click below
click below
Normal Size Small Size show me how
Gedragswetenschappen
| Term | Definition |
|---|---|
| Persoonlijkheid | verzameling van duurzame eigenschappen die iemand kenmerken. Die eigenschappen bepalen hoe iemand denkt, voelt en zich gedraagt. |
| temperament | typisch manier waarop mensen gaan reageren. |
| karakter | hoe iemand met bepaalde zaken omgaat. |
| motivati | geheel aan interne en externe prikkels die iemand aanzetten om in actie te schieten. |
| stress | een onevenwicht die iemand ervaart wat vaak lijdt tot een fysieke of emotionele reactie. |
| coping | strategieën die iemand heeft om om te gaan met stress. |
| emotionele stabiliteit | neuroticisme |
| altruisme | onvriendelijkheid |
| extraversie | introversie |
| consciëntieusheid | laksheid |
| openheid voor ervaring | geslotenheid |
| eerlijkheid en nederigheid | oneerlijk en arrogant |
| 3 basis behoeftes | autonomie, verbondenheid en competentie |
| amotivatie | gebrek aan motivatie of interesse, zinloos, passief gedrag, geen moeite willen doen en externe beloning helpt niet. |
| extrinsieke motivatie | externe regulatie, geïntrojecteerde regulatie, Geïdentificeerde regulatie. |
| intrinsieke motivatie | autonome motivatie, spontane interesse, geboeid door, plezier. |
| Transactioneel stressmodel van lazarus en folkman | theoretisch kader dat de interactie tussen individuen en hun omgeving bij het ervaren van stress onderzoekt. |
| beoordelingsproces | primaire beoordeling, secundaire beoordeling |
| COPINGSTRATEGIEÊN | probleemgerichte coping, emotiegerichte coping |
| evolutie in genderinzicht | 6-8 m : stemverschil tss man en vrouw 9m : gezicht Peuters : gender labeling kleuters : gender stability begin lagere school : gender constancy adoloscentie : gender rollen worden versterkt |
| persoonlijkheidsstoornis | psychische aandoening die gekenmerkt wordt door een star en duurzaam patroon van gedachten, gevoelens en gedragingen, die duidelijk afwijken binnen de cultuur. |
| oorzaken | biologisch, cognitieve factoren, socio-emotionele invloed |
| sociale psychologie | de wetenschap die bestudeert hoe de aanwezigheid van anderen de gedachten, gedrag en gevoelens beïnvloed. |
| operant gedrag | gedrag dat inwerkt op de omgeving om daar bepaalde gevolgen te veroorzaken. |
| Bekrachtigers | meer laten voorkomen van het gedrag |
| Straffen | minder laten voorkomen van het gedrag. |
| hawthonre effect | mensen zijn gemotiveerder wanneer zij het gevoel hebben gewaardeerd en geobserveerd worden/ voelen. |
| sociaal leren of modelling | verwijst naar vorm van leren die bestaat uit observeren van het gedrag van anderen om dit gedrag na te doen. |
| kans is groter of leren bij 4 factoren | affectie, macht, verhoogde emotionaliteit en gelijkenis willen vertonen. |
| macht | vermogen waarover iemand beschikt om iemands andere gedragingen en geloof of gedachten te beïnvloeden. |
| soorten macht | beloningsmacht, bestraffingsmacht, legitimiteitsmacht, referentiemacht en deskundigheidsmacht |
| doel miligram experiment | mensen makkelijk aanzetten tot leedgedrag. |
| emotionele besmetting | fenomeen waarin mensen geneigd zijn anderen hun emoties onbewust na te gaan doen. |
| comformisme | zich aanpassen aan het gedrag en of aan de reële of ingebeelde opvattingen van een groep. |
| informationeel comformisme | anderen hebben info die jij niet hebt dus ga je naar hun kijken om dit gedrag na te doen. om niet buiten de boot te vallen. |
| normatief comformisme | je gaat je gedrag aanpassen om bij de groep te horen. |
| kameleon effect | mensen passen zich aan aan elkaar en nemen bewegingen en gedragingen/gevoelens over. |
| omstanders effect of bijstanderseffect | fenomeen dat hoe meer mensen bij de situatie zijn hoe minder snel je te hulp schiet omdat je de verantwoordelijkheid in ander mans handen legt. |
| sociale catergorisering | het begrijpelijke maken van de sociale wereld door mensen op basis van enkele kenmerken te delen in categorieën. |
| stereotypering | cognitief schema dat bepaalde kenmerken bevat die we aan mensen binnen een bepaalde groep toeschrijven zonder rekening te houden met hun onderlinge verschillen. |
| vooroordelen | negatieve perceptie, vijandige gevoelens en acties die vaak discriminerend zijn. |
| discriminatie | bij het onderscheiden, het ongelijk behandelen en het achterstellen van mensen of groepen op basis van kenmerken die niet relevant zijn aan een gegeven situatie. |
| discriminatie op 2 manieren | ras/nationaliteit en fysieke aantrekkelijkheid |
| woke beweging | moedigt bewustzijn aan van sociale ongelijkheid en discriminatie. |