Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

bostda_Dutch

bostda_Dutch phrases

TermDefinition
Those eggs are small. Die eieren zijn klein.
The man is in the house. De man is in het huis.
The milk is in the bottle. and the bottle of milk is in the kitchen. De melk is in de fles, en de fles melk is in de keuken.
This house has two windows and two doors. Dit huis heeft twee ramen en twee deuren.
The matches are in the box on the table. De lucifers zijn in de doos op de tafel.
Here is a box of matches. Hier is een doos lucifers.
This city is large, but that one is small. Deze stad is groot, maar die is klein.
Five glasses and five cups are clean. Vijf glazen en vijf kopjes zijn schoon.
That man has four children: three daughters and one son. Die man heeft vier kinderen: drie dochters en één zoon.
The library is in this street. De bibliotheek is in deze straat.
The coffee is in a cup, but the milk is in a glass. De koffie is in een kopje, maar de melk is in een glas.
A cup of coffee or a glass of milk? Een kopje koffie of een glas melk?
A man has two eyes and two ears. Een man heeft twee ogen en twee oren.
Coffee for mother and father, but milk tor the children. Koffie voor moeder en vader, maar melk voor de kinderen.
The buildings in this city are large. De gebouwen in deze stad zijn groot.
The cat is in the kitchen. De kat is in de keuken.
This knife is for the bread. Dit mes is voor het brood.
The woman has a piece of soap. De vrouw heeft een stuk zeep.
This city has a library and four churches. Deze stad heeft een bibliotheek en vier kerken.
This house is large, but the rooms are small. Dit huis is groot, maar de kamers zijn klein.
He stays two days. Hij blijft twee dagen.
The children are knocking on the door. De kinderen kloppen op de deur.
He is a student in Amsterdam. Hij is student in Amsterdam.
We do not read the books at home, but in the library. Wij lezen de boeken niet thuis, maar in de bibliotheek.
They are building a house in the city. Zij bouwen een huis in de stad.
Do you read the newspaper (are you reading the newspaper)? Lees je de krant?
I am renting a room in Molenstraat. Ik huur een kamer in de Molenstraat.
It is not large. Hij is niet groot.
We do not live in the city. Wij wonen niet in de stad.
Do you hear the radio? Hoor je de radio?
Yes, I hear something. Ja, ik hoor iets.
No, I don't hear anything. Nee, ik hoor niets.
He drinks a glass of water. Hij drinkt een glas water.
We are always at home. Wij zijn altijd thuis.
The mirror falls on the floor. De spiegel valt op de grond.
I drink coffee and tea without milk (cream), but with sugar. Ik drink koffie en thee zonder melk, maar met suiker.
He is writing a letter to a friend. Hij schrijft een brief aan een vriend.
She walks to the city. Zij loopt naar de stad.
Do you smoke cigarettes or a pipe? Rook je sigaretten of een pijp?
Thank you for the coffee. Dank je voor de koffie.
Thank you for everything. Dank u voor alles.
Thank you very much! Dank u wel, meneer!
Thanks you for all those books! Dank u wel voor al die boeken, mevrouw!'
You're welcome. Niets te danken, meneer
The breadman (baker) has bread, rails and cookies today. De bakker heeft vandaag brood, broodjes en koekjes. Twee broodjes alstublieft.
Two rolls, please I knock on the door, but he is not at home. Ik klop op de deur, maar hij is niet thuis.
She is buying tea and coffee in the city. Zij koopt thee en koffie in de stad.
The water in the cartals is green. Het water in de grachten is groen.
Are the children all at home? Zijn de kinderen allemaal thuis?
I walk from the house to the library. Ik loop van het huis naar de bibliotheek.
We buy bread, but hardly ever rolls or cookies. Wij kopen brood, maar bijna nooit broodjes of koekjes.
We are renting two rooms, but they are not large. Wij huren twee kamers, maar zij zijn niet groot.
Those cups are not large enough. Die kopjes zijn niet groot genoeg.
He throws the book on the chair. Hij gooit het boek op de stoel.
She is buying blankets for the beds. Zij koopt dekens voor de bedden.
The garden is behind the house. De tuin is achter het huis.
Now we are going down town (to town). Wij gaan nu naar de stad.
What do you need? Wat heb je nodig?
I need a coat. Ik heb een jas nodig.
Do you have enough money? Heb je geld genoeg?
No, I have no money. Nee, ik heb geen geld.
I need a few guilders. Ik heb een paar gulden nodig.
We live next to the church. Wij wonen naast de kerk.
Speak slowly, please. Praat langzaam, alstublieft.
I do not understand you. Ik versta u niet.
Are you almost ready? Bent u bijna klaar?
Yes, now I am ready. Ja, ik ben nu klaar.
Here is the tram stop. Hier is de tramhalte.
We are waiting here for the streetcar (tram). Wij wachten hier op de tram.
I see the streetcar already. Ik zie de tram al.
It is on time today. (the streetcar) Hij is vandaag op tijd.
On the corner is the store, behind the church. Op de hoek is de winkel, achter de kerk.
The building next to the church is the library. Het gebouw naast de kerk is de bibliotheek.
Look in that show window there! Kijk daar in die etalage!
That coat is nice. and not expensive. Die jas is mooi, en niet duur.
We look at all kinds of coats, but they are all too expensive. Wij kijken naar allerlei jassen, maar zij zijn allemaal te duur.
How about a cup of tea? Heb je zin in een kopje thee?
Yes, I’m thirsty. Ja, ik heb dorst.
He doesn't eat any apples. Hij eet geen appels.
He never eats apples. Hij eet nooit appels.
That bicycle there in the show window is not cheap, it is expensive. Die fiets daar in de etalage is niet goedkoop, hij is duur.
The cupboard is behind that table there. De kast staat achter die tafel daar.
He talks a lot. Hij praat veel.
He talks too much. Hij praat te veel.
I don’t think it’s cheap. Ik vind het niet goedkoop.
I am waiting for a friend, but he is not on time. Ik wacht op een vriend, maar hij is niet op tijd.
Beside the closet, above the table, is a bookshelf. Naast de kast, boven de tafel, is een boekenplank.
Are you eating a sandwich? Eet je een boterham?
Yes, I'rn hungry. Ja, ik heb honger.
I don't have any time. Ik heb geen tijd.
I’m going down town. Ik ga naar de stad.
Do you understand it? Verstaat u het?
No, he doesn't understand it. Nee, hij verstaat het niet.
I meet Jan in the store. Ik ontmoet Jan in de winkel.
He needs a coat, but he doesn't have enough money. Hij heeft een jas nodig, maar hij heeft niet genoeg geld.
These books are all too expensive. Deze boeken zijn allemaal te duur.
Behind the door is a cupboard, and in this cupboard are the plates, cups and saucers, Achter de deur is een kast, en in deze kast zijn de borden, kopjes en schoteltjes,
glasses, knives, forks and spoons. glazen, messen, vorken en lepels.
The room has two windows and one door. I De kamer heeft twee ramen en één deur.
Do you think it's expensive? Vindt u het duur?
Good afternoon, Mr. Roes! Good evening, Mrs. Theunisse. Goede middag, meneer Roes! Goedenavond, mevrouw Theunisse.
Nice weather today. Het is mooi weer vandaag.
Yes, it is a nice day. Ja, het is een mooie dag.
The cold weather doesn't come until later. Het koude weer komt pas later.
The little flowers are much prettier than the big ones. De kleine bloemen zijn veel mooier dan de grote.
The real little flowers are not so pretty. De hele kleine bloemen zijn niet zo mooi.
Red flowers are always prettier than white flowers. Rode bloemen zijn altijd mooier dan witte bloemen.
I like to cycle in the sumrner but I like it even more in the fall (autumn). Ik fiets graag 's zomers, maar nog liever in de herfst.
He likes best to read a novel. Hij leest het liefst een roman.
This bread is expensive. but rolls are even more expensive. Dit brood is duur, maar broodjes zijn nog duurder.
The more expensive bread is not always the best. Het duurdere brood is niet altijd het beste.
Those other flowers are the prettiest. Die andere bloemen zijn de mooiste.
Isn't the soup getting too thick? Wordt de soep niet te dik?
No, the thicker the better. Nee, hoe dikker hoe beter.
That is nothing new. Dat is niets nieuws.
He is an important man. Hij is een belangrijk man.
Yes, he is a very well–known musician. Ja, hij is een heel bekend musicus.
In front of the house we see a few tall trees. Voor het huis zien wij enkele hoge bomen.
Those trees have green leaves in the summer and no leaves in the winter. Die bomen hebben 's zomers groene bladeren en 's winters geen bladeren.
In the fall they have yellow and red leaves. In de herfst hebben ze gele en rode bladeren.
His name is Theunisse or something like that. Hij heet Theunisse, of iets dergelijks.
Rich people wear expensive clothes. Rijke mensen dragen dure kleren.
Piet is a tall fellow, just as tall as I am. Piet is een lange jongen, net zo lang als ik.
Another glass of milk? Yes, please. Nog een glas melk? Ja, alstublieft.
The largest rivers in the Netherlands are the Rhine, the Meuse, the Waal and the ljssel. De grootste rivieren van Nederland zijn de Rijn, de Maas, de Waal en de ljssel.
The whole book is very difficult. Het hele boek is erg moeilijk.
No, it is an easy book. Nee, het is een makkelijk boek.
Go ahead and eat one of those delicious oranges. Eet toch een van die lekkere sinaasappels.
On the left side of the street you see the post office. Aan de linker kant van de straat ziet u het postkantoor.
In the late fall we get a lot of rain. In de late herfst krijgen wij veel regen.
Those large trees in front of the house are very pretty. Die grote bomen voor het huis zijn erg mooi.
This stale bread doesn't taste good. Dit droge brood is niet lekker.
I don't have many books, but he has still fewer books. Ik heb weinig boeken, maar hij heeft nog minder boeken.
I am looking forward to that trip to the Netherlands. Ik verheug me op die reis naar Nederland.
That is very nice of you. Dat is heel vriendelijk vanje.
Piet Zeilstra lives in Utrecht now. Piet Zeilstra woont nu in Utrecht.
Do you know him? Ken je hem?
Naturally. We both work at the same office. Natuurlijk, wij werken allebei (beiden) op hetzelfde kantoor.
And Mrs. Zeilstra. do you know her, too? En mevrouw Zeilstra, ken je die ook?
No, I don't know her. Nee, die ken ik niet.
That's too bad. (that’s a shame.) Dat is jammer.
I still remember that trip. Ik herinner me die reis nog.
She livves in Zwolle–no, I'm wrong – she lives in Deventer. Zij woont in Zwolle – nee, ik vergis me – zij woont in Deventer.
The house is big enough for all of us. Het huis is groot genoeg voor ons allemaal (allen).
They certainly have room for you and the whole family. Zij hebben zeker plaats voor jou en mij en het hele gezin.
They live with Mr. and Mrs. Mulders. Zij wonen bij meneer en mevrouw Mulders.
They always talk about him a lot. Zij praten altijd veel over hem.
Take that letter to the mailbox for me, will you? Breng die brief even voor me naar de brievenbus, wil je?
Put it in the box for me (mail it). Doe hem voor me op de post.
Do you have the suitcase all ready for me? Heb je de koffer al klaar voor mij?
No, at the moment I do not have it ready yet. Nee, op het ogenblik heb ik hem nog niet klaar.
I’m sorry, but it is not ready yet. My apologies. Het spijt me, maar hij (die) is nog niet klaar.
There, now everything is taken care of! Neem me niet kwalijk.
Even he knows that. Zo, nu is alles voor elkaar! Zelfs hij weet dat.
She is much smarter than he is. Zij is veel knapper dan hij.
The glass is broken. Het glas is kapot.
She doesn't say anything to him. Zij zegt niets tegen hem.
At the moment the children are at school. Op het ogenblik zijn de kinderen op school.
That I don't know yet. Dat weet ik nog niet.
They often pay us a visit. Zij komen vaak bij ons op bezoek.
Many people are reading this bock, but I don't think it's interesting. Veel mensen lezen dit boek, maar ik vind het niet interessant.
Is the post office on this street? . Is het postkantoor in deze straat?
I don't see it. (the post office) Ik zie het niet.
I meet her every day in the store. Ik ontmoet haar iedere dag in de winkel.
I'rm sorry, but the typewriter is not working. Het spijt me, maar de typemachine is stuk.
Mr. De Roode repairs typewriters. Meneer De Roode repareert typemachines.
I know him well. Ik ken hem goed.
Does Gerrit always work with you? Werkt Gerrit altijd met jou?
No, we won't work together. Nee,wij werken niet samen.
I don't see her often. Ik zie haar niet vaak.
She works during the day. Zij werkt overdag.
The keys are on the table. De sleutels liggen op de tafel.
Give them to her tomorrow. Geef ze haar toch morgen!
Are you looking forward to the trip? Verheug je je op de reis?
No, I'm against that trip. Nee, ik ben tegen die reis.
Today we're going by train to Arnhem. Wij gaan vandaag met de trein naar Arnhem.
Our railroads are very good. Onze spoorwegen zijn erg goed.
Our trains almost always run on time. Onze treinen lopen vrijwel altijd op tijd.
In our little country the trains go pretty fast. In ons kleine land rijden de treinen erg hard.
‘Are yours in the U.S. good too?,’ he asks. 'Zijn die van jullie in Amerika ook goed?' vraagt hij.
'Our country is big, and the trains are perhaps less qood.' she replies. 'Ons land is groot, en de treinen zijn misschien minder goed,' antwoordt zij.
This compartment is already occupied. Deze plaats is al bezet.
I see somebody's suitcase. Ik zie iemand z'n koffer.
That is another passenger. Dat is een andere passagier.
The train is full. De trein is vol.
You're right, the train is leaving exactly on time. U hebt gelijk, de trein gaat precies op tijd.
Now we're going by bus to my family. Nu gaan wij met de bus naar mijn familie.
Which way now? Welke kant nu?
The bus stop is right in front of the station. De bushalte is vlak vóór het station.
Our whole family is home this evening. Ons hele gezin is vanavond thuis.
How nice. Wat leuk.
Are they expecting me? Verwachten ze mij?
Every week she drives to her family in Friesland and back. Zij rijdt iedere week naar haar familie in Friesland en terug.
Every day he drives to (his) work. Hij rijdt iedere dag naar zijn werk.
My brother's car is not black but red. Mijn broer z'n auto is niet zwart maar rood.
That is his only car. Dat is zijn enige auto.
My wife always takes the big highway to The Hague. Mijn vrouw volgt altijd de grote weg naar Den Haag.
Which car is his? Welke auto is de zijne?
That one there behind the factory. (the car). Die daar achter de fabriek.
My warm coat is still hanging in the closet. Mijn warme jas hangt nog in de kast.
In the spring I don't need it. In het voorjaar heb ik hem niet nodig.
He always walks around with a pipe in his mouth and the newspaper under his arm. Hij loopt altijd met een pijp in zijn mond, en onder zijn arm de krant.
Their new house is for sale. Hun nieuwe huis is te koop.
For much too low a price! Tegen een veel te lage prijs!
What kind of house is it? Wat is het voor een huis?
I mean, is it bigger than ours? Ik bedoel, is het groter dan het onze?
Who are they selling their house to? Aan wie verkopen ze hun huis?
Why don't they take their own car? Waarom nemen ze hun eigen auto niet?
Their car is for sale again. Hun auto is weer te koop.
He comes (he is coming) by bicycle. Hij komt op de fiets.
At any rate he is coming. In ieder geval komt hij.
Is she coming by train? Komt zij met de trein?
No, she's coming in her car. Nee, zij komt met haar auto.
Doesn't he have his own typewriter? Heeft hij niet zijn eigen typemachine?
Yes, but his doesn't use it. Ja, maar hij gebruikt hem niet.
He and his friend drive from Leeuwarden to Staveren every day. Hij en zijn vriend rijden iedere dag van Leeuwarden naar Staveren.
Which way? Just go this way. Welke kant uit? Ga gewoon deze kant uit.
Whose house is this? I don't know. Van wie is dit huis? Ik weet het niet.
Ours is around the corner. Het onze (dat van ons) is om de hoek.
She is always right. Zij heeft altijd gelijk.
No, you are wrong. Nee, u vergist zich.
Yes, you are right. Ja, u hebt gelijk.
Jan, where is your coat? Jan, waar is je jas?
Mr. Teeuw, is this your coat? Meneer Teeuw, is dit uw jas?
Which coat is yours? Welke jas is van jou (de jouwe)?
This one is mine. (coat). Deze is van mij (de mijne).
How long are you staying in the Netherlands? A year? Hoe lang blijf je in Nederland? Een jaar?
No, not a whole year; not more than nine or ten months. Nee, niet een heel jaar, niet meer dan een maand of tien.
Is this the first time you've been in the Netherlands? Ben je voor de eerste keer in Nederland?
No. this is (already) the second time. Nee, dit is al de tweede keer.
What's today's date? De hoeveelste hebben we vandaag?
August seventeenth, 1987. Zeventien augustus, negentien honderd zevenentachtig.
We figure the distances in kilometers. Wij berekenen de afstanden in kilometers.
Leiden is for example fifty–three kilometers from Utrecht, and twenty–seven kilometers from Gouda. Leiden is b.v. drieënvijftig kilometer van Utrecht, en zevenentwintig Itilometer van Gouda.
The two of us are going. Wij gaan met z'n tweeën.
Are there four of you? Zijn jullie met z'n vieren?
She has about ten rolls (ten rolls or so, nine or ten rails). Zij heeft een stuk of tien broodjes.
I’ll drop by your place this week (yet). Ik kom van de week nog bij jullie langs.
He is coming in two weeks. Hij komt over veertien dagen.
I’ll come a week from Monday (Monday week). Ik kom maandag over een week.
We figure (calculate) the weights in kilograms. Wij berekenen de gewichten in kilo's.
A kilogram is a thousand grams. Een kilo is duizend gram.
But we also figure the weights in pounds. Maar wij berekenen de gewichten ook in ponden.
A Dutch pound is not the same as an American or English pound. Een Nederlands pond is niet hetzelfde als een Amerikaans of Engels pond.
An English or American pound is sixteen ounces, but a Dutch pound is five ounces. Een Engels of Amerikaans pond is zestien ons, maar een Hollands pond is vijf ons.
An English or American pound has 450 grams, and a Dutch pound has 500 grams. Een Engels of Amerikaans pond is vierhonderd vijftig gram, en een Hollands pond is vijfhonderd gram.
Two pounds are a kilogram, so a pound is 500 grams and an ounce is a hundred grams. Twee pond is een kilo, dus een pond is vijfhonderd gram, en een ons is honderd gram.
How far is it (still) to Amsterdam? Hoe ver is het nog tot Amsterdam?
Eight or ten kilometers. Een kilometer of tien.
She buys a kilogram and a half of potatoes. Zij koopt anderhalf kilo aardappelen.
No, she's only buying half a kilogram. Nee, ze koopt alleen maar een half kilo.
We buy meat by the 'ounce'. Wij kopen vlees per ons.
You go in a store and say 'Four ounces of ground meat, please'. U gaat in een winkel en zegt: 'Vier ons gehakt alstublieft'.
The butcher says 'Yes rna'arn', two ten per ounce, that is eight guilders end forty cents'. De slager zegt: 'Ja mevrouw, twee tien per ons, dat is acht gulden en veertig cent'.
You give him ten guilders, and he gives you the meat and a guilder and sixty cents. U geeft hem tien gulden, en hij geeft u het vlees en één gulden en zestig cent.
It is Saturday. Het is zaterdag.
We're going to the market today. Wij gaan vandaag naar de markt.
The stands are in long rows behind the city hall. De kramen staan in lange rijen achter het stadhuis.
Here they're selling vegetables and fruit (fruit and vegetables). Hier verkopen ze groente en fruit.
We'll get three kilograms of potatoes and a kilogram of apples. We nemen twee kilo aardappels en een kilo appels.
Do you have a couple of tens on you? Heb je een paar tientjes bij je?
I'm sorry, I only have a twenty–five. Het spijt me, ik heb alleen maar een briefje van vijfentwintig.
We need some oranges too. We hebben ook wat sinaasappels nodig.
How much do they cost today? Hoeveel kosten ze vandaag?
Now we go that way. Nu gaan we die kant op.
They have cheese there. Daar hebben ze kaas.
A pound will certainly be enough. Een pond is zeker genoeg.
On the other side of the canal, under the tower, they have really beautiful flowers. Aan de overkant van de gracht, onder de toren, hebben ze hele mooie bloemen.
A bouquet of tulips is not so expensive. Een bos tulpen is niet zo duur.
Do you have change for a fifty? Hebt u terug van een briefje van vijftig?
It is spring, and all the flowers are rather cheap today. Het is voorjaar, en alle bloemen zijn vandaag vrij goedkoop.
The yellow and white roses are also very nice today. De gele en witte rozen zijn ook heel mooi vandaag.
Now I only have some change left. Ik heb nu alleen maar wat kleingeld over.
We'll look for a bit and then go home. We kijken nog even en dan gaan we naar huis.
I studied at the university of Amsterdam. Ik heb aan de universiteit van Amsterdam gestudeerd.
I took courses there. Ik heb daar colleges gevolgd.
We cycled al\ the way from Haarlem to Endhuizen yesterday. Wij fietsten gisteren helemaal van Haarlem naar Enkhuizen.
Have you ordered the cheese and margarine at the grocer's? Heb je de kaas en margarine bij de kruidenier besteld?
Yes, but I have not paid yet. Ja, maar ik heb nog niet betaald.
I repeated it, but he did not answer. Ik herhaalde het, maar hij antwoordde niet.
I have not smoked at all this morning. Ik heb vanmorgen helemaal niet gerookt.
Yesterday she promised me a long letter. Gisteren beloofde ze me een lange brief.
He sent me a postcard and explained everything. Hij stuurde me een briefkaart en verklaarde alles.
I met her daughter during a party in Middelburg. Ik ontmoette haar dochter tijdens een feest in Middelburg.
Which company has built that new factory just outside the city? Welke firma heeft die nieuwe fabriek even buiten de stad gebouwd?
We thanked them for a sociable evening. Wij bedankten ze voor een gezellige avond.
Many thanks tor the pleasant evening! Hartelijk bedankt voor de gezellige avond!
He washed the cups and saucers and put them on the table. Hij waste de kopjes en schoteltjes en zette ze op de tafel.
The children were playing downstairs. De kinderen speelden beneden.
Yesterday evening I listened to the radio at home. Gisteravond luisterde ik thuis naar de radio.
Yesterday afternoon I caught a cold. Gistermiddag heb ik kou gevat.
The fire burned nicely. Het vuur brandde goed.
My parents lived a long time. Mijn ouders hebben lang geleefd.
They always lived in Maastricht. Zij hebben altijd in Maastricht gewoond.
We followed (took) the main highway from Utrecht to Arnhem. Wij volgden de grote weg van Utrecht naar Arnhem.
In Holland I did a lot of cycling. In Holland heb ik veel gefietst.
I do not know how much money I have. Ik weet niet hoeveel geld ik heb.
I have not counted it yet. Ik heb het nog niet geteld.
He has just paid the bill. Hij heeft de rekening pas betaald.
She ordered a new coat, but she hasn't paid tor it yet. Zij heeft eén nieuwe mantel besteld, maar zij heeft hem nog niet betaald.
The children were playing outside. De kinderen speelden buiten.
Weren't they playing upstairs? Speelden ze niet boven?
Many people passed, but nobody heard me. Veel mensen passeerden, maar niemand hoorde mij.
She developed the photos herselt. Zij heeft de fotos zelf ontwikkeld.
She put her brother's newspapers on the table. Zij legde de kranten van haar broer op de tafel.
I met Mrs. Schuringa at the grocery store. Ik ontmoette mevrouw Schuringa bij de kruidenier.
I threw the old letters and papers in the fire. Ik gooide de oude brieven en kranten in het vuur.
I have never cycled so much as here in The Netherlands. Ik heb nog nooit zoveel gefietst als hier in Nederland.
Yesterday the two of us were sitting in the living room. Gisteren zaten we met z'n tweeën in de kamer.
We stayed home, because the weather was cold. Wij bleven thuis, want het was koud weer.
Yesterday's snow still lay on the ground. De sneeuw van gisteren lag nog op de grond.
I read a book and now and then looked at the people in the street. Ik las een boek en af en toe keek ik naar de mensen op straat.
Everyone wore his warmest clothes and walked past quickly. Iedereen droeg zijn warmste kleren en liep vlug voorbij.
The sky was cloudy and the sun hardly shone at all. De hemel was bewolkt en de zon scheen bijna niet.
We saw hardly any children outside. Buiten zagen wij bijna geen kinderen.
It has already gotten quite a bit colder. Het is al een stuk kouder geworden.
Yes, it froze hard during the night. Ja, het heeft vannacht flink gevroren.
Some boys walked past with skates. Enkele jongens liepen voorbij met schaatsen.
Each of them held skates in his hand. Elk van hen hield schaatsen in de hand.
They disappeared around the corner. Zij verdwenen om de hoek.
Have you ever skated? Heb jij ooit geschaatst?
Yes, but I have forgotten my skates. Ja, maar ik heb mijn schaatsen vergeten.
I have left them at home. Ik heb ze thuis gelaten.
We drank our cup of coffee and walked to the frozen canal. Wij dronken ons kopje koffie en liepen naar het bevroren kanaal.
Many boys and girls were already on the ice, others put their skates on. Veel jongens en meisjes waren (were) al op het ijs, andere bonden hun schaatsen aan.
More and more children and also older people came to the canal. Steeds meer kinderen en ook oudere mensen kwamen naar het kanaal toe.
Most of the people came from the city. De meeste mensen kwamen uit de stad.
We forgot the cold and looked at the skaters with interest. Wij vergaten de kou en keken met belangstelling naar de schaatsenrijders.
They have found an excellent spot. Zij hebben een uitstekende plek gevonden.
We stayed a half hour and then walked back. Wij bleven een half uur en liepen toen terug.
The water is already frozen, because it is winter and it has gotten much colder. Het water is al bevroren, want het is winter en het is een stuk kouder geworden.
He went outside and disappeared around the corner. Hij liep naar buiten en verdween om de hoek.
She has never helped me enough. Zij heeft mij nooit genoeg geholpen.
I read a book now and then, but that book I have never read. Ik lees af en toe een boek, maar dat boek heb ik niet gelezen.
They haven't eaten anything (they didn't eat anything). Zij hebben helemaal niets gegeten.
After a couple of hours they came back. Na een paar uur kwamen ze terug.
They hung their coats in front of the fire. Zij hingen hun jassen voor de verwarming.
I was born in 1957. Ik ben in negentienhonderd zevenenvijftig geboren.
Have you ever been to Breda? Bent u wel eens in Breda geweest?
He asked for the address, but I did not know it. Hij vroeg om het adres, maar ik wist het niet.
The children found the money in the street. De kinderen vonden het geld op straat.
'What have you done with that money?' I asked. Wat hebben jullie met dat geld gedaan?' vroeg ik.
'We bought some candy'. they said. 'Wij hebben wat snoepjes gekocht,' zeiden ze.
I said 'I looked everywhere, but I have not found my scarf yet'. Ik zei: 'Ik heb overal gezocht, maar ik heb mijn sjaal nog niet gevonden'.
He laughed and said, 'Hasn't it always hung on the hook in the closet?' Hij lachte en zei: 'Heeft hij niet altijd op de haak in de kast gehangen?'
Yesterday I drank a whole bottle of milk. Gisteren heb ik een hele fles melk gedronken.
'I didn't do it'. he said. 'because I have had no time'. 'Ik heb het niet gedaan', zei hij, 'want ik heb geen tijd gehad'.
There were a lot of people in the street. Er waren veel mensen op straat.
They came from the offices and stores and went home. Zij kwamen uit de kantoren en winkels en gingen naar huis.
They stood at the stop and waited for the streetcar (tram). Zij stonden bij de halte en wachtten op de tram.
They have been standing in the cold now for a half hour. Zij staan nu al een half uur in de kou.
Have you always been bothered by the cold? Heb je altijd last gehad van de kou?
The bus is late today, because it snowed. De bus is vandaag laat, want het heeft gesneeuwd.
She thought of him often, and wrote him many letters. Zij dacht vaak aan hem en schreef hem veel brieven.
He has had the chance, but he has never done it. Hij heeft de kans gehad, maar hij heeft het nooit gedaan.
We went to a reasonably–priced restaurant and had a tasty meal. Wij gingen naar een niet al te duur restaurant en aten een lekkere maaltijd.
The meal consisted of meat, potatoes and vegetables. De maaltijd bestond uit vlees, aardappelen en groente.
It was a perfectly ordinary Dutch meal. Het was een doodgewone Nederlandse maaltijd.
Last week I finally sold my old motor bike. Verleden week heb ik eindelijk mijn oude bromfiets verkocht.
A month ago I bought around ten handkerchiefs. Een maand geleden heb ik een stuk of tien zakdoeken gekocht.
Have you seen them? (the handkerchiefs) Heb jij ze gezien?
I watched TV all evening. Ik keek de hele avond t.v.
He went with a friend of his: what was his name again? Hij is met een vriend van hem gegaan; hoe heette die ook al weer?
Our city hall looks like a church. Ons stadhuis lijkt op een kerk.
How is it possible! Hoe is het mogelijk!
I brought her some fruit. Ik heb haar wat fruit gebracht.
How long have you been looking for your handkerchiefs? Hoe lang zoek je al naar je zakdoeken?
I’ve been looking for an hour. Ik zoek al een uur.
They are probably in the closet, because I washed them yesterday. Zij zijn waarschijnlijk in de kast, want ik heb ze gisteren gewassen.
She bought some new ties and socks for me. Zij kocht een paar nieuwe dassen en sokken voor me.
He laughed at my new tie, but not at the new shirt. Hij lachte om mijn nieuwe das, maar niet om het nieuwe overhemd.
We sold our car, because gas (petrol) was too expensive. Wij hebben onze auto verkocht, want de benzine was te duur.
We went downtown and saw an excellent film. Wij gingen naar de stad en zagen een uitstekende film.
My father died suddenly. Zijn vader is plotseling gestorven.
It was in yesterday's paper. Het stond in de krant van gisteren.
Can you lend me a few guilders? Kunt u mij een paar guldens lenen?
Do you want some milk? Wil je wat melk?
You have to look in the refrigerator. Je moet in de koelkast kijken.
Hello (good morning, etc.)! Dag meneer!
I would like to have some herring. Ik wou graag wat haring hebben.
How much did you have to pay for this camera? Hoeveel hebt u voor dit fototoestel moeten betalen?
Above all you must not drop those cups. Je moet die kopjes vooral niet laten vallen.
I had my hair cut (got a haircut) yesterday. Ik heb gisteren mijn haar laten knippen.
You don't need to go all the way to the center of town to buy the tickets for the concert. U hoeft niet helemaal naar het centrum om kaarten voor het concert te kopen.
That doesn’t matter at all to me. Dat kan mij helemaal niet schelen.
He asked for help, but no body wanted to help him. Hij heeft om hulp gevraagd, maar niemand heeft hem willen helpen.
She talked without listening to me. Zij praatte zonder naar mij te luisteren.
That was not nice of her. Dat was niet aardig van haar.
That was particularly unkind. Dat was bijzonder onaardig.
No one wanted to do that for him. Niemand heeft dat voor hem willen doen.
I really wanted to go to Belgium last week. Ik had vorige week eigenlijk naar België willen gaan.
I have always wanted to visit Ghent and Bruges. Ik heb altijd Gent en Brugge willen bezoeken.
He has often had to go to Flanders. Hij heeft vaak naar Vlaanderen gemoeten.
I would like a little more tea. Ik wou graag nog een beetje thee.
May I smoke here? Mag ik hier roken?
No sir, that is not permitted here. Nee meneer, hier mag dat niet.
Can you repair these shoes today? Kunt u deze schoenen vandaag nog repareren?
Yes sir, we can. Ja meneer, dat kan.
Do the children have to go to the concert too? Moeten de kinderen ook naar het concert?
No, that isn't necessary. Nee, dat hoeft niet.
She wanted to come to show you her new scarf. Zij wilde kernen om je haar nieuwe sjaal te laten zien.
He talked a lot, but I wasn't able to understand him. Hij praatte veel, maar ik kon hem niet verstaan.
In fact I have never been able to understand him. Ik heb hem trouwens nooit kunnen verstaan.
You must look carefully; otherwise you can't see it. U moet goed kijken, anders kunt u het niet zien.
Can you see him coming now? Kunt u hem nu zien komen?
I'm sorry, but I didn't hear him speak. Het spijt mij, maar ik heb hem niet horen spreken.
Can I go by way of (via) Breda? Kan ik over Breda rijden?
Yes, but it would be better to go by way of Tilburg. Ja, maar u kunt beter over Tilburg rijden.
Tomorrow we will see how much time we have. Morgen zullen we zien hoeveel tijd we hebben.
I am about to leave (on the point of leaving). Ik sta op 't punt om weg te gaan.
I would like to have another cup of coffee. Ik zou graag nog een kopje koffie willen hebben.
Could you wait just a bit? Zou je nog even kunnen wachten?
At the moment I am writing. Op 't ogenblik ben ik aan 't schrijven.
Might I use the typewriter for a bit this afternoon? Zou ik vanmiddag de typemachine even mogen gebruiken?
Certainly, I probably won't need it anyway. Jazeker, ik zal hem waarschijnlijk toch niet nodig hebben.
Then I would like to use it. Dan zou ik hem graag willen gebruiken.
I intend to write a few letters. Ik ben van plan om een paar brieven te schrijven.
I didn't know what 'limonade' meant because I had never bought that here. Ik wist niet wat 'limonade' betekende, want die had ik hier nooit gekocht.
That is the name of various drinks made of fruit juice (fruit juice drinks): it doesn’t have to be made of lemon. Dat is de naam voor verschillende dranken van vruchtesap, het hoeft niet van citroen te zijn.
We will need some more money. Wij zullen nog wat geld nodig hebben.
Yes. probably so. Ja, dat zal wel.
What does that blue sign with the white bicycle mean? Wat betekent dat blauwe bord met de witte fiets?
That is a bicycle path. Dat is een fietspad.
You may not walk there. U mag daar niet lopen.
In other words, walking is prohibited there. Met andere woorden: lopen is daar verboden.
I have (already) been in the Netherlands for six weeks now. Ik ben nu al zes weken in Nederland.
But by chance I haven’t seen a sign like that yet. Maar toevallig had ik zo'n bord nog nooit gezien.
You are not used to our traffic signs yet. U bent nog niet aan onze verkeersborden gewend.
By tomorrow you will have heard that. Morgen zul je dat al gehoord hebben.
Next Tuesday I will have to go to Nijmegen. Aanstaande dinsdag zal ik naar Nijmegen moeten gaan.
We will have to try that next week. Dat zullen we volgende week moeten proberen.
The next streetcar (tram) does not come until about twenty minutes later. De volgende tram komt pas over een minuut of twintig.
I don't know my way around this neighborhood. Ik ben niet bekend in deze buurt.
Can you by any chance show me the way to Van der Maas' bicycle shop? Kunt u mij soms de weg wijzen naar de handelaar Van der Maas?
Let's see. Oh yes. Even kijken. 0 ja.
You follow this street a ways and then you come to a canal U volgt deze straat een eindje en dan komt u aan een gracht.
You go over the bridge, then left, and then it’s right straight ahead. U gaat de brug over, dan linksaf, en dan is het almaar rechtdoor.
You can’t miss it. U kunt het niet missen.
Van der Maas is right opposite the big church. Van der Maas is vlak tegenover de grote kerk.
Watch out! You must not get lost in our house. Pas op! U moet in ons huis niet verdwalen.
Since May we have been living on the third floor. Wij wonen sinds mei op de tweede verdieping.
What do you mean, 'tweede verdieping'? Wat bedoelt u, 'tweede verdieping'?
That means about the same as 'two flights up' Dat betekent ongeveer hetzelfde als 'twee trappen hoog'.
The first 'verdieping' is thus one flight up. De eerste verdieping is dus één trap hoog.
But in the U.S. the first floor is usually also the lowest. Maar in Amerika is de eerste verdieping gewoonlijk ook de laagste.
That we call the’begane grond' (ground floor) here. Die noemen wij hier begane grond.
For example, the second 'verdieping' is the third story for you. Bij voorbeeld, de tweede verdieping is voor u de derde 'story'.
The day after tomorrow I'm going on the train to Den Bosch. Overmorgen ga ik met de trein naar Den Bosch.
The traffic in Amsterdam is probably pretty busy. Het verkeer in Amsterdam zal wel erg druk zijn.
Next week I'm going to buy a map. Volgende week ga ik een kaart kopen.
Next Wednesday I'm going to buy a cart. Aanstaande woensdag ga ik een exemplaar van dat boek kopen.
Now listen. Luister eens.
You've got to be sure and understand this well. Je moet dit vooral goed begrijpen.
Would you mind closing that window? Wil je dat raam even dichtdoen?
Why not just give me an example of what you mean? Geef eens even een voorbeeld van wat je bedoelt.
You are looking for a second–hand car, aren't you? Je zoekt toch een tweedehands auto?
Why not read the advertisements? Lees maar de advertenties.
Oh, I look in the ads now and then. 0, ik kijk wel eens in de advertenties.
Have a look here in the paper. Kijk eens hier in de krant.
Just what you're looking for, isn't it? Precies wat je zoekt toch?
Will you just sign this please, sir? Wilt u dit even tekenen, meneer?
Just close the door, will you? (Do you mind closing the door?) Doe de deur eens even dicht, wil je?
That was a very confusing situation. Dat was een zeer verwarrende situatie.
He didn't understand it, but he signed it anyway. Hij begreep het niet, maar toch heeft hij het getekend.
I think I’ll just go watch TV. Ik ga maar eens even t.v. kijken.
