Busy. Please wait.

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.

Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
remaining cards
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
restart all cards
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Chap 24.5.

Kunnen, mogen en niet mogen, voorstel, advies

Kunnen (kon, h. gekund) Pouvoir
Mogen (mocht, h. gemogen) Pouvoir (avoir l’autorisation, la permission)
Dat mag niet On ne peut pas/ c’est interdit
Natuurlijk = Tuurlijk = Uiteraard = vanzelfsprekend Naturellement
Verbieden (verbood, h. verboden) Interdire
Verboden Interdit
Het bezwaar Une objection
Bezwaar hebben/ maken tegen Émettre une objection contre
Beletten (belette,h. beleet) = Verhinderen (verhinderde, h. verhinderd) Empêcher
Betreden (betrad, h. betreden) Rentrer
Laten (liet, h. gelaten) Permettre
Laten we … Allons …
Laten zien Montrer
De toestemming Approbation , permission
Toestaan (stond toe, h. toegestaan) Autoriser
Nodig zijn (was nodig, is nodig geweest). Être nécessaire
Nodig hebben (had nodig, heeft nodig gehad) Avoir besoin
De behoefte Le besoin, la nécessité
Behoefte aan < Behoefte hebben aan Besoin de < Avoir besoin de
Toe zijn aan Avoir adopté
Durven (durfde, h. gedurfd) Oser
Moeten (moest, h. gemoeten) Devoir
Nodig moeten Avoir besoin (d’aller au toilettes)
Hoeven (hoefde, h. gehoeven) Devoir
Het/dat hoeft niet Ce n’est pas nécessaire
Dat hoort zo C’est comme cela que ça doit être
Dienen (diende, heeft gediend) Être tenu de
Waarom/ waarom Pourquoi
Zullen (zou, zouden) Marque de futur, suggestion ou devoir (faire quelque chose par ex: Je ... je huiswerk nu maken!)
Het idee L’idée
Het voorstel = De suggestie La suggestion
En voorstel doen Faire une suggestion
Als … (dan) = Indien … (dan) Si …
Als het mij vraagt Selon moi
Als ik jou was Si j’étais toi
Het advies = De raad Le consei
(goede) raad geven Donner un (bon) conseil
De tip Le conseil
Adviseren (adviseerde, h. geadviseerd) Conseiller
Aanbevelen (beval aan, h. aanbevolen) = Aanraden (raadde/ried aan; h. aangeraden) Recommander
Op aanraden van Sur conseil de
De aanbeveling La recommandation
Desnood Si nécessaire
Created by: gfm33