Save
Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't know
Remaining cards (0)
Know
0:00
share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Voorzetsels 16

Werkwoorden/uitdrukkingen met vast voorzetsel

VraagAntwoord
Ik zal slagen … het examen. slagen voor (test, examen)
Hij is zeer slecht … wiskunde. slecht zijn in
Ik heb zo’n dorst ! Ik smacht … een glas water. smachten naar
De wijn smaakt … de kurk. smaken naar
De bedelaar smeekte me … hulp. smeken om
De strandexploitanten snakken … mooi zomerweer. snakken naar
Dit is te moeilijk, ik snap er niets …. snappen van
Ik ga solliciteren … / … de functie van programmeur. solliciteren naar/voor
Die wielrenner heeft zich gespecialiseerd … tijdrijden. specialiseren in
Het katje speelt … een bolletje wol. spelen met
Ik heb geen spijt … mijn beslissing. spijt hebben van
Je mag niet spotten … zijn rare gewoontes. spotten met
Kan ik … de dokter spreken? spreken met
Ze wil niet … haar problemen spreken. spreken over
De burgers verwachten dat politici in staat zijn … samenwerking. in staat zijn tot
Hij zat de hele avond … mij te staren. staren naar
Stem jij altijd … dezelfde partij? stemmen op
Ze stemmen morgen … de nieuwe wet. stemmen over
Hij is gestorven … een hartaanval. sterven aan
Waar… steunt jouw beslissing ? steunen op
De dronkaard is gestikt … zijn braaksel. stikken in
Hij stikt … het geld. stikken van
We staan even stil … dat tragische ongeluk. stilstaan bij
Hij is gisteren gestopt … roken. stoppen met
Wat stoort jou … dat programma ? (zich) storen aan
Created by: dirk.bouckaert
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards