Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.

Remove ads
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards




share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Beweging 2.2 '18

Nieuwe vragen beweging blok 2.2 2018

QuestionAnswer
Welk van onderstaande klinische kenmerken is niet zozeer typerend voor clusterhoofdpijn (neuralgie van Horton)? a. Neusverstopping b. Syndroom van Horner c. Tranende ogen d. Misselijkheid d. Misselijkheid
Bij amaurosis fugax is er sprake van een doorbloedingsstoornis in een van de vaatsystemen richting de hersenen. Welk vaatsysteem betreft het in het geval van amaurosis fugax? a. Arteria carotis systeem b. Vertebrobasilaire systeem a. Arteria carotis systeem
Wat is een predisponerende factor van het delirium? a. Cerebrale hypoxie b. Infectie c. Cognitieve stoornissen d. Elektrolytstoornissen c. Cognitieve stoornissen
Verschil tussen de twee subtypen (I & II) van de bipolaire stoornis? a. De intensiteit van de depressieve episoden b. Het karakter van de depressieve episoden c. De intensiteit van de manische episoden d. Het karakter van de manische episoden c. De intensiteit van de manische episoden
De neiging om gaten in de herinnering op te vullen met verzonnen feiten over gebeurtenissen of situaties wordt aangeduid met een psychiatrische term: a. Parafraseren b. Cognitieve apraxie c. Confabuleren d. Anosognosie c. Confabuleren
6. Waar in het centrale zenuwstelsel vindt de kruising van de lemniscus medialis plaats? a. Ter hoogte van het mesencephalon b. Ter hoogte van de pons c. Ter hoogte van de medulla oblongata d. Ter hoogte van het cervicale ruggenmerg c. Ter hoogte van de medulla oblongata
Na een voorste schouderluxatie kan door zenuwuitval afplatting van het reliëf van een bepaalde spier optreden, dat vaak duidelijk zichtbaar is: a. m. triceps b. m. biceps brachii caput longum c. m. deltoideus d. m. coracobrachialis c. m. deltoideus
Een mank lopend jongetje van 5 jaar presenteert zich met pijn in de heupregio. Mank lopen wijst vaak op een onderliggende heupafwijking. Waarschijnlijk: a. Coxartrose b. Coxitis fugax c. Bacteriële coxitis d. Reactieve coxartritis b. Coxitis fugax
Een retinoblastoom is een maligne tumor uitgaande van de retina. Het retinoblastoom wordt meestal ontdekt rond de leeftijd van: a. 0-5 jaar b. 5-10 jaar c. 11-15 jaar d. 16-20 jaar a. 0-5 jaar
Welk van onderstaande klinische kenmerken past het minst goed bij de diagnose neuritis optica? a. Pijn bij oogbewegingen b. Perifere gezichtsvelduitval c. Relatief afferent pupildefect (RAPD) d. Subacute eenzijdige visusdaling b. Perifere gezichtsvelduitval
Locked-in syndroom? a. afsluiting a. basilaris, de motorisch intact. b. afsluiting a. basilaris, de sensorisch intact. c. afsluiting a. vertebralis, de motorische intact. d.afsluiting a. vertebralis, de sensorische intact. b. afsluiting van de a. basilaris, de sensorisch intact.
Welke van de volgende vier klinische verschijnselen is géén bijwerking van antipsychotica: a. Acute dystonie b. Tardieve dyskinesie c. Hoofdpijn d. Onregelmatige menstruatie c. Hoofdpijn
Welke oogaandoening wordt meestal veroorzaakt door een verhoging van de intra-oculaire druk? a. Cataract b. Iridocyclitis c. Glaucoom d. Ametropie c. Glaucoom
Depressieve man na myocardinfarct: a. Amitriptyline, want dit is effectiever bij een depressie met vitale kenmerken b. (kortdurend) Zolpidem, goed in- en doorslapen kan hem helpen c. Citalopram, want weinig interacties met andere medicijnen c. Citalopram, want weinig interacties met andere medicijnen
Schijnen linkeroog geen directe wel indirect. Schijnen in rechts? a. Aanwezige dir. en aanwezige indirecte b. Afwezige dir. en aanwezige indirecte c. Aanwezige dir. en afwezige indirecte d. afwezige dir. en afwezige indirecte c. Aanwezige dir. en afwezige indirecte
CTS, niet waar? a. De belangrijkste klachten zijn tintelingen en een doof gevoel in de handpalm b. Carpaletunnelsyndroom komt vaak beiderzijds voor c. Vrouwen hebben er minder vaak last van dan mannen d. De symptomen treden vooral ’s nachts op c. Vrouwen hebben er minder vaak last van dan mannen
Myas.Gravis, tegen welke receptor antilichaam en behandeling? a. Acetylcholine receptor; acetylcholine esterase remmers b. Noradrenaline receptor; adrenaline intraveneus c. Serotonine receptor; 5HT –esterase remmers d. Dopamine receptor; dopamine a. Acetylcholine receptor; acetylcholine esterase remmers
De hersenstamkern (1) ligt in de pons en stuurt de (2) aan. Zorgt voor abductie oog a. 1 n. Abducens 2 m. Rectus lateralis b. 1 n. Abducens 2 m. Rectus medialis c. 1 n. Oculomotorius 2 m. rectus lateralis d. 1 n. Trochlearis 2 m. obliquus superior a. 1 n. Abducens 2 m. Rectus lateralis
Een vrouw 38 jaar sinds 7 maanden zeurende pijn gehele buik. Bij anam. en LO geen afwijkingen Welke diagnose lijkt het meest waarschijnlijk bij deze patiënte? a. Conversiestoornis b. Somatisatiestoornis c. Ongedif. somatoforme stoornis c. Ongedif. somatoforme stoornis
Er wordt bij een patiënt de EMV-score bepaald. De patiënt reageert op een pijnprikkel met het openen van de ogen, het strekken van de armen en kreunen. Wat is de EMV-score van deze patiënt? a. 4 b. 5 c. 6 d. 7 c. 6
Kan uitbreiding van een partieel complexe epilepsie-aanval worden voorkomen? a. Nee, voelt niet aankomen. b. Nee, voelt aankomen, c. Ja, ,, , voorkomen door carbamazepine d. Ja, ,, , voorkomen door lichamelijke of psychische activiteit. d. Ja, als de patiënt de aanval voelt aankomen, kan dit soms worden voorkomen door lichamelijke of psychische activiteit.
Nagebootste stoornis, waar? a. Bestaat maar op één subspecialisme b. Nagebootste stoornis treedt chronisch op c. Nagebootste stoornis komt het meeste voor bij vrouwen d. Nagebootste stoornis begint uitsluitend pas na het 40ste levensjaar c. Nagebootste stoornis komt het meeste voor bij vrouwen
Bewering: Om de diagnose gestoorde stereognosie te kunnen stellen moet de arts weten of het tastgevoel en de fijne vingermotoriek in orde zijn. De bewering is: a. Juist b. Onjuist a. Juist
Welk middel kan het beste worden gebruikt voor de pijnstilling bij neuropathische pijn? a. Paracematol b. NSAID’s c. Carbamazepine d. Clavulaanzuur’ c. Carbamazepine
acute stressstoornis en (PTSS), waar: a. ASS traumatische ervaring herbeleefd en bij de PTSS niet b. Bij de ASS vermijding van prikkels die herinnering oproepen en bij PTSS niet c. De PTSS heeft symptomen die langer dan een maand duren en de ASS niet c. De PTSS heeft symptomen die langer dan een maand duren en de ASS niet
