Save
Upgrade to remove ads
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't Know
Remaining cards (0)
Know
0:00
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

farmaco toets M3

QuestionAnswer
Welke stoffen werken stimulerend op nociceptoren en welke verhogen de gevoeligheid stimuleren: serotonine, histamine, bradykinine verhogen gevoeligheid: prostaglandinen
Verdeling analgetica Niet opioïden: PCM en prostaglandineremmers Opioïden
WHO pijnladder 1. PCM: 3-4dd max 1 maand (anders levercirrose) 2. NSAIDS + pcm: naprox (2dd250-500), ibu (3-4dd 400-600), diclofenac (2-3dd 25-50) 3. Zwak opioïd: tram (1-2dd50mg tot 1-4dd100) 4. sterk opioïd: morf (2dd 10-30mg) oud/<50kg 2 dd10mg, fentanyl 5. iv
welke stap in de pijnladder wordt overgeslagen bij kanker stap 3 tramadol
Paracetamol: werking, bijwerking W: analgetisch, antipyretisch, geen anti inflammatoire BW: >150mg/kg/dag -> leverschade -> n-acetylcysteïne
werking, bijwerking, interacties NSAIDS W: remming COX -> remming prostaglandine -> pijnstillend, koortswerend, ontstekingsremmend BW: ulcus pepticum, nierfalen, trombocytopathie en verergering van hartfalen door water en zout retentie.
werking COX1 en COX2 COX1: weefselhomeostase: autoregulatie voor het onderhouden van renale perfusie, gastroprotectie en trombocytenaggregatie. COX2: autoregulatie voor renale perfusie, inflammatie, ovulatie, sluiting van de ductus Botalli in neonaten en CZS
Risicofactoren ulcus pepticum een ulcus in de voorgeschiedenis, reumatoïde artritis, hartfalen en diabetes mellitus.
risicofactoren nierfalen bij gebruik NSAIDS hartfalen, dehydratie, sepsis en pre- existent nierfalen, RAS-remmers
Waarom verhoogt alcoholisme het risico op leverschade door paracetamol? CYP2E1-inductie → meer NAPQI → glutathion raakt uitgeput
Hoe zorgen NSAIDS voor cardiovasculaire bijwerkingen water en zout retentie -> oedeem
met welke andere medicijnen zorgen NSAIDS voor GI bijwerkingen Coumarines, trombocytenaggregatiesremmners, SSRI's, corticosteroïden
met welke andere medicijnen zorgen NSAIDS voor nierfalen RAS en diuretica
met welke andere medicijnen zorgen NSAIDS voor hypertensie Antihypertensiva heeft minder effect
wat zijn de drie opioïdenreceptoren wat zijn hun effecten μ: analgesie, supraspinal analgesie, ademhalingsdepressie, euforie en fysieke afhankelijkheid κ: miosis, dysforie, psychotomimentische effecten δ: minder belangrijk
Hoe wordt morfine gecoupeerd Naloxon is een competitieve antagonist
Gebruik van codeïne en nadelen zwak morfine, maar 10% kan het omzetten naar morfine, obstiperend effect.
morfine alle receptoren agonist, analgetisch door mu
fentanyl mu receptor, sterker dan morfine, Tmax 12-20min en T1/2 = 3-4u.
Belangrijkste bijwerkingen van opiaten obstipatie, ademdepressie en afhankelijkheid. COPD is RF. Naloxon is antidote.
Interacties van opiaten Obstipatie (anticholinergica, antidepressiva, diuretica, ca antagonisten) Ademdepressie (benzodiazepines)
Wat is de trias van Virchow? Stase, hypercoagulabiliteit, endotheelbeschadiging.
stollingsbevorderende factoren door bloedplaatjes uitgescheiden tromboxaan A2, ADP en
Rol van GP2b/3a door binding fibrinogeen aggregatie bloedplaatjes
Waaruit bestaat een arteriële trombus vooral? Trombocyten (witte trombus).
