Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why

Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.

By signing up, I agree to StudyStack's Terms of Service and Privacy Policy.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.

Remove ads
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards




share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Beweging - Gr 1

QuestionAnswer
Wat is GEEN kernsymptoom van de Ziekte van Parkinson? a. Houdingsinstabiliteit b. Tremor c. Geheugenverlies d. Rigiditeit c. Geheugenverlies
Bij lichamelijk onderzoek is de proef van Laseque beiderzijds negatief. De omgekeerde Proef van Laseque is links positief. Op welk niveau bevindt zich het meest waarschijnlijk de oorzaak van het probleem? a. L4-L5 b. L5-S1 c.L3-L4 c.L3-L4
Vanuit onderzoeken waarin optimale dosering van antipsychotica met elkaar worden vergeleken, blijkt dat er nauwelijks verschil is in effectiviteit tussen de diverse middelen. De enige uitzondering hierop is: a. clozapine b. haloperidol c. risperidon a. clozapine
ALLE antipsychotische middelen zorgen voor: a .blokkade van de muscarinereceptoren b. blokkade van alfa-1-receptoren c. blokkade van dopamine-D2-receptoren d. blokkade van histamine-1-receptoren c. blokkade van dopamine-D2-receptoren
De werking van antidepressiva berust op beïnvloeding van monaminerge neurotransmittersystemen in de hersenen. Welke transmitter speelt de belangrijkste rol bij stemmingsstoornissen? a. noradrenaline b. serotonine c. dopamine b. serotonine
Een laesie in de n. femoralis geeft: a. achillespees reflex b. kniepeesreflex uitval c. pathologische voetzoolreflex b. kniepeesreflex uitval
. Laesie van de n. Musculocutaneus geeft: a. strekken elleboog en pronatie b. strekken elleboog en supinatie c. buigen elleboog en pronatie d. buigen elleboog en supinatie d. buigen elleboog en supinatie
Een patiënt komt op het spreekuur met bewegingsbeperking van de rechterschouder. Bij lichamelijk onderzoek blijkt er sprake te zijn van scapula alata. Welke bewegingsbeperking wordt gezien? a. elevatie b. endorotatie c. exorotatie a. elevatie
De meest voorkomende fractuur bij mensen, de distale radiusfractuur, kan gepaard gaan met letsel van de n. radialis. Letsel aan de n. radialis in dit geval leidt tot: a. sensorische uitval b. motorische uitval c. beide d. geen van beide a. sensorische uitval
De meest voorkomende laesie van de zenuwen van de bovenste extremiteit is: a. n. medianus door compressie bij carpaletunnelsyndroom b. n. Ulnaris door drukbelasting van het telefoonbotje c. n. radialis door fractuur b. n. Ulnaris door drukbelasting van het telefoonbotje
Klompvoet is de meest voorkomende misvorming van de extremiteiten, waarbij de voet gefixeerd is in plantair flexie en supinatie. Deze voetstand is intra-uterien tijdens de 8-11 week van de zwangerschap fysiologisch. a. Juist b. Onjuist a. Juist
Wanneer de m. iliopsoas gefixeerd is in buigstand door blijvende contractie, bijvoorbeeld spasme of dystonie, kan men: a. het been niet optillen b. niet zitten c. niet rechtop staan c. niet rechtop staan
Het tarsaletunnelsyndroom leidt tot een: a. spitsvoet b. holvoet c. platvoet d. klompvoet b. holvoet
Iemand met afasie kan de taal wel goed begrijpen, maar heeft moeite met het vinden van de juiste woorden, oftewel expressieve afasie. Het probleem zit hierbij in de: a. efferente zenuwbanen (Broca) b. afferente zenuwbanen (Wernicke) a. efferente zenuwbanen (Broca)
Confabuleren is een fantasie die meestal wordt gebruikt om: a. geheugendefecten te compenseren b.de onderzoeker te misleiden b.de onderzoeker te misleiden
Bij manische patiënten is er sprake van een expansieve stemming. De gevoelens en emoties zijn dermate heftig dat de patiënt ze niet goed in bedwang kan houden. Dit kan zich uiten als: a. eufore stemming b. chagrijnige stemming c. beide c. beide
De ziekte van Parkinson is een: a. synucleïnopathie b. tauopathie c. myelopathie a. synucleïnopathie
Er is hier sprake van: a. uitval L4-dermatoom b. verlies vitale sensibiliteit bij syndroom van Wallenberg c. meralgia paraesthetica c. meralgia paraesthetica
Een patiënt komt met een hangende linker mondhoek ook kan patiënt zijn linker oog niet sluiten, er blijkt sprake te zijn van een perifere aangezichtsverlamming. De volgende stap is nu het testen van het gehoor. a. Juist b. Onjuist a. Juist
Een breed gangspoor past bij een stoornis van: a. het extrapiramidale systeem b. het cerebellum c. de prefrontale cortex b. het cerebellum
De DSM-IV-TR wordt gebruikt om psychiatrische symptomen te classificeren aan de hand van vijf dimensies. Welke van onderstaande is niet correct? a. ADHD op as 1 b. antisociale persoonlijkheidsstoornis op as 1 c. Mentale retardatie op as 2 b. antisociale persoonlijkheidsstoornis op as 1
De ziekte van Parkinson wordt gediagnosticeerd aan de hand van een CT-scan waarop depigmentatie van de substantia nigra te zien is. a. Juist b. Onjuist b. Onjuist
Welke type van ADHD komt het meest voor? a. Het inattente type b. Het hyperactieve-impulsieve type c. Het gecombineerde type c. Het gecombineerde type
Een HNP kan gepaard gaan met verlaagde reflexen als gevolg van prikkeling van een zenuwwortel. Een verlaagde achillespeesreflex past het beste bij een HNP op het niveau van: a. L3-L4 b. L4-L5 c. L5-S1 c. L5-S1
Welke factor is NIET bijdragend aan het in standhouden van een angststoornis? a. Anticipatieangst b. Angstreducerend gedrag c. Exposure in vivo d. Vermijdingsgedrag c. Exposure in vivo
Created by: doctor123