click below
click below
Normal Size Small Size show me how
KNO Heelkunde M1
| Question | Answer |
|---|---|
| Wat is het verschil tussen subjectief en objectief gehoorverlies? | Subjectief: De patiënt ervaart zelf een verminderde waarneming van geluid en minder verstaan van spraak. Objectief: Een audiotest toont een gehoorverlies van > 35dB (gemiddelde sterkte van fluisteren). Dit is vaak de grens voor verzekeringsvergoeding. |
| Wat houdt het fenomeen 'recruitment' bij ouderen met gehoorverlies in? | Een abnormale toename van de luidheid zodra een geluid harder wordt. Zwakke geluiden worden niet gehoord, maar harde geluiden worden al snel als pijnlijk/onaangenaam ervaren. |
| Welke medicatiegroepen zijn ototoxisch? | Aminoglycosiden, cisplatine (chemo), en hoge doseringen ascal (aspirine) of NSAID's. |
| Wat is de etiologie bij Otitis Media met Effusie (OME)? | Etiologie: Disfunctie van de buis van Eustachius = vacuüm middenoor = sereus/muceus vocht hoopt zich op. Vooral bij kinderen tot 7 jaar. |
| Wat is het beleid bij Otitis Media met Effusie (OME)? | Beleid: Afwachtend (50% herstelt < 3 mnd, 75% < 6 mnd). Controle na 3 mnd bij nadelige invloed of na 6 mnd. Trommelvliesbuisjes overwegen bij > 3 maanden klachten óf gehoorverlies >25 dB |
| Wat is de 'gouden standaard' voor het diagnosticeren van een Otitis Media Acuta (OMA) en hoe heet deze ingreep? | Het verkrijgen van purulent vocht bij het doorprikken van het trommelvlies. Deze ingreep heet een paracentese. |
| Wat is een cholesteatoom en wat zie je bij otoscopie? | Definitie: Een goedaardig gezwel waarbij epitheel uit de gehoorgang naar het middenoor/mastoïd groeit en een matrix vormt. Vaak i.c.m. chronische otitis media. Otoscopie: witte parelmoerachtige massa achter het trommelvlies. |
| Wat is het beleid bij cholesteatoom? | Directe verwijzing naar de KNO-arts voor een operatie wegens kans op ernstige complicaties (meningitis, facialisparese). |
| Hoe interpreteer je de proef van Rinne? | Rinne negatief (-): Botgeleiding > luchtgeleiding = geleidingsverlies. Rinne positief (+): normaal/perceptieverlies |
| Hoe interpreteer je de proef van Weber? | Weber lateraliseert naar het aangedane (slechte) oor: Geleidingsverlies aan die kant (binnenoor wordt 'versterkt' door de afsluiting).Weber lateraliseert naar het goede oor: Perceptieverlies aan het aangedane oor. |
| Wat is het verschil tussen subjectieve en objectieve tinnitus? | Subjectief (>95%): Geluid dat alleen door de patiënt zelf wordt gehoord (geen externe of interne bron). Objectief (<5%): Waarnemen van werkelijke lichaamsgeluiden (bloedstroom, spiertrekkingen, kaakgewricht). Soms te horen met stethoscoop. |
| Wat zijn de symptomen van de Ziekte van Menière en wat is het acute beleid? | Symptomen: Aanvallen (20 min - 12 uur) van de trias: slechthorendheid + draaiduizeligheid (met misselijkheid) + tinnitus. Beleid: Verwijzing KNO + symptoombestrijding (in het donker liggen, bewegen, anti-emetica (metoclopramide of domperidon). |
| Welke symptomen wijzen op een brughoektumor? | Progressief eenzijdig perceptief gehoorverlies, tinnitus, evenwichtsproblemen en soms n. facialis-uitval (gezichtsverlamming/-pijn). |
| Welke diagnostiek doe je bij verdenking van een brughoektumor? | Audiometrie en een MRI-scan om de tumor op de n. vestibulocochlearis aan te tonen. |
| Welke epidemiologische vuistregel helpt bij de DD tussen OMA met perforatie en Otitis Externa (OE)? | Leeftijd & Seizoen: Kind (<15 jaar) in de winter = grote kans op OMA. Volwassene (>15 jaar) in de zomer (i.v.m. zwemmen) = grote kans op Otitis Externa. |
| Wat is de etiologie en het gevaar van een Otitis Externa Maligna? | Een invasieve infectie door Pseudomonas aeruginosa die het bot en kraakbeen van de schedelbasis kapot maakt. Komt zelden voor, maar is levensbedreigend. Presenteert zich met hevige pijn en algeheel ziek-zijn bij ouderen/DM/immuungecompromitteerden. |
| Wanneer mag de gehoorgang absoluut NIET worden uitgespoten bij een cerumenprop? | Bij een (vermoeden van een) trommelvliesperforatie, eerdere middenoorchirurgie, DM of bij een verminderde weerstand. |
| Wat is de pathofysiologie van het bomberende trommelvlies bij OMA? | BLWI -> oedeem en slijmvlieszwelling in de buis van Eustachius -> blokkade en onderdruk middenoor -> vochtuittreding en bacteriële infectie -> ophoping van exsudaat (pus) zorgt voor overdruk -> het trommelvlies puilt uit (bomberen). |
| Waarom krijgen kinderen vaker een OMA dan volwassenen? | De buis van Eustachius loopt bij kinderen korter en vrijwel parallel (horizontaler) aan de schedelbasis, wat zorgt voor een slechtere drainage en ventilatie. Daarnaast moeten zij hun afweer nog opbouwen. |
| Wat zijn de top 3 meest voorkomende bacteriële verwekkers van een OMA? | 1) Streptococcus pneumoniae 2) Haemophilus influenzae 3) Moraxella catarrhalis |
| Wat zijn de symptomen van een mastoïditis (complicatie van OMA)? | Infectie van het bot achter het oor. Kenmerkt zich door een combinatie van algemeen ziek-zijn, drukpijn achter het oor, een rode/fluctuerende zwelling achter het oor en een afstaand oor. |
| Wat is het syndroom van Ramsay-Hunt (Herpes Zoster Oticus)? | Reactivatie van het varicellazostervirus in de sensibele ganglia van het oor, vaak met aantasting van de n. facialis. |
| Wat is het beleid bij het syndroom van Ramsay-Hunt (Herpes Zoster Oticus)? | Dezelfde dag spoedverwijzing naar KNO/kinderarts; behandeling < 72 uur geeft de grootste kans op herstel. |
| Wat zijn de symptomen van het syndroom van Ramsay-Hunt (Herpes Zoster Oticus)? | Hevige pijn, blaasjes in de gehoorgang/oorschelp en een facialisparese. |
| Welk virus veroorzaakt de Ziekte van Pfeiffer en wat is het klinisch beeld? | Virus: Epstein-Barr virus (EBV). Klinisch beeld: Acute keelpijn, hoge koorts, dik wit-grijs exsudaat op de tonsillen, gegeneraliseerde gezwollen lymfeklieren, petechiën op het palatum en langdurige postvirale moeheid. |
| Wat zijn de alarmsymptomen bij keelpijn die wijzen op een peritonsillair infiltraat of abces? | Flink ziek-zijn, toenemende slikklachten (onvermogen om speeksel door te slikken), een kaakklem (trismus), en bij LO een unilaterale zwelling van de tonsil waarbij de uvula naar de gezonde (contralaterale) kant wordt geduwd. |
| Wat test je met tympanometrie en wanneer is dit geïndiceerd? | Wat: Je meet de compliantie (beweeglijkheid) van het trommelvlies en de druk in het middenoor. Indicatie: Vermoeden dat het gehoorverlies wordt veroorzaakt door pathologie in het middenoor, zoals otitis media met effusie (OME). |
| Wat is de 'gouden standaard' screeningstest voor gehoor bij pasgeborenen? | OAE (Otoakoestische emissies), uitgevoerd 1–3 weken na de geboorte. |
| Wat is het 'gouden standaard' onderzoek bij verdenking op totale doofheid? | ECoG (Elektrocochleografisch onderzoek). Dit is nauwkeuriger dan de BERA en helpt bij het instellen van gehoorapparatuur. |
| Welke objectieve audiometrietest meet de hersenstamactiviteit als reactie op geluid? | De BERA (Brainstem Electric Response Audiometry). |
| Waar in het binnenoor treedt bij presbyacusis (ouderdomsslechthorendheid) de eerste degeneratie op en welke frequenties vallen daardoor als eerst uit? | Degeneratie van de haarcellen in de basale windingen van de cochlea (vlakbij de vensters). Hierdoor vallen de hoge tonen als eerste uit. |
