click below
click below
Normal Size Small Size show me how
Heelkunde M1 moeiluk
| Question | Answer |
|---|---|
| Waar komen plaveiselcelcarcinomen het meeste voor? | 80% hoofd/nek, 20% uit longen |
| Adenocarcinomen zijn de meest voorkomende metastasen zonder bekende primaire tumor. A. Juist B. Onjuist | A. Juist |
| Hoe wordt maligne ascites bij vrouwen behandeld? | Chemotherapie, ook primaire tumoren van de tuba/ovarium worden zo behandeld. |
| Hoe reageren hypoxische tumorcellen op radiotherapie? | Slecht, er kunnen niet veel vrije radicalen worden gevormd door de lage hoeveelheid zuurstof. |
| Met wat voor straling wordt een neuscarcinoom behandeld? | Beta straling. |
| Wanneer wordt palliatieve bestraling vooral gebruikt? | Pijnvermindering bij CNS metastasen. |
| Wat zijn korte termijn bijwerkingen van chemotherapie? | Gewichtsverlies, misselijkheid, malaise, diarree, haaruitval, desquamatie, mucositis, oesofagitis en onderdrukking beenmerg. (wel tijdelijk). |
| Wat zijn lange termijn bijwerkingen van chemotherapie? | Fibrose, evt secundair aan bestraling --> maligniteiten. |
| Waarom worden er intermitterende combinatiechemotherapieën ontwikkeld? | Omdat de meeste tumoren snel resistentie ontwikkelen voor individuele agentia. |
| Wat zijn de bijwerkingen van INF-a? | Griep en vermoeidheid. |
| Wat zijn de bijwerkingen van IL-2 bv? | Hypotensie, longoedeem, auto-immuun thyreoïditis en vitiligo. |
| Wat is de functie van ipilimumab? | Het blokkeren van CTLA-4 receptoren --> minder T cel activiteit |
| Op welke 3 manieren werken hormoontherapieën? | 1. Competitieve inhibitoren/remmers 2. Hormoongehalte laten dalen in het lichaam 3. Klieren wegnemen die hormonen produceren voor de tumor |
| Wat zijn bijwerkingen van hormoontherapie bij vrouwen? | Lijkend op de menopauze: opvliegers, stramme gewrichten, spierpijn, verhoogd risico op tromboflebitis/baarmoederslijmvlieskanker en gewichtstoename. |
| Wat zijn bijwerkingen van hormoontherapie bij mannen? | Verminderde libido en seksuele prestatie + gewichtstoename. |
| Wat zijn de meest voorkomende (top 3) tumoren bij mannen en vrouwen? | Man:vrouw 1. Prostaat : Borst 2. Longen 3. Darmen |
| Wat is het life-time risico op het krijgen van kanker voor mannen en vrouwen? | 1/3 van de mannen, 1/4 van de vrouwen. |
| Wat zijn de fasen van wondgenezing? | Ontsteking --> granulatieweefsel --> littekenweefsel --> remodellering |
| Wat is het beleid bij dehiscentie van een wond? | Gaaf snijden van de wond, opnieuw proberen te hechten + profylaxe AB. |
| Wat zijn de categorieën van decubitus? | 1. Niet-wegdrukbare roodheid 2. Oppervlakkige wond epidermis/dermis (blaar/schaafwond) 3. Diepere wond tot vetweefsel zonder aantasting bot/spier 4. Diepe wond met bot, pees of spier involvement |
| Voor welke categorieën van decubitus is een beleid van paracetamol en regelmatig verzorgen van de wond voldoende? | 1 t/m 3. 4 = plastische chirurgie |
| Wat zijn de stappen bij fractuurgenezing? | Ontsteking --> callusformatie --> lamellair (remodelling) |
| Wat kan drukpijn op het os lunatum betekenen? | Artrose, lunatomalacie of dislocatie na direct inwerkend trauma. |
| Waar verwacht je drukpijn bij een scaphoïdfractuur? | Anatomische snuifdoos. |
| Wat zijn de randen van de anatomische snuifdoos? | Extensor pollicis brevis en extensor pollicis longus. |
| Welke spier is verantwoordelijk voor flexie van de vingertoppen? | M. flexor digitorum profundus. |
| Welke spier is verantwoordelijk voor flexie van de middenkootjes? | M. flexor digitorum superficialis. |
| Welke spier is verantwoordelijk voor strekken van de vingers en buigen van de MCP gewrichten? | Mm. lumbricalis |
| Welke spier is verantwoordelijk voor het spreiden van de vingers? | Mm. interosseï dorsalis |
| Welke spier is verantwoordelijk voor het sluiten van de vingers? | Mm. interosseï palmaris |
| Welke structuur zit lateraler? N. ulnaris of a. ulnaris? | A. ulnaris |
| Welke spieren zijn betrokken bij flexie van het ellebooggewricht? | M. biceps brachii, m. brachialis en m. brachioradialis |
| Welke spieren zijn betrokken bij de supinatie? | M. supinator en m. biceps brachii |
| Welke 3 ligamenten zijn het belangrijkst bij het plantaire aspect van de voet? | Plantaire calcaneonaviculaire ligament, lange plantaire ligament en plantaire calcaneocubulaire ligament |
| Welke 3 ligamenten zorgen voor stabiliteit aan de laterale zijde van de enkel? | Anterior/posterior talofibulair ligament en calcaneofibulare ligament. |
| Welke mechanismen verergeren shock? | Hypotensie, immuunreactie op beschadigd weefsel/endotoxines, coagulatie-activering en hyperglycemie/eiwitafbraak. |
| Welke vingers zijn vaak aangedaan bij Dupuytren? | Dig 4 en 5, bij 50% beiderzijds. |