Waaruit bestaat een veneuze trombus vooral? Fibrine en erytrocyten (rode trombus).
elke medicatie gebruik je bij arteriële trombose? Trombocytenaggregatieremmers: Acetylsalicylzuur, Clopidogrel (Plavix), Dipyridamol (Persantin)
Welke medicatie gebruik je bij veneuze trombose? Anticoagulantia: Coumarinederivaten (vitamine K-antagonisten): Acenocoumarol (Sintrom), Fenprocoumon (Marcoumar) Heparines: Heparine i.v., low dose LMWH, high dose LMWH Directe Orale Anticoagulantia: dabigatran, apixaban, edoxaban, rivaroxaban
Werkingsmechanisme acetylsalicylzuur (ASA)? Irreversibele COX-1-remming → ↓ tromboxaan A₂ → ↓ trombocytenaggregatie.
Hoe lang houdt het effect van ASA aan? Tot nieuwe trombocyten gevormd zijn (±7–10 dagen)
Werkingsmechanisme clopidogrel? Irreversibele P2Y12 (ADP)-receptorremming.
Verschil clopidogrel en ticagrelor? Ticagrelor werkt reversibel en sneller (7uur); clopidogrel is prodrug.
Indicaties DAPT? ACS, PCI met stent.
Mag ASA meestal worden doorgebruikt perioperatief? Ja, tenzij hoog bloedingsrisico.
Indicaties ascal 1 dd 80mg MI, ACS, AP, CABG, TIA preventie, PCI
Indicaties clopi 1 dd 75mg TIA/CVA, perifeer vaatlijden,
interacties met welke medicatie heeft TAR NSAIDs, corticosteroiden, SSRI's
Welke stollingsfactoren zijn vitamine-K-afhankelijk? II, VII, IX, X en proteïne C en S
Waarom ontstaat bij start VKA tijdelijk hypercoagulabiliteit? Snelle daling proteïne C/S vóór daling stollingsfactoren
Waarom bridgen met heparine bij start VKA? Vertraagde werking VKA + tijdelijke hypercoagulabiliteit
Verschil acenocoumarol en fenprocoumon? Acenocoumarol kortwerkend (dagen), fenprocoumon langwerkend (weken)
Antidotum bij ernstige VKA-bloeding? Vitamine K + vierfactoren-PCC.
Waarom geven NSAID’s in combinatie met vitamine K-antagonisten een verhoogd bloedingsrisico? Door cumulatief ulcerogeen effect én remming van trombocytenfunctie, waardoor zowel gastro-intestinale complicaties als bloedingen toenemen
Wat is het mechanisme van de interactie tussen co-rimoxazol en vitamine K-antagonisten? Remming van CYP2C9 → verminderde afbraak van coumarines → snelle INR-stijging.
Wat is het klinisch risico van de combinatie co-trimoxazol en vitamine K-antagonisten? Sterk verhoogd risico op ernstige bloedingen.
Waarop wordt de behandeling met coumarinederivaten ingesteld? Op geleide van de INR.
Waarom kan de INR stijgen bij een koortsende ziekte? Verminderde afbraak van coumarinederivaten en versnelde afbraak van stollingseiwitten.
Wat is de gebruikelijke streef-INR bij coumarinegebruik? INR 2–3.
Wat is het beleid bij een ernstige bloeding onder coumarinederivaten? Vitamine K + vierstollingsfactorenconcentraat (Cofact).
Wat zijn de drie belangrijkste oorzaken van ontspoorde INR? Geneesmiddelinteracties Slechte intake/ziekte Alcoholgebruik
Wat zijn de indicaties van VKA's? (coumaron) AF, mechanische klepprothese, LE, DVT
Wat zijn heparines en waar grijpen ze op aan? Directe remmers van geactiveerde stollingsfactoren (met name trombine en factor Xa)
2 eigenschappen van heparine 1. Activeert antitrombine III, remt daarmee factor IIa en X -> x omzetting fibrinogeen in fibrine 2. effect is zeer variable dus aPTT moet gecontroleerd worden
eEigenschappen van LMWH 1. 2-3 hogeren anti Xa activiteit -> geen APTT tijd maar in Xa activiteit 2. stabieler effect 3. therapeutische aanpassing voor de nierfunctie
Interacties van heparines en LMWH 1. worden versterkt door NSAIDS, VKA, cortico's
Hoe wordt een bloeding bij heparine gecoupeerd protamine heel langzaam
hoe wordt een bloeding onder LMWH gecoupeerd protamine + anafylactisch!
