Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Voorzetsels 21

Werkwoorden/uitdrukkingen met vast voorzetsel

VraagAntwoord
Je moet je verzekeren … brand. (zich) verzekeren tegen
Ze verzette zich niet … haar arrestatie. (zich) verzetten tegen
In een brief verzocht ze haar advocaat … bijstand. verzoeken om
Na een lange ruzie hebben ze zich eindelijk … elkaar verzoend. (zich) verzoenen met
Zij is verzot … romantische films. verzot zijn op
Veel mensen zijn … een buurland gevlucht. vluchten naar
Hij probeerde te vluchten … de gevangenis. vluchten uit
De wandelaars vluchten … de regen. vluchten voor
Hij voegde zich … haar wil en annuleerde zijn afspraak. zich voegen naar
Voel je iets … haar? voelen voor
Hij is voldaan … het resultaat van die actie. voldaan zijn met/over
Deze fiets voldoet niet … de veiligheidsnormen. voldoen aan
Waar staat de paragraaf die hier… volgt ? volgen op (volgorde)
Hier… volgt dat a kleiner is dan b. volgen uit (conclusie)
Hij volhardde … zijn zwijgen. volharden in
Hij volstond … een waarschuwing. volstaan met
… de operatie ging een lange voorbereiding vooraf. voorafgaan aan
Gelukkig had ze hem voorbereid … / … het slechte nieuws (zich) voorbereiden op/voor
Ik ging de gasten voor … de eetkamer. voorgaan naar
Ik geef de voorkeur … een kleinere computer. voorkeur geven aan
Ik heb een voorkeur … de blauwe. voorkeur hebben voor
De renner had een kleine voorsprong … het peloton. voorsprong hebben op
Terug in België ging hij voort … het schrijven van kritieken. voortgaan met
Angst komt voort … onwetendheid. voortkomen uit
De samenwerking vloeit voort … een eerder gesloten akkoord. voortvloeien uit
Created by: dirk.bouckaert