Upgrade to remove ads
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.

Deuxième Page

        Help!  

Verbes
TP's
fluiten   siffler = floot, floten , heeft gefloten  
🗑
gaan   aller = ging, gingen , is gegaan  
🗑
gelden   valoir = gold, golden , heeft gegolden  
🗑
genezen   guérir = genas, genazen, heeft/is genezen  
🗑
genieten   jouir = genoot , genoten , heeft genoten  
🗑
geven   donner = gaf , gaven, heeft gegeven  
🗑
gieten   verser = goot , goten, heeft gegoten  
🗑
glijden   glisser = gleed,gleden, heeft/is gegleden  
🗑
glimmen   luire = glom , glommen , heeft gegtommen  
🗑
graven   creuser = groef, groeven, heeft gegraven  
🗑
grijpen   saisir = greep, grepen, heeft gegrepen  
🗑
hangen   pendre = hing , hingen, heeft gehangen  
🗑
hebben   avoir = had , hadden , heeft gehad  
🗑
heffen   soulever = hief , hieven, heeft geheven  
🗑
helpen   aider = hielp , hielpen, heeft geholpen  
🗑
heten   s'appeler = heette, heetten, heeft geheten  
🗑
hijsen   hisser = hees , hesen, heeft gehesen  
🗑
houden   tenir = hieid , hieiden, heeft gehouden  
🗑
houwen   tailler = hieuvv, hieuwen, heeft gehouwen  
🗑
jagen   chasser = joeg / jaagde, joegen / jaagden, heeft gejaagd  
🗑
kiezen   choisir = koos , kozen, heeft gekozen  
🗑
kijken   regarder = keek , keken, heeft gekeken  
🗑
klimmen   grimper = klom , klommen, heeft/is gekiommen  
🗑
klinken   résonner = klonk, klonken, heeft geklonken  
🗑
(k)nijpen   pincer = (k)neep, (k)nepen, heeft ge(k)nepen  
🗑
komen   venir = kwam, kwarrsen, is gekomen  
🗑
kopen   acheter = kocht, kochten, heeft gekocht  
🗑
krijgen   recevoir = kreeg, kregen, heeft gekregen  
🗑
krimpen   (se) rétrécir = kromp, krompen, is gekrompen  
🗑
kruipen   ramper = kroop, kropen, heeft/is gekropen  
🗑
kunnen   pouvoir = kon, konden, heeft gekund  
🗑
lachen   rire = lachte, lachten, heeft gelachen  
🗑
laden   charger = laadde, laadden, heeft geladen  
🗑
laten   laisser = liet, lieten, heeft gelaten  
🗑
iezen   lire = las , lazen , heeft gelezen  
🗑
liegen   mentir = loog , logen, heeft gelogen  
🗑
Liggen   être couché = lag, lagen, heeft gelegen  
🗑
Lijden   souffrir = leed , leden , heeft geleden  
🗑
Lijken   paraître = leek , îeken , heeft geteken  
🗑
Lopen   marcher, courir = liep , iiepen , heeft/is gelopen  
🗑
maien   moudre = maaide , maalden , heeft gemalen  
🗑
melken   traire = molk/ melkte, molken / melkten, heeft gemolken  
🗑
meten   mesurer = mat, maten, heeft gemeten  
🗑
mijden   éviter = meed, meden, heeft gemeden  
🗑
moeten   devoir = moest, moesten, heeft gemoeten  
🗑
mogen   pouvoir (perm.) = mocht, mochten, heeft gemoogd  
🗑
nemen   prendre = nam, namen, heeft genomen  
🗑
prijzen   louer, vanter = prees, prezen, heeft geprezen  
🗑
raden   deviner = raadde / ried, raadden / rieden, heeft geraden  
🗑
rijden   rouler = reed , reden, heeft/is gereden  
🗑
rijzen   s'élever = rees , rezen, is gerezen  
🗑
roepen   appeler = riep , riepen, heeft geroepen  
🗑
ruiken   sentir, flairer = rook, roken, heeft geroken  
🗑
scheiden   séparer = scheidde, scheidden, heeft/is gescheiden  
🗑
scheiden   invectiver = schold, scholden, heeft gescholden  
🗑
schersden   abîmer = schond, schonden , heeft geschonden  
🗑
schenken   donner, verser = schonk, schonken, heeft geschonken  
🗑
scheppen   créer = schiep, schiepen, heeft geschapen  
🗑
scheren   raser = schoor, schoren, heeft geschoren  
🗑
schieten   tirer (arme) = schoot, schoten, heeft geschoten  
🗑
schijnen   sembler, briller = scheen, schenen, heeft geschenen  
🗑
schrijden   marcher = schreed, schreden, heeft/is geschreden  
🗑
schrijven   écrire = schreef, schreven, heeft geschreven  
🗑
schrikken   s’effrayer = schrok , schrokken, is geschrokken  
🗑


   

Review the information in the table. When you are ready to quiz yourself you can hide individual columns or the entire table. Then you can click on the empty cells to reveal the answer. Try to recall what will be displayed before clicking the empty cell.
 
To hide a column, click on the column name.
 
To hide the entire table, click on the "Hide All" button.
 
You may also shuffle the rows of the table by clicking on the "Shuffle" button.
 
Or sort by any of the columns using the down arrow next to any column heading.
If you know all the data on any row, you can temporarily remove it by tapping the trash can to the right of the row.

 
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how
Created by: gfm33
Popular Dutch sets