Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Chapitre 4

Voelen Denken Gedrag Partie 2

WordTranslation
Zijn (was, is geweest) Etre
Denken (dacht, h. gedacht) Penser
Nadenken (over) Réfléchir, méditer
Denken aan Penser à
De gedachte [-n/-s] La pensée
Peinzen (over) (peinsde, h. gepeinsd) Réfléchir, cogiter
De aandacht L'attention
< de aandacht trekken Attirer l'attention
Zich concentreren Se concentrer
De concentratie La concentration
Verstrooid Distrait, déconcentré
In de war Perturbé, confus, perdu
Het verstand Bon sens, intellect, intelligence
De geest L'esprit
Geestelijk = psychisch Mental, psychologique, spirituel (SYN)
Bedenken = verzinnen Imaginer, inventer
Het geweten La conscience
Bedoelen (met) Signifier, vouloir dire
De bedoeling (-en) L'intention, le sens
Het doel (-en) Le but
Begrijpen (van)= Snappen (van) Comprendre, saisir, piger (SYN)
Begrijpelijk Compréhensible
Het begrip La compréhension
Inzien (zag in, h. ingezien) Comprendre, se rendre compte de
Het inzicht (in) [ en] La compréhension de quelque chose
Doordringen tot (drong door tot, is doorgedrongen tot) Faire comprendre, se faire comprendre, être compris
Betekenen (betekende, h. betekend) Vouloir dire, signifier
De betekenis [-sen] La signification
De onzin = De nonsens Bêtises, baliverne, non-sens (SYN)
Het idee [ideeën] Une idée
Dromen Rêver
De droom [dromen] Le rêve
Ervaren Expérimenter
De ervaring [-en] L'expérience
Inspireren Inspirer
De inspiratie [ s] L'inspiration
De grap Une blague, une plaisanterie
< voor de grap Pour rire, en plaisantant
Grappig Amusant, drôle
De mop (-pen) Une blague, une plaisanterie
Dom = Stom Stupide, idiot (SYN)
Saai Ennuyeux, terne, monotone
Zich vervelen S'ennuyer
Weten (wist, h. geweten) Savoir
< Iets te weten komen Apprendre quelque chose
< Ik zou het niet weten Je ne sais pas
< Je weet maar nooit On ne sait jamais !
< Wie weet Qui sait ?
Op de hoogte A jour
< op de hoogte zijn (van) Etre au courant
< op de hoogte brengen (van) Mettre au courant
< op de hoogte houden (van) Rester au courant
Kennen (kende, h. gekend) Savoir
Uit het hoofd = Van buiten Par cœur
De kennis La connaissance
Slim = Intelligent = Knap Intelligent (SYN)
De intelligentie L'intelligence
Verstandig = Wijs Intelligent, sensé, raisonnable (SYN)
Briljant = Geniaal Brillant (SYN)
Het genie [-ën] Un génie
Intellectueel Intellectuel
Denken Penser
Vinden (van) Trouver quelque chose, Penser que qlq chose est …
< dat vind ik wel Je pense bien
< ik vind van niet Je ne pense pas
< ergens niks aan vinden Je n'en pense rien
De mening [-en] = Het oordeel [-delen] = De opvatting [ en] = Het standpunt [en] = De opinie [ s] Avis, opinion, point de vue (SYN)
< van mening zijn Etre d'avis que
< voor je mening uitkomen Dire ce qu'on pense
< van mening verschillen Ne pas être du même avis
In elk opzicht = In alle opzichten En tout point (SYN)
Beschouwen als Considérer
Positief Positif
Negatief Négatif
Het vooroordeel (-delen) Le préjugé
Vasthouden aan Persister à
De schande La honte
De discussie La discussion
Beslissen (besliste, h. beslist) Décider
De beslissing [-en] La décision
Besluiten (besloot, h. besloten) Décider, conclure, prendre une décision
Het besluit [-en] Une décision, une conclusion
< een besluit nemen Prendre une décision
Het plan [-nen] Le plan
< van plan zijn Avoir prévu de, prévoir
Gek = Raar = Vreemd Fou, dément, insensé, étrange, bizarre… (SYN)
< te gek! Cool, génial, incroyable
< voor de gek houden Se moquer
Normaal Normal
Ingewikkeld = complex Compliqué (SYN)
Eenvoudig = simpel Simple (SYN)
Lijken (leek, h. geleken) Sembler
Schijnen (scheen, h. geschenen) Paraître, briller
< naar het schijnt On dit que …, Il semblerait que …
Blijken (bleek, h. gebleken) S'avérer, prouver
Zeker Assurément
Eventueel Eventuel
Het probleem (-blemen) Un problème
De kwestie (-s) = De zaak (zaken) La question, le cas (SYN)
Oplossen (loste op, h. opgelost) Résoudre
De oplossing La solution
De puzzel (-s) Le puzzle, le mot croisé
Puzzelen (puzzelde, h. gepuzzeld) Faire des puzzles, des mots croisés, se casser la tête
Verwijzen naar (verwees naar, h. verwezen naar) Renvoyer à, faire référence à ???
Realiseren (realiseerde, h. gerealiseerd) Réaliser
Zich realiseren = Beseffen (besefte, h. beseft) Se rendre compte de (SYN)
Het besef La réalisation
Vergeten (vargat, h./is vergeten) Oublier
Zich herinneren (herinnerde zich, h. zich herinnerde) Se souvenir
De herinnering Le souvenir
< ter herinnering aan Pour se souvenir de
De weemoed La mélancolie
Het geheugen La mémoire
Bewust Conscient
Zich voorstellen S’imaginer
Stel je voor dat S’imaginer que…
Voorzien (voorzag, h. voorzien) Prévoir
Aannemen = veronderstellen Admettre, accepter, supposer (SYN)
Waarschijnlijk = Vermoedelijk Vraisemblable, probable (SYN)
Vermoeden (vermoedde, h. vermoed) Supposer, croire
Het vermoeden La supposition
Raden (raadde, h. geraden) Deviner
Onderzoeken (onderzocht, h. onderzocht) Rechercher, examiner
Analyseren (analyseerde, h. geanalyseerd)= uitzoeken = uitvissen Analyser = tirer au clair, rechercher
Overwegen (overwoog, h. overwogen) Considérer, réfléchir, envisager
Verdenken (verdacht, h. verdacht Soupçonner, suspecter
De conclusie = HET besluit La conclusion
Tot de conclusie komen Arriver à la conclusion
De conclusie trekken Tirer la conclusion
Concluderen Conclure
Bewijzen = aantonen Démontrer (SYN)
Het bewijs Preuve, démonstration
De orde Ordre
< in orde zijn < être en ordre
< in orde komen < Rentrer dans l'ordre
< in orde maken < Mettre en ordre
De chaos Le chaos
Chaotisch Chaotique
De theorie La théorie
Theoretisch Théorique
De praktijk La pratique
In de praktijk En pratique
De procedure La procédure
Samenvatten (vatte samen, h. samengevat) Résumer
De keuze = De keus Le choix (SYN)
Het voorstel = de suggestie Proposition = La suggestion (SYN)
Voorstellen = suggereren Proposer = suggérer
De mogelijkheid La possibilité
Het compromis Le compromis
De voorkeur La préférence
< de voorgeur geven aan Donner une préférence à
< een voorkeur hebben voor Avoir une préférence pour
< bij voorkeur Par préférence
De waarheid La vérité
< de waarheid spreken < dire la vérité
Zich vergissen (vergiste zich, h. zich vergist) Se tromper,
De vergissing Erreur
Het misverstand Malentendu, quiproquo
Created by: gfm33