Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Trefwoord

konwersacje

QuestionAnswer
De huisarts verwijst hem... de specialist. naar
In Italie kwam hij in aanraking...de politie. met
Ons vakantiehuis beantwoordde helemaal niet...onze verwachtingen. aan
Hij verlangt heel erg...zijn vader. naar
Wij zijn op zoek...een nieuw huis. naar
Zij stelt hoge eisen...haar cursisten. aan
Zij condoleert mij...het verlies van mij broer. met
Nederandt grenst...Duitsland en Belgie. aan
Voel je wat...een feestje? voor
Ik maak hem attent...die notitie. op
Kom jij in aanmerking...huursubsidie? voor
We moeten allemaal bezuinigen...energie. op
Waar dienen die bakken...? voor
Ik moet daar toch even...nadenken. over
Zij heeft veel gevoel...kleuren. voor
Zij is bedroefd...de dood van haar hond. over
Ik kies...meer comfort. voor
Hij werd beloond...zijn bijdrage aan het programma. voor
Dat geeft aanleiding...kletspraatjes tot
Die jas is niet bestand...zoveel regen. tegen
Zij vechten...elkaar. tegen
Ik verdenk hem...fraude. van
Vorige week is zij bevallen...een gezonde baby. van
Ben jij in het bezit...een rijbewijs? van
Hij is...veel in staat. tot
Ik doe afstand...de erfenis. van
Dat leidt onherroepelijk...problemen. tot
Zie jij ook zo op...die hele organisatie? tegen
Ik blijf...mijn eerste bewering. bij
Pas op! Denk ...het afstapje. om
Wie hoort er...haar? bij
Hij huilde...zijn zieke vriend. om
Ik verzoek...stilte. om
Ik geloof...een leven na de dood. in
Past die rok...deze trui? bij
Hij staatbekend...zijn gemene grapjes. om
Ik kom niet in aanmerking...een stageplaats. voor
Gecondoleerd...het verlies van je moeder. met
Dat gesprek leidt...niets. tot
Mijn vader is op zoek...een nieuw auto. naar
Die twee mensen passen goed...elkaar. bij
Ik heb geen gevoel...muziek. voor
...welke landen grenst Zwitserland? aan
Ik voel wel wat...een middagje zwemmen. voor
Hij stelt hoge eisen...zijn personeel. aan
Claudia is bevallen...een dochter. van
Doe de radio eens wat zachter. Denk ...de buren. om
Hij is daar niet...in staat. tot
Hij wordt doorverwezen...de oogarts. naar
Ik ben nog nooit in aanraking gekomen...drugs. met
Ik zie erg op...het examen. tegen
Daar woord je zeker...beloond. voor
Ik blijf er...dat he onzin is. bij
Waar dienen die hekken eigenlijk...? voor
Ik meld me aan...een cursus Nederlands. voor
Hij wijdt zich volledig...zijn studie. aan
Ze bereiden zich voor...het examen. op
Hij stelt zich onder behandeling...een kaakchirurg. van
We sluiten ons aan...die partij. bij
Zij verbergen zich dagenlang...de vijand. voor
Ik houd me bezig...de verzorging van de dieren. met
Jullie houden je niet...de afspraak. aan
Voor klachten moet u zich richten...de directie. tot
Hij heeft zich gespecialiseerd...oogheelkunde. in
Ik leg me...die beslissing neer. bij
Zij abonneert zich...een plaatselijke krant. op
Hij verzet zich...zij autoritaire vader. tegen
Ik trek me niets aan...die krietiek. van
Hij verzoent zich...zijn lot. met
Hij verdiept zich...zijn nieuwe boek. in
Hij keek niet op...dat resultaat. van
Dat is in strijd...de voorschriften. met
Ik probeer niet te zwichten...zijn charmes. voor
Hun scheiding ging gepaard...veel ruzies. met
Geen commentaar! Ik laat me daar toch niet...uit. over
Op de camping stikte het... de oorwurmen. van
... dit soort karweitjes leen ik me niet! voor
Ik heb me verkeken...haar kwaliteiten. op
Wat is het benauwd! Ik snak...frisse lucht. naar
Ik heb altijd goed...haar op kunnen schieten. met
De opbrengst komt ten goede...het Rode Kruis. aan
Het komt er...neer dat hij wordt ontslagen. op
In voor- en tegenspoed...ik sta...je! achter
Ik sta er...dat je de waarheid spreekt. op
Waar is hij eigenlijk...uit? op
Ben jij gediend...die opmerkingen? van
Ik zie af...verder contact. van
Ik moet erover praten. Ik ben er vol.... van
Hij wil daar niet...ingaan. op
We kunnen volstaan...een feliciatiekaartje. met
Wat denk je...een dagje uit? van
Heb jij kijk...mode? op
Hij gaat op...zijn nieuwe hobby. in
Daar ben ik niet...opgewassen. tegen
Tijdens de overtocht hadden we te kampen...zware rukwinden. met
Je moet je wat meer bekommeren...je moeder. om
Waar zinspeelt hij...? op
We zetten ons in...he goede doel. voor
Ze doen zich te goed...het lekkere eten. aan
Er is heel wat...doen geweest. om
Je kunt geen appels...peren vergelijken! met
Zullen die landen ooit nog vrede sluiten...elkaar? met
Dat ongeluk is te wijten...roekeloosheid. aan
Ik voorzie onze auto...nieuwe banden. van
...de vergadering ging een bespreking vooraf. aan
Dat boek is... het Engels...het Frans vertaald. uit/in
Ik verschil...hem...mening. met/van
Hij is veroordeeld...tien jaar gevangenisstraf. tot
Hij wordt verdacht...moord. van
Ze vechten...elkaar...het dictatoriale bewind. met/tegen
Dat is een uitzondering...de regel. op
Hij blijft trouw...zijn principes. aan
Hij werd meteen toegelaten...de universiteit. tot
Ik ben teleurgesteld...de liefde. in
Wij staan even stil...die herinnering. bij
Zij steunt erg...haar vriendinnen. op
Stem jij...een kleine partij of een grote? op
De jager schiet...het konijn. op
Zij werd beroofd...haar tasje. van
Wij stellen hem aansprakelijk...de schade. voor
Dat hebben we te danken ...haar inzet. aan
Donkere wolken duiden...onweer. op
Ik ben gewend geraakt...zijn manier van praten. aan
Ze trekken altijd partij...elkaar. voor
Zulke misdadigers schrikken nergens...terug. voor
Zij staat altijd te schelden...haar kinderen. op
Wil jij die pen ruilen...een andere? voor
Wat rijmt er...Sinterklaas? Pieterbaas! op
Hij is voldaan...het resultaat van die actie. over
Dat land is rijk/arm...delfstoffen. aan
Houd je rekening...de veranderde lestijden! met
Daar moet je niet...spotten! met
Dat is zeker een reden.../...een feestje! voor/tot
Ik overtuig hem...zijn ongelijk! van
Hij is op het nippertje...de vijand ontsnapt. aan
Zij is onverschillig...kritiek! voor
Ik leg de nadruk...de laatste lettergroep. op
Ik moet nog...hem afrekenen. met
Hij maakt misbruik...mijn goede wil. van
Ik hecht weinig waarde...zijn mening. aan
We zijn er...geslaagd alle problemen op te lossen. in
Hij moet leven...een klein salaris. voor
Ik hoop...een betere toekomst. op
Was jij getuige...dat ongeluk? van
Ik wens hem geluk...zijn diploma. met
Wij maken gebruik...de lift. van
Ik concludeer...jouw verhaal,dat hij de dader is. uit
Ik moet dat eerst...hem bespreken. met
Hij wordt beschuldigd...diefstal. van
Ik bezwijk...de verleiding. voor
Onze sympathie gaat uit...zijn vrouw. naar
Neem maar...mij aan dat hij vanavond komt. van
...dit verhaal blijkt dat hij de waarheid heeft gezegd. uit
Dat is van belang...je verdere loopbaan. voor
Wat is zijn motief...die daad? voor
We nemen geen genoegen...zijn excuses. met
Hij werd geconfronteerd...de realiteit. met
Wij hebben onze handen vol...de voorbereidingen. aan
Vraag het hem maar;hij heeft kijk...planten en bloemen. op
Wie nemen er deel...de wedstrijden? aan
Wat hebben jullie...elkaar gemeen? met
Je bent vrij!Ik dwing je...niets. tot
Dat woord eindigt...een t. op
We zijn...een ramp ontkomen. aan
Ik ben immuun.../...die ziekte. voor/tegen
Heb je interesse...een tweedehands computer? voor
Was hij medeplichtig ...die overval? aan
Ik weet het niet. Ik kan er alleen...raden. naar
Je hoeft niet...mij te schrikken! van
Wees zuinig...water. met
Wie houdt er toezicht...die speelplaats? op
Men zegt dat Nederlandse kinderen brutaal zijn...hun ouders. tegen
Daar zul je...moeten boeten. voor
Twee getallen verhouden zich...elkaar als 2:3. tot
Een cursus Chinees! Waar begin je toch...! aan
...de verjaardag van de koningin heeft iedereen een vrije dag. ter gelegenheid van
Wij gaan verhuizen!....20 augustus is ons adres:Veldekestraat 3, Beverwijk. met ingang van
...de festiviteiten is het centrum van de stad van daag afgesloten voor alle verkeer. in verband met
Hij wil altijd zijn zin hebben,...alles en iedereen. ten koste van
...uw brief van 12 spetember jl.wil ik u het volgende mededelen. in antwoord op
...medicijnen probeert men de ziekt te bestrijden. door middel van
Een orkest staat...een dirigent. onder leiding van
...een paar maanden kon ik al aardig piano spelen. na verloop van
Dat onderzoek werd ingesteld...de plaatselijke bevolking. op verzoek van
Iedereen is het met me eens...jullie twee. met uitzondering van
Op de brief staat:...dhr.Jansen. ter attentie van
Er is een fout gemaakt. Ik heb een cd ontvangen...een boek. in plaats van
Created by: xmx