Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Voorzetsels 22

Werkwoorden/uitdrukkingen met vast voorzetsel

VraagAntwoord
Laten we niet … de zaken vooruitlopen. Wacht nog even af. vooruitlopen op
Het plan voorziet … 700 woningen. voorzien in
Hij voorzag ons … de nodige vergunningen. iemand/iets voorzien van
Als je het niet begrijpt, vraag het dan … je leerkracht. vragen aan
De klant vroeg … de prijs van een artikel. vragen naar (informeren)
De cursist vroeg de leerkracht … raad. vragen om (verzoeken)
Na 10 jaar oorlog sloten de landen vrede … elkaar. vrede sluiten met
De dokters vrezen … een epidemie. vrezen voor
De beklaagde werd vrijgesproken … alle beschuldigingen. vrijspreken van
Na het proces werd ik vrijgesteld … boete. vrijstellen van
Ik vul mijn dagen … telefoneren. vullen met
Ze hecht veel waarde … jouw mening. waarde hechten aan
Ik wil je waarschuwen … mijn hond. waarschuwen voor
De dokter wil nog even wachten … de behandeling. wachten met
We wachten al een halfuur … de bus. wachten op
Ik waag me niet … een uitspraak. (zich) wagen aan
Hij waagde het er… en liet zijn paraplu thuis. het erop wagen
De commissie waakt … het welzijn van proefdieren. waken over
Ik walg … dat soort mensen. walgen van
Zullen we wedden … een biertje? wedden om
Hij gaat elk weekend wedden … sportwedstrijden. wedden op
Die tekst wemelt … de fouten. wemelen van
Voor meer informatie kunt u zich wenden … uw arts. zich wenden tot
Het is altijd even wennen … nieuwe schoenen. wennen aan
Je moet nog … je uitspraak werken. werken aan
Created by: dirk.bouckaert