Welk van de volgende psychiatrische stoornissen treden het meeste op bij patiënten die zijn opgenomen in algemene ziekenhuizen? a. somatoforme stoornis b. delier c. dementie b. delier
Waar in het vitale baansysteem ligt de oorzaak van referred pain? a. eerste neuron b. synaps tussen 1e en 2e neuron c. tweede neuron d. synaps tussen 2e en 3e neuron e. derde neuron b. synaps tussen 1e en 2e neuron
Welk medicijnen kan goed gebruikt worden tegen zowel nociceptieve en neuropathische pijn? a. Carbamazepine b. Morfinomimetica c. NSAID’s d. Medicijnen met invloed op het serotonerge systeem. b. Morfinomimetica
Wat is er bij onderzoek gevonden als de diagnose neurogene claudicatio wordt gesteld? a. Diabetische neuropathie b. Lumbale hernia nucleus pulposus c. Neuroom d. Stenose van het wervelkanaal d. Stenose van het wervelkanaal
1. Welk van onderstaande subtypen is geen subtype van schizofrenie: A. Katatone type B. Ongedifferentieerde type C. Hallucinatie type D. Paranoïde type C. Hallucinatie type
De ziekte van Ménière gaat gepaard met aanvallen van draaiduizeligheid met gehoorvermindering en oorsuizen. Aanvankelijk betreft de gehoorvermindering vooral de hoge tonen en kan dan nog reversibel zijn. Dit is: a. Juist b. Onjuist b. Onjuist
Klassieke startstijfheid is kenmerkend voor: A. Arthrosis deformans B. Reumatoïde artritis C. Reactieve artritis A. Arthrosis deformans
Een patiënt voelt bij het testen van de corneareflex de aanraking van de cornea links niet. Welke zenuw is aangedaan? a. N. Facialis (n. VII) b. N. Opticus (n. II) c. N. Trigeminus (n. V) d. N. Oculomotorius (n. III) c. N. Trigeminus (n. V)
Bij het carpaletunnelsyndroom is er sprake van een compressie van de n. Medianus en het klinisch beeld bestaat uit een predikershand. a. Juist b. Onjuist a. Juist
Wat maakt een beroerte minder waarschijnlijk? a. Uitval gepaard met of vooraf zijn gegaan door trekkingen b. Een licht of zweverig gevoel in het hoofd c. Een ‘mars van symptomen verspreid over verschillende delen van het lichaam d. Alle antwoorden d. Alle antwoorden
Welke zenuw innerveert de spieren m. gluteus medius en m. gluteus minimus? a. N. gluteus inferior b. N. gluteus superior c. N. femoralis d. N. ischiadicus b. N. gluteus superior
pt op de CSO humerus# thv collum chirurgicum. voelt niks op de huid boven de deltoideus. a. N. cutaneus brachii lateralis inferior (n. radialis) b. N. cutaneus antebrachii lateralis (n. musculocutaneus) c. N. cutaneus brachii superior (n. axillaris) c. N. cutaneus brachii superior (n. axillaris)
Welk glaucoom komt het meest voor? a. primair open kamerhoek glaucoom b. secundair open kamerhoek glaucoom c. primair gesloten kamerhoek glaucoom d. secundair gesloten kamerhoek glaucoom a. primair open kamerhoek glaucoom
Wat zijn typische klinische verschijnselen van conjunctivitis? a. Rode ogen en sticky eyes. b. Irritatie van de cornea en jeuk. c. Blaren op de bovenste oogleden. d. Exceem rondom de ogen. a. Rode ogen en sticky eyes.
keratoconus? a. Een kegelvormige deformatie van de conus met vertroebeling en verdunning conus. b. Een kegelvorminge deformatie van de cornea met vertroebeling enverdunning van de cornea. c. Een infectie veroorzaakt door het herpes simplex virus. b. Een kegelvorminge deformatie van de cornea met vertroebeling enverdunning van de cornea.
Kruising: a. gnostische direct na binnenkomst in het ruggenmerg. vitaal medulla oblongata. b. Het gnostische systeem medulla oblongata. vitaal direct na binnenkomst in het ruggenmerg. c. Beide direct na binnenkomst. d. Beide medulla oblongata. b. Het gnostische systeem medulla oblongata. vitaal direct na binnenkomst in het ruggenmerg.
Wat is er aan de hand bij een hypermetropie? a. De beeldlijnen snijden elkaar pas achter de retina. Het brandpunt komt naar achteren b. De beeldlijnen snijden elkaar al tussen de lens en het retina. Het brandpunt komt naar voren a. De beeldlijnen snijden elkaar pas achter de retina. Het brandpunt komt naar achteren
Hoe kan een persoon met hypermetropie alsnog scherp gaan zien? a. Bril met concave (hol) brillenglazen b. Bril met convexe (bol) brillenglazen Tan et al; Leerboek oogheelkunde, 5.6 correctie van ametropieën. b. Bril met convexe (bol) brillenglazen
Waar vindt de productie van het kamervocht plaats? a. In de traanklier boven het oog b. In de irodocorneale hoek van de voorste oogkamer c. In de corpus ciliare van de achterste oogkamer c. In de corpus ciliare van de achterste oogkamer
Vitaal en gnostisch? a. Vitale sensibiliteit registreert en coördineert verticale bewegingen. Gnostische horizontale bewegingen van het lichaam. b. Vitale proprioceptie. Gnostische exteroceptie c. Vitale exteroceptie. Gnostische proprioceptie c. Vitale exteroceptie. Gnostische proprioceptie
Hieronder zie je de vier soorten neuromusculaire aandoeningen. Bij welke vorm vind je vaak ook sensibele symptomen? a. Motorneuronziekten b. Neuropathie c. Myasthenie d. Myopathie b. Neuropathie
centraal myelumsyndroom A.Hypotone krachtsverlies benen, hypertone parese van de benen. B. Hypertone parese van de armen, hypotone krachtsverlies van de benen. C. Hypertone parese van de armen en benen D. Hypotone krachtverlies van de armen en benen. B. Hypertone parese van de armen, hypotone krachtsverlies van de benen.
Een patiënt heeft horizontale diplopie als hij naar links kijkt. Nystagmus is afwezig. Welke zenuw is beschadigd? a. Links III of rechts VI b. Rechter III of links VI c. Left mediale longitudinale fasciculus d. Rechts mediale longitudinale fasciculus b. Rechter III of links VI
Waardoor treedt depolarisatie van een neuron op? a. Influx van natrium b. Efflux van kalium c. Influx van kalium d. Efflux van natrium a. Influx van natrium
Weber laberaliseert het geluid naar links, de proef van Rinne is rechts normaal en links afwijkend. Waar zit het probleem het meest waarschijnlijk? a. In de gehoorzenuw b. In de cochlea c. In de gehoorgang d. In de cortex cerebri c. In de gehoorgang
Leeftijdsgebonden maculadegeneratie is de meest voorkomende oorzaak van blindheid bij mensen ouder dan 65 jaar. a.Juist b.Onjuist a.Juist
Wat is geen kenmerk van het syndroom van Horner? a. miosis b.complete ptosis c. anhidrosis b.complete ptosis
Na welke leeftijd is correctie van amblyopie helemaal niet meer mogelijk? a. 7 jaar b. 10 jaar c. 12 jaar b. 10 jaar
Na een lumbair radiculair syndroom houdt de patiënt klachten van gevoelsverlies in de kuit en laterale zij van de voet. Van welke reflex verwacht je hier ook afwijkingen? a.Kniepeesreflex b. Achillespeesreflex c. Voetzoolreflex b. Achillespeesreflex
Hyperthyreoïdie kan een depressieve stemmingsstoornis veroorzaken. a. Juist b. Onjuist a. Juist
Welke van onderstaande interventies wordt aangeraden bij knieartrose? a. Voedingssupplementen b. Een brace en speciale schoenen c. Bij tijdelijke verergering van de pijn rust houden d. Dagelijks een halfuur wandelen d. Dagelijks een halfuur wandelen
hoofd voorover ->onprettige elektrische sensatie over de rug heen tot in de ledematen. a. Teken van Spurling passend bij cervicale radiculopathie b. Teken van Kemp passend lumbaal facetsyndroom c. Teken van Lhermitte passend bij multiple sclerose c. Teken van Lhermitte passend bij multiple sclerose
Trigeminus neuralgie komt voor bij de volgende aandoening: a. MS b. ziekte van Parkinson c. polyneuropathie a. MS
Hoelang moeten er bij een schizoaffectieve stoornis minimaal wanen of hallucinaties aanwezig zijn ? a. 1 maand b. 2 weken c. 3 maanden b. 2 weken
Autismespectrumstoornissen comorbiditeiten volwassen leeftijd. Welke van de volgende genoemde aandoeningen vallen hier NIET onder ? a. Obsessieve-compulsieve stoornis b. Bipolaire depressieve stoornis c. Slaap stoornissen d. Angststoornis c. Slaap stoornissen
spoedverwijzing reumatoloog? a. symm. polyartritis in gezwollen handen en voeten b. asym. oligoartritis aan de onderste extremiteiten, 3 weken na een gastro-intestinale infectie c. monoartritis en koorts d. asym. oligoartritis en huidafwijkingen c. monoartritis en koorts
Wat hoort niet bij de prodromale verschijnselen enkele uren tot een dag voorafgaande een migraineaanval? a. Depressieve gevoelens b. Tintelingen in een hand c. Trek in bepaalde voedingsmiddelen d. Geeuwen b. Tintelingen in een hand
De masseterreflex is altijd pathologisch. a. Juist b. Onjuist b. Onjuist
De behandeling van myasthenia gravis bij patiënten jonger dan 50 jaar bestaat uit a. cholinesteraseremmers b. thymectomie c. beide c. beide
Bij het ontstaan van een angststoornis speelt klassiek conditionering een belangrijke rol. a. Juist b. Onjuist b. Onjuist
Onder medicatie-afhankelijke hoofdpijn verstaan we hoofdpijn door een gebruik van: a. Paracetamol of NSAID’s ≥ 15 dagen per maand gedurende 3 maanden b. Triptanen ≥ 5 dagen per maand gedurende 3 maanden a. Paracetamol of NSAID’s ≥ 15 dagen per maand gedurende 3 maanden
Marijke heeft al langere tijd last van hoofdpijn, maar besluit toch te gaan sporten. Hierbij verergert de hoofdpijn waardoor ze moet stoppen met sporten. Deze hoofdpijn wordt gediagnosticeerd als: a. Spanningshoofdpijn b. Migraine c. Clusterhoofdpijn b. Migraine
De kernen van de oogbewegende zenuwen worden horizontaal aangestuurd door het blikcentrum in de pons, de paramediane pontiene reticulaire formatie. Dit blikcentrum wordt geregeld door de: a. Ipsilaterale zijde b. Contralaterale zijde b. Contralaterale zijde
Neuropathische pijn bestaat uit een onaangenaam branderig of schrijnend (‘elektrisch’) gevoel dat … en bij lichte aanraking kan verergeren a. Spontaan aanwezig is b. Constant aanwezig is a. Spontaan aanwezig is
Optische neuritis komt voor bij demyeliniserende aandoeningen. Bij optische neuritis zijn de perifere gezichtsvelden: a. Gestoord b. Intact b. Intact
In de postictale fase van een epileptisch consult (enkele minuten tot kwartier) is, naast dat de patiënt een verlaagd bewustzijn heeft, de tonus verlaagd: a. Juist b. Onjuist a. Juist
Nen meningitis kan, naast bacterieel, ook veroorzaakt worden door Borrelia Burgdorferi: a. Juist b. Onjuist a. Juist
Welk van onderstaande subtypen is geen subtype van schizofrenie: A. Katatone type B. Ongedifferentieerde type C. Hallucinatie type D. Paranoïde type C. Hallucinatie type
De ziekte van Ménière gaat gepaard met aanvallen van draaiduizeligheid met gehoorvermindering en oorsuizen. Aanvankelijk betreft de gehoorvermindering vooral de hoge tonen en kan dan nog reversibel zijn. Dit is: a. Juist b. Onjuist b. Onjuist
Klassieke startstijfheid is kenmerkend voor: A. Arthrosis deformans B. Reumatoïde artritis C. Reactieve artritis A. Arthrosis deformans
Een patiënt voelt bij het testen van de corneareflex de aanraking van de cornea links niet. Welke zenuw is aangedaan? a. N. Facialis (n. VII) b. N. Opticus (n. II) c. N. Trigeminus (n. V) d. N. Oculomotorius (n. III) c. N. Trigeminus (n. V)
Created by: lilianmennink