Save
Upgrade to remove ads
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't Know
Remaining cards (0)
Know
0:00
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

VGT Cursus deel 3

QuestionAnswer
Ezelsbruggetje voor de volgorde van hersenzenuwen Op Ons Oude Tuin Terras At Frank Verse Groenten Van Albert Heijn (beginletter komt overeen)
Ezelsbruggetje voor de volgorde van functies van hersenzenuwen Some Say Marry Money, But My Brother Says Big Brains Matter Most (S = sensory, M = motor, B = both)
Naam hersenzenuw I Olfactorius
Naam hersenzenuw II Opticus
Naam hersenzenuw III Oculomotorius
Naam hersenzenuw IV Trochlearis
Naam hersenzenuw V Trigeminus
Naam hersenzenuw VI Abducens
Naam hersenzenuw VII Facialis
Naam hersenzenuw VIII Vestibulocochlearis
Naam hersenzenuw IV Glossopharyngeus
Naam hersenzenuw X Vagus
Naam hersenzenuw XI Accessorius
Naam hersenzenuw XII Hypoglossus
Functie n. olfactorius Geur
Functie n. opticus Zicht
Functie n. oculomotorius M. levator palpebrae superioris (trekt het bovenooglid omhoog), extra-oculaire oogspieren: mm. recti superior, medialis en inferior, m. obliquus inferior Parasympatisch naar m. ciliaris (accommodatie lens), m. sphincter pupillae (reguleren pupilgrootte
Functie n. trochlearis M. obliquus superior (elevatie, adductie, intorsie oog)
Functie n. trigeminus Sensibiliteit van gezicht, mond, anterieure 2/3 deel van tong, tongrand, nasale sinuses en meninges. Kauwspieren (o.a. m. masseter), m. tensor tympani
Functie n. abducens M. rectus lateralis (abductie oog)
Functie n. facialis Spieren van gezichtsexpressie, m. stapedius (regulatie spanning), m. orbicularis oculi (sluit de oogleden). Parasympatisch naar gl. lacrimalis en speekselklieren behalve gl. parotis. Smaak in anterieure 2/3 deel van de tong
Functie n. vestibulocochlearis Gehoor en vestibulaire sensatie
Functie n. glossopharyngeus M. stylopharyngeus Parasympatische vezels naar gl. parotis Sensibiliteit van farynx en middenoor Smaak en sensibiliteit in achterste 1/3 van de tong Baro- en chemoreceptoren in de sinus caroticus
Functie n. vagus Spieren van farynx (slikken) en larynx (stem) Parasympatische vezels naar hart, longen, tractus digestivus M. palatoglossus Sensibiliteit van meninges, farynx en epiglottis Baro- en chemoreceptoren in arcus aortae
Functie n. accessorius M. sternocleidomastoideus en m. trapezius
Functie n. hypoglossus Alle intrinsieke en extrinsieke spieren van tong, m.u.v. m. palatoglossus
Testen n. olfactorius Doorgankelijkheid van neus beoordelen, geurset
Testen n. opticus (afferent) Visuskaart, perifeer gezichtsveld volgens Donders (vier kwadranten), pupilreacties afferente tak (testen bij oculomotorius)
Testen n. oculomotorius (efferent), n. trochlearis en n. abducens Inspectie pupillen en lidspleet, pupilreacties efferente tak, stand van ogen (testbeeldjes van Hirschberg), oogvolgbewegingen (dubbelbeelden, nystagmus bij bewegende en stilstaande vinger), convergentiereactie
Afspraken visus met visuskaart Snellen of Landolt kaart, volgorde OD -> OS -> ODS, bij bril/lenzen meten met eigen correctie, indien foutje 1 rij omhoog (wanneer 2/3e goed is dat de visus). Bij visus <0.8 stenopeïsche opening: verbetering = refractie-afwijking, gelijk = oogprobleem
Testen n. trigeminus Sensibiliteit van het gelaat: fijne tast = gnostisch (watje), kop-punt discriminatie = vitaal (scherp en stomp). Corneareflex. Kracht kauwspieren door op spatel te bijten.
Definitie overwaardig denkbeeld Een denkbeeld dat een dusdanig onredelijk grote plaats in het denen en het gevoelsleven van de patiënt inneemt
Testen n. facialis Inspectie van gelaat (symmetrie, mondhoeken etc.), aangezichtsmotoriek (wenkbrauwen optrekken, ogen dichtknijpen, wangen bolblazen, lippen tuiten, tanden laten zien)
Testen n. vestibulocochlearis Grove screening gehoor (vingers over elkaar wrijven achter oor), stemvorkproeven Weber en Rinne
Testen n. glossopharyngeus en n. vagus Nasale spraak, heesheid, symmetrie farynxbogen (bij rust en bij aanspannen), farynxreflex, slikken
Visuskaart meters 5/60 = 5 vingers op wit vlak op 5m afstand (normaal op 60m te zien). 5/300 = zwaaien met hand op 5m afstand (normaal op 300m te zien).
Testen n. accessorius Kracht m. trapezius (schouders optrekken) en mm. sternocleidomastoïdeus (hoofd draaien tegen weerstand)
Testen n. hypoglossus Inspectie van tong in rust (linging, atrofie, fasciculaties), tongmotoriek beoordelen (tong uitsteken, tong tegen wang drukken)
Centraal vs. perifeer zien Centraal: projectie op fovea centralis, testen middels Amsler grid Perifeer: projectie buiten fovea centralis, testen middels Donders
Uitvalsverschijnselen van a. cerebri anterior Halfzijdige zwakte of gevoelsstoornis van been
Uitvalsverschijnselen van a. cerebri media Halfzijdige zwakte of gevoelsstoornis van arm + afasie
Uitvalsverschijnselen van a. cerebri posterior Homonieme halfzijdig uitval van gezichtsveld
Kenmerken spanningshoofdpijn Tweezijdig, minuten-dagen, drukkende/knellende hoofdpijn, geen misselijkheid, neemt niet toe bij beweging
Kenmerken migraine Unilateraal, 4-72 uur, matig/heftige pulserende hoofdpijn, vaak met misselijkheid, fono- en fotofobie, +/- 25% heeft aura
Kenmerken clusterhoofdpijn Unilateraal, 15 min - 3 uur, zeer heftige pijn, bewegingsdrang, ipsilateraal rood en tranend oog
Kenmerken trigeminusneuralgie Unilateraal, heftige/plotse pijn van het aangezicht, sec-min, uitgelekt door sensorische stimulatie (scheren, koude lucht, eten, praten)
Kenmerken epidurale bloeding Arterieel (tussen schedel en dura), snel. Op CT convexe (bolle) hyperdensiteit. Ezelsbruggetje: epi = ei.
Kenmerken subdurale bloeding Veneus (ankervenen), trager. Op CT concave (holle) hyperdensiteit. Risico op chronisch subduraal hematoom.
Kenmerken subarachnoïdale bloeding Aneurysmaruptuur (arterie) waarbij intense hoofdpijn. Meestal de a. communicans anterior (30%), a. communicant posterror (25%) of a. cerebri media (20%).
Onderscheid tussen centrale en perifere facialisparese Centraal: voorhoofdsrimpels in rust niet verstreken Perifeer: oogsluiting niet mogelijk, voorhoofdfronsen niet mogelijk
Positieve vs. negatieve symptomen (psychiatrie) Positief: overmaat boven normale functies (reageren goed op antipsychotica) Negatief: tekortkoming van normale functies (reageren slecht op medicatie)
Waarneemstoornissen Hallucinatie, illusie, disperceptie
Stoornissen in inhoudelijk denken Obsessie, preoccupatie, overwaardig denkbeeld, waan
Definitie waan Een overtuiging die niet corrigeerbaar is door redelijke argumenten en die niet overeenstemt met de werkelijkheid
Definitie hallucinatie Een waarneming van zintuiglijke prikkels zonder externe stimulus (visueel, akoestisch, olfactorisch, tactiel, gustatoir). Meest voorkomend aukoestisch, daarna visueel.
Oorzaak visuele hallucinaties Organisch
Oorzaak auditieve hallucinaties Meest voorkomende hallucinatie, vaak bij schizofrenie
Definitie illusoire vervalsing (illusie) Een foute interpretatie van een werkelijke zintuiglijke prikkel (bv. een paard dat wordt aangezien voor een schuur)
Definitie disperceptie Een vervormde waarneming (bv objecten zijn groter/kleiner dan ze werkelijk zijn, geluiden harder/zachter horen dan ze werkelijk zijn)
Definitie obsessie (dwanggedachte) Het alleen maar bezig houden met een beperkte set van gedachten die zich tegen de wil van de patiënt opdringen en spanningen/angsten oproepen. Heeft egodystoon karakter.
Definitie preoccupatie Het veel bezighouden met beperkte set van gedachten; het niet kunnen loslaten ervan. Heeft egosyntoon karakter.
Definitie depersonalisatie Subjectief ervaren, onaangenaam gevoel van vervreemding, verandering of onaangenaamheid in de relatie van de patiënt ten opzichte van zichzelf of het eigen lichaam. Heeft nooit een werkelijkheidskarakter
Definitie derealisatie Subjectief ervaren, onaangenaam gevoel van vervreemding, verandering of onaangenaamheid in de relatie van de patiënt ten opzichte van zijn omgeving. Heeft nooit een werkelijkheidskarakter
Definitie en voorbeelden van egodystoon Dwanggedachten. In strijd met zelfbeeld/ego, bv. obsessie bij OCD, opdringende gedachten bij PTSS
Definitie tegenoverdracht (psychiatrie) Therapeut projecteert gevoelens op de patiënt. Ezelsbruggetje: Tegenoverdracht, Therapeut
Definitie overdracht (psychiatrie) Patiënt projecteert gevoelens op de therapeut
DSM-5 criteria voor dementie 1. Significante achteruitgang in 1 of meer cognitieve domeinen: geheugen, aandacht, spraak, ruimtelijk, executieve functies. 2. Cognitieve stoornissen leiden tot beperkingen in dagelijkse leven. 3. Niet t.g.v. delier of andere psych. aandoening.
Meest voorkomende dementieën (nr. 1 en nr. 2) 1. Alzheimer (70%) 2. Vasculair (20%)
Volgorde van ontstaan van symptomen bij Alzheimer 1. Anterograde amnesie 2. Retrograde amnesie (autobiografisch geheugen blijft lang intact) 3. Afasie, agnosie en apraxie
Pathologie liquorpunctie bij Alzheimer Verhoogd tau-eiwit, verlaagd aantal amyloïd-bèta eiwit
Kenmerken vasculaire dementie Diagnose o.b.v. MRI, symptomen afhankelijk van aangedane hersengebied, vaak VG van vaatlijden: small vessel disease = diabetes, hypertensie & large vessel disease = atherosclerose.