In the ordinary spoken language we say 'cheap' but in the stores they prefer to say 'inexpensive' . In de gewone spreektaal zeggen wij 'goedkoop' maar in de winkels zeggen ze liever 'voordelig'.
Something like that will probably no longer be possible in this day and age. Zoiets zal in deze tijd wel niet meer mogelijk zijn.
Shall I just go have a look for you? Zal ik nog even voor je gaan kijken?
The word 'heden' no doubt sounds ordinary, but it really is formal. Het woord 'heden' klinkt misschien wel gewoon, maar het is toch formeel.
Please just go and have a seat there in the hall. Gaat u maar daar in de gang zitten.
The interview was in the paper, after all, Het interview heeft toch in de krant gestaan.
For heavens' sake close the window! I'm cold. Doe het raam toch dicht! Ik heb het koud.
In the spoken language one scarcely ever speaks of a 'rijwiel'. In de spreektaal heeft men het haast nooit over een 'rijwiel'.
I'd just go ahead and buy that coat. Ik zou die mantel maar eens kopen.
I'm just going to give her a call. Ik ga haar even bellen.
You do know her phone number, don't you? Je weet toch haar telefoonnummer?
In my opinion that is entirely correct. Dat is m.i. geheel juist.
I think that's entirely right. Dat is volgens mij helemaal juist.
She heard what you said all right, but she still didn't understand it. Zij hoorde wel wat je zei, maar ze begreep het toch niet.
The expression 'des avonds' instead of 's avonds' is used from time to time in very official language. De uitdrukking 'des avonds' i.p.v. "s avonds' gebruikt men weleens in zeer officiële taal.
My friend called me up yesterday and invitee me to spend an evening with hirn. Mijn vriend belde mij gisteren op en nodigde mij uit een avond bij hem door te brengen.
'Shall bring my wife along?, I asked. O.K. Zal ik mijn vrouw meebrengen?' Afgesproken!
I suggest the following: Ik stel het volgende voor:
You go along with us to my brother's in Middelburg to wish him a happy birthday. jullie gaan met ons mee naar mijn broer in Middelburg om hem te feliciteren met zijn verjaardag.
His birthday is on Monday. Hij is maandag jarig.
'We’ll have to take along our raincoats,' said my wife. 'Wij moeten onze regenjassen meenemen', zei mijn vrouw.
We took the train to Dordrecht. Wij namen de trein naar Dordrecht.
'But we’ll have to change in Rotterdam', I remarked. 'Maar wij moeten in Rotterdam overstap– pen', merkte ik op.
An hour later we arrived at our friend's place in Zeeland. Een uur later kwamen we bij onze vriend in Zeeland aan.
'Do come in!' he said. 'Kom toch binnen!' zei hij.
We sat in the living room talking a while. Wij zaten even in de woonkamer te praten.
He offered us a cup of tea. Hij bood ons een kopje thee aan.
I have just called up my brother, he said, 'we can visit him right away'. 'Ik heb mijn broer net opgebeld', zei hij, 'wij kunnen hem direct opzoeken'.
We left and arrived a few minutes later at his brother's. Wij gingen weg en kwamen een paar minuten later bij zijn broer aan.
It was a pleasant evening. Het was een gezellige avond.
We had brought a flew presents along. Wij hadden wat cadeau's meegebracht.
'We have to leave (we ought to go)!,’ said my wife finally. 'Wij moeten weg!' zei mijn vrouw eindelijk.
We can postpone that a little longer', I answered.’ 'Dat kunnen we nog even uitstel– len', antwoordde ik.
'But we have to get up early tomorrow'. 'Maar wij moeten morgen vroeg opstaan'.
'No, we won't get home so terribly late'. 'Nee, wij komen niet zo erg laat thuis'.
We spent another fifteen minutes at my friend's brother,. and then left. Wij bleven nog een kwartier bij de broer van mijn vriend en gingen toen weg.
We had no desire to leave yet. Wij hadden nog geen zin om weg te gaan.
'You must come back next year!' said our host. 'Volgend jaar moeten jullie terugkomen!' zei onze gastheer.
"That's a date' we said, and returned home. 'Afgesproken!' zeiden wij en gingen naar huis terug.
He came in the room and closed the door. Hij kwamde kamer binnen en deed de deur dicht.
She has had to clean the room. Zij heeft de kamer moeten schoonmaken (schoon moeten maken).
Just call me tomorrow, then you can make an appointment with me. Bel me morgen even op, dan kun je een afspraak met me maken.
'She was disappointed', he remarked. Zij was teleurgesteld', merkte hij op.
She hasn't put on her new gloves yet. Zij heeft haar nieuwe handschoenen nog niet aangetrokken.
We had to post pone our visit a bit. Wij moesten ons bezoek even uitstellen.
We have had to postpone our visit a bit. Wij hebben ons bezoek even moeten uitstellen (even uit moeten stellen).
He put on his shoes. Hij trok zijn schoenen aan.
He took off his raincoat. Hij trok zijn regenjas uit.
Did you put on your best raincoat? Heb je je beste regenjas aangetrokken?
We take the train to Rotterdam, change in Delft, and spend the day with my friend in Rijswijk. Wij nemen de trein naar Rotterdam, stappen in Delft over, en brengen de dag bij vrienden in Rijswijk door.
We called him up and congratulated him. Wij belden hem op en wensten hem geluk.
Since 1945 Rotterdam has undergone many changes. Sinds negentienhonderd vijfenveertig heeft Rotterdam veel veranderingen ondergaan.
In the train we sat talking. (2) In de trein zaten we te praten. In de trein hebben we zitten praten.
We got up early and left, because we had a date to visit Mrs. Verbruggen. Wij stonden vroeg op en gingen weg, want we hadden een afspraak om mevrouw Verbruggen op te zoeken.
I lost my coat. Ik ben mijn jas kwijt.
I finally got rid of that old coat. Eindelijk ben ik die oude jas kwijtgeraakt.
He asked whether I was perhaps interested in music. Hij vroeg of ik soms belangstelling had voor muziek.
Did you know that a friend of yours had called up today? Wist u dat een kennis van u vandaag opgebeld had?
He was talking about (he mentioned) a new car. Hij had het over een nieuwe auto.
The mirror that has always hung there on the wall fell yesterday. De spiegel, die altijd daar aan de wand heeft gehangen, is gisteren gevallen.
Before Beatrix became queen, she was called Princess Beatrix. Voordat Beatrix koningin werd heette zij prinses Beatrix.
When he was at our place yesterday he made a date with us. Toen hij gisteren bij ons was, maakte hij een afspraak met ons.
She didn't say when she would bring it. Zij zei niet wanneer zij het zou brengen.
When we were talking about birthdays at coffee yesterday, I heard that yours is today. Toen wij het gisteren bij de koffie over verjaardagen hadden, hoorde ik dat jij vandaag jarig bent.
I’ll just ask whether this is the right train. Ik zal even informeren of dit de goede trein is.
That blue and red sign means that you may not park here. Dat blauw–rode bord betekent dat je hier niet mag parkeren.
Wouldn't it be nice if we took a trip to Antwerp sometime? Zou het niet leuk zijn als we eens een tocht maakten naar Antwerpen?
Yes, I think that's fine, at least if it isn't too expensive. Ja, dat lijkt me wel leuk, als het tenminste niet te duur is.
When he had said that to me, he immediately took his coat and went out the door. Toen hij dat tegen me gezegd had, nam hij onmiddellijk zijn jas en ging de deur uit.
He came, in spite of the fact that he had a cold. Hij kwam, ondanks het feit dat hij verkouden was.
I didn't bother to send you the catalogue, because you said that you did not want any second–hand books. Ik heb u de catalogus maar niet toegestuurd, omdat u zei dat u geen tweedehands boeken wilde kopen.
I think those saucers belong there in the cupboard. Ik geloof dat die schoteltjes daar in de kast horen.
Whose are they? They are Mrs. Roes's. (the saucers). Van wie zijn ze? Zij zijn van mevrouw Roes.
After they were gone we could finally go to bed. Nadat zij weg waren, konden wij eindelijk naar bed gaan.
De you know where I can find Henk? Weet u waar ik Henk kan vinden?
I'm sorry, but I don't know where he is. Het spijt mij, maar ik weet niet waar hij is.
Although I express myself fairly well in Dutch, I always have to watch out for mistakes. Hoewel ik mij vrij goed in het Nederlands uitdruk, moet ik altijd oppassen om fouten te voorkomen.
When she and her father are together, they talk without stopping. Wanneer zij en haar vader samen zijn, praten ze aan één stuk door.
They no doubt have a lot to tell each other. Zij hebben elkaar wel veel te vertellen.
When I read that story, I thought it was very good. Toen ik dat verhaal las, vond ik het erg goed.
I heard yesterday that you had made a trip to Antwerp. Ik hoorde gisteren dat je een tocht naar Antwerpen had gemaakt.
If I had just made more money, it wouldn't be necessary to buy a used car. Als ik maar meer geld had verdiend zou het niet nodig zijn om een tweede–hands auto te kopen.
When I came in, she got up and left. Toen ik binnenkwam, stond zij op en ging weg.
You're not allowed to park where you see a red and blue sign by the side of the street. Je mag niet parkeren waar je een rood–blauw bord aan de kant van de straat ziet.
They work without a break. Zij werken aan één stuk door.
I don't know how they can work so long without resting. Ik weet niet hoe ze zo lang kunnen werken zonder te rusten.
You don't know what I did with the dictionary? Je weet niet wat ik met het woordenboek heb gedaan?
You know, after all, it's always on the shelf. Je weet toch dat het altijd op de bovenste plank staat.
The city hall is very interesting, because it is very old. Het stadhuis is erg interessant, omdat het heel oud is.
He was talking about his new house. Hij had het over zijn nieuwe huis.
If you want to send a package to the U.S., you have to declare the contents at the post office. Als u een pakje naar Amerika wilt sturen, moet u op het postkantoor de inhoud opgeven.
I don’t believe I've made your acquaintance yet. Ik geloof dat ik nog geen kennis met u gemaakt heb.
In Holland you can get various kinds of cheese, but the two main kinds are Gouda and Edam. In Holland kunt u verschillende soorten kaas krijgen, maar de twee hoofdsoorten zijn Goudse en Edammer.
Your daughter is a secretary at a large office in Amsterdam, if I am not mistaken. Uw dochter is secretaresse op een groot kantoor in Amsterdam, als ik me niet vergis.
The children are making such an awful noise that I can't work any longer. De kinderen maken zo'n ontzettend lawaai dat ik niet meer kan werken.
Yes. I think that's annoying, too. Ja, dat vind ik ook lastig.
Shouldn't they actually be at school? Moesten ze niet eigenlijk op school zijn?
At the barbers, at least at the one in Haarlemmerstraat, you can get a haircut in a half hour. Bij de kapper, tenminste bij die in de Haarlemmerstraat, kun je in een half uur je haar laten knippen.
Are you going along the day after tomorrow to that exhibition of paintings in the museum? Gaat u overmorgen mee naar die tentoonstelling van schilderijen in het museum?
I think it would really be worth the trouble. Volgens mij zou het wel de moeite waard zijn.
It would certainly be nice, but I can't do it Monday because I have to be at the office during the day. Het zou wel aardig zijn, maar ik kan maandag niet, want ik moet overdag op kantoor zijn.
I'm sorry. Het spijt mij.
He is proud of the pictures he took when he was on vacation. Hij is trots op de foto's die hij gemaakt heeft toen hij met vakantie was.
And they are excellent, too. En ze zijn ook uitstekend.
I can well imagine that she finds her work as a secretary pleasant. Ik kan me best voorstellen dat zij haar werk als secretaresse prettig vindt.
According to her (she thinks) it is pleasant work. Volgens haar is het prettig werk.
The tablecloth you gave us when we married we're still using. Het tafellaken dat u ons hebt gegeven toen wij trouwden gebruiken we nog steeds.
You bought eight guilders and forty cents worth, you give me a ten and get one sixty back. U heeft voor acht gulden veertig gekocht, u geeft mij een tientje, en krijgt dus één zestig terug.
Will you tell me how you did it? Wilt u me vertellen hoe u het gedaan hebt?
She is married to a professor at the university of Groningen. Zij is getrouwd met een professor aan de universiteit van Groningen.
I didn't know she was married until she told me. Ik wist niet dat ze getrouwd was totdat ze het me zei.
If I'm not mistaken, you promised me yesterday that you would do it. Als ik me niet vergis, beloofde je me gisteren dat je het zou doen.
Do you know by any chance how long he has postponed his visit? Weet u soms hoe lang hij zijn bezoek uitgesteld heeft?
Are you aware of how long he has postponed his visit? Weet u wel hoe lang hij zijn bezoek uitgesteld heeft?
He told me what he did when all those people arrived. Hij vertelde me wat hij deed toen al die mensen aankwamen.
Company is (i.e. visitors are) coming this evening. Er komt vanavond bezoek.
We'll have to get around to buying some cups and saucers. Wij moeten maar eens wat kopjes en schoteltjes kopen.
There is a dish of apples on the table. Er staat een schaal met appels op tafel.
Do you want one of them? Wilt u er soms één?
No thank you, I have already had one of them. Nee, dank u, ik heb er al een gehad.
Thank you for all your help. Dank je wel voor al je hulp.
I did not even have to ask you for it. Ik heb je er niet eens om hoeven te vragen.
It looks as though we're going to get snow. – Great! Het ziet er naar uit dat we sneeuw krijgen.– Prima!
Do you think so? I'm dreading it. – Vind je wel? Ik zie er tegenop.
There was a fire yesterday. Er is gisteren brand geweest.
Did you read about it in the paper? Hebt u erover in de krant gelezen?
I'd eat some fruit if I were you. Ik zou maar eens wat fruit eten.
Or don't you like it? Of houd je er niet van?
If you don't like fruit, what do you like, then? Als je niet van fruit houdt, waar houd je dan wel van?
That is something we have heard a lot about. Dat is iets waarover wij veel gehoord hebben.
What do you think of it? I am against it. Wat denk je ervan? Ik ben er tegen.
I’ll have another cup of coffee, but after that I really have to leave. Ik neem nog een kopje koffie, maar daarna moet ik echt weg.
There is still a piece of paper left over. Er is nog een stuk papier over.
What shall we use it for? Waar zullen we het voor gebruiken?
Here is the book that I have now read twenty–two chapters of. Hier is het boek waar ik nu tweeëntwintig hoofdstukken van heb gelezen.
Do you only have one towel? Heb je maar één handdoek?
There are supposed to be two of them. (towels) Er moeten er twee zijn.
He took his bicycle, jumped on it, and rode away. Hij nam zijn fiets, sprong erop, en reed weg.
What does that make you think of? Waaraan doet u dat programma denken?
You're right, it would be nice to eat in a restaurant in town. U hebt gelijk, het zou leuk zijn om in een restaurant in de stad te eten.
I hadn't thought about that. Daar had ik niet aan gedacht.
You are reading today's paper. U leest de krant van vandaag.
Is there anything interesting in it? Staat er iets interessants in?
No, hardly anything has happened. Nee, er is vrijwel niets gebeurd.
There is nothing in here except a few things about the government. Er staat hier niets in, behalve een paar dingen Over de regering.
I can't say anything else about it because I don't know anything at all about it yet. Ik kan er niets meer van zeggen, omdat ik er nog helemaal niets van weet.
You must remember that it can be very dangerous. Je moet erom denken, dat het erg gevaarlijk kan zijn.
I am counting on the fact that you'll call (on your calling) me up tomorrow. Ik reken erop, dat u mij morgen opbelt.
Remember to bring the money along. Denk erom, dat je het geld meebrengt.
What kind of a man is he? Wat voor een man is hij?
I can't say anything about that. Daar kan ik niets van zeggen.
There used to be three trees in front of the house, but now only one of them is left. Er stonden vroeger drie bomen voor het huis maar nu is er maar één over.
What happened? Wat is er gebeurd?
It's no easy job, you mustn't laugh about it. Het is geen makkelijke taak, je moet er niet om lachen.
The weather looks marvelous today. Het weer ziet er vandaag prachtig uit.
When I opened the cupboard, three glasses fell out of it. Toen ik de kast opendeed, vielen er drie glazen uit.
There are always a lot of children playing in the park. Er spelen altijd veel kinderen in het park.
I found a little store on the corner and called him up. Ik vond een winkeltje op de hoek en belde hem even op.
A little ways past our house you can see where they're building. Een eindje voorbij ons huis kunt u zien waar zij aan 't bouwen zijn.
I only have a ten–guilder bill. Ik heb alleen maar een briefje van tien gulden.
You probably can't change that. Yes I can. Dat kunt u zeker niet wisselen. Ja, toch wel.
On that little table in the corner there is a box of teaspoons. Op dat tafeltje in de hoek staat een doos met lepeltjes.
We are taking a trip to one of the towns in the neighborhood Wij maken een uitstapje naar een van de stadjes in de buurt.
The cat has a little bell on so that the birds hear him (it). De kat heeft een belletje om, zodat de vogels hem horen.
A short time ago I could still hardly speak any Dutch. Een tijdje geleden kon ik nog vrijwel geen Nederlands spreken.
I talked very cautiously. Ik praatte wel erg voorzichtigjes.
The children are always crazy about sweets. De kinderen zijn altijd dol op snoepjes.
Shall we just take some pieces of cheese along? Zullen we maar wat chocolaatjes meenemen?
Every day we get a large bottle of milk and two small ones from the milkman. Bij de melkboer nemen we dagelijks een grote fles en twee kleintjes.
He has a very nice wife, but I still think she talks a little too much. Hij heeft een heel aardig vrouwtje, maar toch vind ik dat ze een beetje teveel praat.
We sat an hour or so in the sun, because it's been so cloudy this week. Wij bleven een uurtje in het zonnetje zitten, omdat het van de week zo bewolkt is geweest.
With our glass of 'limonade' they brought us a little dish of cookies. Bij ons glaasje limonade hebben ze ons een schoteltje met koekjes gebracht.
What kind of a thing is that? Wat is dat voor een dingetje?
For heavens sake, throw that dirty box away (get rid of that dirty box) immediately! Doe dat vuile doosje nou toch onmiddellijk weg!
Take another piece of cake! Neem toch nog een stukje koek!
I don't see a bit of it any more. Ik zie daar geen spoortje meer van.
Will you bring a roll of film along for me? Wil je een filmpje voor me meebrengen?
I'd like to take some pictures. Ik wou wat foto's maken.
We talked a moment about our trip. Wij hadden het eventjes over ons uitstapje.
The boys are playing soccer in the street with a little ball. De jongens voetballen in de straat met een klein balletje.
Do you want (to have) a bite to eat? Willen jullie even een hapje eten?
Or shall we just have lunch downtown? (in town). Of zullen we maar in de stad gaan koffiedrin ken?
I don't have any guilders, but I do have a pocketful of 'kwartjes' and 'dubbeltjes'. Ik heb geen guldens, maar wel een zak vol kwartjes en dubbeltjes.
In the cities many people speak a little (bit of) English, but in the villages they don't any English at all. In de steden spreken veel mensen een woordje Engels, maar in de dorpjes spreken ze helemaal geen Engels.
That book is not mine, but I'm going to read it anyhow. Dat boek is niet van mij, maar ik ga het toch lezen.
I have to buy a new comb and some razor blades. Ik moet een nieuwe kam en wat scheermesjes kopen.
After work we went to our café and had a drink. Na het werk gingen we naar ons café en dronken een borreltje.
On Saturday I have to take care of a couple of errands first. Op zaterdaq moet ik eerst even een paar boodschapjes doen.
He walks very carefully, with tiny little steps, as if he's afraid of falling. Hij loopt heel voorzichtig, met hele kleine pasjes, alsof hij bang is om te vallen.
As soon as this shower is over we can go on. Zodra dit buitje over is kunnen we verder gaan.
You'll have to come and visit our city sometime. Je moet onze stad eens komen bezoeken.
We really have a gem of a town tower! We hebben echt een juweeltje van een stadhuistoren!
That's an awfully expensive restaurant. Dat is een ontzettend duur restaurant.
In the evening there's a string ensemble I there. Er speelt 's avonds een strijkje.
You don't have to do it at all. It was just an idea. Je hoeft het helemaal niet te doen. Het was maar een ideetje.
Last week he was appointed leader of his political party. Hij werd vorige week tot leider van zijn politieke partij benoemd.
The party is being led by someone with great talent. De partij wordt geleid door iemand met veel talent.
The water is pumped by the mills out of the ditches and canals to the rivers. Het water wordt door de molens uit de sloten en kanalen naar de rivieren gepompt.
When the light had been turned out, the film was shown. Toen het licht uitgedraaid was, werd de film vertoond.
She was called to the telephone and didn't come back. Zij werd aan de telefoon geroepen en kwam niet terug.
Much more wine is drunk in France than here. In Frankrijk wordt veel meer wijn gedronken dan hier.
No French is spoken here. Er wordt hier geen Frans gesproken.
But German is spoken here. Maar er wordt hier wel Duits gesproken.
There is a knock at the door. Er wordt aan de deur geklopt.
Who is there (who is it)? Wie is er?
Big cars are not to be had here. Grote auto's zijn hier niet te krijgen.
There's no sense looking for them. Het heeft geen zin om ze te zoeken.
It’s true the letter is signed by Frits, but I see that it was written by Anna. De brief is wel door Frits getekend, maar ik zie dat hij door Anna geschreven is.
We will be picked up by our friends in Amsterdam. Wij zullen in Amsterdam door onze vrienden afgehaald worden.
Suddenly a lot of noise was heard, and immediately after that there was shouting outside. Plotseling werd er veel lawaai gehoord, en onmiddellijk daarna werd er buiten geroepen.
The whole matter has never been explained. De hele zaak is nooit verklaard.
A lot of milk is drunk in the U.S. Er wordt in Amerika veel melk gedronken.
Milk is not sold in bottles but in plastic. De melk wordt niet in flessen maar in plastic verkocht.
Every year a lot of automobile accidents happen on our highways. Er gebeuren elk jaar veel auto–ongelukken op onze autowegen.
In the Netherlands an awful lot of fruit is imported every year. In Nederland wordt elk jaar ontzettend veel fruit geïmporteerd.
Our visit to Brussels has to be postponed a bit. Ons bezoek aan Brussel moet even uitgesteld worden.
Brussels has a long history. Brussel heeft een lange geschiedenis.
The two people who were injured in the automobile accident were immediately taken to the hospital. De twee mensen die bij het auto–ongeluk gewond werden zijn onmiddellijk naar het ziekenhuis gebracht.
In Flanders (or: in Dutch–speaking Belgium) Flemish and Dutch books are read. In Vlaanderen worden Vlaamse en Nederlandse boeken gelezen.
The 'Afsluitdijk' was built between 1927 and 1932. De Afsluitdijk werd tussen 1927 en 1932 gebouwd.
It has an important function. Hij heeft een belangrijke functie.
In general people work hard in that factory. Over 't algemeen wordt in die fabriek hard gewerkt.
At the moment they are especially busy. Zij hebben het op 't ogenblik bijzonder druk.
He is still busily talking. Hij is nog druk aan 't praten.
This letter wasn't written by Kees. Deze brief is niet door Kees geschreven.
In the Netherlands many Flemish novels are read. In Nederland worden veel Vlaamse romans gelezen.
But the number has gone down in recent years. Maar het aantal is de laatste jaren verminderd.
After everybody had looked for my scarf, it was finally found in the drawer. Nadat iedereen mijn sjaal gezocht had, werd hij eindelijk in de la gevonden.
The water for many cities near the coast is pumped from the dunes. Het water voor veel steden bij de kust wordt uit de duinen gepompt.
Oranges must be imported from other countries. Sinaasappels moeten uit andere landen worden geïmporteerd (geïmporteerd worden).
In the IJsselmeer dikes are being built on a large scale. In het IJsselmeer worden op grote schaal dijken gebouwd.
A considerable number were built there. Een aanzienlijk aantal worden er gebouwd.
In general a trip like that can be made in a day and a half. Over het algemeen kan zo'n reis in anderhalve dag worden gemaakt (gemaakt worden).
Only Dutch is spoken here. Hier wordt alleen Nederlands gesproken.
No English is spoken here. Er wordt hier geen Engels gesproken.
At 11 a.m. people drink coffee in the Netherlands. 's Morgens om elf uur drinkt men in Nederland koffie.
If you take those letters to the mailbox this evening before 7:30, they will be delivered tomorrow morning at 11 a.m. Als u die brieven vanavond voor half acht naar de brievenbus brengt, zullen ze morgenochtend om elf uur worden besteld.
In the winter it usually gets dark here at five o'clock. 's Winters wordt het hier gewoonlijk om vijf uur donker.
We get our mail earlier than you do. Wij krijgen onze post vroeger dan jullie.
The mailman usually comes at about eleven o'clock in the morning. De postbode komt gewoonlijk tegen elf uur 's morgens.
I will pick you up tomorrow morning at twenty to ten. Ik zal je morgenochtend om tien over half tien afhalen.
The next train leaves at 12:21 and arrives in Eindhoven at about five past one. De volgende trein vertrekt om negen voor half een, en komt om ongeveer vijf over een in Eindhoven aan.
If you want to see a sea of cars, you ought 10 be in Amsterdam about five o'clock! Als jeeen zee van auto's wilt zien, moet je om een uurofvijf in Amsterdam zijn!
The film begins at quarter over the hour and is over in three quarters of an hour. De film begint om kwart over het uur en is na drie kwartier afgelopen.
She dialed the number, but it was busy. Zij draaide het nummer, maar het was bezet.
You got a call a quarter of an hour ago from your mother. Je werd een kwartier geleden door je moeder gebeld.
The train arrives at 2:40 at platform two. De trein komt om tien over half drie aan het tweede perron aan.
I would like to drop by for a minute this evening at about 7:30. Ik zou graag vanavond om een uur of half acht even bij u langs komen.
Would that by any chance be all right? Fine. Zou dat soms schikken? Prachtig.
We come home in the evening about 5:30, we eat at 6:30 and are finished at a quarter past seven. Wij komen 's avonds om ongeveer half zes thuis, wij eten om half zeven en zijn klaar om kwart over zeven.
And we don't go to bed until eleven o'clock. En wij gaan pas om elf uur naar bed.
So we'll see you (each other) again at 7:30, O.K.? So long! Dus wij zien elkaar om half acht weer, afgesproken? Tot straks!
I have to have my watch back this afternoon before 5:30. Ik moet mijn horloge vanmiddag voor half zes terug hebben.
Will you let me know when you have repaired it? Wilt u me waarschuwen als u het gerepareerd hebt?
She didn't stop swimming until four o'clock. Zij hield pas om vier uur op met zwemmen.
And this evening she wants to go on! En vanavond wil zij ermee doorgaan!
The traffic is very busy, because we came right in the rush hour. Het verkeer is erg druk, want wij zijn net in het spitsuur gekomen.
At five o'clock it is really dangerous in the big cities, because there are so many cars. Om vijf uur is het werkelijk gevaarlijk in de grote steden, omdat er zoveel auto's zijn.
We get up at 7:30, take the bus that leaves at 8:35, and arrive just before 9:00. Wij staan om half acht op, nemen de bus die om vijf over half negen vertrekt, en komen even voor negen uur aan.
If we miss that bus we have to wait, because the next one doesn't leave until ten to nine. Als we die bus missen moeten we wachten, want de volgende vertrekt pas om tien voor negen.
The window is closed around the noon hour. Het loket is tussen de middag gesloten.
It doesn't open again until around Het is pas om een uur of één weer open.
What time do you have? Hoe laat heb je het?
It is now twenty to two. Het is nu tien over half twee.
Oh, then my watch is slow. 0, dan loopt mijn horloge achter.
It's only a quarter after seven. Het is pas kwart over zeven.
That clock in the station is fast. Die klok in de stationshal loopt voor.
Let's go to the pub around five o'clock. Laten we om een uur of vijf naar de kroeg gaan.
The beer there is of excellent quality. Het bier is er van uitstekende kwaliteit.
The clock in the tower always says six o'clock. De torenklok staat altijd op zes uur.
Yes, but that clock dates from tenth century! Ja, maar die klok dateert al uit de zestiende eeuw!
The train is a half hour late. De trein heeft een half uur vertraging.
In this waiting room there's nothing but a coffee machine. In deze wachtkamer is er alleen maar een koffiemachine.
Let's have a cup of coffee in the station restaurant while we're waiting. Laten we in de stationsrestauratie een kopje koffie nemen terwijl we wachten.
The waiter will keep track of how many cups of coffee we've had. De ober controleert wel hoeveel kopjes koffie we gehad hebben.
At about four they went to the sidewalk café to enjoy the nice weather and the atmosphere. Om een uur of vier gingen ze op het terras zitten om van het mooie weer en de rustige sfeer te genieten.
And to watch the passers–by. En om naar de voorbijgangers te kijken.
At about nine–thirty there is an intermission of fifteen minutes (a quarter–hour intermission). Om ongeveer half tien is er een pauze van een kwartier.
I can already reed Dutch fairly well. Ik kan al vrij goed Nederlands lezen.
But when I talk, it’s not entirely understandable. Maar als ik praat, is het niet helemaal ver staanbaar.
Really? So it didn't turn out to be 100 hard (too much) tor you. Heus? Dus het is je niet tegengevallen.
We are trying to learn Dutch, but we don't know the language well yet. Wij proberen Nederlands te leren, maar wij kennen de taal nog niet goed.
The use of the words is sometimes very different from English. Het gebruik van de woorden is wel eens heel anders dan in 't Engels.
My brother, who is a teacher, has been at a school in Alkmaar since last year. Mijn broer, die leraar is, zit sinds vorig jaar aan een school in Alkmaar.
Who was that fellow you were talking to in front of the city hall? Wie was die kerel met wie je voor het stadhuis stond te praten?
His face looks familiar to me. Zijn gezich komt me bekend voor.
I saw him recently in Amsterdam. Ik heb hem onlangs in Amsterdam gezien.
Before we eat I usually sit in the living room for a bit and read my newspaper. Voordat wij eten, zit ik gewoonlijk in de woonkamer even mijn krant te lezen.
Would you care tor a sandwich? Heb je soms zin in een boterham?
And how! I'm hungry. Nou, en of! Ik heb honger.
She was talking about her children, I think. Zij had het over haar kinderen, geloof ik.
Next Sunday there is a special concert (a special concert is taking place) which I would very much like to attend. Er vindt aanstaande zondag een bijzonder concert plaats, dat ik graag zo willen bijwonen.
The train is chock–full, and all the scats are taken. De trein is stampvol en alle plaatsen zijn bezet.
At this hour of the day, that's incomprehensible. Om dit uur is dat onbegrijpelijk.
J think he's (a) boring (man), because he repeats everything he says. Ik vind hem een vervelend iemand, want hij herhaalt alles wat hij zegt.
I like bread and jam very much. Ik houd erg veel van brood met jam.
I think bread and jam are very good. Ik vind brood met jam erg lekker.
I'm simply crazy about it. Ik be er eenvoudig dol op.
May I bother you a moment? Mag ik u even lastig vallen?
I would like very much to ask a question. Ik zou heel graag een vraag willen stellen.
This is the only raincoat I own. Dit is de enige regenjas die ik bezit.
My father has seen a lot of the world, but I have never been abroad (out of the country). Mijn vader heeft veel van de wereld gezien, maar ik ben nooit in het buitenland geweest.
For breakfast, people in Holland usually eat bread and cheese. meat, or jam. Bij het ontbijt eet men in Nederland gewoonlijk brood met kaas, vlees of jam.
A few months ago I couldn't understand a word of Dutch, but recently it has become easier. Een paar maanden geleden kon ik geen woord Nederlands verstaan, maar in de laatste tijd is het makkelijker geworden.
A lot of grass grows (is growing) along the ditches. Er groeit veel gras langs de sloten.
With that blue sky today it’s a lovely scene. Met die blauwe lucht vandaag is dat een mooi gezicht.
Typical of the Dutch landscape are the ditches and the grass. Typisch voor het Hollandse landschap zijn de sloten en het gras.
We keep the salt and pepper in the cupboard. Wij bewaren het zout en de peper in de kast.
He has taken care of all that in one day? Hij heeft dat alles in één dag voor elkaar gekregen?
It's annoying when there's never a pencil to be found. Het is vervelend als er nooit een potlood te vinden is.
I have no objection to your sending the newspapers separately (I don't object if you send ...). Ik heb er geen bezwaar tegen, als u de kranten apart wilt sturen.
The newspapers must be sent abroad (out of the country). De kranten moeten naar het buitenland worden gestuurd.
We have to find out how much that costs. We moeten nagaan hoeveel dat kost.
How on earth do you manage in such a little apartment? Hoe redden jullie dat toch in zo'n kleine flat?
Oh, it isn't all that bad. O, dat valt wel mee.
The restaurant is crowded. Het restaurant is stampvol.
That's a little disappointing. Dat valt een beetje tegen.
A famous restaurant I always gets full around this hour. Zo'n beroemd restau– rant raakt om dit uur altijd wel vol.
I have to bother you a moment, because I don't know where the salt and pepper are. Ik moet je even lastig vallen, omdat ik niet weet waar het zout en de peper zijn.
What does that word 'bezet' mean? Wat betekent dat woord 'bezet'?
I can't remember (that). Dat kan ik me niet herinneren.
The façade is the front of a house. De voorgevel is de voorkant van een huis.
The façades of same old houses in the cities are especially pretty. De voorgevels van sommige oude huizen in de steden zijn bijzonder mooi.
If you need stamps and air letters I can get them for you, because I have to go to the post office anyhow. Als u postzegels en luchtpostbladen nodig hebt, kan ik ze voor u halen, omdat ik toch naar het postkantoor moet.
He made all kinds of remarks, but we simply didn't listen to him. Hij maakte allerlei opmerkingen, maar wij hebben eenvoudig niet naar hem geluisterd.
The police station is two blocks further, on the left side of the street. Het politiebureau is twee straten verder, aan de linker kant van de straat.
There is still a possibility that we'll be able to go to Scheveningen for the concert, but there are difficulties. Er is nog een mogelijkheid dat we naar Scheveningen kunnen gaan laar het concert, maar er zijn moeilijkheden.
I'm just going to another barber. Ik ga maar naar een andere kapper.
My barber cuts the sides too short and leaves the back too long. Mijn kapper knipt de zijkanten te kort en laat de achterkant te lang.
If you want to know what time it is while you're downtown, take a look at the clock on the city hall tower. Als je wilt weten hoe laat het is terwijl je in de stad bent, kijk dan even naar de klok op de stadhuistoren.
Fortunately it will not be necessary to ride there in the rain. Gelukkig zal het niet nodig zijn om daar in de regen heen te rijden.
We would like to live in the city (in town), but the only house we could find is in the country. Wij zouden graag in de stad wonen, maar het enige huis dat we konden vinden staat op het platteland.
You think dark blue doesn't look good on me (become me)? Je vindt dat donkerblauw me niet goed staat?
Oh yes, but you look much better in a lighter color. Jawel, maar een lichtere kleur staat je veel beter.
The cat is sitting motionless in front of the window. De poes zit onbeweeglijk voor het raam.
His motionlessness always makes me smile. Zijn onbeweeglijkheid doet me altijd glimlachen.
She works in the Ministry of Education, and he is an elementary–school teacher. Zij werkt op het Ministerie van Onderwijs, en hij is onderwijzer.
A few years ago she was a teacher too. Een paar jaar geleden was zij ook onderwijzeres.
He has always been stubborn. Hij is altijd al koppig geweest.
His stubbornness is a big disappointment to me. Zijn koppigheid valt me erg tegen.
That's one of his peculiarities (that's one of his little ways). Dat is een van zijn hebbelijkheden.
At the bus stop in front of the station you get in, and you have to get out at the fourth stop. Bij de bushalte voor het station stap je in, en aan de vierde halte moet je uit– stappen.
The capital of the Netherlands is Amsterdam, but the ministries are in The Hague and surroundings. (in and around The Hague). De hoofdstad van Nederland is Amsterdam, maar de ministeries zijn in Den Haag en omgeving.
Our house has a living room, dining room, kitchen, two bedrooms and a bath room. Ons huis heeft een woonkamer, eetkamer, keuken, twee slaapkamers en een badkamer.
There are three large windows in front, and a back door and two smaller windows in back. Er zijn drie grote ramen aan de voorkant, en een achterdeur en twee kleinere ramen aan de achterkant.
I wanted white or light gray paper, but they only had this light blue airmail paper with the envelopes. Ik wilde wit of lichtgrijs papier, maar ze hadden alleen maar dit lichtblauwe briefpapier met de enveloppen.
The dog is motionless, because he is asleep. De hond is onbeweeglijk, want hij slaapt.
She smiled when I said it was dangerous. Zij glimlachte toen ik zei dat het gevaarlijk was.
Yes, she is very self–assured. Ja, zij is erg zelfverzekerd.
It is absolutely necessary to keep your physical condition up to snuff. Het is absoluut noodzakelijk om je lichamelijke conditie op peil te houden.
When I've played sports for an afternoon, I feel nice and relaxed. Als ik een middag aan sport gedaan heb, voel ik me lekker ontspannen.
In Friesland our teacher did some 'fierljeppen '. In Friesland heeft onze leraar aan 'fierljeppen' gedaan.
He thought it was especially difficult. Hij vond het uitzonderlijk moeilijk.
The statue of William the Silent is in The Hague. Het standbeeld van Willem de Zwijger staat in Den Haag.
I really can't follow your train of thought. Ik kan jouw gedachtengang echt niet volgen.
Koop dan iets wat er op lijkt. Then buy something close / looks like it /similar.
waarom ligt er iets wat op hersenen lijkt in onze vuilnisbak? why is there what looks like brains in our garbage can?
iets wat er op lijkt. one that looks exactly like / something similar
Created by: bostda