Save
Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't know (0)
Remaining cards (0)
Know (0)
0:00
share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Português eur lição4

uit "Portugees voor Zelfstudie" (G. Muniz), Lição 4

QuestionAnswercomments
acabar op zijn, af zijn
acabar de klaar zijn met
adiantar vervroegen
adiar uitstellen
afinal uiteindelijk
agitada(o) druk
almoço, o lunch
aluno(a), o(a) de leerling(e)
amanhã morgen
anteontem eergisteren
antes ervoor, eerder
assim zo, op deze manier / dus
atrás hier: geleden
aula, a les
calor, o de hitte, warmte
canal [canais], o kanaal
cedo vroeg
começar beginnen
conseguir lukken
corretamente correct [bijw.]
criança, a kind (geen dochter of zoon)
curso, o cursus
decidir beslissen
depois vervolgens
depois de na, nadat
depois-de-amanhã overmorgen
desistir de afzien van
divertir vermaken, amuseren
divertir-se zich vermaken, zich amuseren
dividir (ver)delen
entrar binnengaan, betreden
faltar verzuimen, ontbreken, tekort
faz hier: het is + tijd en weer
festa, a feest
filha, a dochter, kind
filho, o zoon, kind
filme, o de film
final [finais], o het einde
hoje vandaag
instrução [instruções], a instructie, aanwijzing
hier: alweer
daar
mostrar laten zien / hier: zoveel uren slaan
música, a muziek
nada niets
nele in het / in de [em + ele]
normalmente gewoonlijk
ontem gisteren
passado(a) vorige, afgelopen, geleden
passado, o het verleden
passagem [passagens], a doortocht
peça, a toneelstuk
ponto, o het punt
preferir de voorkeur geven aan
primeiro(a) eerste
programa, o het programma
quarto(a) vierde
quinto(a) vijfde
rápida(o) snel
relógio analógico, o analoog horloge
relógio de parede, o muurklok
relógio de pulso, o polshorloge
relógio digital [digitais], o digitaal horloge
relógio, o klok, horloge
reunião [reuniões], a vergadering
sair weggaan, uitgaan
seguir volgen
segunda(o) tweede
segundo, o seconde
sempre altijd
sexto(a) zesde
alleen
sugerir voorstellen
terceiro(a) derde
terminar de afmaken, klaar zijn met
viu heeft gezien ww. ver - zien
voltar terugkomen, teruggaan
à noite 's nachts
à tarde 's middags
de manhã 's ochtends
fazer compras boodschappen doen
o dia todo de hele dag
ter um filho, ter um bebé een kind krijgen
faltam … (minutos) er ontbreken … (minuten)
muito tarde erg laat
faltam …(minutos) para as … (horas) het is … (minuten) voor … (uur)
que horas são? hoe laat is het?
a que horas? hoe laat?
ainda não sei ik weet het nog niet
estar em reunião in vergadering zijn
falar com ... met … spreken
mostrar / dar / bater … horas … huren slaan
não ter tempo para nada nergens tijd voor hebben
às … da noite om … uur 's avonds
às … da tarde om … uur 's middags
às … da manhã om … uur 's ochtends
estar de passagem op doorreis zijn / ergens langs gaan
em ponto precies (tijd)
faz … (tempo) que ... sinds … (tijd) dat ...
estar atrasada(o) (te) laat zijn
ter tempo (para …) tijd hebben (om …)
até às oito da noite tot acht uur 's avonds
de … a ... van … tot ...
estar adiantada(o) (te) vroeg zijn
se é assim als het zo zit [B]: já que é assim, sendo assim
bebé, o de baby [B]: bebê, o
rapaz, o jongen [B]: moço, o; rapaz, o
rapariga, a meisje [B]: moça, a
miúdo, o; menino, o het jongetje [B]: o menino
miúda, a; menina, a het meisje [B]: a menina
que tal? [P] tudo bem? [B] hoe gaat het?
à última hora op het laatste moment [B]: na última hora
a aan / naar / om (tijd) / te + ww.
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards