Save
Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't know
Remaining cards (0)
Know
0:00
share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Chapitre 4

Voelen Denken Gedrag Partie 1

WordTranslation
Voelen (voelde, gevoeld) Sentir
Zich....voelen (voelde zich, zich...gevoeld) Se sentir
Zich niet lekker voelen Ne pas se sentir bien
HET gevoel Le sentiment
HET gevoel hebben dat Avoir le sentiment de
Met gemengde gevoelens Avec des sentiments mitigés
Naar mijn gevoel Mon sentiment
De indruk (ken) L'impression
De indruk hebben Avoir l'impression
Vertonen (vertoonde, vertoond) Montrer
De emotie (s) L'émotion
Emotioneel Émotionnel
Houden van (hield van, gehouden van) Aimer
Dol zijn op = Gek zijn op Être fou de (SYN)
De liefde (s) L'amour
Verliefd (op) Amoureux de
Knuffelen (knuffelde, geknuffeld) Câliner
Bewonderen (bewonderde, bewonderd) Admirer
De bewondering L'admiration
Opkijken tegen = Opzien tegen Admirer / Respecter (SYN)
Tevreden (met / over) = content (met /over) Satisfait (SYN)
Voldaan Satisfait
Blij Heureux
Gelukkig Heureux
HET geluk Le bonheur
Ongelukkig Malheureux
Heerlijk Délicieux
Geweldig = Fantastisch Formidable (SYN)
Enig Unique
Graag Volontiers
Graag willen Désirer
Liever Plutôt, de préférence
HET liefst De préférence
Dankbaar Reconnaissant
Verheugen (veheugde, verheugd) Réjouir
HET verlangen Le désir
Verlangen naar Envie de
Uitkijken naar = zich verheugen op Surveiller (SYN)
De zin Le sens
Je zin krijgen Obtenir ce qu'on veut
In zekere zin De façon
Zin hebben om te Avoir du sens pour
Zin hebben in Avoir du sens dans
Trek hebben in Avoir de l'appétit
Snakken naar (snakte naar, gesnakt naar) Aspirer à
Bevredigen Satisfaire
Lachen (om) (lachte, gelachen) Rire
Vrolijk Gai / Joyeux
Plezierig = plezant Amusant (SYN)
Glimlachen(glimlachte, geglimlacht Sourire
Genieten (van) (genoot, genoten) Jouir
Amuseren (amuseerde, geamuseerd) = vermaken (vermaakte, vermaakt) Divertir (SYN)
Zich amuseren (amuseerde zich, zich geamuseerd) = Zich vermaken (vermaakte, vermaakt) Se faire plaisir / s'amuser
De vreugde La joie
Zalig Bienheureux
Bevallen (beviel, is bevallen) Plaire
Profiteren (van) Profiter
Enthousiast (over) Enthousiaste
HET enthousiasme L'enthousiasme
uitbundig Exhubérant
Spannend Passionnant
De opwinding L'exitation
De sensatie La sensation
Sensationeel Sensationnel
Spectaculair Spectaculaire
Hartstochtelijk Passionné
Bang = angstig Peur (SYN)
Ik ben bang van niet Je n'ai peur de rien
De angst (en) = de vrees La peur / La crainte (SYN)
Vrezen (vreesde, gevreesd) Craindre
Schrikken (schrok, is geschrokken) Timide
Gerust Sans problème
Ongerust Anxieux
Zich ongerust maken S'inquiéter
De zorg Le souci
Zorgen hebben Avoir des soucis
Zich zorgen maken Se faire du soucis
Zenuwachtig = nerveus Nerveux (SYN)
Opgewonden Agité
Ergeren = irriteren Ennuyer (SYN)
Zich ergeren = zich storen aan S'indigner (SYN)
Zich opwinden (wond zich op, zich opgewonden) Confusion
Zich inhouden = zich beheersen S'abstenir de (SYN)
Boos (op) = Kwaad (op) En colère (SYN)
Woedend Furieux
Vervelend Ennuyeux
Vervelen (verveelde, verveeld) Ennuyer
Balen (van) (baalde, gebaald) En avoir ras le bol
Haten = niet kunnen uitstaan = een hekel hebben aan Haïr (SYN)
Stom Stupide
Verdragen (verdroeg, verdragen) Tolérer
Vreselijk = verschrikkelijk Terriblement (SYN)
Aschuwelijk Horriblement
Beroerd Mauvais
Naar À (?)
Jammer = spijtig Dommage (SYN)
Helaas = jammer genoeg Malheureusement, dommage (SYN)
Spijten (speet, gespeten) Regretter
HET spijt me Je suis désolé
Spijt hebben Avoir des regrets
HET medelijden La compassion
Medelijden hebben Avoir de la compassion
Zielig Pathétique
Tegenvallen (viel tegen, is tegengevallen) Décevoir
Teleurstellen = ontgoochelen Décevoir (SYN)
Teleurgesteld = ontgoocheld Désappointé (SYN)
De teleurstelling (en) La déception
Hopen (hoopte, gehoopt) Espérer
De hoop L'espoire
Hopelijk Avec espoire/optimisme
Niet / Niks kunnen schelen = HET maakt me niet / niks uit S'en foutre (SYN)
Wat scheelt er ? = Wat scheelt je ? = Wat is er aan de hand ? Quel est le probleme (SYN)
Willen (wou/wilde, gewild) Vouloir
Zou (graag) willen Voudrais
De wil Le voeux / souhait
Wensen (wenste, gewenst) Souhaiter
De wens (en) Le souhait / désir
Gewenst Souhaitable
Leuk Agréable
Prettig Agréable
Prettig vinden Trouver agréable
Aangenaam Agréable
Veilig Sûr
HET verdriet La douleur / chagrin
Verdriet hebben Avoir du chagrin
Verdrietig = triest (ig) Triste (SYN)
Bedroefd Triste
Huilen (huilde, gehuild) Pleurer
De traan (tranen) La larme
Betreuren (betreurde, betreurd) Regretter
Last hebben van (had last van, last gehad van) Souffrir de
Alleen Seul
Eenzaam Solitaire
Missen (miste, gemist) Manquer
Raken = ontroeren Frapper (SYN)
Verrassen (verraste, verrast) Surprendre
De verrassing La surprise
De schok Le choc
Schokken (schokte, geschokt) Choquer
Verbazen = Verwonderen Etonner (SYN)
Zich verbazen over = Zich verwonderen over S'étonner de (SYN)
Verbaasd (over) Etonné
De schuld Culpabilité, dette
< HET is mijn schuld C'est de ma faute
< de schuld geven Donner la faute, blâmer
Schuldig (aan) Coupable
< zich schuldig voelen Se sentir coupable
Onschuldig Innocent
Moe Fatigué
Vermoeid Fatigué, crevé, lessivé
Jaloers (op) Jaloux
Somber = Down Morne, triste, sombre (SYN)
Depressief Dépressif
Ellendig Misérable, sale, triste
De ellende = Het leed = De misère = De miserie Malheur, catastrophe, tragédie (SYN)
Zuchten (zuchtte, h. gezucht) Soupirer, murmurer
Gevoelig Délicat, sensible
De/HET heimwee La nostalgie
Onverschillig Indifférent (avec indifférence)
Zich schamen (voor) (schaamde zich, h. zich geschaamd) Avoir honte
De ruzie Altercation, discussion, querelle
< ruzie maken (over) Se disputer
< ruzie hebben (over) Avoir un différend (pour)
De paniek La panique
< in paniek En panique
De waardering (-en) Appréciation
De eer L'honneur, la gloire
< ter ere van En l'honneur de
HET aanzien Honneur, considération, prestige
De status Le statut, la position
Vertrouwen (vertrouwde, h. vertrouwd) Faire confiance
HET vertrouwen La confiance
< vertrouwen hebben in Avoir confiance en
HET respect Le respect
Op prijs stellen Apprécier
Created by: gfm33
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards