Save
Upgrade to remove ads
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't Know
Remaining cards (0)
Know
0:00
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Infinitif, FP et PR

128 verbes à l'infinitif, au Futur Proche et au Passé Récdent, NL-FR

FRNL
il va acheter hij gaat kopen
ils vont acheter ze gaan kopen
je vais acheter ik ga kopen
nous allons acheter we gaan kopen
tu vas acheter je gaat kopen
vous allez acheter jullie gaan kopen
acheter kopen
il vient d'acheter hij heeft net gekocht
ils viennent d'acheter ze hebben net gekocht
je viens d'acheter ik heb net gekocht
nous venons d'acheter we hebben net gekocht
tu viens d'acheter je hebt net gekocht
vous venez d'acheter jullie hebben net gekocht
je vais acquérir ik ga verwerven
tu vas acquérir je gaat verwerven
Il va acquérir hij gaat verwerven
nous allons acquérir we gaan verwerven
vous allez acquérir jullie gaan verwerven
Ils vont acquérir ze gaan verwerven
acquérir verwerven
je viens d'acquérir ik heb net verworven
tu viens d'acquérir je hebt net verworven
il vient d'acquérir hij heeft net verworven
nous venons d'acquérir we hebben net verworven
vous venez d'acquérir jullie hebben net verworven
ils viennent d'acquérir ze hebben net verworven
il va aller hij gaat gaan
ils vont aller ze gaan gaan
je vais aller ik ga gaan
nous allons aller we gaan gaan
tu vas aller je gaat gaan
vous allez aller jullie gaan gaan
aller gaan
il vient d'aller hij is net gegaan
ils viennent d'aller ze zijn net gegaan
je viens d'aller ik ben net gegaan
nous venons d'aller we zijn net gegaan
tu viens d'aller je bent net gegaan
vous venez d'aller jullie zijn net gegaan
il va apercevoir hij gaat bemerken
ils vont apercevoir ze gaan bemerken
je vais apercevoir ik ga bemerken
nous allons apercevoir we gaan bemerken
tu vas apercevoir je gaat bemerken
vous allez apercevoir jullie gaan bemerken
apercevoir bemerken
il vient d'apercevoir hij heeft net bemerkt
ils viennent d'apercevoir ze hebben net bemerkt
je viens d'apercevoir ik heb net bemerkt
nous venons d'apercevoir we hebben net bemerkt
tu viens d'apercevoir je hebt net bemerkt
vous venez d'apercevoir jullie hebben net bemerkt
il va apparaître hij gaat verschijnen
ils vont apparaître ze gaan verschijnen
je vais apparaître ik ga verschijnen
nous allons apparaître we gaan verschijnen
tu vas apparaître je gaat verschijnen
vous allez apparaître jullie gaan verschijnen
apparaître verschijnen
il vient d'apparaître hij is net verschenen
ils viennent d'apparaître ze zijn net verschenen
je viens d'apparaître ik ben net verschenen
nous venons d'apparaître we zijn net verschenen
tu viens d'apparaître je bent net verschenen
vous venez d'apparaître jullie zijn net verschenen
il va appeler hij gaat roepen
ils vont appeler ze gaan roepen
je vais appeler ik ga roepen
nous allons appeler we gaan roepen
tu vas appeler je gaat roepen
vous allez appeler jullie gaan roepen
appeler roepen
il vient d'appeler hij heeft net geroepen
ils viennent d'appeler ze hebben net geroepen
je viens d'appeler ik heb net geroepen
nous venons d'appeler we hebben net geroepen
tu viens d'appeler je hebt net geroepen
vous venez d'appeler jullie hebben net geroepen
il va attendre hij gaat wachten
ils vont attendre ze gaan wachten
je vais attendre ik ga wachten
nous allons attendre we gaan wachten
tu vas attendre je gaat wachten
vous allez attendre jullie gaan wachten
attendre wachten
il vient d'attendre hij heeft net gewacht
ils viennent d'attendre ze hebben net gewacht
je viens d'attendre ik heb net gewacht
nous venons d'attendre we hebben net gewacht
tu viens d'attendre je hebt net gewacht
vous venez d'attendre jullie hebben net gewacht
il va avoir hij gaat hebben
ils vont avoir ze gaan hebben
je vais avoir ik ga hebben
nous allons avoir we gaan hebben
tu vas avoir je gaat hebben
vous allez avoir jullie gaan hebben
avoir hebben
il vient d'avoir hij heeft net gehad
ils viennent d'avoir ze hebben net gehad
je viens d'avoir ik heb net gehad
nous venons d'avoir we hebben net gehad
tu viens d'avoir je hebt net gehad
vous venez d'avoir jullie hebben net gehad
il va battre hij gaat slaan
ils vont battre ze gaan slaan
je vais battre ik ga slaan
nous allons battre we gaan slaan
tu vas battre je gaat slaan
vous allez battre jullie gaan slaan
battre slaan
il vient de battre hij heeft net geslagen
ils viennent de battre ze hebben net geslagen
je viens de battre ik heb net geslagen
nous venons de battre we hebben net geslagen
tu viens de battre je hebt net geslagen
vous venez de battre jullie hebben net geslagen
il va boire hij gaat drinken
ils vont boire ze gaan drinken
je vais boire ik ga drinken
nous allons boire we gaan drinken
tu vas boire je gaat drinken
vous allez boire jullie gaan drinken
boire drinken
il vient de boire hij heeft net gedronken
ils viennent de boire ze hebben net gedronken
je viens de boire ik heb net gedronken
nous venons de boire we hebben net gedronken
tu viens de boire je hebt net gedronken
vous venez de boire jullie hebben net gedronken
il va bouillir hij gaat koken
ils vont bouillir ze gaan koken
je vais bouillir ik ga koken
nous allons bouillir we gaan koken
tu vas bouillir je gaat koken
vous allez bouillir jullie gaan koken
bouillir koken
il vient de bouillir hij heeft net gekookt
ils viennent de bouillir ze hebben net gekookt
je viens de bouillir ik heb net gekookt
nous venons de bouillir we hebben net gekookt
tu viens de bouillir je hebt net gekookt
vous venez de bouillir jullie hebben net gekookt
il va chanter hij gaat zingen
ils vont chanter ze gaan zingen
je vais chanter ik ga zingen
nous allons chanter we gaan zingen
tu vas chanter je gaat zingen
vous allez chanter jullie gaan zingen
chanter zingen
il vient de chanter hij heeft net gezongen
ils viennent de chanter ze hebben net gezongen
je viens de chanter ik heb net gezongen
nous venons de chanter we hebben net gezongen
tu viens de chanter je hebt net gezongen
vous venez de chanter jullie hebben net gezongen
il va chercher hij gaat zoeken
ils vont chercher ze gaan zoeken
je vais chercher ik ga zoeken
nous allons chercher we gaan zoeken
tu vas chercher je gaat zoeken
vous allez chercher jullie gaan zoeken
chercher zoeken
il vient de chercher hij heeft net gezocht
ils viennent de chercher ze hebben net gezocht
je viens de chercher ik heb net gezocht
nous venons de chercher we hebben net gezocht
tu viens de chercher je hebt net gezocht
vous venez de chercher jullie hebben net gezocht
il va choisir hij gaat kiezen
ils vont choisir ze gaan kiezen
je vais choisir ik ga kiezen
nous allons choisir we gaan kiezen
tu vas choisir je gaat kiezen
vous allez choisir jullie gaan kiezen
choisir kiezen
il vient de choisir hij heeft net gekozen
ils viennent de choisir ze hebben net gekozen
je viens de choisir ik heb net gekozen
nous venons de choisir we hebben net gekozen
tu viens de choisir je hebt net gekozen
vous venez de choisir jullie hebben net gekozen
il va commencer hij gaat beginnen
ils vont commencer ze gaan beginnen
je vais commencer ik ga beginnen
nous allons commencer we gaan beginnen
tu vas commencer je gaat beginnen
vous allez commencer jullie gaan beginnen
commencer beginnen
il vient de commencer hij is net begonnen
ils viennent de commencer ze zijn net begonnen
je viens de commencer ik ben net begonnen
nous venons de commencer we zijn net begonnen
tu viens de commencer je bent net begonnen
vous venez de commencer jullie zijn net begonnen
il va comprendre hij zal begrijpen
ils vont comprendre ze gaan begrijpen
je vais comprendre ik ga begrijpen
nous allons comprendre we gaan begrijpen
tu vas comprendre je gaat begrijpen
vous allez comprendre jullie gaan begrijpen
comprendre begrijpen
il vient de comprendre hij heeft net begrepen
ils viennent de comprendre ze hebben net begrepen
