Save
Upgrade to remove ads
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't Know
Remaining cards (0)
Know
0:00
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Polarisatie

Begrippen

TermDefinition
Social cognitive learning theory (Bandura) Mensen leren door observatie, interactie met hun sociale omgeving en cognitieve processen.
Integroup antagonism (“Us vs. Them”) Vijandige houding tegenover een andere groep, vaak gebaseerd op vooroordelen of groepsidentiteit.
Intergroup egalitairism (“All Humans Are Equal”) Iedereen als gelijkwaardig zien, ongeacht etniciteit, religie of achtergrond.
Parental ethnic socialization Ouders leren hun kinderen (expliciet of impliciet) waarden, normen en attitudes over etniciteit en culturele groepen.
1Cultural socialization (vorm van parental ethnic socialization) Doorgeven van cultuur, tradities en loyaliteiten.
Egalitarianism (vorm van parental ethnic socialization) Benadrukken dat alle mensen gelijk zijn, soms met waardering voor diversiteit.
Bias (vorm van parental ethnic socialization) Nadruk op ongelijkheid en discriminatie.
Mistrust (vorm van parental ethnic socialization) Wees voorzichtig tegenover andere groepen.
Reverse ethnic socialization Omgekeerd socialisatieproces, niet de ouder, maar het kind beïnvloedt de ouder over etnische en culturele diversiteit.
Constant comparison method Kwalitatieve methode waarbij data steeds met elkaar wordt vergeleken om patronen en verschillen te vinden.
Extreme case sampling Methode waarbij mensen met extreme houdingen of ervaringen worden geselecteerd.
Mediator Een variabele die verklaart hoe of waarom een onafhankelijke variabele invloed heeft op een afhankelijke variabele.
Moderator Een variabele die bepaalt wanneer of voor wie een relatie tussen twee variabelen sterker of zwakker is.
Extended Contact Indirecte vorm van contact weten dat iemand uit de in-group bevriend is met iemand uit de out-group zorgt voor positievere attitudes.
Direct Contact Persoonlijke contact en interactie met leden van de out-group.
Category Salience De mate waarin de indeling in 'wij' (in-group) en 'zij' (out-group) opvallend of is tijdens het contact.
Common In-group Identity Contactstrategie die de nadruk legt op één overkoepelende, gemeenschappelijke identiteit om subgroep verschillen te minimaliseren.
Dual Identity Approach Contactstrategie die de afzonderlijke subgroep-identiteiten en de overkoepelende identiteit benadrukt.
Perceived Out-group Norms Perceptie van in-group leden over hoe de out-group denkt over cross-etnische vriendschappen.
Perceived In-group Norms Perceptie van in-group leden over hoe de in-group denkt over cross-etnische vriendschappen.
Unconditional Mediation Hypothesis Extended contact werkt voor alle kinderen hetzelfde, omdat hun beeld van de out-group verbetert, ongeacht hun leeftijd of de mate van direct contact.
Conditional Mediation Hypothesis Het effect van extended contact (via een mediator) hangt af van een moderator, namelijk de leeftijd (sterker effect bij oudere kinderen).
Anachronistisch Iets dat niet meer past bij deze tijd.
‘Serving the State’ Instrumenteel handelen dat de staat helpt (wetten volgen, belasting betalen, stemmen, democratisch meedoen).
Nobele leugen (Plato) Een bewuste leugen die wordt verteld om de samenleving beter te laten werken en mensen zich meer te laten inzetten voor de staat.
‘Flourishing as a citizen’ Goed leven als burgers, als onderdeel van een goed menselijk bestaan (morele en persoonlijke ontwikkeling).
Patriottisme Liefde en loyaliteit voor je land (trots en offers).
Patriottisch dissentie Kritiek op je eigen land uit liefde voor dat land.
Localisme Houding waarbij mensen zich vooral verbonden voelen met hun eigen regio, stad of buurt.
Anti-liberaal communitarisme Mensen zijn geen losstaande individuen, maar worden gevormd (en hun moraliteit) door de gemeenschap waarin ze opgroeien.
Kosmopolitisch Jezelf eerst en vooral als wereldburger zien. Alle mensen zijn even belangrijk, ongeacht nationaliteit.
Wereldlijk (wordly) burgerschap Jezelf inzetten voor de staat, niet omdat het land heilig is (een van de vele), maar omdat de staat belangrijk is voor mensen, gemeenschappen en rechtvaardigheid.
Wereldburgerschap (world citizenship) Je identificeert je primair met de hele wereld of mensheid.
Conformisme Aanpassing aan bestaande normen en gedragingen zonder deze kritisch te bevragen.
Emancipative activation Burgers actief laten meedoen aan de samenleving, om de democratische positie van de burgers te versterken.
Social engineering Beleidsmatige sturing (overheid) van gedrag, houdingen en opvattingen van burgers via onderwijs.
Political and societal functionalism Burgerschap is bedoeld om de samenleving soepel te laten functioneren. Nadruk op participatie, saamhorigheid en gehoorzaamheid.
Educational functionalism Onderwijs vormt leerlingen tot burgers gewenst gedrag en vaardigheden dat de samenleving nodig heeft.
Governmentality Sturing van zelfregulering en denkpatronen van burgers door beleid en instituties (overheid).
Republicanisme Burgerschap waarin actieve participatie en het algemeen belang centraal staan.
Invisible-hand fenomeen Individueel handelen kan onbedoeld bijdragen aan het algemeen belang.
Humane houding Houding van empathie, zorg en respect voor anderen.
Integraal burgerschapsonderwijs Alle vakken en het hele onderwijs dragen bij aan het vormen van burgers, niet een apart vak.
Elementaire competenties Basiskennis, vaardigheden en houdingen die elke burger nodig heeft.
Zakelijke benadering van burgerschapsvorming Burgerschap wordt neutraal onderwezen, zonder normatieve sturing of te zeggen wat goed en fout is.
Liberale burgerschapsopvatting Nadruk op individuele vrijheid, rechten en autonomie.
Republikeinse burgerschapsopvatting Nadruk op actieve deelname en verantwoordelijkheid voor de gemeenschap.
Agonistische burgerschapsopvatting Conflicten en meningsverschillen horen bij een gezonde democratie.
Libertaire burgerschapsopvatting Burgerschap waarin non-participatie een legitieme keuze is.
Created by: user-2017602
 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!
"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards