click below
click below
Normal Size Small Size show me how
Nia, h3, Oefenkaartj
| Question | Answer |
|---|---|
| bedenken | bedacht, bedachten – bedacht |
| voortkomen | kwam, kwamen voort – is voortgekomen |
| samenkomen | kwam, kwamen samen – is samengekomen |
| doorbrengen | bracht, brachten door – doorgebracht |
| meedoen | deed, deden mee – meegedaan |
| opzeggen | zei, zeiden op – opgezegd |
| langskomen | kwam, kwamen langs – is langsgekomen |
| optreden | trad, traden op – (is) opgetreden |
| zien | zag, zagen – gezien |
| overwinnen | overwon, overwonnen – overwonnen |
| thuiskomen | kwam, kwamen thuis – is thuisgekomen |
| afvragen | vroeg, vroegen af – afgevraagd |
| besluiten | besloot, besloten – besloten |
| zeggen | zei, zeiden – gezegd |
| uitschelden | schold, scholden uit – uitgescholden |
| plaatsvinden | vond, vonden plaats – plaatsgevonden |
| uitlaten | liet, lieten uit – uitgelaten |
| sluiten | sloot, sloten – gesloten |
| terechtkunnen | kon, konden terecht – terechtgekund |
| afsteken | stak, staken af – afgestoken |
| rijgen | reeg, regen – geregen |
| opkrijgen | kreeg, kregen op – opgekregen |
| vallen | viel, vielen – is gevallen |
| zwemmen | zwom, zwommen – (is) gezwommen |
| rijden | reed, reden – (is) gereden |
| uitkijken | keek, keken uit – uitgekeken |
| meegaan | ging, gingen mee – is meegegaan |
| kopen | kocht, kochten – gekocht |