Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Voorzetsels 02

Werkwoorden/uitdrukkingen met vast voorzetsel

VraagAntwoord
Wie kan me afhelpen ... mijn rookverslaving ? afhelpen van
Hij kwam dreigend ... mij af. afkomen op
Hij zal niet gemakkelijk ... zijn schulden afkomen. afkomen van
Wat kan je daar... afleiden ? afleiden uit
Het woord 'aardigheid' is afgeleid ... 'aardig'. afleiden van
Als hij boos is reageert hij zich af ... zijn vrouw.
De politie wil voorgoed afrekenen ... winkeldieven. afrekenen met
Sommige honden stammen af ... wolven. afstammen van
We moeten de verschillende modules ... mekaar afstemmen. afstemmen op
De oudste zoon deed afstand ... zijn erfenis. afstand doen van
We moeten de blik afwenden ... het heden en vooruitzien. (zich) afwenden van
We zijn ... het plan afgeweken afwijken van
Veel pubers zetten zich af ... de opvattingen van hun ouders. zich afzetten tegen
Hij zag op het laatste nippertje af ... zijn plan. afzien van
Ze gaat niet akkoord ... ons voorstel. akkoord gaan met
Hij heeft angst ... de dood. angst hebben voor
Zij is angstig ... het examen. angstig zijn voor
Hij is allergisch ... grassen en pollen. allergisch zijn voor
Met die afspraken willen we anticiperen ... de nieuwe wetgeving. anticiperen op
De leraar antwoordde zeer duidelijk ... de vragen. antwoorden op
Hij maakte mij attent ... mijn fouten. attent zijn/maken op
Ben je bang ... het examen? bang zijn van/voor
Waar... zijn die uitspraken gebaseerd ? baseren op
Jouw profiel beantwoordt ... de vereisten voor de vacature. beantwoorden aan
Wees er... bedacht dat er een harde wind staat. bedacht zijn op
Created by: dirk.bouckaert