je viens de comprendre ik heb net begrepen
nous venons de comprendre we hebben net begrepen
tu viens de comprendre je hebt net begrepen
vous venez de comprendre jullie hebben net begrepen
il va conduire hij gaat besturen
ils vont conduire ze gaan besturen
je vais conduire ik ga besturen
nous allons conduire we gaan besturen
tu vas conduire je gaat besturen
vous allez conduire jullie gaan besturen
conduire besturen
il vient de conduire hij heeft net bestuurd
ils viennent de conduire ze hebben net bestuurd
je viens de conduire ik heb net bestuurd
nous venons de conduire we hebben net bestuurd
tu viens de conduire je hebt net bestuurd
vous venez de conduire jullie hebben net bestuurd
il va confondre hij gaat verwarren
ils vont confondre ze gaan verwarren
je vais confondre ik ga verwarren
nous allons confondre we gaan verwarren
tu vas confondre je gaat verwarren
vous allez confondre jullie gaan verwarren
confondre verwarren
il vient de confondre hij heeft net verward
ils viennent de confondre ze hebben net verward
je viens de confondre ik heb net verward
nous venons de confondre we hebben net verward
tu viens de confondre je hebt net verward
vous venez de confondre jullie hebben net verward
il va connaître hij gaat kennen
ils vont connaître ze gaan kennen
je vais connaître ik ga kennen
nous allons connaître we gaan kennen
tu vas connaître je gaat kennen
vous allez connaître jullie gaan kennen
connaître kennen
il vient de connaître hij heeft net gekend
ils viennent de connaître ze hebben net gekend
je viens de connaître ik heb net gekend
nous venons de connaître we hebben net gekend
tu viens de connaître je hebt net gekend
vous venez de connaître jullie hebben net gekend
il va construire hij gaat bouwen
ils vont construire ze gaan bouwen
je vais construire ik ga bouwen
nous allons construire we gaan bouwen
tu vas construire je gaat bouwen
vous allez construire jullie gaan bouwen
construire bouwen
il vient de construire hij heeft net gebouwd
ils viennent de construire ze hebben net gebouwd
je viens de construire ik heb net gebouwd
nous venons de construire we hebben net gewoud
tu viens de construire je hebt net gebouwd
vous venez de construire jullie hebben net gebouwd
je vais continuer hij gaat voortzetten
tu vas continuer ze gaan voortzetten
il va continuer ik ga voortzetten
nous allons continuer we gaan voortzetten
vous allez continuer je gaat voortzetten
ils vont continuer jullie gaan voortzetten
continuer voortzetten
je viens de continuer ik heb net doorgezet
tu viens de continuer je hebt net doorgezet
il vient de continuer hij heeft net doorgezet
nous venons de continuer we hebben net voortgezet
vous venez de continuer jullie hebben net doorgezet
ils viennent de continuer ze hebben net doorgezet
il va convaincre hij gaat overtuigen
ils vont convaincre ze gaan overtuigen
je vais convaincre ik ga overtuigen
nous allons convaincre we gaan overtuigen
tu vas convaincre je gaat overtuigen
vous allez convaincre jullie gaan overtuigen
convaincre overtuigen
il vient de convaincre hij heeft net overtuigd
ils viennent de convaincre ze hebben net overtuigd
je viens de convaincre ik heb net overtuigd
nous venons de convaincre we hebben net overtuigd
tu viens de convaincre je hebt net overtuigd
vous venez de convaincre jullie hebben net overtuigd
il va coudre hij gaat naaien
ils vont coudre ze gaan naaien
je vais coudre ik ga naaien
nous allons coudre we gaan naaien
tu vas coudre je gaat naaien
vous allez coudre jullie gaan naaien
coudre naaien
il vient de coudre hij heeft net genaaid
ils viennent de coudre ze hebben net genaaid
je viens de coudre ik heb net genaaid
nous venons de coudre we hebben net genaaid
tu viens de coudre je hebt net genaaid
vous venez de coudre jullie hebben net genaaid
il va courir hij gaat lopen
ils vont courir ze gaan lopen
je vais courir ik ga lopen
nous allons courir we gaan lopen
tu vas courir je gaat lopen
vous allez courir jullie gaan lopen
courir lopen
il vient de courir hij heeft net gelopen
ils viennent de courir ze hebben net gelopen
je viens de courir ik heb net gelopen
nous venons de courir we hebben net gelopen
tu viens de courir je hebt net gelopen
vous venez de courir jullie hebben net gelopen
il va couvrir hij gaat bedekken
ils vont couvrir ze gaan bedekken
je vais couvrir ik ga bedekken
nous allons couvrir we gaan bedekken
tu vas couvrir je gaat bedekken
vous allez couvrir jullie gaan bedekken
couvrir bedekken
il vient de couvrir hij heeft net bedekt
ils viennent de couvrir ze hebben net bedekt
je viens de couvrir ik heb net bedekt
nous venons de couvrir we hebben net bedekt
tu viens de couvrir je hebt net bedekt
vous venez de couvrir jullie hebben net bedekt
il va craindre hij gaat vrezen
ils vont craindre ze gaan vrezen
je vais craindre ik ga vrezen
nous allons craindre we gaan vrezen
tu vas craindre je gaat vrezen
vous allez craindre jullie gaan vrezen
craindre vrezen
il vient de craindre hij heeft net gevreesd
ils viennent de craindre ze hebben net gevreesd
je viens de craindre ik heb net gevreesd
nous venons de craindre we hebben net gevreesd
tu viens de craindre je hebt net gevreesd
vous venez de craindre jullie hebben net gevreesd
il va crier hij gaat schreeuwen
ils vont crier ze gaan schreeuwen
je vais crier ik ga schreeuwen
nous allons crier we gaan schreeuwen
tu vas crier je gaat schreeuwen
vous allez crier jullie gaan schreeuwen
crier schreeuwen
il vient de crier hij heeft net geschreeuwd
ils viennent de crier ze hebben net geschreeuwd
je viens de crier ik heb net geschreeuwd
nous venons de crier we hebben net geschreeuwd
tu viens de crier je hebt net geschreeuwd
vous venez de crier jullie hebben net geschreeuwd
il va croire hij gaat geloven
ils vont croire ze gaan geloven
je vais croire ik ga geloven
nous allons croire we gaan geloven
tu vas croire je gaat geloven
vous allez croire jullie gaan geloven
croire geloven
il vient de croire hij heeft net geloofd
ils viennent de croire ze hebben net geloofd
je viens de croire ik heb net geloofd
nous venons de croire we hebben net geloofd
tu viens de croire je hebt net geloofd
vous venez de croire jullie hebben net geloofd
il va cueillir hij gaat plukken
ils vont cueillir ze gaan plukken
je vais cueillir ik ga plukken
nous allons cueillir we gaan plukken
tu vas cueillir je gaat plukken
vous allez cueillir jullie gaan plukken
cueillir plukken
il vient de cueillir hij heeft net geplukt
ils viennent de cueillir ze hebben net geplukt
je viens de cueillir ik heb net geplukt
nous venons de cueillir we hebben net geplukt
tu viens de cueillir je hebt net geplukt
vous venez de cueillir jullie hebben net geplukt
il va cueillir hij gaat plukken
ils vont cueillir ze gaan plukken
je vais cueillir ik ga plukken
nous allons cueillir we gaan plukken
tu vas cueillir je gaat plukken
vous allez cueillir jullie gaan plukken
cueillir plukken
il vient de cueillir hij heeft net geplukt
ils viennent de cueillir ze hebben net geplukt
je viens de cueillir ik heb net geplukt
nous venons de cueillir we hebben net geplukt
tu viens de cueillir je hebt net geplukt
vous venez de cueillir jullie hebben net geplukt
il va cuire hij gaat bakken
ils vont cuire ze gaan bakken
je vais cuire ik ga bakken
nous allons cuire we gaan bakken
tu vas cuire je gaat bakken
vous allez cuire jullie gaan bakken
cuire bakken
il vient de cuire hij heeft net gekookt
ils viennent de cuire ze hebben net gekookt
je viens de cuire ik heb net gekookt
nous venons de cuire we hebben net gekookt
tu viens de cuire je hebt net gekookt
vous venez de cuire jullie hebben net gekookt
il va danser hij gaat dansen
ils vont danser ze gaan dansen
je vais danser ik ga dansen
nous allons danser we gaan dansen
tu vas danser je gaat dansen