| Wat meet de 'Tinnitus Handicap Inventory' (THI)? | Dit is een klachtspecifieke vragenlijst om de impact en de ernst van de tinnitus op het dagelijks leven van de patiënt in kaart te brengen. |
| Wat is het verschil tussen Graad 1 en Graad 5 tinnitus volgens de ernstschaal? | Graad 1 (licht): Alleen hoorbaar in een stille omgeving, geen impact op het dagelijks leven. Graad 5 (catastrofaal): Niet te maskeren, ontwricht de slaap en ADL volledig, en gaat gepaard met psychologische problemen. |
| Welke cardiovasculaire en neurologische aandoeningen staan in de DD bij tinnitus? | Cardiovasculair/Vasculair: AV-fistels, aberrante bloedvaten, en bijgeluiden door atherosclerose (vaak pulserend/kloppend). Neurologisch: Brughoektumor, Glomustumoren, en Multiple Sclerose (MS). |
| Waarom heeft een centrale trommelvliesperforatie een andere klinische betekenis dan een marginale (randstandige) perforatie? | Centrale perforatie: Wijst meestal op een (doorgemaakte) acute otitis media (OMA). Marginale/Randstandige perforatie (pars flaccida/tensa): Is een alarmsymptoom dat sterk wijst op een cholesteatoom. |
| Welke bacteriën zijn de hoofdoorzaak van een bacteriële Otitis Externa na zwemmen? | Pseudomonas aeruginosa (veelvoorkomend bij zwemmers) en Staphylococcus aureus. |
| Wat is de etiologie van myringitis bullosa ('griepoor')? | Etiologie: Een (meestal virale) ontsteking die beperkt blijft tot het trommelvlies, vaak optredend tijdens een griepperiode. |
| Wat zie je bij otoscopie bij myringitis bullosa ('griepoor')? | Eén of meerdere met vocht gevulde blaren (bullae) op het trommelvlies (vaak op de achterste helft tussen de epitheellagen), bij een normale stand van het trommelvlies. |
| Wat is 'gerefereerde oorpijn' (referred pain) en noem twee veelvoorkomende niet-otogene oorzaken? | Oorpijn waarbij het oor zelf anatomisch volkomen gezond is, maar de pijn via gedeelde zenuwbanen (zoals de n. trigeminus of n. vagus) uitstralend gevoeld wordt. Oorzaken: Cariës/tandproblemen en TMD (kaakgewrichtsklachten). |
| Maakt de pneumokokkenvaccinatie verschil voor de incidentie van recidiverende otitiden? | Nee, uit de feiten blijkt dat dit geen verschil maakt voor de incidentie bij patiënten met recidiverende otitiden. |
| Wat is de verwekker van difterie en wat zijn de klassieke symptomen? | Verwekker: Corynebacterium diphtheriae. Symptoom: Een grauw/grijs, niet-afveegbaar beslag in de mond-keelholte, vaak met forse lymfeklierzwelling ('bull neck'). |
| Wat is het beleid bij difterie? | Orale antibiotica (claritromycine gedurende 14 dagen) en strikte contactisolatie. |
| Waarom is het klinisch beeld (zoals de aanwezigheid van exsudaat) onbetrouwbaar om blind het onderscheid te maken tussen een virale en bacteriële keelontsteking? | Hoewel wit/geel exsudaat (beslag) vaak geassocieerd wordt met een bacteriële streptokokkeninfectie, kan een viraal beeld zoals de Ziekte van Pfeiffer (Epstein-Barr virus) exact ditzelfde heftige exsudaat geven. |
| Noem drie niet-infectieuze oorzaken van chronische keelpijn (>14 dagen) | - Chronische irritatie (roken, droge lucht, keelschrapen, stemoverbelasting). - Refluxoesofagitis (maagzuur). - Chronische stress of angst (spasme van de larynxspieren, ook wel het globusgevoel). |
| Hoeveel kans heeft een patiënt met exsudaat op de tonsillen/farynxachterwand daadwerkelijk op een Groep A-streptokokkeninfectie? | Ongeveer 30% kans. |
| Wat is de klinische betekenis van een unilaterale zwelling van de tonsil/peritonsillair weefsel waarbij de uvula naar contralateraal geduwd wordt en/of sprake is van een trismus? | Dit komt weliswaar weinig voor (0,2%), maar als het aanwezig is, is de kans >90% dat het gaat om een streptokokkeninfiltraat of peritonsillair abces. |
| Wat wijzen blaasjes/erosies bij LO van de mondholte? | Herpes simplex-virus. |
| Wat wijzen petechiën op het palatum aan bij het LO van de mondholte? | Ziekte van Pfeiffer (Epstein-Barr). |
| Wat vertelt het palpatiepatroon van de halslymfeklieren je over de waarschijnlijke verwekker van de keelpijn? | Alleen voorste halslymfeklieren palpabel + pijnlijk: Hogere kans op een streptokokkeninfectie. Gegeneraliseerde lymfadenopathie + lever/milt-betrokkenheid bij >1 week ziekte: sterke aanwijzing voor de Ziekte van Pfeiffer. |
| Wat zie je bij inspectie van de slijmvliezen en conjunctivae als er sprake is van zeldzame, ernstige hematologische pathologie (zoals leukemie of agranulocytose)? | De slijmvliezen en conjunctivae zijn dan opvallend bleek. |
| Wat is de etiologie en de typische incidentieleeftijd van roodvonk? | Het is een bacteriële keelontsteking veroorzaakt door streptokokken, die met name voorkomt bij kinderen van 3 tot 8 jaar. |
| Beschrijf het klassieke beloop en de symptomen van roodvonk van dag tot dag. | Dag 1: Keelpijn en koorts. Dag 2: Gegeneraliseerd fijnvlekkig exantheem, waarbij de neus-monddriehoek vrij blijft ('narcosekapje'). Dag 3: Aardbeirode tong (onregelmatig oppervlak). Na een week: Vervelling van de handpalmen en voetzolen. |
| Wat is de prognose bij roodvonk? | Gunstig, het gaat spontaan over in 7–10 dagen. Isolatie is niet nodig. |
| Wat is het beleid bij roodvonk? | Pijnstilling, koud water drinken en waterijsjes. Contact opnemen bij alarmsymptomen (erg ziek, benauwd, kwijlen). |
| Noem de 4 Centor-criteria en leg uit wat het voldoen aan alle criteria betekent voor de kans op Groep A-streptokokken. | 1) Koorts. 2) Afwezigheid van hoesten. 3) Exsudaat op de tonsillen. 4) Pijnlijke voorste halslymfeklieren bij palpatie. Alle 4 = 50% kans op groep A-streptokokken. |
| Welke alarmsymptomen bij keelpijn rechtvaardigen een directe KNO-verwijzing of nadere inspectie op maligniteit? | Leeftijd >45 jaar, ernstig ziek-zijn >1 week, ulceraties of abnormaal weefsel in de mondkeelholte >2 weken, en een vaste of harde lymfeklierzwelling in de hals. |
| Wat is het medicamenteuze beleid bij een peritonsillair infiltraat? | Amoxicilline/clavulaanzuur gedurende 7 dagen (bij ernstig abces naar KNO). |
| Waarom wordt aanvullend onderzoek bij gewone keelpijn meestal weggelaten? | Omdat een streptokokkenangina bijna altijd spontaan en restloos geneest. |
| Welke laboratoriumuitslagen (leukocyten en serologie) passen specifiek bij de Ziekte van Pfeiffer? | Leukocytendifferentiatie: Absolute en relatieve lymfocytose. Serologie: Aanwezigheid van een hoge IgM-titer (sneltest kan echter fout-positief/negatief zijn). |
| Welke laboratoriumtesten kunnen een streptokokkeninfectie aantonen? | CRP: Voorspellende waarde van 60% voor streptokokken bij verhoging. Sneltest (Streptest): <5 minuten detectie voor Groep A. Keelkweek: Uitslag na minstens 2 dagen. |
| Wat is de gemiddelde incidentie van virale BLWI's per jaar bij respectievelijk jonge kinderen en volwassenen? | Kinderen (piek 0-4 jaar): 6 tot 8 keer per jaar. Volwassenen: 3 tot 4 keer per jaar. |
| Welke leeftijdscategorie vormt de piek voor neusverstoppingen in het algemeen én voor allergische rhinitis? | 15-24 jaar. |
| Beschrijf de pathofysiologische cascade van neusslijmvlieszwelling bij prikkeling. | Prikkeling slijmvlies = toegenomen mucusproductie + verminderde trilhaar(ciliaire)functie + toegenomen epitheliale uitscheiding = infiltratie van ontstekingscellen (o.a. histamine, interferon, bradykinine) in de submucosa = oedeemvorming en zwelling. |
| Wat is de incubatietijd en de gemiddelde duur van een acute virale rhinitis? | Incubatietijd: 1 tot 3 dagen. Duur: 3 tot 7 dagen (het gehele beeld herstelt vanzelf binnen 1–2 weken). |