click below
click below
Normal Size Small Size show me how
Woordleer - Ned Gram
| Term | Definition |
|---|---|
| Morfologie | de studie van de vorming en structuur van woorden |
| Morfeem | de kleinste eenheid van vorm en betekenis |
| Flexionele morfologie | de studie van morfologische procedés waarmee bestaande woorden worden verbogen of vervoegd, subdiscipline van morfologie |
| Lexeem | een verzameling van verschillende buigings- en vervoegingsvarianten van een lemma |
| Lemma | de “canonieke” vorm van een lexeem |
| Lexicale morfologie | studie van morfologische processen waarlangs nieuwe woorden worden gevormd op basis van de combinatie van morfemen, subdiscipline van de morfologie |
| Vrije morfemen | minimale eenheden van vorm en betekenis die ook zelfstandig kunnen voorkomen |
| Gebonden morfemen of affixen | minimale eenheden van vorm en betekenis die niet zelfstandig kunnen voorkomen, alleen als woorddeel bij een basiswoord |
| Ongelede woorden | woorden die slechts uit één morfeem bestaan |
| Gelede woorden | woorden die uit meerdere morfemen bestaan |
| Principe van compositionaliteit | de betekenis van het geheel komt tot stand op basis van de betekenissen van de bestanddelen en de manier waarop die met elkaar zijn samengvoegd |
| Formeel gelede woorden | woorden waarin we verschillende onderdelen kunnen onderscheiden, maar die onderdelen leveren niet (meer) elk een eigen betekenisbijdrage |
| Afleiding | woordvormingsprocédé waarbij woorden worden gevormd door aanhechting van een affix aan een basiswoord |
| Prefix | voorvoegsel |
| Affix | achtervoegsel |
| Prefigering | afleiding waarvan het aangehechte affix een prefix is |
| Suffigering | afleiding waarvan het aangehechte affix een suffix is |
| Nominalisering | afleiding waarvan het resulterende gelede woord een zelfstandig naamwoord is |
| Adjectivering | afleiding waarvan het resulterende gelede woord een bijvoeglijk naamwoord is |
| Verbalisering | afleiding waarvan het resulterende gelede woord een werkwoord is |
| Adverbialisering | afleiding waarvan het resulterende gelede woord een bijwoord is |
| Denominale afleiding | afleiding waarvan het basiswoord een zelfstandig naamwoord |
| Deadjectivale afleiding | afleiding waarvan het basiswoord een bijvoeglijk naamwoord is |
| Deverbale afleiding | afleiding waarvan het basiswoord een werkwoord is |
| Denumerale afleiding | afleiding waarvan het basiswoord een telwoord is |
| Categoriale semantiek | een parafrase waarin abstractie wordt gemaakt van het exacte basiswoord maar waarin wordt geprobeerd om de betekeniseigenschappen te vatten die de woorden die onder de woordvormingsregel vallen gemeenschappelijk hebben |
| Circumfigering | afleiding waarbij er zowel voor als na het basiswoord een affix toegevoegd wordt |
| Samenstelling | woordvormingsprocedé waarbij (in het prototypische geval) twee vrije morfemen worden gecombineerd tot een geleed woord |
| Nominale samenstelling | samenstelling met een substantief als hoofd |
| Adjectivale samenstelling | samenstelling met een adjectief als hoofd |
| Verbale samenstelling | samenstelling met een werkwoord als hoofd (zeldzaam) |
| Defectief werkwoord | werkwoord dat niet of nauwelijks op de gewone manier vervoegd kan worden |
| Endocentrische samenstelling | samenstelling waarin één van de leden als (formeel of semantisch) hoofd van het geheel fungeert |
| Exocentrische samenstelling | samenstelling waarin geen van de leden als hoofd fungeert, bahuvrihicomposita |
| Copulatieve samenstellingen | samenstellingen waarin in zekere zin beide leden hoofd zijn (nevenschikking, bv priester-dichter) |
| Samenstellende/ternaire samenstellingen | een samenstelling die bestaat uit een niet-bestaande samenstelling en een vrij morfeem (bv tweepersoonsbed)(geen binaire structuur) |
| Identificerende samenstelling | samenstelling op referentieniveau die één referent of één specifieke groep referenten benoemt |
| Beeldende samenstelling | een vorm van figuurlijk taalgebruik waarin het rechterlid een metafoor is voor het in het linkerlid genoemde |
| Samenstellende afleiding | woordvormingsprocédé waarbij samenstelling en afleiding tegelijk optreden (bv blauwogig)(verschil met samenstellende samenstelling: hier wordt een niet-bestaande samenstelling met een gebonden morfeem verbonden) |