vous allez danser jullie gaan dansen
danser dansen
il vient de danser hij heeft net gedanst
ils viennent de danser ze hebben net gedanst
je viens de danser ik heb net gedanst
nous venons de danser we hebben net gedanst
tu viens de danser je hebt net gedanst
vous venez de danser jullie hebben net gedanst
il va défendre hij gaat verdedigen
ils vont défendre ze gaan verdedigen
je vais défendre ik ga verdedigen
nous allons défendre we gaan verdedigen
tu vas défendre je gaat verdedigen
vous allez défendre jullie gaan verdedigen
défendre verdedigen
il vient de défendre hij heeft net verdedigd
ils viennent de défendre ze hebben net verdedigd
je viens de défendre ik heb net verdedigd
nous venons de défendre we hebben net verdedigd
tu viens de défendre je hebt net verdedigd
vous venez de défendre jullie hebben net verdedigd
il va descendre hij gaat afdalen
ils vont descendre ze gaan afdalen
je vais descendre ik ga afdalen
nous allons descendre we gaan afdalen
tu vas descendre je gaat afdalen
vous allez descendre jullie gaan afdalen
descendre afdalen
il vient de descendre hij is net afgedaald
ils viennent de descendre ze zijn net afgedaald
je viens de descendre ik ben net afgedaald
nous venons de descendre we zijn net afgedaald
tu viens de descendre je bent net afgedaald
vous venez de descendre jullie zijn net afgedaald
il va devoir hij gaat moeten
ils vont devoir ze gaan moeten
je vais devoir ik ga moeten
nous allons devoir we gaan moeten
tu vas devoir je gaat moeten
vous allez devoir jullie gaan moeten
devoir moeten
il vient de devoir hij heeft net gemoeten
ils viennent de devoir ze hebben net gemoeten
je viens de devoir ik heb net gemoeten
nous venons de devoir we hebben net gemoeten
tu viens de devoir je hebt net gemoeten
vous venez de devoir jullie hebben net gemoeten
il va dire hij gaat zeggen
ils vont dire ze gaan zeggen
je vais dire ik ga zeggen
nous allons dire we gaan zeggen
tu vas dire je gaat zeggen
vous allez dire jullie gaan zeggen
dire zeggen
il vient de dire hij heeft net gezegd
ils viennent de dire ze hebben net gezegd
je viens de dire ik heb net gezegd
nous venons de dire we hebben net gezegd
tu viens de dire je hebt net gezegd
vous venez de dire jullie hebben net gezegd
il va diriger hij gaat dirigeren
ils vont diriger ze gaan dirigeren
je vais diriger ik ga dirigeren
nous allons diriger we gaan dirigeren
tu vas diriger je gaat dirigeren
vous allez diriger jullie gaan dirigeren
diriger dirigeren
il vient de diriger hij heeft net gedirigeerd
ils viennent de diriger ze hebben net gedirigeerd
je viens de diriger ik heb net gedirigeerd
nous venons de diriger we hebben net gedirigeerd
tu viens de diriger je hebt net gedirigeerd
vous venez de diriger jullie hebben net gedirigeerd
il va donner hij gaat geven
ils vont donner ze gaan geven
je vais donner ik ga geven
nous allons donner we gaan geven
tu vas donner je gaat geven
vous allez donner jullie gaan geven
donner geven
nous venons de donner we hebben net gegeven
je viens de donner ik heb net gegeven
il vient de donner hij heeft net gegeven
ils viennent de donner ze hebben net gegeven
tu viens de donner je hebt net gegeven
vous venez de donner jullie hebben net gegeven
il va dormir hij gaat slapen
ils vont dormir ze gaan slapen
je vais dormir ik ga slapen
nous allons dormir we gaan slapen
tu vas dormir je gaat slapen
vous allez dormir jullie gaan slapen
dormir slapen
il vient de dormir hij heeft net geslapen
ils viennent de dormir ze hebben net geslapen
je viens de dormir ik heb net geslapen
nous venons de dormir we hebben net geslapen
tu viens de dormir je hebt net geslapen
vous venez de dormir jullie hebben net geslapen
il va écouter hij gaat luisteren
ils vont écouter ze gaan luisteren
je vais écouter ik ga luisteren
nous allons écouter we gaan luisteren
tu vas écouter je gaat luisteren
vous allez écouter jullie gaan luisteren
écouter luisteren
il vient d'écouter hij heeft net geluisterd
ils viennent d'écouter ze hebben net geluisterd
je viens d'écouter ik heb net geluisterd
nous venons d'écouter we hebben net geluisterd
tu viens d'écouter je hebt net geluisterd
vous venez d'écouter jullie hebben net geluisterd
il va écrire hij gaat schrijven
ils vont écrire ze gaan schrijven
je vais écrire ik ga schrijven
nous allons écrire we gaan schrijven
tu vas écrire je gaat schrijven
vous allez écrire jullie gaan schrijven
écrire schrijven
il vient d'écrire hij heeft net geschreven
ils viennent d'écrire ze hebben net geschreven
je viens d'écrire ik heb net geschreven
nous venons d'écrire we hebben net geschreven
tu viens d'écrire je hebt net geschreven
vous venez d'écrire jullie hebben net geschreven
il va entendre hij gaat horen
ils vont entendre ze gaan horen
je vais entendre ik ga horen
nous allons entendre we gaan horen
tu vas entendre je gaat horen
vous allez entendre jullie gaan horen
entendre horen
il vient d'entendre hij heeft net gehoord
ils viennent d'entendre ze hebben net gehoord
je viens d'entendre ik heb net gehoord
nous venons d'entendre we hebben net gehoord
tu viens d'entendre je hebt net gehoord
vous venez d'entendre jullie hebben net gehoord
il va envoyer hij gaat zenden
ils vont envoyer ze gaan zenden
je vais envoyer ik ga zenden
nous allons envoyer we gaan zenden
tu vas envoyer je gaat zenden
vous allez envoyer jullie gaan zenden
envoyer zenden
il vient d'envoyer hij heeft net gezonden
ils viennent d'envoyer ze hebben net gezonden
je viens d'envoyer ik heb net gezonden
nous venons d'envoyer we hebben net gezonden
tu viens d'envoyer je hebt net gezonden
vous venez d'envoyer jullie hebben net gezonden
il va épeler hij gaat spellen
ils vont épeler ze gaan spellen
je vais épeler ik ga spellen
nous allons épeler we gaan spellen
tu vas épeler je gaat spellen
vous allez épeler jullie gaan spellen
épeler spellen
il vient d'épeler hij heeft net gespeld
ils viennent d'épeler ze hebben net gespeld
je viens d'épeler ik heb net gespeld
nous venons d'épeler we hebben net gespeld
tu viens d'épeler je hebt net gespeld
vous venez d'épeler jullie hebben net gespeld
il va épousseter hij gaat afstoffen
ils vont épousseter ze gaan afstoffen
je vais épousseter ik ga afstoffen
nous allons épousseter we gaan afstoffen
tu vas épousseter je gaat afstoffen
vous allez épousseter jullie gaan afstoffen
épousseter afstoffen
il vient d'épousseter hij heeft net afgestoft
ils viennent d'épousseter ze hebben net afgestoft
je viens d'épousseter ik heb net afgestoft
nous venons d'épousseter we hebben net afgestoft
tu viens d'épousseter je hebt net afgestoft
vous venez d'épousseter jullie hebben net afgestoft
il va espérer hij gaat hopen
ils vont espérer ze gaan hopen
je vais espérer ik ga hopen
nous allons espérer we gaan hopen
tu vas espérer je gaat hopen
vous allez espérer jullie gaan hopen
espérer hopen
il vient d'espérer hij heeft net gehoopt
ils viennent d'espérer ze hebben net gehoopt
je viens d'espérer ik heb net gehoopt
nous venons d'espérer we hebben net gehoopt
tu viens d'espérer je hebt net gehoopt
vous venez d'espérer jullie hebben net gehoopt
il va essuyer hij gaat afvegen
ils vont essuyer ze gaan afvegen
je vais essuyer ik ga afvegen
nous allons essuyer we gaan afvegen
tu vas essuyer je gaat afvegen
vous allez essuyer jullie gaan afvegen
essuyer afvegen
il vient d'essuyer hij heeft net afgeveegd
ils viennent d'essuyer ze hebben net afgeveegd
je viens d'essuyer ik heb net afgeveegd
nous venons d'essuyer we hebben net afgeveegd
tu viens d'essuyer je hebt net afgeveegd
vous venez d'essuyer jullie hebben net afgeveegd
il va être hij gaat zijn
ils vont être ze gaan zijn
je vais être ik ga zijn
nous allons être we gaan zijn
tu vas être je gaat zijn
vous allez être jullie gaan zijn
être zijn
il vient d'être hij is net geweest
ils viennent d'être ze zijn net geweest
je viens d'être ik ben net geweest
nous venons d'être we zijn net geweest
tu viens d'être je bent net geweest
vous venez d'être jullie zijn net geweest
il va faire hij gaat maken
ils vont faire ze gaan maken
je vais faire ik ga maken
nous allons faire we gaan maken
tu vas faire je gaat maken
vous allez faire jullie gaan maken
faire maken
il vient de faire hij heeft net gemaakt
ils viennent de faire ze hebben net gemaakt
je viens de faire ik heb net gemaakt
nous venons de faire we hebben net gemaakt
tu viens de faire je hebt net gemaakt
vous venez de faire jullie hebben net gemaakt
il va fermer hij gaat sluiten
ils vont fermer ze gaan sluiten
je vais fermer ik ga sluiten
nous allons fermer we gaan sluiten
tu vas fermer je gaat sluiten
vous allez fermer jullie gaan sluiten
fermer sluiten
il vient de fermer hij is net gesloten
ils viennent de fermer ze zijn net gesloten
je viens de fermer ik ben net gesloten
nous venons de fermer we zijn net gesloten
tu viens de fermer je bent net gesloten
vous venez de fermer jullie zijn net gesloten
il va finir hij gaat beëindigen
ils vont finir ze gaan beëindigen
je vais finir ik ga beëindigen
nous allons finir we gaan beëindigen
tu vas finir je gaat beëindigen
vous allez finir jullie gaan beëindigen
finir beëindigen
il vient de finir hij heeft net beëindigd
ils viennent de finir ze hebben net beëindigd
je viens de finir ik heb net beëindigd
nous venons de finir we hebben net beëindigd
tu viens de finir je hebt net beëindigd
vous venez de finir jullie hebben net beëindigd
il va fuir hij gaat vluchten
ils vont fuir ze gaan vluchten
je vais fuir ik ga vluchten
nous allons fuir we gaan vluchten
tu vas fuir je gaat vluchten
vous allez fuir jullie gaan vluchten
fuir vluchten
il vient de fuir hij is net gevlucht
ils viennent de fuir ze zijn net gevlucht
je viens de fuir ik ben net gevlucht
nous venons de fuir we zijn net gevlucht
tu viens de fuir je bent net gevlucht
vous venez de fuir jullie zijn net gevlucht
il va grossir hij gaat verdikken
ils vont grossir ze gaan verdikken
je vais grossir ik ga verdikken
nous allons grossir we gaan verdikken
tu vas grossir je gaat verdikken
vous allez grossir jullie gaan verdikken
grossir verdikken
il vient de grossir hij is net verdikt
ils viennent de grossir ze zijn net verdikt
je viens de grossir ik ben net verdikt
nous venons de grossir we zijn net verdikt
tu viens de grossir je bent net verdikt
vous venez de grossir jullie zijn net verdikt
il va haïr hij gaat haten
ils vont haïr ze gaan haten
je vais haïr ik ga haten
nous allons haïr we gaan haten
tu vas haïr je gaat haten
vous allez haïr jullie gaan haten
haïr haten
il vient de haïr hij heeft net gehaat
ils viennent de haïr ze hebben net gehaat
je viens de haïr ik heb net gehaat
nous venons de haïr we hebben net gehaat
tu viens de haïr je hebt net gehaat
vous venez de haïr jullie hebben net gehaat
il va harceler hij gaat stalken
ils vont harceler ze gaan stalken
je vais harceler ik ga stalken
nous allons harceler we gaan stalken
tu vas harceler je gaat stalken
vous allez harceler jullie gaan stalken
harceler stalken
il vient de harceler hij heeft net gestalkt
ils viennent de harceler ze hebben net gestalkt
je viens de harceler ik heb net gestalkt
nous venons de harceler we hebben net gestalkt
tu viens de harceler je hebt net gestalkt
vous venez de harceler jullie hebben net gestalkt
il va interdire hij gaat verbieden
ils vont interdire ze gaan verbieden
je vais interdire ik ga verbieden
nous allons interdire we gaan verbieden
tu vas interdire je gaat verbieden
vous allez interdire jullie gaan verbieden
interdire verbieden
il vient d’interdire hij heeft net verboden
ils viennent d’interdire ze hebben net verboden
je viens d’interdire ik heb net verboden
nous venons d’interdire we hebben net verboden
tu viens d’interdire je hebt net verboden
vous venez d’interdire jullie hebben net verboden
il va jeter hij gaat gooien
ils vont jeter ze gaan gooien
je vais jeter ik ga gooien
nous allons jeter we gaan gooien
tu vas jeter je gaat gooien
vous allez jeter jullie gaan gooien
jeter gooien
il vient de jeter hij heeft net gegooid
ils viennent de jeter ze hebben net gegooid
je viens de jeter ik heb net gegooid
nous venons de jeter we hebben net gegooid
tu viens de jeter je hebt net gegooid
vous venez de jeter jullie hebben net gegooid
il va jouer hij gaat spelen
ils vont jouer ze gaan spelen
je vais jouer ik ga spelen
nous allons jouer we gaan spelen
tu vas jouer je gaat spelen
vous allez jouer jullie gaan spelen
jouer spelen
il vient de jouer hij heeft net gespeeld
ils viennent de jouer ze hebben net gespeeld
je viens de jouer ik heb net gespeeld
nous venons de jouer we hebben net gespeeld
tu viens de jouer je hebt net gespeeld
vous venez de jouer jullie hebben net gespeeld
il va laver hij gaat wassen
ils vont laver ze gaan wassen
je vais laver ik ga wassen
nous allons laver we gaan wassen
tu vas laver je gaat wassen
vous allez laver jullie gaan wassen
laver wassen
il vient de laver hij heeft net gewassen
ils viennent de laver ze hebben net gewassen
je viens de laver ik heb net gewassen
nous venons de laver we hebben net gewassen
tu viens de laver je hebt net gewassen
vous venez de laver jullie hebben net gewassen
il va lever hij gaat optillen
ils vont lever ze gaan optillen
je vais lever ik ga optillen
nous allons lever we gaan optillen
tu vas lever je gaat optillen
vous allez lever jullie gaan optillen
lever optillen
il vient de lever hij heeft net opgetild
ils viennent de lever ze hebben net opgetild
je viens de lever ik heb net opgetild
nous venons de lever we hebben net opgetild
tu viens de lever je hebt net opgetild
vous venez de lever jullie hebben net opgetild
il va lire hij gaat lezen
ils vont lire ze gaan lezen
je vais lire ik ga lezen
nous allons lire we gaan lezen
tu vas lire je gaat lezen
vous allez lire jullie gaan lezen
lire lezen
il vient de lire hij heeft net gelezen
ils viennent de lire ze hebben net gelezen
je viens de lire ik heb net gelezen
nous venons de lire we hebben net gelezen
tu viens de lire je hebt net gelezen
vous venez de lire jullie hebben net gelezen
il va maigrir hij gaat vermageren
ils vont maigrir ze gaan vermageren
je vais maigrir ik ga vermageren
nous allons maigrir we gaan vermageren
tu vas maigrir je gaat vermageren
vous allez maigrir jullie gaan vermageren
maigrir vermageren
il vient de maigrir hij is net vermagerd
ils viennent de maigrir ze zijn net vermagerd
je viens de maigrir ik ben net vermagerd
nous venons de maigrir we zijn net vermagerd
tu viens de maigrir je bent net vermagerd
vous venez de maigrir jullie zijn net vermagerd
il va manger hij gaat eten
ils vont manger ze gaan eten
je vais manger ik ga eten
nous allons manger we gaan eten
tu vas manger je gaat eten
vous allez manger jullie gaan eten
manger eten
il vient de manger hij heeft net gegeten
ils viennent de manger ze hebben net gegeten
je viens de manger ik heb net gegeten
nous venons de manger we hebben net gegeten
tu viens de manger je hebt net gegeten
vous venez de manger jullie hebben net gegeten
il va mentir hij gaat liegen
ils vont mentir ze gaan liegen
je vais mentir ik ga liegen
nous allons mentir we gaan liegen
tu vas mentir je gaat liegen
vous allez mentir jullie gaan liegen
mentir liegen
il vient de mentir hij heeft net gelogen
ils viennent de mentir ze hebben net gelogen
je viens de mentir ik heb net gelogen
nous venons de mentir we hebben net gelogen
tu viens de mentir je hebt net gelogen
vous venez de mentir jullie hebben net gelogen
il va mettre hij gaat zetten
ils vont mettre ze gaan zetten
je vais mettre ik ga zetten
nous allons mettre we gaan zetten
tu vas mettre je gaat zetten
vous allez mettre jullie gaan zetten
mettre zetten
il vient de mettre hij heeft net gezet
ils viennent de mettre ze hebben net gezet
je viens de mettre ik heb net gezet
nous venons de mettre we hebben net gezet
tu viens de mettre je hebt net gezet
vous venez de mettre jullie hebben net gezet
il va mourir hij gaat sterven
ils vont mourir ze gaan sterven
je vais mourir ik ga sterven
nous allons mourir we gaan sterven
tu vas mourir je gaat sterven
vous allez mourir jullie gaan sterven
mourir sterven
il vient de mourir hij is net gestorven
ils viennent de mourir ze zijn net gestorven
je viens de mourir ik ben net gestorven
nous venons de mourir we zijn net gestorven
tu viens de mourir je bent net gestorven
vous venez de mourir jullie zijn net gestorven
il va nager hij gaat zwemmen
ils vont nager ze gaan zwemmen
je vais nager ik ga zwemmen
nous allons nager we gaan zwemmen
tu vas nager je gaat zwemmen
vous allez nager jullie gaan zwemmen
nager zwemmen
il vient de nager hij heeft net gezwommen
ils viennent de nager ze hebben net gezwommen
je viens de nager ik heb net gezwommen
nous venons de nager we hebben net gezwommen
tu viens de nager je hebt net gezwommen
vous venez de nager jullie hebben net gezwommen
il va naître hij gaat geboren worden
ils vont naître ze gaan geboren worden
je vais naître ik ga geboren worden
nous allons naître we gaan geboren worden
tu vas naître je gaat geboren worden
vous allez naître jullie gaan geboren worden
naître geboren worden
il vient de naître hij is net geboren
ils viennent de naître ze zijn net geboren
je viens de naître ik ben net geboren
nous venons de naître we zijn net geboren
tu viens de naître je bent net geboren
vous venez de naître jullie zijn net geboren
il va nettoyer hij gaat reinigen
ils vont nettoyer ze gaan reinigen
je vais nettoyer ik ga reinigen
nous allons nettoyer we gaan reinigen
tu vas nettoyer je gaat reinigen
vous allez nettoyer jullie gaan reinigen
nettoyer reinigen
il vient de nettoyer hij heeft net gereinigd
ils viennent de nettoyer ze hebben net gereinigd
je viens de nettoyer ik heb net gereinigd
nous venons de nettoyer we hebben net gereinigd
tu viens de nettoyer je hebt net gereinigd
vous venez de nettoyer jullie hebben net gereinigd
il va niveler hij gaat nivelleren
ils vont niveler ze gaan nivelleren
je vais niveler ik ga nivelleren
nous allons niveler we gaan nivelleren
tu vas niveler je gaat nivelleren
vous allez niveler jullie gaan nivelleren
niveler nivelleren
il vient de niveler hij heeft net genivelleerd
ils viennent de niveler ze hebben net genivelleerd
je viens de niveler ik heb net genivelleerd
nous venons de niveler we hebben net genivelleerd
tu viens de niveler je hebt net genivelleerd
vous venez de niveler jullie hebben net genivelleerd
il va nuire hij gaat schaden
ils vont nuire ze gaan schaden
je vais nuire ik ga schaden
nous allons nuire we gaan schaden
tu vas nuire je gaat schaden
vous allez nuire jullie gaan schaden
nuire schaden
il vient de nuire hij heeft net geschaad
ils viennent de nuire ze hebben net geschaad
je viens de nuire ik heb net geschaad
nous venons de nuire we hebben net geschaad
tu viens de nuire je hebt net geschaad
vous venez de nuire jullie hebben net geschaad
il va offrir hij gaat aanbieden
ils vont offrir ze gaan aanbieden
je vais offrir ik ga aanbieden
nous allons offrir we gaan aanbieden
tu vas offrir je gaat aanbieden
vous allez offrir jullie gaan aanbieden
offrir aanbieden
il vient d'offrir hij heeft net aangeboden
ils viennent d'offrir ze hebben net aangeboden
je viens d'offrir ik heb net aangeboden
nous venons d'offrir we hebben net aangeboden
tu viens d'offrir je hebt net aangeboden
vous venez d'offrir jullie hebben net aangeboden
il va ouvrir hij gaat openen
ils vont ouvrir ze gaan openen
je vais ouvrir ik ga openen
nous allons ouvrir we gaan openen
tu vas ouvrir je gaat openen
vous allez ouvrir jullie gaan openen
ouvrir openen
il vient d'ouvrir hij heeft net geopend
ils viennent d'ouvrir ze hebben net geopend
je viens d'ouvrir ik heb net geopend
nous venons d'ouvrir we hebben net geopend
tu viens d'ouvrir je hebt net geopend
vous venez d'ouvrir jullie hebben net geopend
il va paraître hij gaat lijken
ils vont paraître ze gaan lijken
je vais paraître ik ga lijken
nous allons paraître we gaan lijken
tu vas paraître je gaat lijken
vous allez paraître jullie gaan lijken
paraître lijken
il vient de paraître hij heeft net geleken
ils viennent de paraître ze hebben net geleken
je viens de paraître ik heb net geleken
nous venons de paraître we hebben net geleken
tu viens de paraître je hebt net geleken
vous venez de paraître jullie hebben net geleken
il va parler hij gaat spreken
ils vont parler ze gaan spreken
je vais parler ik ga spreken
nous allons parler we gaan spreken
tu vas parler je gaat spreken
vous allez parler jullie gaan spreken
parler spreken
il vient de parler hij heeft net gesproken
ils viennent de parler ze hebben net gesproken
je viens de parler ik heb net gesproken
nous venons de parler we hebben net gesproken
tu viens de parler je hebt net gesproken
vous venez de parler jullie hebben net gesproken
il va partir hij gaat vertrekken
ils vont partir ze gaan vertrekken
je vais partir ik ga vertrekken
nous allons partir we gaan vertrekken
tu vas partir je gaat vertrekken
vous allez partir jullie gaan vertrekken
partir vertrekken
il vient de partir hij is net vertrokken
ils viennent de partir ze zijn net vertrokken
je viens de partir ik ben net vertrokken
nous venons de partir we zijn net vertrokken
tu viens de partir je bent net vertrokken
vous venez de partir jullie zijn net vertrokken
il va payer hij gaat betalen
ils vont payer ze gaan betalen
je vais payer ik ga betalen
nous allons payer we gaan betalen
tu vas payer je gaat betalen
vous allez payer jullie gaan betalen
payer betalen
il vient de payer hij heeft net betaald
ils viennent de payer ze hebben net betaald
je viens de payer ik heb net betaald
nous venons de payer we hebben net betaald
tu viens de payer je hebt net betaald
vous venez de payer jullie hebben net betaald
il va peindre hij gaat schilderen
ils vont peindre ze gaan schilderen
je vais peindre ik ga schilderen
nous allons peindre we gaan schilderen
tu vas peindre je gaat schilderen
vous allez peindre jullie gaan schilderen
peindre schilderen
il vient de peindre hij heeft net geschilderd
ils viennent de peindre ze hebben net geschilderd
je viens de peindre ik heb net geschilderd
nous venons de peindre we hebben net geschilderd
tu viens de peindre je hebt net geschilderd
vous venez de peindre jullie hebben net geschilderd
il va perdre hij gaat verliezen
ils vont perdre ze gaan verliezen
je vais perdre ik ga verliezen
nous allons perdre we gaan verliezen
tu vas perdre je gaat verliezen
vous allez perdre jullie gaan verliezen
perdre verliezen
il vient de perdre hij heeft net verloren
ils viennent de perdre ze hebben net verloren
je viens de perdre ik heb net verloren
nous venons de perdre we hebben net verloren
tu viens de perdre je hebt net verloren
vous venez de perdre jullie hebben net verloren
il va peser hij gaat wegen
ils vont peser ze gaan wegen
je vais peser ik ga wegen
nous allons peser we gaan wegen
tu vas peser je gaat wegen
vous allez peser jullie gaan wegen
peser wegen
il vient de peser hij heeft net gewogen
ils viennent de peser ze hebben net gewogen
je viens de peser ik heb net gewogen
nous venons de peser we hebben net gewogen
tu viens de peser je hebt net gewogen
vous venez de peser jullie hebben net gewogen
il va placer hij gaat plaatsen
ils vont placer ze gaan plaatsen
je vais placer ik ga plaatsen
nous allons placer we gaan plaatsen
tu vas placer je gaat plaatsen
vous allez placer jullie gaan plaatsen
placer plaatsen
il vient de placer hij heeft net geplaatst
ils viennent de placer ze hebben net geplaatst
