Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Voorzetsels 06

Werkwoorden/uitdrukkingen met vast voorzetsel

VraagAntwoord
Daar heb ik geen commentaar … commentaar hebben op
Gecondoleerd … het overlijden van uw vader. condoleren met
Wat kan je daar… concluderen ? concluderen uit
Hij werd geconfronteerd … de realiteit. confronteren met
Dat kan je niet constateren … het onderzoek. constateren uit
Ik dank u … uw aandacht. danken voor
Dat hebben we … jou te danken. te danken aan
Op dit liedje heb ik voor het eerst … mijn vrouw gedanst. dansen met
Wil je deelnemen … de wedstrijd? Vul dan dit formulier in. deelnemen aan
We betuigen onze oprechte deelneming … het verlies. deelneming betuigen met
Hij deelde de taart … vijf. delen in
Het jongetje deelt zijn snoepjes … zijn vriendjes. delen met
Je moet 20 delen … 5. delen door
Ze denkt … haar familie. denken aan
Denk je … / … de kinderen ? denken om/aan
Denk er nog eens … (na). (na)denken over
Wat denk je van het voorstel ? denken van
Waar… dient dat toestel ? dienen tot
Hij is dol … ijs. dol zijn op
Ondanks het lawaai ging de leerkracht … met de les. doorgaan met
De leraar dreigt … extra huiswerk als we niet opletten. dreigen met
Ik heb vannacht … iets raars gedroomd. dromen over
Hij droomt … een job bij de post. dromen van
Ze hebben het druk … de renovatie van hun huis. het druk hebben met
De ploeg moet zich niet druk maken … /… die wedstrijd. zich druk maken om/over
Created by: dirk.bouckaert