Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why

Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.

By signing up, I agree to StudyStack's Terms of Service and Privacy Policy.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.

Remove ads
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards




share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

9 Beroep

QuestionAnswer
het werktuig, het gereedschap l'attrezzo
de uitrusting l'attrezzatura
het handboek il manuale
handmatig manuale
gebruiken usare
wegwerp usa e getta
veranderen trasformare
de knop, de schakelaar l'interruttore
het stopcontact la presa di corrente
de haak il gancio
ophangen attaccare
de bevestiging l'attacco
zagen segare
de zaag la sega
de (pneumatische) hamer il martello (pneumatico)
de spijker il chiodo
vastspijkeren inchiodare
de schroef la vite
de schroevendraaier il cacciavite (inv)
boren trapanare
de boor il trapano
de penseel il pennello
de lak lo smalto
emailleren, lakken smaltare
aanbrengen, opbrengen applicare
het aanbrengen, het smeren l'applicazione
het vernis la vernice
verven, schilderen, lakken verniciare
de emmer il secchio
vastmaken, bevestigen fissare
vastbinden legare
het touw la corda
de meetlat il metro
afwegen pesare
de weegschaal la bilancia
de trechter l'imbuto
de pomp la pompa
oppompen pompare
de (transport)band il nastro (trasportatore)
de kantoorboekhandel la cartoleria
het papier la carta
de envelop la busta
het blad il foglio
drukken premere
fotokopiëren fotocopiare
de fotokopie la fotocopia
de kaart, het formulier la scheda
het formaat il formato
het potlood la matita
de viltstift il pennarello
de tekstmarker l'evidenziatore
de perforator la perforatrice
de gom la gomma (per cancellare)
de puntenslijper il temperino
uitvegen cancellare
onderstrepen sottolineare
elektrisch elettrico, elettrica
automatisch automatico, automatica
registreren registrare
het register il registro
de rekenmachine la calcolatrice
het inktpatroon la cartuccia
het stempel il timbro
de plakband il nastro adesivo
de paperclip la clip
de map la cartella
de lijm la colla
de kalender il candario
aangeven, noteren segnare
de agenda l'agenda
de computer il computer
het gegeven il dato
de gegevens i dati
de databank la banca dati
de bescherming van gegevens la protezione dei dati
aanklikken cliccare
digitaliseren digitalizzare
de digitalisering la digitalizzazione
de verwerking l'elaborazione (f)
de e-mail l'e-mail (f)
het bestand il file
bijsluiten allegare
de bijlage l'allegato
in bijlage in allegato
cursief corsivo
vet grassetto
niet vet magro
de hard disk l'hard disk (m)
de printer la stampante
aansluiten op connettersi
de laptop il laptop = il portatile
de notebook il notebook
de beamer il videoproiettore
elektronisch elettronico, elettronica
leren apprendere
jong geleerd, oud gedaan apprendi l'arte e mettila da parte
de leerling/de leerjongen, het leermeisje l'apprendista
de stage lo stage = il tirocinio
de stagiair(e) il praticante = il tirocinante
de sollicitatiebrief la domanda di assunzione = la domanda d'impiego
solliciteren fare domanda di assunzione
de leertijd, de stage l'apprendistato
de opleiding, de voorbereiding la preparazione
opleiden, onderwijzen istruire
de instructeur l'istruttore, l'istuttrice
de perfectionering, de verbetering il perfezionamento
perfectioneren, verbeteren perfezionare
de taak, de functie la mansione
de instructie, de beroepsopleiding l'istruzione = la formazione professionale
het curriculum il curriculum
professioneel professionale
beginnen iets te doen mettersi a fare qc
de waarschijnlijkheid la probabilità
waarschijnlijk probabile
de eigenaar il titolare, la titolare
het hoofd, de chef il capo
het afdelingshoofd il caporeparto, la caporeparto
de werkplaats; garage/autoherstelplaats l'officina
de sector, de branche il settore
het beroep (niet ambachtelijk) la professione
wat is uw beroep? che professione fa Lei?
de beroepsbeoefenaar; de professional (sport) il professionista, la professionista
de ondernemer il libero professionista, la libera professionista
de architect l'architetto
de administrateur il commercialista, la commercialista
de belastingsconsulent il consulente fiscale, la consulente fiscale
de tolk l'interprete
de docent l'insegnante
de advocaat l'avvocato, l'avvocatessa
de journalist il giornalista, la giornalista
de vormgever il designer, la disigner
het model la modella
de fotograaf il fotografo, la fotografa
de ingenieur l'ingegnere
de programmeur il programmatore, la programmatrice
de wiskundige il matematico, la matematica
de computerdeskundige l'informatico, l'informatica
de natuurkundige il fisico, la fisica
de chemicus il chimico, la chimica
het laboratorium il laboratorio
de arts il medico
de dokter il dottore, la dottoressa
de psychiater lo psichiatra, la psichiatra
de neuroloog il neurologo, la neurologa
de gynaecoloog il ginecologo, la ginecologa
de uroloog l'urologo, l'urologa
de orthopeed l'ortopedico, l'ortopedica
de veearts il veterinario, la veterinaria
de tandarts il dentista, la dentista
de apotheker(es) il farmicista, la farmacista
de psycholoog il psicologo, la psicologa
de verpleegkundige l'infermiere, l'infermiera
bewaken, toezicht houden op sorvegliare
de agent, de vertegenwoordiger l'agente
het agentschap, het bedrijf l'agenzia
handelsvertegenwoordiger agente di commercio
reisbureau agenzia di viaggi
de assistent, de medewerker l'assistente
de politieagent l'agente di polizia
de maatschappelijk werker l'assistente sociale
het maatschappelijk werk l'assistenza sociale
de postbode il postino, la postina
samenwerken met iemand collaborare con qu
de secretaris il segretario, la segretaria
het secretariaat la segreteria
het ambacht il mestiere
de ambachtsman l'artigiano, l'artigiana
de deskundige il perito = l'esperto
de deskundigheid la perizia
de politieagent il poliziotto, la poliziotta
de brandweerman il vigile del fuoco = il pompiere
de chauffeur l'autista
de ober; het kamermeisje il cameriere, la cameriera
de verkoper il commesso, la commessa
de kapper il parrucchiere, la parrucchiera
de huisman, de huisvrouw il casalingo, la casalinga
de matroos il marinaio
de visser, de vissersvrouw il pescatore, la pescatrice
de kok, de kokkin il cuoco, la cuoca
de slager il macellaio, la macellaia
de bakker, de bakkersvrouw il fornaio, la fornaia
de elektricien l'elettricista
de automonteur il meccanico, la meccanica
de timmerman il falegname
de metselaar il muratore, la muratrice
de loodgieter l'idraulico, l'idraulica
de schilder il pittore, la pittrice
de tuinman il giardiniere, la giardiniera
kiezen scegliere
de technicus, de monteur il tecnico
de kleermaker il sarto, la sarta
de schoenmaker il calzolaio, la calzolaia
ophalen, afhalen ritirare
werken lavorare
het werk il lavoro
fulltime a tempo pieno
deeltijds part-time = il lavoro a tempo parziale
onregelmatig saltuario, saltuaria
tijdelijk, onzeker precario, precaria
de tijdelijke arbeidsovereenkomst, de voorlopige aanstelling il precariato
gespecialiseerd specializzato, specializzata
de specialisatie la specializzazione
de werktijd l'orario lavorativo
de werknemer il lavoratore = il dipendente
het salaris, het loon il salario
de dienst il turno
dienst hebben essere di turno
plannen, een plan opstellen programmare
de fabriek la fabbrica
de vergunning la licenza
arbeidsongeschikt invalido, invalida
de arbeidsongeschiktheid l'invalidità
de arbeider l'operaio, l'operaia
het bedrijf l'azienda = l'impresa
iemand die belast is met l'addetto, l'addetta
de specialist, de expert l'addetto al lavoro, l'addetta al lavoro
verboden toegang voor onbevoegden vietato l'accesso ai non addetti
het loon la paga
het voorschot l'anticipo
vooruitbetalen, voorschieten anticipare
het werk, de baan l'occupazione
het tarief la tariffa
het salaris lo stipendio
verdienen guadagnare
vermoeiend faticoso, faticosa
verplichten, aan het werk zetten impegnare
de verplichting l'impegno
veeleisend, moeilijk impegnativo, impegnativa
bezet, bezig impegnato, impegnata
de baan l'impiego
de tijdelijke baan l'impiego precario
aannemen, in dienst nemen impiegare = assumere qu
de ambtenaar, de bediende l'impiegato, l'impiegata
de medewerker il collaboratore, la collaboratrice
de samenwerking la collaborazione
de medewerker il dipendente, la dipendente
de emancipatie l'emancipazione (f)
geëmancipeerd emancipato, emancipata
de ongewenste intimiteiten la molestia sessuale
ontslaan licenziare
het ontslag il licenziamento
de werkloosheid la disoccupazione
werkloos disoccupato, disoccupata
de staking lo sciopero
de vakbond il sindacato
een staking beginnen entrare in sciopero
staken scioperare
vakbonds- sindacale
de concurrent il concorrente, la concorrente
de concurrentie la concorrenza
concurrerend concorrente
competitief competitivo, competitiva
wedijveren competere
de fabriek, de werkplaats lo stabilimento
de winst il guadagno
het toestel l'apparecchio
Created by: eulalie