Afkapwaarde MMSE voor cognitieve stoornis <24 (van 30)
Kenmerken frontotemporale dementie Gedragsstoornissen in afwezigheid van geheugenstoornissen. Frontale kwab aangedaan → disinhibitie, stoornis in executieve functies. Tevens decorumverlies (ongepast sociaal gedrag)
Kenmerken Lewy-Body dementie Pathologisch overeenkomstig met Parkinson, visuele hallucinaties
Kenmerken Korsakov Vitamine B1-deficiëntie (thiamine) t.g.v. alcoholabusus, geheugenstoornis voor recente gebeurtenissen
Kenmerken Creuzfeldt-Jakob Zeldzaam, veroorzaakt door gemuteerde lichaamseigen prionen
Overerving ziekte van Huntington Autosomaal dominant
Criteria voor wilsbekwaamheid 1. Kenbaar maken van keuze 2. Begrijpen van relevante informatie 3. Het besef van info in relatie tot eigen situatie 4. Logisch redeneren en overwegen van opties Ezelsbruggetje: kan betrokkene bewust reageren = kenbaar, begrijpen, besef, redeneren
Vertegenwoordigers van wilsonbekwame patiënten 1. Door rechter aangewezen: curator, mentor of bewindvoerder 2. Aangewezen gemachtigde 3. Familie: (1) Echtgenoot / (samenwonende/geregistreerde) partner, (2) Ouders en kinderen, (3) Broer/zus
Verschil tussen curator, mentor en bewindvoerder Curator: gezag over persoonlijke én financiële zaken. Mentor: gezag over persoonlijke zaken. Bewindvoerder: gezag over financiën.
Rechten van kinderen bij leeftijden <12 jaar: behandelbeslissing door ouders, inzagerecht door ouders. 12-15 jaar: behandelbeslissing door kind (en ouders), inzagerecht door kind (en ouders). 16 jaar of ouder: behandelingsbeslissing door kind, inzagerecht door kind,
Kenmerken atopisch eczeem = constitutioneel eczeem Meest voorkomende eczeem (20% van kinderen), associatie met astma. Voorkeurslocaties: buigzijden elleboog en knie (bij zuigeling gelaat!), type-I-hypersensitiviteit
Kenmerken allergisch contacteczeem Voorkeurslocaties: handen, voeten. Voorbeelden: latex, nikkel. Type-IV-hypersensitiviteit
Kenmerken ortho-ergisch contacteczeem Directe irritatie van de huid → zeep, schoonmaakmiddelen
Kenmerken seborroïsch eczeem Gelige, olieachtige schilfertjes, vaak op hoofdhuid en nek. Inflammatie door de gist Malassezia
Huidaandoeningen veroorzaakt door gist Malassezia furfur Seborroïsch eczeem, pityriasis versicolor, pityrosporum folliculitis
Kenmerken pityriasis rosea Uitgelokt door virus (verkouden of griep voorafgaand), verdwijnt spontaan. Plaque mère = enkele cm grote, helderrode, aan de rand schilferende plek, meestal op borst/rug (daarna naar romp, armen, benen).
Psoriasis vs. eczeem Psoriasis: strekzijde. Eczeem: buigzijde.
Typische omschrijving psoriasis Scherp begrensd, zilverkleurige schilfers, papels en erythematosquameuze plaques
Kenmerken subvormen van psoriasis (guttata, inversa, capitis) Guttata: druppelvormig, poststreptokokken, romp/armen/benen Inversa: lichaamsplooien Capitis: hoofdhuid
Fenomenen psoriasis Kaarsvetfenomeen: witte schilfers bij krabben met nagel (lijkt op krabben van kaarsvet). Auspitzfenomeen: puntbloedingen na geforceerd verwijderen van schilfer. Köbnerfenomeen: nieuwe plekken op de plaats van vorige huidbeschadiging.
Kenmerken ulcus cruris venosum (veneus ulcus) Mediale malleolus, EAI >0.9, pitting oedeem, normale perifere pulsaties, jeukend. Ezelsbruggetje: vEnosum, mEdialis.
Kenmerken ulcus cruris arteriosum Laterale malleolus, EAI<0.9, geen oedeem, verzwakte perifere pulsaties, pijnlijker, koude voeten. Ezelsbruggetje: Arteriosum, lAteralis.
Meest voorkomende soorten huidkanker 1. Basaalcelcarcinoom (80%) 2. Plaveiselcelcarcinoom (15%) 3. Melanoom (5%)
Kenmerken basaalcelcarcinoom Metastaseert niet; groeit langzaam; behandelbaar. Risicofactoren: zonlicht, ouderdom, Kaukasisch (1 op de 5).
Kenmerken plaveiselcelcarcinoom Keratosis actinica kan een voorloper zijn; ‘zonneschade’ van de huid; vnl. bij ouderdom; 1% ontwikkelt tot PCC. Metastaseert wel → palpeer lymfeklieren. Risicofactoren: zonlicht, ouderdom, Kaukasisch, man.
Kenmerken melanoom Meest agressieve huidkanker, uitgaande van melanocyten. Risicofactoren: zonlicht (85%) en autosomaal dominant (15%). Behandeling: 2-maal excisie.
Wel of niet biopteren van een verdachte moedervlek? Nooit! BCC en PCC daarentegen wel.
ABCDE naevi A = asymmetry B = border C = color D = diameter E = evolution
Kenmerken ABCD moedervlek Symmetrie, regelmatige begrenzing, 1-2 egale kleuren, <0.5 cm
Kenmerken ABCD melanoom Asymmetrie, grillige begrenzing, 3 of meer kleuren, >0.6 cm
Bresowdikte en 5-jaarsoverleving <1.5 mm: 95% 5-jaarsoverleving >3.0 mm: 40-50% 5-jaarsoverleving
Excisiemarges Breslowdikte Breslowdikte <2 mm (dun), excisiemarge 1 cm Breslowdikte >2 mm (dik), excisiemarge >2 cm
Innervatie en functie van m. ciliare Innervatie: n. oculomotorius (III). Functie: accomodatie.
Innervatie en functie van m. sphincter pupillae Innervatie: n. oculomotorius (III). Functie: miosis.
Innervatie en functie van m. dilator pupillae Innervatie: sympathicus. Functie: mydriasis.
Locatie en functie van kegeltjes en staafjes Kegeltjes: retina (centraal, in fovea), kleur weernemen. Ezelsbruggetje: Kegeltjes, Kleur. Staafjes: retina (perifeer, niet in fovea), donker/licht weernemen
Trias van syndroom van Horner Ipsilaterale ptose (hangend bovenooglid), miose en anhidrose. Redenatie: sympathische aansturing van zowel m. dilator pupillae, m. tarsalis superior en zweetklieren.
Oorzaken van syndroom van Horner Uitval orthosympathische innervatie (pancoasttumor die sympathicus beknelt, messteek t.h.v. Th10 door sympathicus heen)
Kenmerken blefaritis (ontsteking ooglidranden) Epidemiologie 10-40%, ontsteking uitgaande van kliertjes van Meibom, veroorzaakt door staphylokok
Chalazion (gerstekorrel) vs. hordeolum Chalazion: steriele, pijnloze ontsteking Hordeolum: bacteriële (staphylokok), pijnlijke ontsteking. Ezelsbruggetje: Chalazion = Chiller, Hordeolum = Horror.
Ectropion vs. entropion Ectropion: naar buiten hangend ooglid (conjunctiva zichtbaar), kan passen bij facialisparese. Entropion: naar binnen hangend ooglid, wimpers kunnen cornea beschadigen, cave keratitis en ulcus cornea.
Definitie emmetropie Normale visus (1.0 of meer)
Definitie en kenmerken myopie Bijziendheid (verre objecten onduidelijk), meest voorkomende oorzaak asmyopie (lengte van de oogas is te lang voor de brekende media)
Definitie en kenmerken hypermetropie Verziendheid (nabije objecten onduidelijk), meest voorkomende oorzaak ashypermetropie (lengte van oogas is te kort voor de brekende media).
Definitie en kenmerken presbyopie Ouderdomsverziendheid (nabije objecten onduidelijk). Oorzaak: leeftijdsgebonden (rond 40 jaar) afname accomodatievermogen van de lens.
Definitie en kenmerken astigmatisme Cilindrische afwijking, 60% van de brildragers heeft astigmatisme.
Symptomen van acuut glaucoom Hevige pijn, lichtschuwheid, verminderd gezichtsvermogen, halo's
3 alarmsymptomen van het rode oog Pijn, visusdaling, lichtschuwheid
Oogziekten met hevige pijn en lichtschuwheid (zonder visusdaling) Iritis/iridocyclitis (afwijkende pupilreactie, miose, hypopyon)
Oogziekten met hevige pijn, lichtschuwheid en visusdaling Keratitis (fluoresceïneproef positief en corneasensibiliteit verlaagd). Acuut glaucoom (verhoogde oogdruk en halo's).
Proef van Weber Normaal: midline. Conductieve doofheid: best hoorbaar in aangedane oor. Perceptieve doofheid: best hoorbaar in goede oor.
Proef van Rinne Normaal: AC > BC in beide oren. Conductieve doofheid: BC > AC in aangedane oor, AC > BC in goede oor. Perceptieve doofheid: AC > BC in beide oren. ** AC = air conduction, BC = bone conduction.
Symptomen pseudokroep (laryngitis subglottica) Blafhoest, stridor, intrekkingen (ernstig), geen agitatie
Oorzaak pseudokroep (laryngitis subglottica) Para-influenzavirus
Beleid pseudokroep (laryngitis subglottica) Mild: expectatief. Matig-ernstig: dexamethasondrank.
Symptomen epiglottitis Hoge koorts, geen blafhoest, angstig, niet kunnen/willen drinken, kwijlen, kin naar voor en zeer ernstig
Oorzaak epiglottitis Haemophilus influenzae (S. pneumoniae, S. pyogenes)
Beloop epiglottitis (en cave...) Cave: verstikking (daarom nooit in de keel kijken!). Opname voor intubatie, antibiotica per infuus.
Symptomen bronchiolitis <2 jaar, herfst en winter, hoesten, piepen, kortademig
Oorzaak bronchiolitis Respiratoir syncytieel virus
Beloop bronchiolitis Meestal spontane genezing binnen 3-7 dagen. Zo nodig ß-sympathicomimeticum (onderscheid astma).
Symptomen pertussis (kinkhoest) Harde droge prikkelhoest, expiratoire hoeststoten, lange piepende ademhaling, taai sputum, soms braken
Oorzaak pertussis (kinkhoest) Bortedella pertussis
Beleid pertussis (kinkhoest) Azitromycine (kinderen/volwassenen). Erytromycine (zwangere, lactatie).
Kenmerken benigne paroxysmale positieduizeligheid (BPPD) Duur: sec-min. Pathofysiologie: canalolithiasis. Geen gehoorstoornis, geen tinnitus.
Kenmerken neuritis vestibularis Duur: dagen-weken. Pathofysiologie: virale infectie. Geen gehoorstoornis, geen tinnitus.
Kenmerken Ménière Duur: uren. Pathofysiologie: labyrinthine vochtophoping. Wel gehoorstoornis, wel tinnitus.
Kenmerken brughoektumor Duur: maanden. Pathofysiologie: benigne tumor (tussen hersenstam en cerebellum). Wel gehoorstoornis, wel tinnitus.
Wanneer piekt welk hormoon (tijdens menstruatiecyclus)? Estrogen/estradiol: folliculaire fase Luteinizing hormone: ovulatie (hogere piek dan FSH) Follicle stimulating hormone: ovulatie Progesteron: lutheale fase
Wanneer is FSH het hoogst? (folliculaire of luteale fase) Folliculaire fase
Wat is de functie van progesteron? In stand houden endometrium
Wat geeft het corpus luteum af? Progesteron
Welke hormonen zitten er in de combinatiepil? Oestrogeen en progesteron
Welke hormonen zitten er in de mirenaspiraal? Progesteron (lokaal)
Wat gebeurt er postmenopauzaal met oestrogeen, progesteron, FSH, LH? Hypergonadotrope hypogonadisme (hoog FSH en LH, laag progesteron en oestrogeen)
Wat lokt de menarche uit? Verandering van hypothalamus afgifte van continu naar pulsatiel (waarom dit precies gebeurt is onbekend)
Kenmerken pre-eclampsie Hoge RR + orgaanschade
Typische klacht HELLP Bandgevoel
Landmarks fundushoogte Symfyse = 12 weken Navel = 20 weken OF <24 uur postpartum. Xiphoid process = 36 weken. Na 36 weken afname van hoogte door indaling.
Bevalling inleiden >40 weken (postterm) Vliezen strippen (dit stimuleert endogene prostaglandine productie, die verweken de cervix)
Bevalling inleiden >41 weken (naderende serotiniteit) 1. Foley-katheter (bij < 3 cm ontsluiting) 2. Prostaglandinen intravaginaal 3. Oxytocine intraveneus
Definitie en risico van serotiniteit Zwangerschapsduur ≥ 42 weken, geeft verhoogd risico op perinatale sterfte
Beleid retentio placentae Manuele placentaverwijdering
Indicaties voor sectio - Á terme dwarsligging - Foetale nood - Placenta praevia & solutio placentae - Uterusruptuur bij eerdere bevalling
Definitie en voorbeelden van egosyntoon Dranggedachten. In overeenstemming met zelfbeeld/ego, bv. preoccupatie, psychose bij schizofrenie, autisme, persoonlijkheidsstoornis, angststoornis
Voorbeelden cognitieve functies Bewustzijn, aandacht, oriëntatie, geheugen, waarnemen, denken (vorm en inhoud), intellectuele functies
Voorbeelden affectieve functies Stemming, affect, somatisch affectieve kenmerken, vitale kenmerken, suïcidaliteit
Voorbeelden conatieve functies Psychomotoriek, motivatie, gedrag
Testen van concentratie Rekensom 100 - 7 -7 - 7 etc.
Testen van oriëntatie Tijd, plaats, persoon
Definitie klassiek conditioneren Nieuwe associatie tussen ongeconditioneerde stimulus en geconditioneerde stimulus (bv Pavlov = voedsel + geluid -> kwijjlen. Nadien alleen geluid -> kwijlen)
Definitie operant conditioneren Met negatieve/positieve bekrachtigers/straffen gedrag toe- of af laten nemen (geen nieuwe associatie). Positief = toedienen. Negatief = ontnemen. Bekrachting = gedrag neemt toe. Straf = gedrag neemt af.
Kenmerken erysipelas Ontsteking van huid en subcutis o.b.v. streptokokken (S. pyogenes), scherpbegrensd, verheven erytheem, koorts, behandeling met penicilline
Kenmerken cellulitis Ontsteking van de huid en subcutis o.b.v. stafylokokken (S. aureus), onscherp begrensd, niet verheven erytheem, koorts, behandeling met flucloxacilline
Verwekker en kenmerken Morbili = mazelen = eerste ziekte (exanthemateuze kinderziekten) Mazelenvirus, koplikse vlekken op wangslijmvlies (witte stippen met rode hof)
Verwekker en kenmerken Scarlatina = roodvonk = tweede ziekte (exanthemateuze kinderziekten) S. pyogenes, aardbeientong
Verwekker en kenmerken Rubella = rode hond = derde ziekte (exanthemateuze kinderziekten) Rubellavirus, begint in gelaat en daarna gegeneraliseerd
Verwekker en kenmerken erythema infectiosum = vijfde ziekte (exanthemateuze kinderziekten) Parvovirus B19, felrode wangen (slapped cheeks), kinderen 4-10 jaar, geen/milde koorts
Verwekker en kenmerken exanthema subitum = zesde ziekte (exanthemateuze kinderziekten) Humaan herpesvirus 6 en 7, hoge koorts (40 graden) voor 3 dagen gevolgd door exantheem op romp en gezicht, kinderen 6 maanden-3 jaar,
Created by: s3330877
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!
"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards