Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Voorzetsels 19

Werkwoorden/uitdrukkingen met vast voorzetsel

VraagAntwoord
De baby is erg vatbaar … ontstekingen. vatbaar zijn voor
Hij vecht … zijn broertje. vechten met
De klanten vechten … de nieuwe iphone. vechten om
De rebellen vechten … het leger. vechten tegen
Ze vechten … onafhankelijkheid. vechten voor
Heb je iets veranderd … je haar? veranderen aan
Het huis was veranderd … een puinhoop. veranderen in
Jij bent verantwoordelijk … de boekhouding. verantwoordelijk zijn voor
De minister moest zich verantwoorden … de begroting. zich verantwoorden voor
Ze verbaast zich … zijn boosheid. (zich) verbazen over
Met dit contract verbindt u zich … stilzwijgen. (zich) verbinden tot
Verbind me even … de infobalie. verbinden met
Wil je de taart … 8 stukken verdelen? verdelen in
We zullen de snoepjes … elkaar verdelen. verdelen onder
Hij wordt verdacht … diefstal. verdenken van
Zij wil zich verdiepen … het werk van Shakespeare. zich verdiepen in
De vrouw had veel verdriet … de dood van haar man. verdriet hebben om
Hij vergelijkt zijn auto … de auto van de buren! vergelijken met
Ze heeft zich niet vergist … zijn kwaliteiten. (zich) vergissen in
Ik verheug me … je komst. zich verheugen op
De hoogte verhoudt zich … de breedte als één staat tot drie. zich verhouden tot
Ik heb me verkeken … de hoeveelheid werk. zich verkijken op
Verlang je ook zo … de zon? verlangen naar
Hij is verlegen … zijn houding. verlegen zijn met
Hij zit verlegen … geld. verlegen zitten om
Created by: dirk.bouckaert