| Question | Answer |
| fenylefrine | adrenerge α1 R agonist (bij stimulatie: contractie gladde spiercellen UITZ: GIS)
° oog mydriasis: pupilverwijding, GEEN cycloplegie (= voordeel op anticholinergica)
° decongestie neus |
| oxymetazoline | ° Decongestie neusslijmvlies
° Neusdruppels of spray
° ɑ-mimetica induceren vasoconstrictie, daardoor secretie ↓ |
| clonidine | Selectieve agonist van ɑ2 R in CZS, stimulatie geeft vasodilatatie,zie blz 65.
α2 R: constrictie/dilatatie
Vasodilatatie: in CZS, inhibitie O.S. output-> Vasodilatie-> BP daling.
Vasoconstrictie: Endotheelcel/gsc, circulerend A, -> vasoconstrictie. |
| dobutamine | ° selectieve β1 agonist, iv, contractiliteit ↑
° Nevenwerkingen: aritmieën
° Vaak in combinatie met dopamine gegeven (VD in nieren, renale perfusie ↑en GFR ↑) |
| salbutamol | ° Tegen astma
° Via inhalatie
° Selectieve β2 agonist
° Nevenwerking: systemisch (toch prikkeling β1) + tachycardie, aritmieën, tremor en vasodilatatie |
| prazosine | ° Selectieve ɑ1- antagonist
° Toepassing: hypertensie, minder reflex tachycardie
° Nevenwerking: orthostatische hypertensie |
| atenolol | Selectieve β1-antagonist |
| Adrenaline | ° Bij acute anafylactische reactie (Im, acuut)
° Bij hartstilstand (iv)
° ɑ/β agonist (met iets meer affiniteit voor β dan voor ɑ)
° toevoeging van een vasoconstrictor zoals adrenaline bij lokale anesthesie vertraagt de resorptie van lokale anesthetica |
| Noradrenaline | ɑ-agonist (met lichte affiniteit voor β) |
| Isoprenaline | Β-agonist |
| Ergotamine | ° Inhibeert vasoconstrictie van NA (bezet ɑ1- R)
° Partiële agonist 5-HT 1D: VC
° Toepassing: Migraine |
| Propranolol | Β-antagonist (β1 en 2) |
| Pindolol | ° ↑ hartfrequentie (bij rust) maar onderdrukt de tachycardie veroorzaakt door sympathische stimulatie.
° Partiële β-agonist
= β-blokker met intrinsieke sympathicomimetische activiteit |
| Atenolol | Selectieve β1-antagonist |
| Amfetamine | ° Indirect sympaticomimetica (verdringen NA uit vesikels)
° Perifeer effect: BD ↑, tachycardie, bronchodilatatie, ↓motiliteit GIS
° Centraal effect: euforie, alertheid ↑, eetlust remmend, schizofreenachtig syndroom |
| Efedrine | indirecte sumpathicomimetica: Mao inhibitor ->> Hypertensie. Zie lijst verder |
| Tyramine | indirecte sumpathicomimetica: Mao inhibitor ->> Hypertensie. Zie lijst verder. |
| cocaine | ° Remmer neuronale opname (uptake 1)
° Tachycardie en toename in BP |
| tricylische antidepressiva (desipramine) | ° Remmer neuronale (NA) opname (uptake 1)
° Centrale effecten + perifere effecten: tachycardie en arithmieën
= tricyclisch antidepressiva |