Save
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't Know
Remaining cards (0)
Know
0:00
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Chapitre 15

318 à 328

WordTranslation
Communistisch Communiste
Het nationalisme Le nationalisme
Het fascisme Le fascisme
Het nazisme Le nazisme
Het systeem (temen) Le systeme
De meerderheid (heden) La majorité
De minderheid (heden) La minorité
Zich verzetten (verzette zich, h.zich verzet) S'opposer (à ce que)
De oppositie L'opposition
Oppositie voeren Porter opposition
Stabiel Stable
De stabiliteit La stabilité
Voorstellen (stelde voor, h.voorgesteld) Proposer
Het voorstel (len) La proposition
Een voorstel doen Faire une proposition
Het debat (ten) Le débat
Debatteren (debatteerde, h.gedebatteerd) Débattre
De toespraak (spraken) Le discours
Hervormen (hervormde, h.hervormd) Réformer
De hervorming (en) La réforme
Kiezen (koos, h.gekozen) Voter
De verkiezing (en) L'élection
Verkiezen tot (verkoos, h.verkozen) Elire
De kandidaat (daten) Le candidat
Zich kandidaat stellen Poser sa canditature
De kiezer (s) L'électeur / électrice
Stemmen op (stemde, h.gestemd) Voter (donner sa voix)
De stem (men) La voix
De stemming (en) Le vote / la votation (le moment où on vote)
Het stemrecht Le droit de vote
Oproepen (riep op, h.opgeroepen) Convoquer
De oproep (en) La convocation
De overwinning (en) La victoire / le triomphe
Overwinnen (overwon, h.overwonnen) Triompher
De benoeming (en) La nomination
De campagne (s) La campagne
De verkiezingscampagne La campagne électorale
De aanhanger Le partisan
Overdragen (droeg over, h. overgedragen) Céder
De overdracht (en) La passation de pouvoir
De arbeid Le travail / l'ouvrage
De vakbond (en) Le syndicat
De vakbeweging (en) Le syndicalisme
De delegatie (s) La délégation
De achterban Les membres
De medezeggenschap La participation
De kwestie (s) = De zaak (zaken) Le problème
De strijd Le combat / la lutte
In strijd zijn met Être en combat avec
De crisis (sen / crises) La crise
Het conflict (en) Le conflit
Aftreden (trad af, is afgestreden) Démissionner
Afzetten (zette af, h.afgezet) Destituer
Betogen = demonstreren Manifester
De betoging = de demonstratie (s) La manifestation
De propaganda La propagande
De opstand (en) La révolte
Het spandoek (en) La banderole
De wet (ten) La loi
Het wetsvoorstel (len) = het wetsontwerp (en) La proposition de loi
De grondwet (ten) = De constitutie (s) La constitution
Constitutioneel Constitutionnel
Het recht (en) Le droit
Recht hebben op iets Avoir des droits sur quelque chose
Mensenrechten Les droits de l'homme
Verbieden (verbood, h.verboden) Interdire
Verboden Interdit
Het verbod (en) L'interdiction
Waarschuwen voor (waarschuwde, h.gewaarschuwd) Mettre en garde contre
De toestemming (en) La permission
Toestaan (stond toe, h.toegestaan) Permettre
De plicht (en) = de verplichting (en) Le devoir / l'obligation
Verplichten tot (verplichtte, h.verplicht) Obliger
Het reglement (en) Le réglement
Voorschrijven (schreef voor, h.voorschreven) Ordonner
De vergunning (en) La permission / L'autorisation
De verblijfsvergunning Le permis de séjour
De werkvergunning Le permis de travail
Vrij Libre
Vrij spel hebben Avoir le champ libre
De vrijheid (heden) La liberté
De persvrijheid La liberté de presse
Juridisch Juridique
De rechter (s) Le juge
De rechtbank (en) = Het gerecht (en) Le tribunal
De advocaat (caten) L'avocat
De advocate (s) L'avocate
Beschuldigen van Accuser
De beschuldiging (en) L'accusation
Vervolgen (vervolgde, h.vervolgde) Poursuivre
De beklaagde (n) L'inculpé / le prévenu
Verdacht Suspect
De verdrachte (n) Le suspect
Eerlijk Honnête
Oneerlijk Malhonnete
Rechtvaardig Juste / équitable
Rechtvaardigheid Justice
De verdediging La défanse
Verdediging (verdedigde, h.verdedigd) Défendre
De zitting (en) L'audience
Voorkomen (kwam voor, is voorgekomen) Comparaitre
Uitmaken (maakte uit, h.uitgemaakt) Décider
Het oordeel (delen) Le jugement / l'opinion
Onschuldig Innocent
Schuldig Coupable
Oordelen (oordeelde, h. geoordeeld) Juger
De uitspraak (spraken )= Het vonnis (sen) La sentence
Veroordelen voor / tot Condamner
De veroordeling (en) La condamnation
Vrijspreken (sprak vrij, h.vrijgesproken) Acquitter
De gratie La grâce
De straf (fen) La punition
De boete (s / n) L'amande
Straffen (strafte, h.gestraft) Punir
De gevangenis (sen) La prison
De gevangene (n) Le prisonnier
De cel (len) La cellule
Vrijkomen (kwam vrij, h.vrijgekomen) Être relacher
De regel (s) = Het voorschrift (en) La règle
Het statuut (tuten) Le statut
Gelden (gold, h.gegolden) Être en vigueur
Aanemen = goedkeuren Approuver
Aanvaarden = accepteren Accepter
In werking treden = Van kracht worden Entrer en vigueur
Invoeren (voerde in, h.ingevoerd) Instaurer / introduire
Afschaffen (schafte af, h.afgeschaft) Abolir / abroger
Officieel Officiel
Legaal = wettelijk = wettig Légal
Illegaal = onwettig Illégal
Respecteren (respecteerde, h.gerespecteerd) Respecter
Strikt Strict
Plegen (pleegde, h.gepleegde) Commettre
Een misdaad plegen Commettre un crime
Begaan (beging, h.begaan) Commettre
De overtreding (en) Infraction
Overtreden = Schenden Enfreindre
De schending (en) Infraction
In opspraak komen (kwam in opspraak, is in opspraak gekomen) Être mis en cause
Opleggen (legde op, h.opgelegd) Imposer
Opsluiten (sloot op, h.opgesloten) Enfermer
Intrekken (trok in, h.ingetrokken) Retirer
Het proces (sen) = De rechtszaak (zaken) Le procès
De jury (s) Le jury
De cliënt (en) Le client
De justitie La justice
Created by: gfm33
Popular Dutch sets

 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!
"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards