Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Chapitre 20

Mots à relire

WoordVertaling
Het moment = Het ogenblik Le moment (2)
Ergens anders Ailleurs
Ginds Là-bas
Vlak Juste à côté
Vlak naast Proche, à côté
Aanvankelijk = Oorspronkelijk = EERST Au début (3)
Vroeger = Voorheen Autrefois (2)
Alsmaar rechtdoor Toujours tout droit
Dichtbij = Vlakbij Proche (2)
Aanstaand Prochain
Komend Prochain(e)
Uitgebreid = Uitvoerig Vaste (2)
Daarna = Vervolgens = Naderhand = Nadien Après (4)
Een tijdstip vastleggen Fixer un moment
Verderop Plus loin
Bovenaan En haut, en tête
Langdurig Durable
Na een tijdje = Na korte tijd Après un court moment (2)
Voorbij Au delà de
Kort geleden Il y a peu (de temps)
Het zien ernaar uit dat Il semble que
De plaats = De plek L’endroit, la place (2)
Ter plaatse = Ter plekke Sur place
De ruimte L’espace
Ruim Spacieux
Uitkijken op = Uitzien op Avoir vue sur (2)
HET uitzicht La vue
De wijk Le quartier
Ver weg Loin d’ici
De verte (le) lointain
Ondersteboven Sans dessus dessous
De kant = De zijde Le côté (2)
De overkant L’autre côté, le côté opposé
Opzij De côté
Vanbinnen De l’intérieur, à l’intérieur
Apart = Afzonderlijk Individuel (2)
Om = Rond(om) Autour (de) (2)
Vanaf Depuis, à partir de
Ailleurs Elders
Plaatselijk = Lokaal Local (2)
Wereldwijd = Mondiaal Mondial (2)
De aanwezigheid La présence
Verleden = Vorig Passé (2)
In het verleden Dans le passé
Geleden = Terug Il y a (2)
Eerder = Vroeger Antérieur (2)
Onlangs = Laatst Dernièrement récemment (2)
Voor het laatst Pour la dernière fois
Afgelopen = Voorbij Terminé (2)
Jongstleden = Afgelopen Dernier (Jongstleden maandag)
Voormalig Précédent
Tegenwoordig = Thans De nos jours (2)
Heden = Tot op heden Présent (2)
Tot nog toe = Tot nu toe Jusqu’à présent (2)
Huidig A présent
Voortaan Désormais
De lente = Het voorjaar Le prinptemps (2)
Overmorgen Après demain
De ochtend = De Morgen Le matin (2)
Tussen de middag Sur le temps de midi
Laat op de middag En fin d’après-midi
Midden in de nacht Milieu de la nuit
Middernacht Minuit
Overdag Le jour, de jour
Vanmorgen = Vanochtend Ce matin (2)
In de vroege ochtend Tôt dans la matinée
Momentje = Ogenblikje Un moment! (2)
Tegelijk = Tegelijkertijd En même temps (2)
Dadelijk = Zo Immédiatement (Ik kom zo, ik moet dit dadelijk doen) (2)
Even(tjes) Un instant
Even later Dans un instant
In eerste instantie En première instance
Iets het einde vinden Apprécier quelque chose
Eindigen Finir, terminer
Beëindigen Terminer, mettre fin
Eindelijk = Ten slotte En conclusion (2)
Uiteindelijk Finalement, au final
Direct = Meteen = Onmiddellijk Direct (3)
Indertijd A l’époque, jadis
Prompt rapidement
Achteraf Ultérieurement
Eens = Eenmaal Une fois (2)
Zelden Rarement
Af en toe = Soms De temps en temps
Created by: gfm33