Save
Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't know
Remaining cards (0)
Know
0:00
share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Voorzetsels 12

Werkwoorden/uitdrukkingen met vast voorzetsel

VraagAntwoord
Hij maakt misbruik … zijn positie. misbruik maken van
Ik ben moe … het lezen. moe zijn van
Hij denkt na … zijn carrière. nadenken over
Ik leg de nadruk … de laatste lettergreep. nadruk leggen op
Ik leg me niet … die beslissing neer. zich neerleggen bij
Dat is een transactie die neigt … zwendel. neigen naar
Mijn collega is veel te nieuwsgierig … mijn privéleven. nieuwsgierig zijn naar
Het meisje is genoemd … haar oma. noemen naar
De situatie noodzaakt mij … ernstige maatregelen. noodzaken tot
We moeten ons oefenen … zinnen maken. (zich) oefenen in
Hij is boos op zijn oom en wil niet meer … hem omgaan. omgaan met
Hij moet eigenlijk niet veel onderdoen … zijn baas. onderdoen voor
De regering onderhandelt … de overname van de bank. onderhandelen over
Dat product onderscheidt zich … de concurrentie door kwaliteit. (zich) onderscheiden van
Sommige steden onderwierpen zich vrijwillig aan de dictator. onderwerpen aan
Waar… ben je zo ongerust ? ongerust zijn over
Ik was onkundig … de ware toedracht. onkundig zijn/laten van
Het ontbreekt me … moed om zoiets te doen. ontbreken aan
Ze ontdeden zich … hun natte jassen. (zich) ontdoen van
Ik zal me ontfermen … de hond van de overleden buurman. zich ontfermen over
Doordat de wind draaide, ontkwam het dorp … de bosbrand. ontkomen aan
Hij is in dat ongeluk … de dood ontsnapt. ontsnappen aan
Steenkool is ontstaan … plantenresten. ontstaan uit
Hij onttrok zich met een smoesje … die vervelende verplichting . (zich) onttrekken aan
Ze bleef onverschillig … zijn avances. onverschillig zijn voor
Created by: dirk.bouckaert
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards