click below
click below
Normal Size Small Size show me how
hoofdstuk 6
| Question | Answer |
|---|---|
| theoretisch methodiek | beschrijft een proces waarmee verandering in gedrag en omgevingscondities tot stand worden gebracht. Het gaat zowel om gedragsdeterminanten als omgevingscondities. |
| parameters voor gebruik | de condities waaronder methodieken effectief zijn. Kennis hebben van deze parameters en dus een goed begrip van de theorie achter de methodiek, is essentieel voor een goede vertaling van een methodiek naar een praktische toepassing. |
| modeling volgens social cognitive theory | hebben geen effect wanneer mensen zich niet identificeren met het model of wanneer het model niet beloond wordt voor het gezonde gedrag |
| goal setting theory, het stellen van doelen kan effectief zijn maar | alleen wanneer het doel uitdagend is en haalbaar en dat zij de benodigde vaardigheden bezit om het geplande gedrag uit te voeren |
| implementatie-intenties | helpen mensen gezonde intenties te realiseren door middel van als-dan- plannen, maar heeft alleen zin als er positieve intentie is om zich gezonder te gaan gedragen. |
| herattributie | hoe om te gaan met een gebeurtenis waarin vooraf gestelde grenzen toch zijn overschreden en zo gevoelens van eigen effecticiteit voor een toekomstige situatie te verhogen. |
| transtheoretical model of stages of change | voordat zij tot gedragsverandering overgaan eerst bewust moeten worden van noodzaak van verandering, de voordelen van verandering en voorbereiden op de verandering. |
| transtheoretical model | het reikt methodieken aan om mensen van de ene naar de andere fase te brengen. |
| precaution adoption proces model | Mensen moeten eerst bewust worden van een risico, vervolgens besluiten of ze iets willen doen, daarna actie ondernemen en het gedrag volhouden. |
| i change model | maakt onderscheid tussen motivatiefase en actiefase. En de actiefase bestaat uit: actieplanning (gedetailleerde plannen ter voorbereiding) en coping planning (hoe effectief omgaan met moeilijke situaties) |
| communication persuasion model | 4 communicatievariabelen: bron, bericht, kanaal en ontvanger. Deze communicatievariabelen combineert hij met effectiviteit van de voorlichting die tot uiting komt in succesvolle communicatie (aandacht, begrip, acceptatie, gedragsverandering- en behoud) |
| elaboration likelihood model | stellen dat mensen verschillen in hun motivatie en capaciteit om nieuwe informatie grondig te werken . |
| goal setting theorie | het stellen van doelen leidt tot betere prestaties omdat mensen met uitdagende doelen zich meer inspannen, het langer volhouden, en betere strategieën ontwikkelen om de doelen te bereiken, mits de persoon de uitdaging accepteert + ervaring + eigen effecti |
| implementatie intenties | methodiek die helpt bij het succesvol vertalen van intenties naar gedrag waar specifiek als-dan-plannen worden gemaakt met behulp van omgevingscues. |
| zelfregulatie | actief en interactief proces waarin mensen achtereenvolgens hun gedrag monitoren, hun observaties evalueren en een doel stellen, strategieën bedenken om dat doel te bereiken en hun strategieën zo nodig herzien |
| coherente teksten | door de mate waarin verschillende onderwerpen in een logische volgorde aan de orde komen, en door de mate waarin verschillende onderwerpen in een tekst samenhangen. |
| positieve bekrachtigen | het toevoegen of of versterken van positieve consequenties van het gewenste gedrag. bv een bed voor dakloze alcoholisten die niet gedronken hebben. |
| negatieve bekrachtigen | Een negatief gevolg van het gewenste gedrag wordt weggenomen. |
| positief straffen | een negatief gevolg van het ongewenste gedrag wordt toegevoegd of versterkt. Bv hoge belasting op sigaretten |
| negatief straffen | een positief gevolg van het gewenste gedrag wordt toegevoegd of versterkt. Bv roken in horeca verbieden waardoor gezelligheid wordt weggenomen. |
| motiverende gespreksvoering | client gerichte counselingstechniek gericht op zelfregulatie. Het uitgangspunt is om de motivatie tot verandering uit de client te laten komen, en dus niet van buitenaf opgelegd. Het gaat om de intrinsieke motivatie. |
| herattributietraining | om mensen te helpen de oorzaken van de terugval in het oude gedrag ander te interpreteren. |
| coping planning | krijgen strategieen aangeleerd die helpen bij het succesvol anticiperen op mogelijke terugval. situaties identificeren waarbij de kans op terugval hoog is en tegelijkertijd na te denken over mogelijke copingsstrategieen in die situaties. |
| nudging | het subtiel aanpassen van de keuzeomgeving, zodat mensen gemakkelijker een gezonde of gewenste keuze maken, zonder hun keuzevrijheid te beperken. |
| community capacity | bundeling van menselijke expertise en de materiële, sociale en machtsmiddelen die een gemeenschap in staat stelt problemen op te lossen. |
| politieke proces bestaat uit: | 3 fasen: - formatie: agendasetting - implementatie: uitvoering van beleid - modificering: aanpassing van het beleid |
| 2 pijlers van gewoonte gedrag | - veelvuldige herhaling in een stabiele omgeving - sterke automatische associatie tussen cue en response |
| Default action | De standaardkeuze die automatisch geldt als iemand zelf geen actieve keuze maakt. |
| organisatieverandering, Model van Lewin. Onderscheid 3 fasen. | 1: ontdooien (organisatie wordt voorbereid op de verandering) 2: veranderen (de verandering wordt uitgevoerd) 3: bevriezen (verandering wordt onderdeel van dagelijks praktijk) |