| Wat is het beleid voor Dupuytren? | Chirurgie, wel hoge kans op recidief. |
| Wanneer is chirurgie geïndiceerd bij een Mallet finger? | Bij >30% ossaal met avulsiefragment. |
| Welke pulley aan welke vingers (voorkeurslocaties) is aangedaan bij een Trigger finger? | A1 bij dig 3 en 4. |
| Wat is het beleid bij een Trigger finger? | Afwachten, dan corticosteroïdinjecties, evt herhalen na 6 weken, bij recidief A1 pulley doornemen. |
| Welke pezen zijn aangedaan bij Morbus de Quervain? | Abductor pollicis longus en/of extensor pollicis brevis, omdat ze samen door een compartiment lopen. |
| Wat is het beleid bij Morbus de Quervain? | Rust, evt corticosteroïdinjectie i.c.m. immobilisatie pols/duim in spalk/gips, anders chirurgische decompressie van extensor retinaculum. |
| Wat is een Monteggia fractuur? | Ulna fractuur + dislocatie radiuskop (in de buurt vd elleboog) |
| Wat is een Galeazzi fractuur? | Radius fractuur + dislocatie inf. radio-ulnaire gewricht (distaal bij de pols) |
| Wat is de classificatie voor radiuskopfracturen volgens MASON? | I: fractuur met ≤ 2 mm dislocatie II: gedeeltelijk intra-articulaire fractuur + dislocatie > 2 mm III: communitieve fractuur van hele radiuskop IV: fractuur + dislocatie van ellebooggewricht |
| Wat is het beleid voor een olecranonfractuur? | Geen dislocatie = bovenarm in gips 45 graden flexie 4-6 weken. Wel dislocatie/discongruentie = operatie |
| Wat is het beleid voor een distale humerusfractuur? | Minimale dislocatie extra-articulair = gips 90 graden flexie 4-12 weken Dislocatie intra-articulair of brachialis letsel = repositie met K-draden |
| Hoe wordt een zondagsarmpje behandeld? | Repositie door in flexiestand een supinatie beweging te maken. |
| Naar welke richting is een elleboogdislocatie? | Vrijwel altijd posterior. |
| Waar ben je bang voor bij een proximale tibiafractuur? | Beschadiging van a. poplitea met ischemie vd kuit als gevolg. |
| Hoe worden bijna alle tibiafracturen behandeld bij volwassenen? | Conservatief met gips. |
| Hoe worden schuine/spirale fracturen behandeld? | Interne fixatie met pinnen of plaat. |
| Wat zijn de stappen voor de behandeling van een open fractuur? | Rechtzetten bot --> perifere arteriën palperen --> arteriografie --> sensibiliteit checken vd voeten --> wond schoonmaken --> swab afgenomen voor kweek --> start profylaxe AB --> afdekken wond steriel gaas --> operatie |
| Wat houdt de Weber classificatie in? | Enkelfracturen: A: distaal van syndesmose B: t.h.v. syndesmose (meest voorkomend) C: proximaal van syndesmose |
| Bij welke soort fracturen komt osteoartritis vaker voor? | Compressiefracturen |
| Wat is het beleid bij enkelverzwikking? | Rust, hoog houden voet, pijnstilling, na 1-2 weken weer voorzichtig gebruiken. |
| Wat is het beleid bij enkeldistorsie? | Hoog leggen voet, direct koelen, drukverband, z.s.m. weer mobiliseren. |
| Wat is een typische patiënt voor een achillespeesruptuur? | Een ongeoefende sporter van >40 jaar, onvermogen om op tenen te lopen (omdat achillespees helpt bij plantairflexie wat nu niet meer kan). |
| Hoe ziet de arteriële bloedvoorziening eruit van de borst? | Takken uit a. subclavia, a. axillaris en posterieure intercostale slagaders/takken van aorta thoracale. |
| Hoeveel procent van de lymfe uit de borsten draineert naar de axillaire lymfeklieren? | 75% |
| Hoe ziet de innervatie eruit van de borst? | Voorste en laterale huidtakken van de 4e-6e intercostale zenuwen. |
| Op welke hoogte ontspringt de truncus coeliacus? | Th12 |
| Op welke hoogte ontspringt de a. mesenterica superior? | L1 |
| Op welke hoogte ontspringen de aa. renales? | L1-2 onder a. mesenterica superior |
| Op welke hoogte ontspringt de a. mesenterica inferior? | L3 |
| Wat is het verschil tussen de rechter en linker primaire bronchus? | Rechts is wijder, korter en loopt meer verticaal in vergelijking met links. Bij verslikking gebeurt dit het vaakst in de rechter bronchus! |
| Waarvan ontvangt het rechter atrium bloed? | v. cava superior/inferior en sinus coronarius |
| Wat zijn de valkuilen bij interpretatie van de EAI? | Bij ernstige arterie verkalking --> foutief te hoge druk meten Bij dubbelzijdige obstructie a. subclavia = te lage druk arm = te hoge EAI Bij zitten = hogere hydrostatische druk = foutief te hoge druk Coarctatio aortae = bij jongere mensen met EAI <1,0 |
| Wat zijn de 6 P's? | Pain, pallor, pulselessness, perishing coldness, paraesthesia, paralysis |
| Wat is een vals aneurysma? | Bloeding die is ingesloten door bindweefsel, komt vaak tot uiting na een aantal dagen/weken. Behandeling = lekkage stollen, bij een te grote --> hechting |
| Wat is een AV fistel? | Ontstaan bij schade aan een arterie en bijbehorende vene, ontwikkelt zich na een aantal dagen/weken en kan scheuren/verminderde werking geven van het cardiovasculaire systeem. --> gezwollen ledemaat + gedilateerde venen |
| Wat zijn redenen om 24 uur geobserveerd te worden na trauma? | • Hematoom • Bloeding net na ongeval • Lage bloeddruk zonder aanwijsbare reden • Verlies werking perifere zenuw • Verminderde palpeerbare pols • Letsel dicht bij grote arterie |
| Wat is de standaard procedure om vasculair letsel aan te tonen? | Angiografie |
| Wat zijn de Fontaine stadia? | I: Asymptomatisch IIa = milde claudicatio, stoppen >100 m lopen / IIb <100m III: Pijn in rust (ischemie) --> vanaf hier behandelen IV: Ulceratie/gangreen |
| Welke vasculaire interventie is eerste keus bij patiënten met ernstige symptomen van PAV? | Percutane transluminale angioplastiek |
| Wat is de prognose van tromboflebitis? | Niet gevaarlijk, wel hinderlijk, gaat meestal vanzelf weer weg na 2-4 weken. |
| Wanneer is er indicatie voor behandeling van varices? | Als ze i.c.m. staminsufficiëntie (klepinsufficiëntie van vena saphena/parva) voorkomen |
| Wat is de mortaliteit van een gescheurd aneurysma? | 85% |
| Noem 2 redenen voor een indicatie om in te ingrijpen bij een asymptomatisch aneurysma | Diameter 5-5,5cm Diameter groeit met 0,5cm per jaar (Symptomatisch wordt altijd behandeld) |
| Hoe vaak komt een ascenderende dissectie voor i.vm. descenderende dissecties? | 65-75% vs 25-35% |
| Waar komt een scheuring van de aorta het vaakst voor? | Bij de isthmus (deel vlak na de eerste drie grote aftakkingen) |
| Waardoor kan de bloeddruk in de linkerarm lager zijn dan de rechterarm bij een scheur in de aorta? | Het dissectievlies blokkeert de a. subclavia sinistra. |
| Hoeveel procent van de klinische longembolieën is fataal? | 10% |
| Wat zijn lichamelijke tekenen van een LE? | Tachypneu, tachycardie, VERHOOGDE centraal veneuze druk, POB, hypotensie, bleek, zweten, shock, syncope. Kleine embolie --> 30% vd gevallen na 3 dagen hemoptoë |
| Een plasma D-dimeer kan de diagnose niet bevestigen maar wel uitsluiten. A. Juist B. Onjuist | A. Juist |
| Waar worden drains geplaatst in de thorax? | 4e of 5e intercostale ruimte |
| Wanneer kun je een transoesofageale echocardiografie gebruiken? | Contusie van hart of harttamponade |
| Wat is een typische patiënt voor een spontane primaire pneumothorax? | Lange dunne mannen, mogelijk met congenitale defecten in het bindweefsel van de wanden van de alveoli. |
| Wat zijn klinische tekenen van een hematothorax? | Doffe percussie, opgeheven ademgeluid, hypovolemische shock |
| Wat is de pathofysiologie van een longcontusie? | Arteriole weerstand neemt toe (doorbloeding neemt af) Andere delen juist verhoogde doorbloeding Uittreden vocht door endotheel naar interstitium = longoedeem Pt heeft verminderd bewustzijn/pijn, niet in staat sputum op te hoesten --> atelectasen |
| Hoeveel procent van de borstkankers ontstaat door een erfelijke component? | 12% |
| Wat zijn karakteristieken van een BRCA-1 mutatie tumor? | Vaak niet ver gedifferentieerd en geen hormoonreceptoren, verlies van inactieve X chromosoom (lichaam van Barr) |
| Wat zijn karakteristieken van een BRCA-2 mutatie tumor? | Slecht gedifferentieerd en vaker ER-positief (oestrogeen-positief) |
| Hoe lang moet eczeem van de tepel bestaan om M. Paget te verdenken? | >3 weken of snel recidiverend |
| Wat zijn de T stadia voor borstcarcinomen? | Tis: carcinoma in situ (DCIS/LCIS/Paget) T1: <2 cm T2: 2-5 cm T3: >5 cm T4: tumor van elke grootte die door huid/borstwand of beide heenkomt |
| Waar metastaseren de meeste borstkankers naar? | Naar de botten (85%) (50% lever, 20% longen, 10% hersenen) |
| Wat is de meest voorkomende soort van oesofaguscarcinoom? | Adenocarcinoom (M:V = 5:1, m.n. onderin de slokdarm, denk Barrett (man>50j) |
| Welke risicofactoren pleiten meer voor plaveiselcelcarcinoom vd oesofagus dan adenocarcinoom? | Roken (meer dan adeno), achalasie, corrosief letsel in de oesofagus (beide niet een ding bij adeno) |
| Wat is de meest voorkomende klacht bij slokdarmcarcinomen? | Dysfagie (60%, vooral ook hierop letten bij 45+ers) |
| Welke organen liggen intraperitoneaal? | Maag, lever, milt, pancreasSTAART (intrA = stAArt), prox deel duodenum, jejunum, ileum, appendix, colon transversum/sigmoideum en prox deel rectum. |
| Welke organen liggen retroperitoneaal? | Dist deel oesofagus, dist deel duodenum, colon ascendens/descendens, (bij)nieren, ureters, pancreaskop (kOp = retrO) |
| Waar wordt pijn die afkomstig is van de derivaten van de voordarm (foregut) gevoeld? | Epigastrium |
| Waar wordt pijn die afkomstig is van de derivaten van de middendarm (midgut) gevoeld? | Navel |
| Waar wordt pijn die afkomstig is van de derivaten van de einddarm (hindgut) gevoeld? | Pubis |
| Waar ligt de bursa omentalis? | Posterior van de maag en anterior van het retroperitoneale gedeelte (kop) vd pancreas, hij communiceert met de grote zak via het foramen epiploicum/omentalis. Deze opening bevindt zich achter lig. hepatoduodenale, voor VCI, onder lever en boven duodenum |
| Uit welke delen bestaat het omentum majus? | Lig. gastrophrenicum Lig. gastrosplenicum Lig. gastrocolicum = grootste deel dat zich anterieur omlaag strekt tot voorbij colon transversum en weer omhoog |
| Welke structuren zitten in het lig. hepatoduodenale? | Vena porta (achter, dorsaal), a. hepatica (midden, mediaal) en ductus choledochus (R, ventraal). |
| Wat is de bloedvoorziening voor het abdominale deel van de oesofagus? | A. gastrica sinistra (uit truncus coeliacus) en a. phrenica inf. sinistra. Draineert via v. gastrica sinistra in vena porta systeem. |
| Wat is de bloedvoorziening van de maag? | Curvatura minor: anastomosen tussen a. gastrica dextra/sinistra. Curvatura major: anastomosen tussen a. gastro-omentalis dextra en sinistra Fundus/bovenste deel corpus: a. splenica en a. gastrica posterior Venen --> porta systeem |
| Wat is het ligament van Treitz? | Spierweefselstreng tussen middenrif en overgang duodenum/jejunum |
| Wat is de bloedvoorziening van het duodenum? | Prox: a pancreaticoduodenalis sup. (uit a. gastroduodenalis (uit a. hepatica communis uit truncus coeliacus)) Dist: a. pancreaticoduodenalis inf. (uit a. mesenterica sup.) |
| Wat is de klep van Bauhin? | De ileocaecalis klep |
| Wat is de volgorde van veneuze drainage van het jejunum en ileum? | V. mesenterica sup. --> v. splenica --> v. porta |
| In welk deel van het duodenum mondt het galkanaal uit? | Descenderende (tweede) deel (verticale deel), is van 7-10 cm vd 25 cm |
| Hoeveel segmenten heeft de lever? | 8, met elke een aftakking vanaf de vena porta. |
| Welk deel van de pancreas krijgt zijn bloedvoorziening uit de a. splenica? | Nek, hoofd en staart (kop + nek = a. hepatica communis, hoofd -> ook a. pancreaticoduodenalis inf.) |
| Door welk hormoon gaat de galblaas samenknijpen? | CCK (deze remt ook maagzuursecretie) |
| Van welke ziekte is chronische buikvliesontsteking meestal het gevolg? | Tuberculose |
| Wat zijn in vet oplosbare vitamines? | A, D, E en K (issue bij steatorroe omdat deze vitamines niet worden opgenomen, bij K = gestoorde stolling het gevolg) |
| Wat zijn 3 ziektebeelden die symptomen hebben die lijken op galstenen, maar waarbij er tijdens onderzoek geen galstenen worden gevonden? | • Acalculous cholecystitis --> dysfunctie lediging vd galblaas • Gal dyskinesie --> slechte samentrekking = stase gal • Cystic duct syndroom --> fibrotische vernauwing cystische lumen |
| Hoe wordt een galblaas vatbaar voor adenocarcinomen? | Chronische irritatie dor een galsteen |
| Hoeveel procent van de galstenen bestaat uit cholesterol? | 80% (20% = pigmentstenen (zwart/bruin) door chronische hemolyse/infectie) |
| Wat is een porseleinen galblaas? | Verkalking van de galblaas (door chronische ontsteking, kan een risicofactor zijn in galblaaskanker) |
| Wat is Murphy's sign? | Gevoeligheid en spierstijfheid bij palpatie van RUQ, pt stokt de adem scherp vd pijn. |
| Wat is de pathofysiologie van een acute pancreatitis? | Ontstaat wanneer spijsverteringsenzymen zoals trypsine voortijdig te vroeg geactiveerd worden ipv in de darmen, wat leidt tot weefselschade en een systemische ontstekingsreactie --> uiteindelijk necrose. Oorzaak: galsteen (40-60%), alcohol (20-30%) |
| Wat zijn LO bevindingen bij een acute (necrotiserende) pancreatitis? | Grey Turners sign = ecchymosen in de flank Cullens sign = ecchymosen rond de navel --> enzymen van pancreas verspreiden in de buik, beschadigen bloedvaten --> lekken bloed = blauwe plekken |
| Wat is de belangrijkste complicatie van acute pancreatitis? | Pancreasnecrose (kans = 40-70%), ontstaat binnen 4 dagen na begin van de klinische symptomen. Na 2-4 weken secundaire infectie. Vooral aërobe gram-negatieve bacteriën (E. coli, enterokokken en stafylokokken) |
| Wat zijn drie ziektebeelden die symptomen/veranderingen hebben rond etenstijd? | • Maagulcer --> erger tijdens eten • Duodenum --> minder pijn tijdens eten (juist hongerpijn, nachtelijke pijn) • Chronische mesenteriale ischemie --> pijn half uur na eten |
| Hoeveel procent van diverticulose gevallen is asymptomatisch? | 95%, wel symptomen = periodieke oncomfortabele pijn in iliaca fossa sinistra + onregelmatige stoelgang |
| Wat is de prevalentie van diverticulose bij patiënten tussen 60-80 jaar? | 50% |
| Wat zijn de symptomen van een acute diverticulitis? | Hevige pijn iliaca fossa sinistra, koorts, tachycardie en obstipatie. Bij LO stijfheid linkerkant abdomen, soms gevoelige massa. |
| Wat zie je bij onderzoek van een diverticulitis? | Bloed: polymorfonucleaire leukocytose en verhoogde BSE/CRP CT-colonografie: verdikking colonwand, divertikels, vaak pericolische verzamelingen/abcessen Echo: verdikte darm, grote pericolische verzamelingen |
| Wat is het beleid bij diverticulitis? | Mild: AB (ciprofloxacine, metronidazol) Systemische symptomen (koorts/tachycardie etc): darm rust, iv vloeistof en iv AB Abces >4 cm: percutane drainage (<4 cm = AB) Grote perforaties: parenterale AB + laparotomie verwijdering stuk colon |
| Welke 3 soort adenomen (goedaardige tumoren) zijn er te vinden in het colon? | • Tubulair: klein met steel (of gefixeerd zonder steel), kleine kans op maligniteit • Villeus: gefixeerd, bedekt met papillen, scheiden mucus uit, grotere kans • Tubulo-villeus: komt meeste voor |
| Met hoeveel procent kan het ontstaan van darmkanker verminderd worden door poliepen/pre-maligniteiten op te sporen en deze te verwijderen met colonoscopie? | 80% |
| Vanaf hoeveel cm (formaat adenoom) heb je een hoger/lager risico op maligne verandering? | Lager risico < 1-1,5 cm > hoger risico |
| Wat kan er gebeuren bij een groot villeus adenoom? | Overmatige diarree met mucus (waar veel K+ in zit) --> hypokaliëmie |
| Wat is tenesmus? | Veroorzaakt door distale laesies, een pijnlijke drang om te defeceren. Het wordt waargenomen als een massa in de darmen = drang. |
| Wat houdt Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) in? | Erfelijke ziekte, 1:30.000, autosomaal dominant in het APC gen, vorming van >100 adenomateuze poliepen (al in de tienerjaren). Onbehandeld = rond 40 jaar kanker krijgen |
| Waarom krijg je een veranderd ontlastingspatroon bij een colorectaal carcinoom? | • Dunner/meer frequent = mucus uitscheidende tumor • Obstipatie = obstructie, vaker distaal • Periodieke diarree = partiële obstructie |
| Waarom verwacht je rectaal bloeden bij een colorectaal carcinoom? | Bij een colorectaal carcinoom ontstaat rectaal bloeden doordat de tumor groeit, kwetsbaar is en gemakkelijk beschadigt. Tumoren hebben een eigen, fragiel bloedvatnetwerk. Daarnaast schuurt harde ontlasting langs de tumor, waardoor deze gaat bloeden. |
| Wat is de gouden standaard voor het onderzoek van een potentieel colorectaal carcinoom? | Colonoscopie i.c.m. biopt |
| Wat is de Hartmann procedure? | Na resectie wordt de proximale darm naar een eindstoma gebracht. Het distale stuk wordt afgesloten met hechtingen/nietjes. Secreties van het resterende rectum kunnen zo nog passeren naar de anus. Goed bij spoed en minder kans op lekkage (geen anastomose) |
| Wat is de piekleeftijd voor invaginatie? | 6 mnd - 2 jaar (piek 9 maanden) |
| Wat is de presentatie van invaginatie? | Aanvalsgewijze, heftige krampende buikpijn + misselijkheid + braken + bewegingsdrang. Kinderen = rode 'bessengelei/aardbeienjam' ontlasting. Beeldvorming = 'schietschijf' of 'donut' |
| Wat is het beleid voor invaginatie? | Hydrostatische repositie vanaf distaal (werkt bij 70%), anders proeflaparatomie en resectie van geïnvagineerde darmgedeelte. Volwassenen = vaker operatie + resectie nodig |
| Wat is het beleid voor een volvulus? | Sigmoïdoscopie, zorgt voor opheffing van obstructie en uitstroom van feces. Anders spoedoperatie. Bij recidief = sigmoïd colectomie |
| Wat is het teken van Rovsing? | Contra-laterale palpatoire druk = pijn in rechter fossa iliaca |
| Wat is het Psoas sign? | Pijn in RLQ dat verergert bij liggend heffen van de rechterbeen tegen de weerstand vd onderzoeker. |
| Wat zijn oorzaken van een paralytische ileus? | Peritonitis, abces in de buik, pancreatitis, gebruik van bepaalde medicatie of na grote buikoperatie. |
| Wat zijn klachten bij een paralytische ileus? | Matige constante buikpijn, opgezette buik, braken, braaksel dat steeds donkerder wordt (steeds meer lijkend op ontlasting), wegblijven van ontlasting/winden, geen darmbeweging/-geluiden (stille buik) |
| Wat is het verschil in presentatie tussen een dunne en dikke darm ileus? | Dunne darm = acutere klachten + meer braken |
| Wat is de verhouding van liesbreuken tussen man en vrouw? | M:V = 10:1 |
| Wat is de oorzaak van een hernia inguinalis medialis? | Altijd verworven door zwakte van de fascia transversalis + intra-abdominale drukstijging (lateralis is verworven of aangeboren (persisterende processus vaginalis)) |
| Tot welke leeftijd is een hernia umbilicalis onschuldig? | Tot 3 jaar |
| Welke organen zijn het meest kwetsbaar voor stompe letsels? | Lever en milt vooral (35-50% en 40-50% resp.) (pancreas en duodenum = kinderen die op het stuur van hun fiets vallen, nieren = caudale trap/klap) |
| Wat is het beleid bij een perforatie van een hol orgaan? | 24u AB profylaxe (breedspectrum + AB tegen anaëroben) |
| Wat zijn de grenzen van de posterior driehoek van de nek? | Anterior = posterior grens m. SCM Posterior = anterior grens m. trapezius Caudaal = middelste van clavicula |
| Wat zijn de grenzen van de anterior driehoek van de nek? | Craniaal = inferior grens onderkaak Middenlijn = middenlijn nek Posterior = anterior grens m. SCM |
| Waardoor wordt m. platysma geïnnerveerd? | N. facialis (VII) (ligt in fascia cervicalis superficialis) |
| Waardoor worden de m. SCM en m. trapezius geïnnerveerd? | N. accessorius (XI) |
| Tussen welke spieren treedt de brachiale plexus uit de nek? | M. scalenus anterior en medianus (boven omohyoid (inf. belly)) |
| Op welke punten kan de plexus brachialis beklemd worden? | Thoracic outlet syndroom: M. scalenus anterior en medianus Costoclaviculaire ruimte tussen clavicula en 1e rib Retro/subpectorale ruimte onder m. pectoralis minor en processus coracoideus (vanaf schouderblad) |
| Wat is de bloedvoorziening van de schildklier? | Arterieel: thyroid superior/inferior Veneus: thyroid superior/mid/inferior |
| Waar loopt de n. laryngeus recurrens t.o.v. de schildklier? | Vlak achter de schildklier |
| Wat zijn de infrahyoid spieren en welke liggen oppervlakkig/diep? | Oppervlakkig: m. sternohyoid en m. omohyoid Diep: m. sternothyroid en m. thyrohyoid |
| Wat is de functie van het omentum majus? | Immuunfunctie + slaat vet op |
| Wat is het verschil tussen TEP en TAPP? | TEP: Totaal ExtraPeritoneaal = achter buikspieren, vóór buikvlies TAPP: Trans Abdominaal PrePeritoneaal = peritoneum doorgesneden |
| Wat zijn de grenzen van de driehoek van Calot? | Bovenkant: A. cystica Mediaal/Rechts: Ductus hepaticus communis Lateraal/Links: Ductus cysticus |
| Wat zijn de grenzen van de Trigonum Hepatocysticum (hepatocystic triangle)? | Bovenkant: Onderste rand van de lever. Mediaal/Rechts: Ductus hepaticus communis Lateraal/Links: Ductus cysticus en de galblaashals (infundibulum). |
| Wat is Saturday Night Palsy? | Tijdelijke zenuwverlamming in de arm en hand, veroorzaakt door het beknellen van de n. radialis. = niet meer kunnen strekken, gevoelsverlies. Vaak na onnatuurlijk in slaap vallen met arm over leuning bv. |
| Wat gebeurt er bij een Boutonnière vinger? | Letsel aan de centrale strekpees = laterale banden glijden af naar de volaire zijde van het gewricht. Hierdoor verliezen ze hun strekkracht in het middelste kootje en gaan ze onbedoeld fungeren als buigers van dat kootje. |
| Wat is het beleid na een onderbeen amputatie? | 5 dagen in stompverband, bij goede genezing = zinklijmverband die 2x per week wordt verwisseld, hechtingen blijven 3 weken zitten. Elke dag 3x een buikligging. Later elke dag fysio. |
| Wat is het verschil tussen een EUS en een EBUS? | EUS: endoscopische ultrasonografie = gaat via slokdarm EBUS: endobronchiale ultrasonografie = gaat via luchtpijp |
| Wat is de vijfjaarsoverleving voor vrouwen met borstkanker? | 86%, 10j = ~77% |
| Wat is de tienjaarsoverleving bij M. Paget? | In situ = 90% Invasief = 35% |
| Wat is de vijfjaarsoverleving + beeld bij inflammatoire borstkanker? | 30-40%, typisch = peau d'orange en erysipelas aspect (geen koorts) |
| Wat is de kans op kanker bij BRCA1/2? | 60-80% |
| Welk syndroom hoort bij een TP53 mutatie? | Li-Fraumeni syndroom |
| Wat is het beleid bij borsttumoren >5 cm of bij >3 lymfekliermetastasen? | Aanvullende bestraling |
| Wat is het beleid wanneer het tumorvolume vs borstvolume te groot is? | Neoadjuvante chemo/hormoontherapie --> tot 80% slinking |
| Wat houdt het Median Arcuate Ligament Syndrome (MALS) in? | Het middenrif of een bindweefselbandje drukt op de truncus coeliacus = zuurstoftekort = hevige buikpijn na het eten = 1 taks chronische mesenteriale ischemie |
| Wat doen de parathyroïde klieren? | Scheiden parathyroïdhormoon uit in reactie op lage Ca2+ levels in het bloed = meer Ca uit botten, nieren scheiden minder Ca uit, darmen nemen meer Ca op |
| Wat is de bloedtoevoer van de pharynx? | Vertakkingen van de thyrocervicale trunk, vooral a. cervicalis en a. carotis externa. Veneus = pharyngeale veneuze / pterygoïde plexus en fasciale/linguale/superior thyroïde venen --> eindigen in v. jugularis interna |
| Hoe wordt de nasopharynx geïnnerveerd? | Pharyngeale vertakking van CN V2 (n. maxillaris) (voorkant/mid) n. trigeminus (CN V) (zachte gedeelte gehemelte) N. glossopharyngeus (achterkant) Motorisch: n. vagus |
| Hoe wordt de oropharynx geïnnerveerd? | Sensorisch: m.n. n. glossopharyngeus Motorisch: m.n. n. vagus |
| Hoe wordt de laryngopharynx geïnnerveerd? | Sensorisch: n. laryngeus superior Motorisch: n. laryngeus recurrens --> beide uit n. vagus |
| Wat is de tonsillaire ring van Waldeyer? | • Tubulaire tonsillen • Pharyngeale tonsillen • Palatine tonsillen • Linguale tonsillen |
| Op welke hoogte ligt de larynx? | C3-C6 |
| Wat is de rima glottidis? | De ruimte tussen de vocal folds |
| Door welke zenuwen worden spieren van de larynx aangestuurd? | Vrijwel allemaal door n. laryngeus recurrens (n. vagus), behalve m. cricothyroid --> n. laryngeus superior --> n. vagus |
| Hoe wordt abductie geregeld van de vocal folds? | Posterior cricoarytenoïde spieren (n. laryngeus recurrens) |
| Hoe wordt adductie geregeld van de vocal folds? | M. cricoarytenoideus lateralis, m. arytenoideus transversus en m. arytenoideus obliquus |
| Wat is de bloedtoevoer van de larynx? | A. laryngea superior/inferior V. laryngea superior --> v. thyroidea superior --> v. jugularis interna V. laryngea inferior --> v. thyroidea inferior --> L v. brachiocephalicus |
| Wat is de functie van de m. genioglossus? | Drukt de tong naar buiten (steken) (n. hypoglossus) |
| Wat is de functie van de m. hypoglossus en m. styloglossus? | Trekken de tong in tijdens het slikken Drukt bolus naar boven tegen het gehemelte Stylo --> stelt tong op voor slikken (alle 2 n. hypoglossus) |
| Wat is de functie van de m. palatoglossus? | Verhoogt de posterior tong, drukt gehemelte naar beneden (n. vagus en pharyngeale plexus) |
| Hoe worden de spieren van het zachte gehemelte geïnnerveerd? | Vrijwel allemaal via de n. vagus via de pharyngeale plexus, behalve m. tensor veli palatini --> V3 (n. mandibularis) |
| Welke zenuw regelt de smaaksensatie van de tong? | N. facialis (via chorda tympani) |
| Hoe werkt het dempingsreflex? | Bij geluiden > ca. 85 dB spannen m. stapedius en tensor tympani automatisch aan. Hierdoor wordt de stijgbeugel verstijfd, wat geluidstrillingen afremt en het binnenoor beschermt tegen gehoorschade. Dit kan laag-frequente geluiden reduceren met 30-40 dB. |
| Wat is het membraan van Reissner? | Het vestibulaire membraan |
| Wat is en waar ligt het orgaan van Corti? | Bevat een aantal elektromechanische sensitieve cellen (haarcellen): receptieve eindorganen die geluidsvibraties omzetten in zenuwpulsen. Dit orgaan ligt op het basilaire membraan (die scheidt scala media en tympani) |
| Waar vibreren de hoge tonen het beste in de cochlea? | Dicht bij het ovale venster (basis) |
| Waar vibreren de lage tonen het beste in de cochlea? | Nabij de top van de cochlea |
| Welke vloeistof zit in de scala media? | Endolymfe (de toppen vd haarcellen bevinden zich hierin), dit wordt uitgescheiden door de stria vascularis (in de wand van de scala media) |
| Welke vloeistof zit in de scala vestibuli en scala tympani? | Perilymfe (bijna identiek aan CSF, de scala's hebben direct contact met subarachnoïdale ruimte) (de basis van de haarcellen bevinden zich hierin) |
| Wat is de functie van de laterale superior olivaire nucleus? | Detecteren van richting van geluid, vooral door de verschillen in intensiteit van geluid tussen beide oren met elkaar te vergelijken. |
| Wat is de functie van de mediale superior olivaire nucleus? | Detecteren van de tijdsperiode tussen twee geluidssignalen. |
| Wat is de functie van het ronde venster? | In tegenfase mee bewegen zodat de vloeistof kan 'uitwijken', anders zou de vloeistof uit de cochlea nergens heen kunnen. |
| Wat gebeurt er met de polarisatie wanneer stereocilia naar het kinocilium bewegen? | Depolarisatie |
| Wat gebeurt er met de polarisatie wanneer stereocilia van het kinocilium af bewegen? | Hyperpolarisatie |
| Welk semicirculaire kanaal is bij BPPD het vaakst aangedaan? | Posterior kanaal (85-95%) |
| Wat is de arteriële bloedvoorziening van de neus? | A. facialis en a. dorsalis nasi |
| Wat zie je bij Bell's parese? | Ontsteking n. facialis. Persoon kan zn oog niet dichtknijpen, oogbol draait omhoog, mondhoek hangt af, pijn achter oor, smaakverlies, overgevoeligheid harde geluiden. |
| Wat voelt de patiënt bij uitval van het linker labyrint? | Contralaterale labyrint krijgt het overwicht, de patiënt krijgt het gevoel naar links omver te worden geduwd (lichaam en ogen). De ogen vallen naar links en maken een snelle slag naar rechts. |
| Wat voor soort afscheiding scheiden de parotis klieren uit? | Sereuze afscheiding: ptyaline (een alpha-amylase) voor het verteren van zetmeel |
| Wat zijn 3 bacteriële oorzaken van acute sinusitis? | Streptococcus pneumoniae, (niet-typeerbare) Haemophilus influenzae en Moraxella catarrhalis |
| Wat is een ernstige complicatie van sinusitis? | Orbitale (post septale) cellulitis: begin = sinus ethmoidalis sinusitis, verspreidt zich door lamina papyracea. Oedeem oog, oogpijn, proptosis (uitpuilen), zwelling bindvlies, beperkingen in extraoculaire spierbeweging, diplopie, minder scherpte |
| Wat is een ernstige complicatie van een OMA? | Acute mastoïditis |
| Door welke virussen wordt laryngotracheobronchitis (kroep) veroorzaakt? | Para influenzavirussen (type 1/2/3/4) en RS virussen. De kroep volgt na de verkoudheid hiermee. |
| Bij welke leeftijdsgroep komt kroep het meeste voor? | Tussen 6 maanden en 3 jaar, piek in de herfst. |
| Wat is het "steeple sign"? | Vernauwing van de subglottis op een röntgenfoto. Een steeple = de top van een kerk, waar het op lijkt. Specifieke bevinding bij kroep (laryngotracheobronchitis). |
| Wat is de behandeling bij kroep? | Oraal/intramusculair dexamethason, evt. oraal prednison, ziekte duur is meestal 5 dagen. |
| Wat is het beleid bij een brughoektumor? | "Wait and scan" omdat het vaak niet in eerste instantie duidelijk is hoe de tumor zich zal ontwikkelen. Later kan worden gekozen voor stereotactische radiotherapie (minder ingrijpend) / chirurgische behandeling (kleiner kans op recidief) |
| Welke patiëntengroep past bij Reinke's oedeem? | Vrouwen die roken |
| Welke patiëntengroep past bij stembandknobbels? | (Jonge) vrouwen met overbelasting van de stem (praatberoep, zangeressen) |
| Welke patiëntengroep past bij stembandpoliepen? | Mannen tussen 30-50 jaar, vaak eenzijdig. Door ontsteking van de larynx of een periode met luid schreeuwen. |
| Wat is het beleid bij aangezichtsverlamming? | Idiopathisch = corticosteroïden starten <72 u Aangetoonde oorzaak = passende behandeling (medicamenteus/chirurgisch etc) Anders MIME therapie --> ontspannings/massageoefeningen |
| Wat is de prognose van Bell's parese? | Bij de meeste gevallen gaat de parese over in 4-6 weken, met soms lichte restverschijnselen. 10% recidief. |
| Welke zenuw kan uitvallen bij een tumor in de glandula parotis? | N. facialis |
| Welke zenuw kan uitvallen bij een tumor in de glandula mandibularis? | N. hypoglossus |
| Wat is een boksersfractuur? | Een subcapitale metacarpale V breuk. |
| Wat is een Colles fractuur? | Een distale radiusbreuk + dislocatie van het distale deel naar dorsaal. |
| Wat is een Smith's fractuur? | Reversed Colles: distale radiusbreuk + dislocatie van het distale deel naar volair. |
| Waar zitten de noduli van Heberden? | Dorsale zijde van de vingers, iets distaal van het DIP gewricht. |
| Waar zitten de noduli van Bouchard? | Dorsale zijde van de vingers, PIP gewricht. |
| Wat is een panaritium? | Volksmond: fijt. Flexor tenosynovitis, ontsteking aan de buigzijde (na prikverwonding). Veroorzaakt door staphylococcus aureus. |
| Wat is een paronychia? | Ontsteking van de nagelriem. Acuut = staphylococcus aureus, chronisch = water/vocht/mechanisch trauma/irriterende middelen |
| Wat zijn de vier tekenen van Kanavel? | Tekenen van een peesschede ontsteking: 1) Pijn bij strekken vd vinger 2) Pijn bij druk op de peesschede 3) Worstvormige zwelling 4) Gebogen stand vd vinger |
| Welke vingers zie je aangedaan bij een klauwhand? | De 4e en 5e vingers (letsel n. ulnaris) |
| Waar duidt het teken van Chvostek op? A. Hyponatriemie B. Hypokaliemie C. Hypocalciemie D. Hypofosfatemie | C. Hypocalciemie (tetanische spiercontracties (krampen) kunnen opgewekt worden door te tikken op de n. facialis op de wang vlak voor de uitwendige gehoorgang) |
| Bij diagnostiek van levermetastasen wordt naast echo ook CT gebruikt, welke? A. Zonder contrast B. Spiraal CT C. 3-fase CT D. 4-fase CT | B. Spiraal CT |
| De test van Buerger is een test voor: A. Arteriële insufficiëntie B. Veneuze insufficiëntie | A. Arteriële insufficiëntie (been optillen tot wanneer dit bleek wordt, dan naast het bed hangen --> langzamer roze) |
| Wat is het teken van Courvoisier? | Symptoom waarbij een patiënt pijnloze geelzucht heeft, gecombineerd met een voelbare (vergrote) en pijnloze galblaas. Kan bv bij galwegobstructie door carcinoom. |
| Wat is een Meckel's divertikel? | Aangeboren uitstulping van de dunne darm, komt voor bij 2% van de populatie. Kan zorgen voor bloedingen, ileus, buikpijn etc. |
| Wat is het teken van Boas? | Pijn onder de schouderbladen bij cholecystitis/cholangitis. |
| Wat is de motorische functie van de n. ulnaris? | Adductie van de duim, flexie van pink en ringvinger, flexie van de pols, mm lumbricalis (pink/ring) strekken vinger + buigen MCP, mm interosseï dorsalis (spreiden vingers) en mm interosseï palmaris (sluiten vingers), ulnaire deviatie (ext/flex carpi uln.) |
| Wat is de motorische functie van de n. medianus? | Flexie vingers (duim/wijs/middel), oppositie (opponens), abductie (pollicis brevis) en flexie duim (pollicis brevis), mm lumbricalis (wijs/middel) |
| Wat is de motorische functie van de n. radialis? | Extensie van de pols en MCP's + duimextensie, radiale deviatie (flex/ext carpi radialis) |