| Conversie/impliciete transpositie/nulafleiding | woordvormingsprocédé waarbij een nieuw woord van de woordsoort X gevormd wordt op basis van een bestaand woord van de woordsoort Y zonder dat er een vormelijke verandering plaatsvindt. |
| Back-formation/Rückbildung | een woordvormingsprocédé waarbij een nieuw woord wordt gecreëerd door een vermeende basis te extraheren uit een al bestaand geleed woord. |
| Affixvervanging | woordvormingsprocédé waarbij het affix in het basiswoord vervangen wordt, in plaats van dat er nog een affix wordt toegevoegd (bv her + veroveren |
| Clipping | woordvormingsprocédé waarbij een verkorte vorm van een woord dienst gaat doen als een informele variant voor het volledige woord (bv info > informatie) |
| Blending of versmelting (woordfabricage) | woordvormingsprocédé waarbij een nieuw woord wordt gevormd door delen van twee woorden met elkaar te laten versmelten, zonder dat die delen zelf (noodzakelijk) morfeemstatus hebben (bv labradoedel) |
| Affixoïde | oorspronkelijk vrij morfeem dat zich heeft ontwikkeld in de richting van een affix (bv bere in beregoed, beregezellig ←→ beresterk, waar nog wel een element van vergelijking in zit) |
| Scheidbaar samengestelde werkwoorden | werkwoorden met als rechterlid een werkwoord en als linkerlid een voorzetselbijwoord, substantief of adjectief. Ze zijn geen woorden of woordgroepen, maar samenkoppelingen (aparte categorie) |
| Productiviteit | de mogelijkheid tot uitbreiding van de woordenschat volgens een bepaalde vorm-betekenissystematiek die zich voordoet in bestaande gelede woorden. Een productieve woordvormingsregel kan dus worden toegepast op nieuwe basiswoorden. |
| Blocking | een geleed woord wordt niet gevormd omdat het concept al benoemd wordt met een ander woord |
| Hapax (legomena) | vorm die in een corpus precies één keer voorkomt |
| Allomorfie | één morfeem kent verschillende verschijningsvormen afhankelijk van de fonologische of morfologische context waarin het voorkomt (bv diminutiefsuffix: tje, je, kje, pje, etje) |
| Woord | zelfstandige eenheid van vorm en betekenis |
| Lexicale semantiek | studie van woordbetekenis en van woordenschat |
| Lexicologie | synoniem voor lexicale semantiek of soms voor woordleer |
| Monosemie | een woord heeft slechts één conceptuele betekenis |
| Polysemie | een woord heeft meerdere, aan elkaar verwante conceptuele betekenissen |
| Homonymie | dezelfde woordvorm heeft meerdere, niet aan elkaar verwante betekenissen, waardoor we eerder spreken van twee verschillende lexemen die dezelfde vorm hebben |
| Synonymie | twee woorden hebben dezelfde (of bijna dezelfde) conceptuele betekenis |
| Antonymie | twee woorden hebben een tegenovergestelde betekenis |
| Semasiologie | perspectief binnen de lexicale semantiek dat vertrekt vanuit de vorm en onderzoekt welke betekenissen door die vorm kunnen worden uitgedrukt en wat de relaties daartussen zijn . |
| Onomasiologie | perspectief binnen de lexicale semantiek dat vertrekt vanuit het concept en nagaat door welke vormen die betekenis kan worden uitgedrukt |
| Metonymie | er is sprake van contiguïteit of aangrenzendheid tussen twee betekenissen, d.w.z. dat er een band is van contact of nabijheid tussen de referenten van die betekenissen. |
| Metaforie | er is een band van gelijkenis of vergelijking tussen de referenten van twee betekenissen, die doorgaans niet tot hetzelfde werkelijkheidsdomein behoren |
| Dode of verbleekte metafoor | een betekenis die oorspronkelijk metaforisch was, wordt niet meer zo aangevoeld (bv toelichten) |
| Conceptuele metaforen | metaforen die geen losse woorden of woordbetekenissen betreffen, maar volledige werkelijkheidsdomeinen: over het ene werkelijkheidsdomein wordt vaak gesproken m.b.v. woorden uit het andere werkelijkheidsdomein |
| Specialisatie | de betekenis van een woord wordt verengd, zodat die van toepassing is op een kleinere set referenten |
| Generalisatie | de betekenis van een woord wordt verruimd |
| Woordveld | set van woorden de entiteiten uit hetzelfde begripsveld benoemen |
| Hyponiem | begrip A is een hyponiem van begrip B als A een soort B is |
| Hyperoniem | een woord dat de betekenis van een ander woord volledig omvat, maar hier geen synoniem van is. Een hyperoniem heeft een ruimere betekenis dan het onderliggende woord, het hyponiem. |
| Meronymie | een meroniem benoemt een onderdeel van een holoniem (bv oog > gezicht) |
| Holonymie | een holoniem benoemt een geheel van meroniemen (bv gezicht) |