Save
Upgrade to remove ads
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't Know
Remaining cards (0)
Know
0:00
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Oefenvragen

vragen om te oefenen

TermDefinition
accommodatie aanpassing van de bolling van de lens
cerumen oorsmeer
chemisch zintuig zintuig dat reageert op chemische stof (reuk, smaak)
conjunctiva oogbindvlies
cornea hoornvlies
emmetroop normaal gezichtsvermogen
gevoelszintuig zintuig dat reageert op druk of spanning (van een spier)
gezichtszintuig oog
glaucoom te hoge oogboldruk
hypermetropie verziendheid
iris regenboogvlies
labyrint inwendige oor
macula retinae gele vlek (ook wel: macula lutea)
membrana tympani trommelvlies (ook wel: typanon)
myopie bijziendheid
nervus acusticus gehoorzenuw
nervus opticus oogzenuw
nervus vestibuli evenwichtszenuw
orbita oogkas
palpebra ooglid
pupil beweeglijke opening in het regenboogvlies
refractie breking; de richtingverandering die lichtstralen in het oog ondergaan
retina netvlies
sclera harde oogrok
stapes stijgbeugel
temperatuurzintuig zintuig dat reageert op een temperatuurverschil
tuba Eustachii buis van Eustachius, verbinding tussen het middenoor en de neusholte
zintuig een orgaan dat specifieke prikkels opvangt en ze vervolgens via een sensorische (sensibele) zenuw transporteert naar de hersenen, waar een reactie (reflex) of een bewuste waarneming ontstaat
dermis lederhuid
cutis huid
epidermis opperhuid
exocrien afscheidend via een afvoerbuis
onyx nagel
pigment kleurstofkorrels die de huid een tint geven
subcutis onderhuids bindweefsel
unguis nagel
arachnoidea spinnenwebvlies (middelste hersenvlies)
axon lange uitloper van neuron; geleidt de prikkel van cellichaam af
cauda equina paardenstaart spinale zenuwen die caudaal uit de medulla spinalis treden en via het ruggenmergkanaal lager naar de periferie lopen
cerebellum kleine hersenen
cerebrum grote hersenen
cortex (cerebri) (hersen)schors
epidurale ruimte ruimte buiten dura mater (ook in ruggenmergkanaal)
ganglion zenuwknoop
hemisfeer helft van grote hersenen
hersenzenuwen zenuwen die rechtstreeks uit de hersenen naar/van de pereiferie gaan/komen
liquor cerebrospinalis hersen- en ruggenmergvloeistof
medulla spinalis ruggenmerg
meningen hersenvliezen (enkelvoud: meninx)
myelineschede isolerende laag om neuriet
nervus zenuw
nervus vagus tiende hersenzenuw behorend tot het autonome zenuwstelsel; reguleert oa het hartritme
neuron zenuwcel
parasympathisch deel van het autonome zenuwstelsel dat ontspanning teweegbrengt
pulseren kloppen
spinaal de wervelkolom betreffende
sympathisch deel van het autonome zenuwstelsel dat zorgt voor de mogelijkheid tot inspannen
synaps schakelplaats tussen twee zenuwcellen of tussen een zenuw- en een spiercel
truncus encephali of cerebri hersenstam
ventrikel ruimte tussen hersenen waarin zich liquor cerebrospinalis bevindt
abdomen buik
adenoid neusamandel
alveolus longblaasje (meervoud: alveoli)
arteria pulmonalis longslagader
bronchioli fijnere luchtpijpvertakkingen
bronchus luchtweg van de long
buis van Eustachius slappe verbindingsbuis tussen de keelholte en het middenoor
cor hart
costae ribben (enkelvoud: costa)
diafragma middenrif
epiglottis strotklepje
expiratie uitademing
farynx keelholte
hemoglobine ijzerhoudende bloedkleurstof, die zuurstof bindt
inspiratie inademing
larynx strottenhoofd
lobus deel van de long, longkwab (meervoud: lobi)
mediastinum ruimte tussen beide longen in, waarin onder andere de trachea en oesofagus
pleura longvlies
pulmo long (meervoud: pulmones)
septum nasi neustussenschot
sinus holte
sinus frontalis voorhoofdsholte (meervoud: sinus frontales)
sinus maxillaris kaakholte (meervoud: sinus maxillares)
thorax borstkas
tonsil keelamandel
trachea luchtpijp
uvula huig
vena pulmonalis longader
amylase zetmeelsplitsend enzym
anus sluitspier aan einde van het darmkanaal
appendix wormvorming aanhangsel van de blindedarm
bicarbonaat een zoutzuur neutraliserende stof
bilirubine galkleurstof die ontstaat bij de afbraak van erytrocyten
caecum blindedarm
cardia maagingang
colon dikke darm; karteldarm
diafragma middenrif
duodenum twaalfvingerige darm, eerste deel van de dunne darm
epiglottis strotklepje
erytrocyt rode bloedcel
hydrocobalamine vitamine B12
farynx keelholte
feces ontlasting
fibrinogeen stollingsfactor voor bloed
gaster maag
glandula klier
glucagon pancreashormoon, heeft een bloedsuiker verhogende werking
hepar lever
ileum kronkeldarm, laatste deel van de dunne darm
insuline pancreashormoon, heeft een bloedsuikerverlagende werking
intrinsic factor stof geproduceerd door het maagslijmvlies die het mogelijk maakt vitamine B12 uit de darm op te nemen in het lichaam
jejunum nuchtere darm, middelste deel van de dunne darm
lactase melksuiker (lactose) splitsend enzym
lipase vetsplitsend enzym
maltase koolhydraatsplitsend enzym
mandibula onderkaak
maxilla bovenkaak
oesofagus slokdarm
pancreas alvleesklier
pepsine eiwitsplitsend enzym
peristaltiek voortschrijdende samentrekking van glad spierweefsel in de wand van de tractus digestivus
peritoneum buikvlies
protrombine bloedstollingsfactor
pylorus maaguitgang
rectum endeldarm, laatste deel van de dikke darm
resorptie opname van voedingsstoffen uit de darm in het bloed en de lymfe
sfincter kringspier
sigmoid S-vormig deel van de dikke darm
trachea luchtpijp
trypsine eiwitsplitsend enzym
uvula huig
abdomen buik
aorta grote lichaamsslagader
aorta abdominalis grote buikslagader
arcus aortae boog van de aorta
arteria slagader (meervoud: arteriae)
arteria carotis halsslagader
arteria coronaria kransslagader (meervoud: arteriae coronariae)
arteria femoralis dijbeenslagader
arteria hepatica leverslagader
arteria iliaca communis gemeenschappelijke bekkenslagader
arteria mesenterica darmslagader
arteria pulmonalis longslagader
arteria radialis polsslagader
arteria renalis nierslagader
arteria subclavia ondersleutelbeenslagader
arteria tibialis scheenbeenslagader
atrium boezem van het hart
AV-knoop plaats in de hartspier, waar prikkels van uitgaan naar de hartspiervezels
bloeddruk druk in de grote arterien
bundel van His vezelbundel die de contractieprikkels vanuit de AV-knoop doorgeeft naar hartspiervezels
capillair haarvat
contractie samentrekking
contraheren samentrekken
cor hart
diastole ontspanningsfase van de hartspier
ecg elektrocardiogram (afbeelding van de activiteit van het hart); hartfilmpje
endocard binnenste bekledingslaag van het hart
endotheel binnenbekleding van bloedvaten
epicard hartzakje, binnenste vlies
equaal gelijkmatig
fagocytose vernietiging van schadelijke elementen die het organisme zijn binnengedrongen, zoals bacterien en virussen
lien milt
lymfe circulerend weefselvocht
lymfeklieren plaatsen waar lymfebanen samenkomen
myocard spierlaag van het hart
nervus vagus tiende hersenzenuw behorend tot het autonome zenuwstelsel; reguleert oa het hartritme
pericard hartzakje, buitenste vlies
regulair regelmatig
septum schot
sinusknoop plaats in de hartboezemwand, waar prikkels worden verstuurd naar de AV-knoop
systole samentrekkingsfase van de hartspier
tensie bloeddruk
tractus circulatorius bloedsomloop
valva klep
valva mitralis klep tussen de linkerboezem en de linkerkamer
valva tricuspidalis klep tussen de rechterboezem en de rechterkamer
vena of vene ader (meervoud: venae of venen)
vena cava inferior onderste holle ader
vena cava superior bovenste holle ader
vena portae poortader die bloed vervoert van de darm naar de lever
vena pulmonis longader
vena renalis nierader
ventriculus hartkamer
agglutinatie samenklontering
albumine bloedplasma-eiwit
antigeen elke stof die het lichaam aanzet tot de productie van antistoffen
antilichaam antistof
donor gever van bloed orgaan of weefsel
erytrocyt rode bloedcel
fagocyteren 'opeten' door lichaamscel van schadelijke stof
globuline eiwit met een afweerfunctie
hemoglobine bloedkleurstof die zuurstof kan binden
leukocyt witte bloedcel
lymfocyt in lymfeklieren gevormde bloedcel
placenta moederkoek
plasma bloedvloeistof zonder bloedcellen
resusantagonisme ziektebeeld dat ontstaat als antistoffen van de resusnegatieve moeder in het bloed van het resuspositieve kind komen waardoor ernstige bloedafbraak bij het kind ontstaat
rhesusfactor factor in bloed die bij iemand die deze factor niet bezit antistof kan opwekken
serum bloedvloeistof waaruit stollingseiwit verwijderd is
sternum borstbeen
trombocyt bloedplaatje
ADH antidiuretisch hormoon, in de hypofyse gevormd, dat de vochtuitscheiding door de nier kan remmen
aldosteron hormoon, in de bijnierschors gevormd, dat de concentratie van natrium en kalium in het bloed regelt
excretie uitscheiding
filtratie passief doorlaten van stoffen door een filter
mictie urinelozing
peritoneum buikvlies
PH zuurgraad
pyelum nierbekken
ren (renes) nier (nieren)
renine in de nier geproduceerd hormoon dat mede de bloeddruk beïnvloedt
ureter urineleider van de nier naar de blaas
urethra urinebuis tussen de blaas en de buitenwereld
cervix uteri baarmoederhals
clitoris klein zwellichaam dat deel uitmaakt van de uitwendige, vrouwelijke geslachtsorganen en dat op de plaats ligt waar de labia minora aan de voorzijde samenkomen
coitus geslachtsgemeenschap
conceptie bevruchting
ejaclulatie zaadlozing
endometrium binnenste slijmvlieslaag van de uterus
epididymis bijbal
FSH follikelstimulerend hormoon (hypofysehormoon)
glans penis het uiteinde van de penis (de eikel)
Graafse follikels blaasjes in de ovaria waarin de eicellen zich ontwikkelen
hymen maagdenvlies
labium schaamlip (meervoud: labia)
ligament bindweefselband
mamma borstklier (meervoud: mammae)
menstruatie ongesteldheid
oestrogeen vrouwelijk geslachtshormoon
ovarium eierstok, waarin de eicellen tot rijping komen (meervoud: ovaria)
ovulatie eisprong
penis mannelijk lid
portio baarmoedermond
preputium voorhuid
progesteron vrouwelijk geslachtshormoon
prolactine hypofysehormoon dat onder andere zorgt voor de moedermelkproductie na de bevalling
scrotum balzak
semen; sperma zaad
spermatozoon zaadcel
testis mannelijke geslachtsklier; teelbal
testosteron mannelijk geslachtshormoon
tuba uterina eileider (meervoud: tubae uterinae)
urethra urineafvoerbuis
uterus baarmoeder
vagina schede
vulva uitwendig vrouwelijk geslchtsorgaan
acetabulum heupkom, gewrichskom voor de kop van het dijbeen
bursa slijmbeurs
calcaneus hielbeen
carpus handwortel
cartilago kraakbeen
clavicula sleutelbeen
collum femoris dijbeenhals
corpus vertebrae wervellichaam
costa rib
cranium schedel
discus intervertebralis tussenwervelschijf
epifyse uiteinde van een pijpbeen
extremiteit ledemaat
falanx kootje van teen of hand (meervoud: falangen)
femur dijbeen (meervoud: femora)
fibula kuitbeen
fontanel opening tussen schedelbeenderen bij baby's
genu knie
humerus opperarmbeen
ligament gewrichtsband
malleolus enkel
mandibula onderkaak
manus hand
maxilla bovenkaak
meniscus halvemaanvormig kraakbeenschijfje in de knie (meervoud: meniscussen of menisci)
nucleus pulpesus geleiachtige kern van de tusselwervelschijf
olecranon elleboog
orbita oogkas
os bot
os coccygis staartbeen
os ethmoidale zeefbeen
os frontale voorhoofdsbeen (beenderen hersenschedel)
os ilium darmbeen, heupbeen
os ischii zitbeen
os nasale neusbeen
os occipitale achterhoofdsbeen (beenderen hersenschedel)
os parietale wandbeen (beenderen hersenschedel)
os pubis schaambeen
os sacrum heiligbeen
os temporale slaapbeen (beenderen hersenschedel)
os zygomaticum jukbeen (meervoud: ossa zygomatica)
ossa carpi handwortelbeentjes
ossa coxae heupbeenderen
ossa metacarpi middenhandsbeentjes
ossa metatarsi middenvoetsbeentjes
ossa tarsi voetwortelbeentjes
patella knieschijf
pelvis bekken
perichondrium kraakbeenvlies
periost beenvlies
radius spaakbeen
scapula schouderblad
septum nasi neustussenschot
sinus frontalis voorhoofdsholte
sinus maxillaris kaakholte (meervoud: sinus maxillares)
sternum borstbeen
synovia gewrichtssmeer
talus sprongbeen
thorax borstkas
tibia scheenbeen
ulna ellepijp
vertebra wervel
vertebrae cervicales nekwervels
vertebrae lumbales lendenwervels
vertebrae thoracicae borstwervels
antagonisten spieren met een tegenovergestelde werking
contractie samentrekking
fascie peesblad, peesvlies dat de spier omhult
musculus spier
spiertonus spanningstoestand van een spier
synergisten spieren die elkaar ondersteunen in hun taak
synovia gewrichtssmeer
tendo pees
abdomen buik
bekkenbodemspieren spieren die de onderkant van de buikholte vormen
bovenste extremiteit boven- en onderarm
antebrachium onderarm
brachium bovenarm
flexoren en extensoren buig- en strekspieren
dorsum rug
facies gelaat
mimische spieren gelaatsspieren
onderste extremiteit boven- en onderbeen
thorax borstkas
diafragma middenrif
Created by: aliwencabernet
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!
"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards