click below
click below
Normal Size Small Size show me how
hoofdstuk 3
| Question | Answer |
|---|---|
| biologische plausibiliteit | betekent dat een verondersteld verband tussen een oorzaak en een gevolg aannemelijk is op basis van de huidige biomedische en wetenschappelijke kennis. |
| tijdsrelatie | Een oorzaak moet voorafgaan aan een gevolg > het gedrag (=oorzaak) ging vooraf aan het gezondheidsprobleem (=gevolg). |
| Sterke van het verband: | Een sterke samenhang maakt het aannemelijker. Bv kans op longkanker bij mensen die roken. |
| Dossis-effectrelatie | Bij meer blootstelling is er meer kans op gezondheidsproblemen. |
| Consistentie | het verband is door meerdere onderzoeken gevonden |
| experimenteel onderzoek (randomized controlled trail) | een random interventiegroep wordt blootgesteld aan een vermeende risicofactor (of beschermde factor). De controle groep wordt niet aan die factor blootgesteld. uit eindelijk worden de 2 groepen met elkaar vergeleken. |
| observationaal | vergelijken van groepen, zonder at random verdeeld te zijn. |
| tijdsrelatie | de blootstelling aan de risicofactor of de beschermde factor komt eerst en daarna wordt bekeken of er wel of niet een gezondheidsprobleem optreedt |
| prospectief cohortonderzoek | een grote groep mensen wordt gedurende een periode in tijd gevolgd. Voordeel: causaal verband + dosis effect. Nadeel: confounding> groep kan in factoren factoren verschillen. |
| patient controleonderzoek | vergelijking tussen mensen met ziekte (case) en zonder ziekte (controle). Nadeel: recall-bias: =retrospectief, achteraf informatie verzamelen. |
| Dwarsdoorsnede onderzoek | Er wordt bij een groep mensen tegelijkertijd informatie verzameld. Nadeel: tijdsrelatie is niet in orde |
| ecologisch onderzoek | De eenheid van onderzoek is geografisch in plaats van een 'persoon' . Nadeel: ecologisch valkuil (mag niet worden vertaald naar individu niveau) |
| ecologische valkuil | dat op landniveau wordt gevonden mag zeker niet worden vertaald naar het individuele niveau |
| confouding (verstorende variabelen) | variabele die verantwoordelijk is voor een vertekende associatie tussen gedrag en gezondheid. Ze hebben zowel een relatie met de risicofactor als met de aandoening, De confounder beïnvloedt zowel de risicofactor als de aandoening. |
| externe validiteit | Kun je de resultaten van het onderzoek generaliseren naar andere mensen, situaties of momenten? |
| Selectiebias | De mensen die deelnemen aan het onderzoek zijn niet representatief voor de doelgroep die je eigenlijk wilt onderzoeken. |
| mediatie | verklaart een derde variabele hoe of waarom een risicofactor leidt tot een aandoening. BV. Stress → piekeren → depressie. Stress leidt tot meer piekeren, wat vervolgens leidt tot depressieve klachten. |
| Een moderator | beïnvloedt de sterkte of richting van het verband tussen risicofactor en aandoening. |
| response rate | het percentage mensen dat daadwerkelijk mee doet aan het onderzoek van de totale groep mensen die is uitgenodigd mee te doen. |
| Odds ratio (OR). | schatting van het relatieve risico die vaak wordt verkregen door middel van zogenaamde logistische regresieanalyse, interpretatie is vergelijkbaar met interpretatie van het RR. |
| Relatieve risico- RR | incidentiecijfer risicofactor groep : incidentiecijfer groep zonder risico |
| Risico verschil -RV | Incidentiecijfer risicofactor groep - incidentiecijfer zonder risicofactor |
| attributieve risico -AR | Proportie van incidentie van de risicofactor groep dat kan worden toegewezen aan de risicofactor. |
| populatie attributieve risico -PAR | proportie van incidentie in de hele bevolking dat kan worden toegewezen aan de risicofactor |
| correlatiecoëfficient | verband tussen 2 factoren. Het zegt iets over de sterkte van het verband maar niet over de grootte van het verband |
| regressiecoefficiënt | geeft aan in welke mate het gezondheidsprobleem toeneemt bij toename van de risicofactor met een eenheid. Het zegt ook iets over de effectgrote |
| Welke factoren zijn een voorwaarde om te kunnen spreken van een oorzakelijk verband tussen gedrag en gezondheid? | dosis-effectrelatie, biologische plausibiliteit, tijdsrelatie, sterkte van het verband, consistentie |
| Wat wordt bedoeld met een tijdsrelatie als voorwaarde voor een oorzakelijk verband tussen gedrag en gezondheid? Een tijdsrelatie vereist dat men | kan aantonen dat het gedrag voorafging aan het gezondheidsprobleem. |
| Analogie | als eerder onderzoek laat zien dat bepaald gedrag bepaalde aandoening beïnvloed, is het aannemelijk dat het met gelijksoortige aandoening causaal is. |
| recall-bias | mensen met een ziekte zich eerdere blootstellingen vaak beter of anders dan mensen zonder de ziekte, omdat zij actiever op zoek zijn naar een verklaring voor hun aandoening. Hierdoor kunnen onderzoeksresultaten vertekend raken. |
| Als het relatief risico (RR) kleiner is dan 1 | dan is er sprake van een beschermend verband. |