welke medicatie valt onder DOACs dabigatran, apixaban, edoxaban, rivaroxaban
indicaties voor DOACS AF met chadvast > 1, DVT, LE
interacties alle medicatie die ook CYP3A4 gebruikt, verapamil.
hoe wordt een bloeding onder DOAC gecoupeerd idarucizumab bij dabigatran of cofact (4 factoren) bij -ban
welke medicatiesoorten zorgen voor arteriële vaatverwijding ca-antagonisten, RAS remmers, ARB
welke medicatiesoorten zorgen voor veneuze vaatverwijding nitraten ras, diuretica door ECV afname
welke medicatiesoorten verlagen de contractiekracht van het hart betablokkers, diltiazem, verapamil
Hoe werkt lisdiuretica (furo) remming Na/k/2cl cotransport -> meer Na distale tubulus -> activeert Na/K countertransport -> meer K+ uitscheiding
werking thiazide diuretica distale tubulus Na/Cl cotransport -> meer Na distaletubulus -> activeert Na/K countertransport -> meer K+ uitscheiding
werking kaliumsparend (spiro) corticale verzamelbuis antagonist aldosteron -> remming Na/K uitwisseling + remming Na kanalen
Interacties van diuretica verhoogde valneiging bij BP, opiaten, benzo's Hypona bij SSRI's Nierfalen NSAIDS en RAS Hyperkalieme RAS en NSAIDs Minder effect bij NSAIDS
Bijwerkingen lis en thiazidediuretica dehydratatie, hypokaliëmie, orthostatiche hypotensie.
bijwerkinen thiazides hyponatrientie -> misselijk, verward, vallen
Bij welke aandoeningen verhoogd kaliumsparende diuretica het risico op hyperkaliemie en hoe voorkom je dit DM, NF, HF. Voeg een RAs remmer toe
Soorten Beta receptoren en locatie B1: PM en spiercellen myocard, prikkeling geeft chronotropie (hartfrequentie), inotropie (contractie) en dromotropie (versnelling prikkelgeleiding hart) B2: gladde spiercellen -> dilatatie.
Verschil tussen selectieve en non-selectieve betablokker of ze wel of niet op een of beide receptoren aangrijpen
alfa blokkerende sympathicolytica hypertensie en mictieklachten. Relaxatie gladde spieren prostaat en urinewegen. Verwijding van arteriolen en venen -> BP daling.
Indicatie betablokkers verlaging Hf, BP, contractiliteit hart. indicatie: AF, HT, HF, ACS
bijwerkingen betablokkers hypotensie, bradycardie, verhoogde valneiging. Sotalol ritmestoornis bij hypokalie of nierfunctie
interacties van betablokkers bradycardie bij caant ritmestoornis bij sotolol minder effect bij nsaids
Calcium antagonisten, verschil tussen dihydropyridines en non-dihydropiridines dihydropiridines: gladde spiercellen relaxatie -> verlaagde arteriele vaattonus, BP verlagend. non-dihydropiridines: vooral effect op het hart.
RAS-remmer, wat is het, wat is het effect Renine angiotensine remmer-> zelfde effect als ACE remmer. Alleen zit raas hoger in de feedback loop -> meer bijwerkingen. RAAS: meer aldosteron -> H2O & Na+, K verlies, vasoconstrictie
bijwerkingen caant Hoofdpijn, oedeem, duizelig, reflextachy, hypotensie
indicatie RAS RAS-remmers grijpen in op het renine-angiotensinesysteem. Ze zijn geïndiceerd bij hypertensie, hartfalen en diabetische proteïnurie.
BW ace-remmers hyperkaliëmie, nierfalen, hypotensie, valneiging, angio-oedeem van het oro-naso-farynxgebied en kriebelhoest.
AT1-antagonisten (losartan, valsartan) blokde AT1-receptor + grijpen ACE-remmers aan op RAS, maar dan op een andere plaats. Door selectief de AT1-rec blok, remmen werking van angiotensine II, een sterk vaatvernauwende stof.
Hartglycosiden (digoxine), effect Effect: vergrote contractiekracht hart, verlaagde HR, vertraagde AV geleiding. BW: hypokal, nierfunctieverlies, verhoogd risico op ritmestoornissen
indicatie nitraten Nitraten (zoals nitroglycerine) zijn geïndiceerd bij angina pectoris en bij longoedeem / astma cardiale.
Waar wordt type 1 Dm mee behandeld insuline
werking metformine remt glucoseproductie lever en verhoogd perifere gevoeligheid voor insuline -> kan geen hypogly geven dus!
kinetiek van metformine Bij iedere patiënt met DM2 en voldoende nierfunctie (>30) wordt gestart met een behandeling met metformine. Metformine wordt renaal geklaard, waardoor de bloedconcentratie verhoogd en de halfwaardetijd verlengd is bij nierinsufficiëntie.
Bijwerkingen metformine maagdarmstoonissen. CI: NI, HF, hypoxemie, sepsis
werking Sulfonylureumderivaten stimuleren onafhankelijk van de glucoseconcentratie de afgifte van insuline uit bètacellen. Er zijn kortwerkende (tolbutamide, gliclazide en langwerkende middelen (glibenclamide, glimepiride).
wanneer starten met Sulfonylureumderivaten Wanneer metformine niet (meer) voldoende werkt (gliclazide)
bijwerkingen van Sulfonylureumderivaten hypoglykemieën
interacties Sulfonylureumderivaten Bètablokkers kunnen de beginsymptomen van hypoglykemie maskeren, ook kunnen ze het herstel van de glucosespiegel na hypoglykemie vertragen. Dit treedt vooral op bij de niet- selectieve bètablokkers.
Werking SGLT2 SGLT2 (sodium-glucose cotransporter 2) remmers blokkeren selectief en reversibel de natriumglucose-cotransporter 2 in de nieren. Hierdoor wordt de renale glucose reabsorptie geremd, wat leidt tot uitscheiding van glucose
Bijwerking SGLT2 De belangrijkste bijwerking van SGLT2 remmers is de euglycemische diabetische ketoacidose (EDKA).
Kortwerkende insuline actrarapid, 30min voor maaltijd, piek na 2-3uur, werking 6-8uur
snelwerkende insuline analoog aspart, novorapid, lispro -> direct, voor, na maaltijd -> peik na 45-90min werkt 4-5uur.
middel langwerkend insuline NPH, optimaal 4-12uur, maximaal 24 uur. tussen avond eten en slapen . piek 4-8 uur.
langwerkende insuline lantus. Langwerkende insuline-analogen moeten tussen het avondeten en net voor het slapen gaan ingespoten worden. De werkingsduur is circa 24 uur of langer.
werking van alle antidepressiva Alle antidepressiva zorgen op korte termijn voor een toename van de hoeveelheid neurotransmitters (noradrenaline, serotonine en in geringere mate dopamine)
onderverdeling antidepressiva's TCA: amitriptyline en nortriptyline -> serotonine en noradrenaline SSRI's: citalopram, fluoxetine en paroxetine -> serotonine 3 wk na behandeling
indicaties SSRI's en TCA: TCA: depressie, neuropatische pijn SSRI: anxiolytisch, angst, obsessie-compulsief
TCA bijwerkingen anticholinerge aard (droge mond, obstipatie, urineretentie, verwardheid), antihistaminerge aard (sedatie), anti-noradrenerge aard (orthostatische), kinidineachtige werking (ritmestoornissen). TCA’s + antihypertensiva + diuretica geven orthostase.
bijwerkingen SSRI serotonerge, na ongeveer 1 week SIADH veroorzaken met + hyponatriëmie. Dit risico is verhoogd bij gebruik van thiazidediuretica. Een belangrijke bijwerking van SSRI’s is daarnaast trombocytopathie. SSRI’s + NSAID’s -> verhoogd bloedingsrisico.
behandeling depressie na twee tot vier weken merkbaar, bijwerkingen al een paar uur na inname kunnen optreden. Niet levenslang te gebruiken, maar het effect na zes maanden te evalueren. na herstel nog minimaal zes maanden gecontinueerd te worden.
Indicatie en werking lithium bipolaire stoornis, beprekte therapeutische breedte en klaring nieren meten.
Bijwerkingen lithium dehydratie (diuretica,NSAIDS en RAS). bij verhoogde spiegels: misselijk, diarree, tremor, myoclonieeën, epilepsie. hypothyreoïdie.
werking benzodiazepines, waarom terughoudendheid bij voorschrijven werking: versterken GABA door binding aan GABA ion kanaal -> langere Cl- influx -> hyperpolarisatie. Verslavende werking. Temazepam en oxazepam (t1/2: 4-15u) metabolieten van diazepam.
indicaties voor benzodiazepines slaapstoornissen, angsstoornissen, onthoudingsverschijnselen behandelen.
Benzodiazepines Diazepam: slaap - angst + Lorazepam sleep - angst + Oxazepam - angst +/- Temazepam
Bijwerkingen benzodiazepines spierhypotonie mt zwakte, amnesie, alertheid, tolerantie, reboundeffecten, COPD: ademdepressie
Interacties van benzodiazepines alcohol, antihypertensiva, opiaten
hoe worden de bijwerkingen van benzodiazepines beperkt? < 2 weken voorschrijven, patiëntinstructie, afbouwen bij afhankelijkheid en overschakelen naar alngwerkend. ademdepressie couperen met flumazenil.
Doxycycline is een tetracycline
augmentin is een beta lactam ab
gentamicine is een aminoglycoside
azitromycine en claritormycine zijn marcoliden
co-trimoxazol is een sulfanomiden
ciproflox chinolonen
nitro, fosfomycine, trimethoprim worden gegeven bij UWI
metronidazol wordt gegeven bij anaerobe infecties
sulfanomides en tremthoprim zorgen bij een bacterie voor: inhibitie van synthese van essentiële metabolieten
chinolonen (ciproflox, rifampicine) zorgen bij een bacterie voor inhibite van DNA replicatie en transcriptie
macrolides, tetracyclines, aminoglycicosiden zorgen bij een bacterie voor inhibitie van eiwitsynthese
beta lactams zorgen bij een bacterie voor inhibitie voor wandsynthese
Verschil tussen gram positief en gram negatief: GP: dikke celwand bestaand uit peptidoglycanen GN: LPS dunne wand.
Met welke soort medicatie hebben alle AB een interactie en wat is deze interactie? Coumarines en een versterkt effect door verhoogde afbraak stollingsfactoren bij koorts.
welke medicijnen vallen onder Beta lactam penicillinen cefalosporinen carbapenem
eerste keuze pencilline en waarom Fluclox ivm penicilline ongevoeligheid bij gram positieve bacteriën
belangrijkste bijwerkingen penicillinen diarree, huidreacties, analfylaxie
waarin verschilt de 3e generatie cefalosporine van de eerste twee effectief tegen gram + en -
indicatie tetracyclines gram +, intracellulaire micro-organismen. Niet bij kinderen ivm gebit en zwangeren.
Bijwerkingen gebitsverkleuring bij kinderen < 8jr. fotosensibilisatie. en verminderde werking bij supplementen
aminoglycosiden indicatie + bijwerkingen gram -, irreversibele doofheid en reversibele nfx.
indicaties macroliden en bijwerkingen atypische, gram +. interacties met statines en verlngd QTc en torsade de pointes.
interacties trimethoprim en cotrim (= trime + sufano) metotrexaat = beenmergsuppressie
indicaties chinolonen gram -, QTc verlengers -> torsade de point.
wat zegt de therapeutische breeds over de dosering hoe smaller de therapeutische breedte hoe kleiner het verschil tussen een ineffectieve en overdosering.
wat is de biologische beschikbaarheid fractie van de toegediende dosis die onveranderd de circulatie bereikt. Bij IV is dat 100%.
wat is het verdelingsvolume verhouding tussen de hoeveelheid opgenomen geneesmiddel en en de plasmaconcentratie, bepaalt de hoogte van een oplaaddosering.
Type 1 en 2 reacties in de lever Type 1: meeste AB wordt op deze manier verwerkt Type 2: conjugaties
belangrijkste enzymen voor verwerking CYP450 en CYP3A4.
werking enzyminhibiters (-zols): inhibitie van CYP3A4 -> hogere bloedspiegels
werking enzyminducers (rifampicine) inducerend effect -> lagere bloedspiegels
wat is kalring hoeveelheid plasma die per tijdseenheid wordt ontdaan voor lever en/of nier.
bij welke geneesmiddelreacties moet een geneesmiddel acuut worden gestopt: 1. analfylaxie 2. trombocytopenie en hemolytische anemie 3 SCAR (SJS en TEN)
Welke Ig speelt een rol bij analfylaxie en welke medicatie kan analfylaxie veroorzaken IgE, Beta lactam/NSAIDS/spierverslappers.
behandeling analfylaxie 1. stop geneesmiddel 2. Adranaline im, tavegil iv, dexa iv 3. adrnaline /+ fluid challenge 4. IC, betablokker, glucagon, adrenaline
verschil tussen analfylactisch en analfylactoïde analfylactoid is niet IgE gemedieerd, maar komt door vrijmaken histamine uit mestcellen
oorzaak trombocytopenie en behandeling O: beta lactam en heparines B: 1. stop 2. transfusie
Verschil type 1 en type 2 heparine geïnduceerde trombopenie 1: 1-4 dagen na start, geen anti lichamen -> doorgaan met hepa 2 5-10 dagen na start, antilichamen -> staken
welke medicatie geven geregeld huidreacties penicillines, cefalo, allopurinol, carbamazepine -> exanthemen, maculo, utricaria, angio-oedeem
welke huidreactie geven penicillinen, carbamazepine, allo maculopapupleuze
Ige en allergie zorgt voor welke huidreactie utricaria
Verschil SJS en TEN SJS < 10% TEN >30% huidopp
welke medicatie veroorzaakt soms SJS en TEN AB, carmabezepine, allo
wat staat er op een recept naam + geboortedatum patiënt, naam arts, naam/sterkte/hoeveel/ gebruik van geneesmiddel, paraaf en een datum. Daarnaast moet op het recept een afwijkende nierfunctie worden vermeld + reden van voorschrijving
opbouw recept R: PCM 500mg T: tabeletten S: 4 dd 1
Eisen opiaatmiddelen eisen: handtekening, sterkte en hoeveelheid volledig uitgeschreven, volledig adres arts inclusief telefoonnummer, datum, één geneesmiddel per recept, alle gegevens patiënt (naam + volledig adres), herhalingen volledig uitgeschreven, onuitwisbare inkt.
Wat is de lijst van rijgevaarlijke geneesmiddelen? Een lijst met geneesmiddelen die het reactievermogen en de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
In hoeveel categorieën zijn rijgevaarlijke geneesmiddelen ingedeeld? Drie categorieën.
Wat betekent categorie 1 rijgevaarlijke geneesmiddelen? Veilig voor deelname aan het verkeer.
Wat betekent categorie 2 rijgevaarlijke geneesmiddelen? Licht tot matig negatieve invloed op rijvaardigheid, waarbij gebruikers over het algemeen kunnen wennen.
Wat betekent categorie 3 rijgevaarlijke geneesmiddelen? Wat betekent categorie 3 rijgevaarlijke geneesmiddelen?
Welke geneesmiddelgroepen behoren tot de risicomedicatie voor rijvaardigheid? Benzodiazepines Opiaten Tricyclische antidepressiva (TCA’s) Bepaalde anti-epileptica Bepaalde antipsychotica Bepaalde antihistaminica (clemastine)
an welke geneesmiddelen wordt de rijgeschiktheid bekend verondersteld voor de farmacotherapie-eindtoets? Temazepam Oxazepam Morfine Tramadol Clemastine
Verschil in gevaar medicatie per trimester zwangerschap? 1e: risico op abortus en aanlegstoornis, 2e: risico op groeivertraging 3e: grootste risico bijvoorbeeld insuline, schildklierremmers het grootst. Vlak voor de partus moet rekening gehouden worden met een verhoogd risico op gecompliceerde partus
Classificatie zwangerschap medicatie volgens moeders van morgen van lareb Meest veilig: kan gebruikt worden Waarschijnlijk veilig: kan gebruikt worden Mogelijk risico: - effecten afwegen tegen het belang Controle bij gebruik. Risico op aangeboren afwijkingen: uitzonderingsgevallen Risico onbekend: onvoldoende informatie
Created by: Ingmar
Popular Pharmacology sets

 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!
"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards