click below
click below
Normal Size Small Size show me how
hoofdstuk 2
analyse van volksgezondheid
| Question | Answer |
|---|---|
| doodsoorzaak specifieke sterftecijfer | aantal sterfgevallen gedurende een bepaalde periode als gevolg van een aandoening als onderliggende doodsoorzaak, gedeeld door het gemiddeld aantal mensen dat in die periode leefde. |
| prevalentiecijfer | het aantal personen dat op een bepaald tijdstip aan een specifieke ziekte lijdt, gedeeld door het totale aantal mensen in de betreffende populatie op dat moment. |
| incidentiecijfer | aantal nieuwe gevallen van een ziekte dat zich in een bepaalde periode voordoet, gedeeld door het totale aantal mensen in de betreffende populatie op dat moment |
| verloren levensjaren | aantal levensjaren dat in een bevolking verloren is gegaan vanwege vroegtijdige sterfte aan een specifieke aandoening |
| verloren jaren in goede gezondheid | aantal levensjaren in goede gezondheid dat in een bevolking verloren is gegaan vanwege het voorkomen van een specifieke aandoening doordat mensen daar aan lijden. |
| disability-adjusted life years (DALY) "totale ziekte last" | aantal totaal gezonde jaren dat in een bevolking verloren is gegaan vanwege zowel sterfte als het voorkomen van een specifieke aandoening. Berekend als optelsom van 'verloren levensjaren' en verloren jaren in goede gezondheid. |
| periode-specfieke levensverwachting | het gemiddeld aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting nog te leven heeft, gebaseerd op de sterftecijfers van één specifiek kalenderjaar of een korte periode |
| cohort-specifieke levensverwachting | het gemiddeld aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting nog te leven heeft, gebaseerd op de werkelijke en verwachte sterftecijfers van één specifieke geboortegroep |
| levensverwachting | gemiddelde leeftijd van overlijden |
| gezonde levensverwachting | aantal jaren dat men mag verwachten te leven in goede gezondheid |
| compressie van morbiditeit | waar de toename van levensverwachting verschuift, komt het aantal ernstige beperkingen ook pas op hogere leeftijd. |
| primaire preventie | probeert de incidentie van aandoeningen terug te dringen. Een lagere incidentie leidt op haar beurt tot lagere prevalentie en sterfte cijfers. |
| secundaire preventie | door de ziekte vroeg op te sporen, vroeger te behandelen, en beter te managen, wordt de incidentie niet verlaagd, maar wordt de sterfte aan de aandoening uitgesteld. Gemiddelde ziekteduur neemt toe en daarmee ook de prevalentie. |
| tertiaire preventie | leiden tot een lagere sterfte, maar tegelijkertijd ook tot een hogere prevalentie van de aandoeningen. |
| herstelkans | welk deel van de mensen gedurende de periode geneest |
| overlijdenskans | welk deel van de mensen gedurende de periode overlijdt |
| meest voorkomende doodsoorzaken | longkanker, dementie, coronaire hartziekten, beroerte. |
| persoonskenmerken | kenmerken van individuele mensen - die min of meer bestendig zijn - van invloed zijn op de positie van mensen binnen de nederlandse samenleving - kunnen uitmaken van de persoonlijke identiteit. |
| targeting | nieuwe interventies te ontwikkelen voor specifieke kwetsbare groepen |
| tailoring | bestaande interventies aanpassen aan hun leefsituatie. |
| ziektelast | de hoeveelheid gezondheidsverlies in een bevolking |