Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.

Remove ads
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards




share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Verpleegplan Hst 6

Zo maak je een verpleegplan. Hoofdstuk 6: Formuleren van doelen.

QuestionAnswer
Waardoor worden grotendeels de doelen die je stelt bepaald? De gerelateerde factoren van problemen en de symptomen van problemen.
De relatie tussen de gerelateerde factoren en het eigenlijke probleem bepaalt voor een groot deel de prognose. Hoe kan (ten dele) voorspeld worden wat het verloop van het probleem zal zijn? Met behulp van kennis over wat het probleem veroorzaakt, beovrdert of in stand houdt.
Wat gebruik je bij het omschrijven van het doel het liefst? Observeerbare, waarneembare woorden. Je omschrijft in je doel hoe je verwacht dat signs en symptoms eruit zien nadat er gewerkt is aan het doel.
Welke vier soorten kennis hebben verpleegkundigen? Kennis over PES & prognose, effectieve interventies, kennis sociale kaart, context van de zorg (bepalend voor het beleid).
Wat moet verpleegkundige kennis volgens Albersnagel en Van der Brug (2006) zijn? (4 eigenschappen) Omvangrijk, verantwoord, actueel en snel beschikbaar.
Wat gebeurt er bij het ontwikkelen van intuïtie? Denken en redeneren wordt dan een onbewust denkproces.
Hoe ziet de eerste ontwikkelingsfase van de (gediplomeerde) verpleegkundige eruit? Alles strikt volgens de regels.
Hoe ziet de tweede ontwikkelingsfase van de (gediplomeerde) verpleegkundige eruit? Aandacht voor situationele elementen bij de gevorderde beginner, maar afzonderlijke onderdelen worden als apart gezien; elk onderdeel krijgt evenveel aandacht.
Hoe ziet de derde ontwikkelingsfase van de (gediplomeerde) verpleegkundige eruit? De competentiefase: het aantal toe te passen regels groeit, er ontstaat organisatie en perspectief in regels, prioritering.
Hoe ziet de vierde ontwikkelingsfase van de (gediplomeerde) verpleegkundige eruit? De gevorderde fase: intuïtie begint een rol te spelen en eigen regels worden naast vastgestelde regels ontwikkeld (patronen; doen wat werkt).
Waarvoor staat de afkorting RUMBA? Relevance, Understanablke, Measurable, Behavior, Attainable.
Waarvoor staat de afkorting SMART? Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden.
Created by: 1746698362022521