Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.

Remove Ads
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards




share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

NTNB 1.1 - 1.3

Samenvatting

QuestionAnswer
Apparaten in een netwerk worden ook wel ... genoemd. hosts of end systems
Host/end systems worden verbonden met communication links en packet switches.
ISP staat voor Internet Service Provider.
Hosts/end sytems zijn vaak verbonden met het internet via een Internet Service Provider (ISP)
Over een kabel gaat een bepaalde transmission rate. Dat wordt gemeten in byte per seconde.
Data wordt gesegmenteerd in packets.
Deze packets worden op het internet verwerkt door routers en link-layer switches.
Een protocol zijn de afspraken die er zijn gemaakt om te communiceren over een netwerk.
Twee bekende protocollen zijn: - Transmission Control Protocol (TCP) - Internet Protocol (IP)
TCP/IP zijn onderdeel van de Internet Standards en staan beschreven in Request For Comments (RFC).
Distributed Applications zijn applicaties die via het internet worden geleverd
Middels een Application Programming Interface (API) is het mogelijk om over het netwerk te communiceren met deze applicaties.
Onder hosts vallen er twee catagorien: - client - Server
Bij applicaties wordt er gebruik gemaakt van een client program die verbindt met een server program.
We hebben de volgende physical medium: Dail-up, DSL, Cable, FFTH, Ethernet, Wireless, wide area wireless acces, wimax
- Dail-up o Een oude techniek die over de telefoonlijn gaat
- DSL o Een kabel waar zowel telefonie als ADSL over gaat
- Cable o Een cable head end verstuurd het signaal naar alle aangesloten componenten op de kabel. De COAX kabel is meestal aangesloten op een fiber node op de cable head end. Daarom heet het ook wel Hybrid Fiber Coax (HFC). Coax is een shared medium
- Fiber-To-The-Home (FTTH) o Onderverdeeld in:  Direct fiber  Active Optical Networks (AON’s)  Passive Optical Networks (PON’sO=)
- Ethernet o Techniek die veelal gebruikt wordt op een LAN
- WiFi o Via de wireless LAN verbind je met acces points.
- Wide-Area Wireless Access o Bij wide-area wireless access networks vindt er verbinding plaats met een base station.
- WiMAX o Een opkomende techniek die sneller zal moete zijn dan 3G
Physical medium kunnen we opdelen in de volgende catagorien: - Guided media o Fysieke kabels zoals Coax/fiber - Unguided media o Draadloze technieken zoals WiFi
Er zijn 2 methodes om verkeer door een netwerk te laten verlopen: circuit switching en packet switching
- Circuit switching o verbinding die gereserveerd wordt (not queued) dus gegarandeerde bandbreedte o vast netwerk pad gekozen
- Packet switching o Geen reservering een soort van best effort o Data wordt opgedeeld in packages o maken gebruik van een store-and-forward transmission wat inhoudt dat hij eerst het volledige pakketje moet ontvangen voordat hij hem doorstuurt.
Een router weet waar hij een pakketje heen moet sturen door naar zijn forwarding table te kijken. Daar staat in via welke link het pakketje verstuurd moet worden.
Het internet is een netwerk van netwerken. Er zijn diverse ISP’s op aanwezig: - Tier-1 ISP o Alle tier-1 netwerken zijn met elkaar verbonden o Verbonden met een hoop tier-2 netwerken (tier-1 is provider voor tier-2) o Over de gehele wereld verspreid o Wordt gezien als de internet backbone - Tier-2 ISP o Verbonden met een aant
Points of Presence (POP) zijn locaties waarbij netwerken verbinding met elkaar maken (peering).
Een output buffer/output queue van packet switching wordt gebruikt om pakketjes tijdelijk op te slaan. Er kan een queue delay ontstaan wanneer er pakketjes in de wachtrij blijven. Ook wanneer deze queue vol is geworden kan er package loss ontstaan omdat deze packages gedropped worden.
Created by: chearitee.roosje