Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

01 Beroep en arbeid

Chapitre n°9 du Tematische Woordenschat

WordTranslation
Het beroepsonderwijs La formation professionnelle
De kennis (van) La connaissance
Beheersen (beheerste, h.beheerst) Maîtriser
Professioneel Professionnel
De expert (s) = de specialist (en) (Masc) L'expert
de specialiste (s) (Fem) = de deskundige (n) Le spécialiste
deskundig Expert
De vaardigheid (heden) La compétence
Worden (werd, is geworden) Devenir
De cursus (sen) Le cours
De opleiding (en) La formation
Opleiden (leidde op, h. opgeleid) Former
De stage (s) Le stage
Bijscholen = nascholen Cours de perfectionnement
geschoold Qualifié
ongeschoold Non qualifié
Omscholen (schoolde om, h. omgeschoold) Recycler (se recycler)
De omscholing La reconversion
De advertentie (s) L’annonce
De vacature (s) Le poste vacant
Het aanbod L’offre
Solliciteren (naar) (solliciteerde, h. gesolliciteerd) Postuler
De sollicitatie (s) La candidature
De sollicitant (en) Le candidat / postulant
De sollicitatiebrief (brieven) La lettre de candidature
Het sollicitatiegesprek (ken) L’entretien d’embauche
Het cv (‘s) = het curriculum vitae Le cv
De ervaring (en) L’expérience
Ervaring opdoen Acquérir de l’expérience
tweetalig Bilingue
Voldoen aan (voldeed aan, h. voldaan aan) Satisfaire aux exigences
Selecteren (selecteerde, h. geselecteerd) Selectionner
Aannemen = in dienst nemen Accepter - embaucher
De aanstelling (en) La Nomination
Aangewezen Désigner / indiquer
De baan (banen) = de job (s) Le boulot, travail
Een vaste job Un travail fixe
Een tijdelijke baan Un travail temporaire
De post (en) = de betrekking (en) Le poste
De functie (s) La fonction
Een functie vervullen Remplir une fonction
Het beroep (en) La profession
Een beroep uitoefenen Exercer la profession
De werktijd (en) = de werkuren (b) Temps de travail
De werkdag (en) Jour de travail
De werkweek (weken) Semaine de travail
Voltijds = fulltime Emploi à plein temps
Deeltijds = parttime À temps partiel
De sector (sectoren / sectors) Le secteur
De publieke sector Le secteur publique
Werken (werkte, h. gewerkt) travailler
Hard werken Dur labeur
Het werk Le travail
Op het werk Au travail
Het vakantiewerk Travail de vacance
De werkzaamheden Activités / occupations
Werkzaam Laborieux
Doorwerken = voortwerken Continuer à travailler
De arbeid Le travail
Hogerop Plus haut
De carrière (s) La carrière
De promotie (s) La promotion
Promotie maken Être promu
De uitdaging (en) Le défi
Aan de slag gaan = in dienst treden Commencer / mise en route
Overwerken Faire des heures supplémentaires
De stress Le stress
De druk La pression
Saai Ennuyant
De baas (bazen) = de directeur (en / s) = de chef (s) Le boss, directeur, chef
De werkgever (s) (Masc) - de wergeefster (s) (Fem) Employeur
De werknemer (s) (Masc) - De werkneemster (s) (Fem) Employé
De arbeider (s) (Masc) - De arbeidster (s) (Fem) Ouvrier
Zelfstandig Indépendant
De zelfstandige (n) L’indépendant
De ambtenaar (aren) Le fonctionnaire
De medewerker (s) (Masc) - De medewerkster (s) (Fem) = de bediende (s / n) L'employé
Created by: gfm33