je viens de placer ik heb net geplaatst
nous venons de placer we hebben net geplaatst
tu viens de placer je hebt net geplaatst
vous venez de placer jullie hebben net geplaatst
il va plaindre hij gaat klagen
ils vont plaindre ze gaan klagen
je vais plaindre ik ga klagen
nous allons plaindre we gaan klagen
tu vas plaindre je gaat klagen
vous allez plaindre jullie gaan klagen
plaindre klagen
il vient de plaindre hij heeft net geklaagd
ils viennent de plaindre ze hebben net geklaagd
je viens de plaindre ik heb net geklaagd
nous venons de plaindre we hebben net geklaagd
tu viens de plaindre je hebt net geklaagd
vous venez de plaindre jullie hebben net geklaagd
il va pleuvoir het gaat regenen
pleuvoir regenen
il vient de pleuvoir het heeft net geregend
il va pourvoir hij gaat voorzien (van)
ils vont pourvoir ze gaan voorzien (van)
je vais pourvoir ik ga voorzien (van)
nous allons pourvoir we gaan voorzien (van)
tu vas pourvoir je gaat voorzien (van)
vous allez pourvoir jullie gaan voorzien (van)
pourvoir voorzien (van iets)
il vient de pourvoir hij heeft net voorzien (van)
ils viennent de pourvoir ze hebben net voorzien (van)
je viens de pourvoir ik heb net voorzien (van)
nous venons de pourvoir we hebben net voorzien (van)
tu viens de pourvoir je hebt net voorzien (van)
vous venez de pourvoir jullie hebben net voorzien (van)
il va pouvoir hij gaat mogen
ils vont pouvoir ze gaan mogen
je vais pouvoir ik ga mogen
nous allons pouvoir we gaan mogen
tu vas pouvoir je gaat mogen
vous allez pouvoir jullie gaan mogen
pouvoir mogen
il vient de pouvoir hij heeft net gemogen
ils viennent de pouvoir ze hebben net gemogen
je viens de pouvoir ik heb net gemogen
nous venons de pouvoir we hebben net gemogen
tu viens de pouvoir je hebt net gemogen
vous venez de pouvoir jullie hebben net gemogen
il va préférer hij gaat verkiezen
ils vont préférer ze gaan verkiezen
je vais préférer ik ga verkiezen
nous allons préférer we gaan verkiezen
tu vas préférer je gaat verkiezen
vous allez préférer jullie gaan verkiezen
préférer verkiezen
il vient de préférer hij heeft net verkozen
ils viennent de préférer ze hebben net verkozen
je viens de préférer ik heb net verkozen
nous venons de préférer we hebben net verkozen
tu viens de préférer je hebt net verkozen
vous venez de préférer jullie hebben net verkozen
il va prendre hij gaat nemen
ils vont prendre ze gaan nemen
je vais prendre ik ga nemen
nous allons prendre we gaan nemen
tu vas prendre je gaat nemen
vous allez prendre jullie gaan nemen
prendre nemen
il vient de prendre hij heeft net genomen
ils viennent de prendre ze hebben net genomen
je viens de prendre ik heb net genomen
nous venons de prendre we hebben net genomen
tu viens de prendre je hebt net genomen
vous venez de prendre jullie hebben net genomen
il va prétendre hij gaat beweren
ils vont prétendre ze gaan beweren
je vais prétendre ik ga beweren
nous allons prétendre we gaan beweren
tu vas prétendre je gaat beweren
vous allez prétendre jullie gaan beweren
prétendre beweren
il vient de prétendre hij heeft net beweerd
ils viennent de prétendre ze hebben net beweerd
je viens de prétendre ik heb net beweerd
nous venons de prétendre we hebben net beweerd
tu viens de prétendre je hebt net beweerd
vous venez de prétendre jullie hebben net beweerd
il va prévoir hij gaat voorzien
ils vont prévoir ze gaan voorzien
je vais prévoir ik ga voorzien
nous allons prévoir we gaan voorzien
tu vas prévoir je gaat voorzien
vous allez prévoir jullie gaan voorzien
prévoir voorzien
il vient de prévoir hij heeft net voorzien
ils viennent de prévoir ze hebben net voorzien
je viens de prévoir ik heb net voorzien
nous venons de prévoir we hebben net voorzien
tu viens de prévoir je hebt net voorzien
vous venez de prévoir jullie hebben net voorzien
il va projeter hij gaat plannen
ils vont projeter ze gaan plannen
je vais projeter ik ga plannen
nous allons projeter we gaan plannen
tu vas projeter je gaat plannen
vous allez projeter jullie gaan plannen
projeter plannen
il vient de projeter hij heeft net gepland
ils viennent de projeter ze hebben net gepland
je viens de projeter ik heb net gepland
nous venons de projeter we hebben net gepland
tu viens de projeter je hebt net gepland
vous venez de projeter jullie hebben net gepland
il va protéger hij gaat beschermen
ils vont protéger ze gaan beschermen
je vais protéger ik ga beschermen
nous allons protéger we gaan beschermen
tu vas protéger je gaat beschermen
vous allez protéger jullie gaan beschermen
protéger beschermen
il vient de protéger hij heeft net beschermd
ils viennent de protéger ze hebben net beschermd
je viens de protéger ik heb net beschermd
nous venons de protéger we hebben net beschermd
tu viens de protéger je hebt net beschermd
vous venez de protéger jullie hebben net beschermd
il va raconter hij gaat vertellen
ils vont raconter ze gaan vertellen
je vais raconter ik ga vertellen
nous allons raconter we gaan vertellen
tu vas raconter je gaat vertellen
vous allez raconter jullie gaan vertellen
raconter vertellen
il vient de raconter hij heeft net verteld
ils viennent de raconter ze hebben net verteld
je viens de raconter ik heb net verteld
nous venons de raconter we hebben net verteld
tu viens de raconter je hebt net verteld
vous venez de raconter jullie hebben net verteld
il va recevoir hij gaat ontvangen
ils vont recevoir ze gaan ontvangen
je vais recevoir ik ga ontvangen
nous allons recevoir we gaan ontvangen
tu vas recevoir je gaat ontvangen
vous allez recevoir jullie gaan ontvangen
recevoir ontvangen
il vient de recevoir hij heeft net ontvangen
ils viennent de recevoir ze hebben net ontvangen
je viens de recevoir ik heb net ontvangen
nous venons de recevoir we hebben net ontvangen
tu viens de recevoir je hebt net ontvangen
vous venez de recevoir jullie hebben net ontvangen
il va réfléchir hij gaat nadenken
ils vont réfléchir ze gaan nadenken
je vais réfléchir ik ga nadenken
nous allons réfléchir we gaan nadenken
tu vas réfléchir jij gaat nadenken
vous allez réfléchir jullie gaan nadenken
réfléchir nadenken
il vient de réfléchir hij heeft net nagedacht
ils viennent de réfléchir ze hebben net nagedacht
je viens de réfléchir ik heb net nagedacht
nous venons de réfléchir we hebben net nagedacht
tu viens de réfléchir je hebt net nagedacht
vous venez de réfléchir jullie hebben net nagedacht
il va regarder hij gaat kijken
ils vont regarder ze gaan kijken
je vais regarder ik ga kijken
nous allons regarder we gaan kijken
tu vas regarder je gaat kijken
vous allez regarder jullie gaan kijken
regarder kijken
il vient de regarder hij heeft net gekeken
ils viennent de regarder ze hebben net gekeken
je viens de regarder ik heb net gekeken
nous venons de regarder we hebben net gekeken
tu viens de regarder je hebt net gekeken
vous venez de regarder jullie hebben net gekeken
il va rejeter hij gaat verwerpen
ils vont rejeter ze gaan verwerpen
je vais rejeter ik ga verwerpen
nous allons rejeter we gaan verwerpen
tu vas rejeter je gaat verwerpen
vous allez rejeter jullie gaan verwerpen
rejeter verwerpen
il vient de rejeter hij heeft net verworpen
ils viennent de rejeter ze hebben net verworpen
je viens de rejeter ik heb net verworpen
nous venons de rejeter we hebben net verworpen
tu viens de rejeter je hebt net verworpen
vous venez de rejeter jullie hebben net verworpen
il va remplir hij gaat vullen
ils vont remplir ze gaan vullen
je vais remplir ik ga vullen
nous allons remplir we gaan vullen
tu vas remplir je gaat vullen
vous allez remplir jullie gaan vullen
remplir vullen
il vient de remplir hij heeft net gevuld
ils viennent de remplir ze hebben net gevuld
je viens de remplir ik heb net gevuld
nous venons de remplir we hebben net gevuld
tu viens de remplir je hebt net gevuld
vous venez de remplir jullie hebben net gevuld
il va rencontrer hij gaat ontmoeten
ils vont rencontrer ze gaan ontmoeten
je vais rencontrer ik ga ontmoeten
nous allons rencontrer we gaan ontmoeten
tu vas rencontrer je gaat ontmoeten
vous allez rencontrer jullie gaan ontmoeten
rencontrer ontmoeten
il vient de rencontrer hij heeft net ontmoet
ils viennent de rencontrer ze hebben net ontmoet
je viens de rencontrer ik heb net ontmoet
nous venons de rencontrer we hebben net ontmoet
tu viens de rencontrer je hebt net ontmoet
vous venez de rencontrer jullie hebben net ontmoet
il va rendre hij gaat teruggeven
ils vont rendre ze gaan teruggeven
je vais rendre ik ga teruggeven
nous allons rendre we gaan teruggeven
tu vas rendre je gaat teruggeven
vous allez rendre jullie gaan teruggeven
rendre teruggeven
il vient de rendre hij heeft net teruggegeven
ils viennent de rendre ze hebben net teruggegeven
je viens de rendre ik heb net teruggegeven
nous venons de rendre we hebben net teruggegeven
tu viens de rendre je hebt net teruggegeven
vous venez de rendre jullie hebben net teruggegeven
il va renouveler hij gaat hernieuwen
ils vont renouveler ze gaan hernieuwen
je vais renouveler ik ga hernieuwen
nous allons renouveler we gaan hernieuwen
tu vas renouveler je gaat hernieuwen
vous allez renouveler jullie gaan hernieuwen
renouveler hernieuwen
il vient de renouveler hij heeft net hernieuwd
ils viennent de renouveler ze hebben net hernieuwd
je viens de renouveler ik heb net hernieuwd
nous venons de renouveler we hebben net hernieuwd
tu viens de renouveler je hebt net hernieuwd
vous venez de renouveler jullie hebben net hernieuwd
il va répéter hij gaat herhalen
ils vont répéter ze gaan herhalen
je vais répéter ik ga herhalen
nous allons répéter we gaan herhalen
tu vas répéter je gaat herhalen
vous allez répéter jullie gaan herhalen
répéter herhalen
il vient de répéter hij heeft net herhaald
ils viennent de répéter ze hebben net herhaald
je viens de répéter ik heb net herhaald
nous venons de répéter we hebben net herhaald
tu viens de répéter je hebt net herhaald
vous venez de répéter jullie hebben net herhaald
il va répondre hij gaat antwoorden
ils vont répondre ze gaan antwoorden
je vais répondre ik ga antwoorden
nous allons répondre we gaan antwoorden
tu vas répondre je gaat antwoorden
vous allez répondre jullie gaan antwoorden
répondre antwoorden
il vient de répondre hij heeft net geantwoord
ils viennent de répondre ze hebben net geantwoord
je viens de répondre ik heb net geantwoord
nous venons de répondre we hebben net geantwoord
tu viens de répondre je hebt net geantwoord
vous venez de répondre jullie hebben net geantwoord
il va rire hij gaat lachen
ils vont rire ze gaan lachen
je vais rire ik ga lachen
nous allons rire we gaan lachen
tu vas rire je gaat lachen
vous allez rire jullie gaan lachen
rire lachen
il vient de rire hij heeft net gelachen
ils viennent de rire ze hebben net gelachen
je viens de rire ik heb net gelachen
nous venons de rire we hebben net gelachen
tu viens de rire je hebt net gelachen
vous venez de rire jullie hebben net gelachen
il va s'amuser hij gaat zich amuseren
ils vont s'amuser ze gaan zich amuseren
je vais m'amuser ik ga me amuseren
nous allons nous amuser we gaan ons amuseren
tu vas t'amuser je gaat je amuseren
vous allez vous amuser jullie gaan je amuseren
s'amuser zich amuseren
il vient de s'amuser hij heeft zich net geamuseerd
ils viennent de s'amuser ze hebben zich net geamuseerd
je viens de m'amuser ik heb me net geamuseerd
nous venons de nous amuser we hebben ons net geamuseerd
tu viens de t'amuser je hebt je net geamuseerd
vous venez de vous amuser jullie hebben je net geamuseerd
il va s'asseoir hij gaat gaan zitten
ils vont s'asseoir ze gaan gaan zitten
je vais m'asseoir ik ga gaan zitten
nous allons nous asseoir we gaan gaan zitten
tu vas t'asseoir je gaat gaan zitten
vous allez vous asseoir jullie gaan gaan zitten
s'asseoir gaan zitten
il vient de s'asseoir hij is net gaan zitten
ils viennent de s'asseoir ze zijn net gaan zitten
je viens de m'asseoir ik ben net gaan zitten
nous venons de nous asseoir we zijn net gaan zitten
tu viens de t'asseoir je bent net gaan zitten
vous venez de vous asseoir jullie zijn net gaan zitten
il va savoir hij gaat weten
ils vont savoir ze gaan weten
je vais savoir ik ga weten
nous allons savoir we gaan weten
tu vas savoir je gaat weten
vous allez savoir jullie gaan weten
savoir weten
il vient de savoir hij heeft net geweten
ils viennent de savoir ze hebben net geweten
je viens de savoir ik heb net geweten
nous venons de savoir we hebben net geweten
tu viens de savoir je hebt net geweten
vous venez de savoir jullie hebben net geweten
il va se lever hij gaat opstaan
ils vont se lever ze gaan opstaan
je vais me lever ik ga opstaan
nous allons nous lever we gaan opstaan
tu vas te lever je gaat opstaan
vous allez vous lever jullie gaan opstaan
se lever opstaan
il vient de se lever hij is net opgestaan
ils viennent de se lever ze zijn net opgestaan
je viens de me lever ik ben net opgestaan
nous venons de nous lever we zijn net opgestaan
tu viens de te lever je bent net opgestaan
vous venez de vous lever jullie zijn net opgestaan
il va se rappeler hij gaat herinneren
ils vont se rappeler ze gaan herinneren
je vais me rappeler ik ga herinneren
nous allons nous rappeler we gaan herinneren
tu vas te rappeler je gaat herinneren
vous allez vous rappeler jullie gaan herinneren
se rappeler herinneren
il vient de se rappeler hij heeft net herinnerd
ils viennent de se rappeler ze hebben net herinnerd
je viens de me rappeler ik heb net herinnerd
nous venons de nous rappeler we hebben net herinnerd
tu viens de te rappeler je hebt net herinnerd
vous venez de vous rappeler jullie hebben net herinnerd
il va se taire hij gaat zwijgen
ils vont se taire ze gaan zwijgen
je vais me taire ik ga zwijgen
nous allons nous taire we gaan zwijgen
tu vas te taire je gaat zwijgen
vous allez vous taire jullie gaan zwijgen
se taire zwijgen
il vient de se taire hij heeft net gezwegen
ils viennent de se taire ze hebben net gezwegen
je viens de me taire ik heb net gezwegen
nous venons de nous taire we hebben net gezwegen
tu viens de te taire je hebt net gezwegen
vous venez de vous taire jullie hebben net gezwegen
il va s'ennuyer hij gaat zich vervelen
ils vont s'ennuyer ze gaan zich vervelen
je vais m'ennuyer ik ga me vervelen
nous nous allons ennuyer we gaan ons vervelen
tu vas t'ennuyer je gaat je vervelen
vous vous allez ennuyer jullie gaan je vervelen
s'ennuyer zich vervelen
il vient de s'ennuyer hij heeft zich net verveeld
ils viennent de s'ennuyer ze hebben zich net verveeld
je viens de m'ennuyer ik heb me net verveeld
nous venons de nous ennuyer we hebben ons net verveeld
tu viens de t'ennuyer je hebt je net verveeld
vous venez de vous ennuyer jullie hebben je net verveeld
il va sentir hij gaat voelen
ils vont sentir ze gaan voelen
je vais sentir ik ga voelen
nous allons sentir we gaan voelen
tu vas sentir je gaat voelen
vous allez sentir jullie gaan voelen
sentir voelen
il vient de sentir hij heeft net gevoeld
ils viennent de sentir ze hebben net gevoeld
je viens de sentir ik heb net gevoeld
nous venons de sentir we hebben net gevoeld
tu viens de sentir je hebt net gevoeld
vous venez de sentir jullie hebben net gevoeld
il va servir hij gaat serveren
ils vont servir ze gaan serveren
je vais servir ik ga serveren
nous allons servir we gaan serveren
tu vas servir je gaat serveren
vous allez servir jullie gaan serveren
servir serveren
il vient de servir hij heeft net geserveerd
ils viennent de servir ze hebben net geserveerd
je viens de servir ik heb net geserveerd
nous venons de servir we hebben net geserveerd
tu viens de servir je hebt net geserveerd
vous venez de servir jullie hebben net geserveerd
il va sortir hij gaat uitgaan
ils vont sortir ze gaan uitgaan
je vais sortir ik ga uitgaan
nous allons sortir we gaan uitgaan
tu vas sortir je gaat uitgaan
vous allez sortir jullie gaan uitgaan
sortir uitgaan
il vient de sortir hij is net uitgegaan
ils viennent de sortir ze zijn net uitgegaan
je viens de sortir ik ben net uitgegaan
nous venons de sortir we zijn net uitgegaan
tu viens de sortir je bent net uitgegaan
vous venez de sortir jullie zijn net uitgegaan
il va souffrir hij gaat lijden
ils vont souffrir ze gaan lijden
je vais souffrir ik ga lijden
nous allons souffrir we gaan lijden
tu vas souffrir je gaat lijden
vous allez souffrir jullie gaan lijden
souffrir lijden
il vient de souffrir hij heeft net geleden
ils viennent de souffrir ze hebben net geleden
je viens de souffrir ik heb net geleden
nous venons de souffrir we hebben net geleden
tu viens de souffrir je hebt net geleden
vous venez de souffrir jullie hebben net geleden
il va suffire hij gaat volstaan
ils vont suffire ze gaan volstaan
je vais suffire ik ga volstaan
nous allons suffire we gaan volstaan
tu vas suffire je gaat volstaan
vous allez suffire jullie gaan volstaan
suffire volstaan
il vient de suffire hij heeft net volstaan
ils viennent de suffire ze hebben net volstaan
je viens de suffire ik heb net volstaan
nous venons de suffire we hebben net volstaan
tu viens de suffire je hebt net volstaan
vous venez de suffire jullie hebben net volstaan
il va suivre hij gaat volgen
ils vont suivre ze gaan volgen
je vais suivre ik ga volgen
nous allons suivre we gaan volgen
tu vas suivre je gaat volgen
vous allez suivre jullie gaan volgen
suivre volgen
il vient de suivre hij heeft net gevolgd
ils viennent de suivre ze hebben net gevolgd
je viens de suivre ik heb net gevolgd
nous venons de suivre we hebben net gevolgd
tu viens de suivre je hebt net gevolgd
vous venez de suivre jullie hebben net gevolgd
il va tenir hij gaat houden
ils vont tenir ze gaan houden
je vais tenir ik ga houden
nous allons tenir we gaan houden
tu vas tenir je gaat houden
vous allez tenir jullie gaan houden
tenir houden
il vient de tenir hij heeft net gehouden
ils viennent de tenir ze hebben net gehouden
je viens de tenir ik heb net gehouden
nous venons de tenir we hebben net gehouden
tu viens de tenir je hebt net gehouden
vous venez de tenir jullie hebben net gehouden
il va travailler hij gaat werken
ils vont travailler ze gaan werken
je vais travailler ik ga werken
nous allons travailler we gaan werken
tu vas travailler je gaat werken
vous allez travailler jullie gaan werken
travailler werken
il vient de travailler hij heeft net gewerkt
ils viennent de travailler ze hebben net gewerkt
je viens de travailler ik heb net gewerkt
nous venons de travailler we hebben net gewerkt
tu viens de travailler je hebt net gewerkt
vous venez de travailler jullie hebben net gewerkt
il va trouver hij gaat vinden
ils vont trouver ze gaan vinden
je vais trouver ik ga vinden
nous allons trouver we gaan vinden
tu vas trouver je gaat vinden
vous allez trouver jullie gaan vinden
trouver vinden
il vient de trouver hij heeft net gevonden
ils viennent de trouver ze hebben net gevonden
je viens de trouver ik heb net gevonden
nous venons de trouver we hebben net gevonden
tu viens de trouver je hebt net gevonden
vous venez de trouver jullie hebben net gevonden
il va valoir hij gaat waard zijn
ils vont valoir ze gaan waard zijn
je vais valoir ik ga waard zijn
nous allons valoir we gaan waard zijn
tu vas valoir je gaat waard zijn
vous allez valoir jullie gaan waard zijn
valoir waard zijn
il vient de valoir hij is net waard geweest
ils viennent de valoir ze zijn net waard geweest
je viens de valoir ik ben net waard geweest
nous venons de valoir we zijn net waard geweest
tu viens de valoir je bent net waard geweest
vous venez de valoir jullie zijn net waard geweest
il va vendre hij gaat verkopen
ils vont vendre ze gaan verkopen
je vais vendre ik ga verkopen
nous allons vendre we gaan verkopen
tu vas vendre je gaat verkopen
vous allez vendre jullie gaan verkopen
vendre verkopen
il vient de vendre hij heeft net verkocht
ils viennent de vendre ze hebben net verkocht
je viens de vendre ik heb net verkocht
nous venons de vendre we hebben net verkocht
tu viens de vendre je hebt net verkocht
vous venez de vendre jullie hebben net verkocht
il va venir hij gaat komen
ils vont venir ze gaan komen
je vais venir ik ga komen
nous allons venir we gaan komen
tu vas venir je gaat komen
vous allez venir jullie gaan komen
venir komen
il vient de venir hij is net gekomen
ils viennent de venir ze zijn net gekomen
je viens de venir ik ben net gekomen
nous venons de venir we zijn net gekomen
tu viens de venir je bent net gekomen
vous venez de venir jullie zijn net gekomen
il va vêtir hij gaat aankleden
ils vont vêtir ze gaan aankleden
je vais vêtir ik ga aankleden
nous allons vêtir we gaan aankleden
tu vas vêtir je gaat aankleden
vous allez vêtir jullie gaan aankleden
vêtir aankleden
il vient de vêtir hij heeft net aangekleed
ils viennent de vêtir ze hebben net aangekleed
je viens de vêtir ik heb net aangekleed
nous venons de vêtir we hebben net aangekleed
tu viens de vêtir je hebt net aangekleed
vous venez de vêtir jullie hebben net aangekleed
il va vivre hij gaat leven
ils vont vivre ze gaan leven
je vais vivre ik ga leven
nous allons vivre we gaan leven
tu vas vivre je gaat leven
vous allez vivre jullie gaan leven
vivre leven
il vient de vivre hij heeft net geleefd
ils viennent de vivre ze hebben net geleefd
je viens de vivre ik heb net geleefd
nous venons de vivre we hebben net geleefd
tu viens de vivre je hebt net geleefd
vous venez de vivre jullie hebben net geleefd
il va voir hij gaat zien
ils vont voir ze gaan zien
je vais voir ik ga zien
nous allons voir we gaan zien
tu vas voir je gaat zien
vous allez voir jullie gaan zien
voir zien
il vient de voir hij heeft net gezien
ils viennent de voir ze hebben net gezien
je viens de voir ik heb net gezien
nous venons de voir we hebben net gezien
tu viens de voir je hebt net gezien
vous venez de voir jullie hebben net gezien
il va vouloir hij gaat willen
ils vont vouloir ze gaan willen
je vais vouloir ik ga willen
nous allons vouloir we gaan willen
tu vas vouloir je gaat willen
vous allez vouloir jullie gaan willen
vouloir willen
il vient de vouloir hij heeft net gewild
ils viennent de vouloir ze hebben net gewild
je viens de vouloir ik heb net gewild
nous venons de vouloir we hebben net gewild
tu viens de vouloir je hebt net gewild
vous venez de vouloir jullie hebben net gewild
il va polir hij gaat polijsten
ils vont polir ze gaan polijsten
je vais polir ik ga polijsten
nous allons polir we gaan polijsten
tu vas polir je gaat polijsten
vous allez polir jullie gaan polijsten
polir polijsten
il vient de polir hij heeft net gepolijst
ils viennent de polir ze hebben net gepolijst
je viens de polir ik heb net gepolijst
nous venons de polir we hebben net gepolijst
tu viens de polir je hebt net gepolijst
vous venez de polir jullie hebben net gepolijst
il va investir hij gaat investeren
ils vont investir ze gaan investeren
je vais investir ik ga investeren
nous allons investir we gaan investeren
tu vas investir je gaat investeren
vous allez investir jullie gaan investeren
investir investeren
il vient d'investir hij heeft net geïnvesteerd
ils viennent d'investir ze hebben net geïnvesteerd
je viens d'investir ik heb net geïnvesteerd
nous venons d'investir we hebben net geïnvesteerd
tu viens d'investir je hebt net geïnvesteerd
vous venez d'investir jullie hebben net geïnvesteerd
Created by: HK_JPL
Popular French sets

 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!
"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards