click below
click below
Normal Size Small Size show me how
Begrippen AA 4 HH
begrippen die we moeten kennen
| Question | Answer |
|---|---|
| Een denkbeeldige cirkel rond de aarde die evenwijdig loopt met de evenaar. | Breedtecirkel |
| De afstand tot de evenaar uitgedrukt in graden noorderbreedte (N) of graden zuiderbreedte (S). | Breedteligging |
| Deze schaal geeft de schaal weer als een breuk met teller 1. Met deze schaal bereken je de afstanden in werkelijkheid. | Breukschaal |
| De lengte- en breedteligging van een plaats. | Coördinaten |
| Een maand met gemiddeld minder neerslag dan het dubbele van de gemiddelde temperatuur van die maand. | Droge maand |
| De breedtecirkel van 0 graden die het aardoppervlak verdeelt in een noordelijk en een zuidelijk halfrond. | Evenaar |
| Een reliëfvorm met grote hoogteverschillen, steile hellingen en een kantige horizonlijn. | Gebergte |
| Grote vegetatiezones op de aarde waar het klimaat en de overheersende vegetatie gelijkenis vertonen. | Globale biomen |
| Het halve aardoppervlak. | Halfrond |
| Een reliëfvorm met golvende horizonlijn en matige hoogteverschillen, verschillende heuvels bij elkaar. | Heuvelland |
| Een gebied hoger dan 2000m boven de zeespiegel. | Hoogland |
| Het aantal meter van een plaats boven de zeespiegel. | Hoogte |
| Een punt op de kaart dat de hoogte aangeeft. | Hoogteligging |
| Een lijn op de kaart die punten verbindt die op dezelfde hoogte liggen. Een grenslijn tussen twee opeenvolgende hoogtezones. | Hoogtelijn |
| Het verschil in hoogte tussen twee punten. | Hoogteverschil |
| Een gebied tussen twee hoogtelijnen. | Hoogtezone |
| Een lijn op de kaart die plaatsen met dezelfde luchtdruk verbindt. Een grenslijn tussen twee opeenvolgende luchtdrukzones. | Isobaar |
| Een lijn op de kaart die plaatsen met dezelfde hoeveelheid neerslag verbindt. Een grenslijn tussen twee opeenvolgende neerslagzones. | Isohyeet |
| Een lijn op de kaart die plaatsen met dezelfde temperatuur verbindt. Een grenslijn tussen twee opeenvolgende temperatuurzones. | Isotherm |
| De totale hoeveelheid neerslag die op een bepaalde plaats valt in de loop van een jaar. (Nj) | Jaarneerslag |
| De gemiddelde temperatuur van het jaar. (Tj) | Jaartemperatuur |
| Een verkleinde, getekende voorstelling van het landschap in bovenaanzicht. | Kaart |
| Een overzichtskaart in de atlas waar deelkaarten op getekend staan met een verwijzing naar hun pagina in de atlas. | Kaartbladwijzer |
| Landschapselementen worden op een kaart voorgesteld door symbolen. De verklaring van die symbolen vind je in de legende. | Kaartsymbolen |
| Bijzondere parallellen op 23°26’ noorderbreedte (kreeftskeerkring) en 23°26’ zuiderbreedte (steenbokskeerkring). | Keerkringen |
| De gemiddelde toestand van de atmosfeer voor een lange duur en een groot gebied. | Klimaat |
| Een grafische voorstelling van een klimaat door een temperatuurcurve en een neerslagdiagram. | Klimatogram |
| Een klimaat waarvan al de maanden een Tm lager dan 10°C hebben ofwel een klimaat met enkel koude maanden. | Koud klimaat |
| Een maand met gemiddelde temperatuur Tm kouder dan 10°C. | Koude maand |
| Een gebied lager dan 200m. | Laagland |
| De lijst van de gebruikte kaartsymbolen met hun verklaring. De symbolen in de legende worden meestal gegroepeerd. | Legende |
| Een denkbeeldige halve cirkel die de polen verbindt. Synoniem: meridiaan | Lengtecirkel |
| Met deze schaal maak je een lijnstuk (meetlat) met vermelding van de werkelijke afstanden. Met deze schaal meet je afstanden op de kaart om die afstanden in de werkelijkheid te kennen. | Lijnschaal |
| De plaats bepalen op een kaart, in het landschap of op een foto. | Lokaliseren |
| Een gebied tussen 200m en 2000m. | Middelland |
| Een maand met gemiddeld minstens evenveel neerslag als het dubbele van de gemiddelde temperatuur van die maand. (Nm >= 2Tm) | Natte maand |
| Water dat na evapotranspiratie op het aardoppervlak terecht komt of condensatie in de wolken zoals regen, sneeuw, hagel of ijzel en terug op het aardoppervlak belandt. | Neerslag |
| Een staafdiagram dat de hoeveelheid neerslag voor elke maand van het jaar voorstelt. | Neerslagdiagram |
| De meridiaan die door Greenwich (bij Londen) loopt. Het is de lengtecirkel van 0°. | Nulmeridiaan |
| Een reliëfvorm met rechte horizonlijn, hoogteverschillen en ingesneden valleien. | Plateau |
| Een bijzondere parallel of breedtecirkel op 66°33’ noorderbreedte (noordpoolcirkel) of op 66°33’ zuiderbreedte (zuidpoolcirkel). | Poolcirkel |
| Een blinde kaart waar de belangrijkste elementen (waterlopen, wegen, ...) op staan. Het is de basiskaart waar we andere thema's op kunnen weergeven. | Referentiekaart |
| Een alfabetische lijst van landen, plaatsen, rivieren, ... in de atlas. | Register |
| De afwisseling van hoogten en laagten, van hellende en vlakke delen in het landschap. | Reliëf |
| Een hulpmiddel op de kaart dat aangeeft hoeveel maal de afstand op de kaart kleiner is dan de afstand in de werkelijkheid. | Schaal |
| De ligging van een plaats (ten opzichte van een andere plaats) aanduiden. | Situeren |
| De lengte- en breedteligging. | Sterrenkundige ligging |
| De warmtegraad om aan te geven hoe warm of koud iets is, uitgedrukt in graden Celsius. | Temperatuur |
| Een lijngrafiek die het verloop van de temperatuur doorheen een jaar voorstelt. | Temperatuurcurve |
| De gemiddelde maandtemperatuur berekend over een periode van 30 jaar. | De gemiddelde temperatuur |
| Het verschil in tussen de hoogste en laagste gemiddelde maandtemperatuur. (Sj) | Temperatuurschommeling |
| De natuurlijke plantengroei (zonder tussenkomst van de mens). | Vegetatie |
| Een effen reliëfvorm met een rechte horizonlijn en geen tot zwakke hoogteverschillen. | Vlakte |
| Een maand met een gemiddelde temperatuur Tm hoger of gelijk aan 18°C. | Warme maand |
| Een netwerk van breedtecirkels en lengtecirkels op de wereldbol of-kaart dat de verdeling in lengte- en breedtegraden aangeeft. | Wereldgradennet |