Save
Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't know
Remaining cards (0)
Know
0:00
share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Chap 19 - Klimaat

Tematische woordenschat

WoordenVertalingen
Het klimaat Le climat
Het noorden Le nord
Ten noorden van Au nord de
Het noordoosten Le nord-est
Het noordwesten Le nord-ouest
Noord- (adv) Nord
Het oosten L’Est
Oost- (adv) Est
Het zuiden Le sud
Het zuidoosten Le sud-est
Het zuidwesten Le sud-ouest
Zuid- (adv) Sud
Het westen L’ouest
West- (adv) Ouest
Het seizoen La saison
De lente (-s) = Het voorjaar Le printemps
De zomer (-s) L’été
De herfst (-en) = Het najaar L’automne
De winter (-s) L’hiver
Het weer Le temps
Her weerbericht (-en) La météo
De temperatuur (-turen) La température
De graad (graden) … graden onder nul Le degré … degrés en-dessous de 0
Celsius Le (degré) Celsius
Koud Froid
De kou(de) Le froid
Fris - Frisse lucht - Een frisse neus halen Frais - L’air frais - Prendre l’air
Koel Froid, frais
Kil Froid, glacial
Droog Sec
Nat Humide
Regenen (regende, geregend) Pleuvoir
De regen La pluie
Regenachtig Pluvieux
De bui (-en) L’averse
De hagel La grêle, les grêlons
Opklaren (klaarde op, is opgeklaard) S’éclaircir
De opklaring (-en) L’éclaircie
Overstromen (overstroomde, is overstroomd) Inonder
De overstroming (-en) L’inondation
Het ijs La glace
Vriezen (vroor, gevroren) Geler
Bevriezen (bevroor, is bevroren) Geler
Het vriespunt Le point de congélation (0°C)
De vorst Le gel
De ijzel Le verglas
De sneeuw - De sneeuwbal La neige - La boule de neige
Sneeuwen (sneeuwde, gesneeuwd) Neiger
Smelten (smolt, gesmolten) Fondre
Glijden (gleed, gegleden) Glisser
Uitglijden (gleed uit, is uitgegleden) Glisser
Zacht Doux
Warm Chaud
De warmte La chaleur
Heet Bouillant
De hitte La chaleur, la canicule
Mooi Beau
Helder Clair
De schaduw (-en) L’ombre, l’obscurité
Zonnig Ensoleillé
Zonovergoten Couvert de soleil
Tropisch Tropical
De wolk (-en) - In de wolken zijn Le nuage - Être aux anges
Bewolkt Nuageux
De mist Le brouillard
Mistig Brumeux
De mistbank (-en) Le banc/la nappe de brouillard
De nevel (-en/-s) La brume, le brouillard
De lucht L’air
De wind (-en) - Er staat wind Le vent - Il y a du vent
Waaien (waaide/woei, gewaaid) - Het waait Venter - Il vente
De tocht Le courant d’air
Fel Vif, intense
Ruw Brute, dur
Winderig Venteux
Kalm Calme
Heftig = Hevig Violent, intense
Krachtig Fort, puissant
De storm (-en) L’orage, la tempête
Stormen (stormde, gestormd) Y avoir de la tempête
Stormachtig Orageux
De orkaan (-kanen) L’ouragan
De schade Le dégât
Aanrichten (richtte aan, aangericht) Occasionner, causer
Het onweer L’intempérie, l’orage
De donder (-s) Le tonnerre
Donderen (donderden, gedonderd) Tonner
De bliksem (-s) La foudre, l’éclair
Bliksemen (bliksemde, gebliksemd) Éclairer
Treffen (trof, getroffen) Toucher
Inslaan (sloeg in, is ingeslagen) Frapper
De maximumtemperatuur (-turen) La température maximale
De minimumtemperatuur (-turen) La température minimale
De thermometer (-s) Le thermomètre
De (lucht)druk La pression athmosphérique
De droogte La sécheresse
Het vocht L’humidité
Vochtig - Vochtige lucht Humide - Air humide
Gieten (goot, gegoten) Couler
De regenboog (-bogen) L’arc-en-ciel
Created by: gfm33
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards