heftig braken. D. Bij een maagcarcinoom. C. Bij heftig braken.
Bij welk onderstaande patiëntengroepen bestaat het hoogste risico op acute osteomyelitis? A. Jonge kinderen. B. Alcoholisten. C. Diabetici. D. Geriatrische patiënten. A. Jonge kinderen.
Wat is de meest voorkomende oorzaak van primaire bijnierschorsinsufficiëntie in de westerse wereld? A. Hypofysetumor. B. Tuberculose. C. Auto-immuunziekte. C. Auto-immuunziekte.
Wat is de meest voorkomende complicatie van peritoneaaldialyse? A. Hypotensie. B. Bacteriële peritonitis. C. Portale hypertensie. B. Bacteriële peritonitis.
Wat is de meest voorkomende oorzaak van een nefrotisch syndroom bij kinderen? A. ‘Minimal change nephropathy’. B. Membraneuze glomerulonefritis. C. Een systeemziekte, zoals SLE. A. ‘Minimal change nephropathy’.
Een barrett-oesofagus kan het gevolg zijn van zure reflux vanuit de maag. Het pathogenetische proces dat ten grondslag ligt aan deze afwijking is: A. Atrofie. B. Dysplasie. C. Hypertrofie. D. Metaplasie. D. Metaplasie.
Bij oudere patiënten die zijn opgenomen in een ziekenhuis wordt vaak een “plukkerig” gedrag gezien. Deze patiënten plukken niet corrigeerbaar aan de kleding en infuuslijnen. Welke psychische functie is bij deze patiënten gestoord? A. Aandacht. B. Bewustzijn. C. Denken. D. Stemming. E. Waarneming. E. Waarneming.
Bij een patiënt worden bij palpatie van de a. carotis zwakke pulsaties met een trage upstroke gevonden. Welke van onderstaande hartafwijkingen is de meest waarschijnlijke oorzaak hiervan? A. Aorta-insufficiëntie. B. Aortastenose. C. Mitralisinsufficiëntie. B. Aortastenose.
7jr jongen is hij erg snel afgeleid. Slordig in zijn taken en maakt werk niet af opschool. Hij is altijd een kind is geweest dat niet gemakkelijk kan concentreren. Erg impulsief. Leidt tot problemen bij samen spelen met andere kinderen. Diagnose? A. ‘Attention Deficit Hyperactivity Disorder’ (ADHD). B. ‘Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified’ (PDDNOS). C. Specifieke leerstoornis. A. ‘Attention Deficit Hyperactivity Disorder’ (ADHD).
80jr vrouw, opgenomen met vermoeden van een beginnende dementie. Cognitieve screeningstest wordt afgenomen. Patient kan niet dagen van de week in omgekeerde volgorde opzeggen. Ook ‘van 100 steeds 7 aftrekken’ lukt niet. Wat is gestoord? A. Aandacht. B. Denken. C. Geheugen. D. Taal. A. Aandacht.
Meisje 8 mndn oud heeft tonisch-clonisch insult thuis doorgemaakt gedurende 2 min. Zij was de hele dag niet lekker en in afgelopen uur heeft zij T39.3 ontwikkeld. LO: helemaal helder en alert, geen sprake van meningeale prikkeling. Wat is nu het beleid? A. Onderzoek doen naar de oorzaak van de koorts. B. Onderzoek doen om de recidiefkans van een insult te bepalen. C. Rectaal toedienen van diazepam. D. Starten met profylactische anti-epileptica. A. Onderzoek doen naar de oorzaak van de koorts.
Bij COPD (chronic obstructive pulmonary disease) worden soms extra spieren ingezet om de inademing te ondersteunen. Eén van deze spieren is de: A. m. erector spinae pars iliocostalis; B. m. scalenus anterior. B. m. scalenus anterior.
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards