click below
click below
Normal Size Small Size show me how
SBMS
Medische spoedsituaties
| Question | Answer |
|---|---|
| Wanneer voldoet iemand aan de SIRS criteria? | Bij 2 of meer van de volgende afwijkingen: Temp > 38C of < 36C HF > 90/min Ademfreq > 20/min of pCO2 < 4.2kPa Leuko > 12x10^9/l of < 4x10^9/l pf > 10% staafkernigen. |
| Welke onderdelen worden bij de A (airway/ademweg) beoordeeld? En hoe? | Bedreigde ademweg en letsel van CWK. Losse elementen in mond. A vrij als patiënt praat/ normale ademhaling heeft. Zo nodig met chinlift/jawtrust en luisteren/kijken. CWK beoordelen op drukpijn en immobiliseren bij (mogelijk) trauma. |
| Welke levensbedreigende aandoeningen worden bij de B (breathing/ ademhaling) onderzocht? | Bronchusobstructie, longoedeem, (spannings)pneumothorax, oxygenatie en ventilatie. |
| Welke interventie bij spanningspneumothorax? | Naaldthoracocentese (min 16G) mid axillair, 5e ic ruimte aangedane zijde. Drain aanleggen na aanzuigen lucht. |
| Welke interventie bij hypoxie? | Streefsaturatie 94 - 98%. Zuurstof toedienen met NRM, venturimasker of neusbril. |
| Welke interventie bij anafylaxie? | 0,5mg adrenaline intramusculair. |
| Welke interventie bij longoedeem? | furosemide 80mg iv (en nitraten). Als systole > 100mm/Hg. |
| Welke levensbedreigende aandoeningen worden bij de C (circulatie) onderzocht? | Shock - hypovolemisch - distributief - cardiogeen - obstructief |
| Welke algemene interventies bij een C probleem? | 2 grote IV toegangen, bloed afnemen voor bloedbeeld, chemie, glucose, bloedgas en op indicatie kweken, kruisbloed, stolling of toxicologie. Zo nodig urineproductie bijhouden. |
| Welke interventies bij hypovolemische shock? | 500ml fysiologisch zout in 10 min, tot 2L snel toedienen. Zo nodig erythrocyten. |
| Welke interventies bij distributieve shock? | 500ml fysiologisch zout in 10 min, tot 2L snel toedienen. verder afhankelijk van oorzaak (sepsis, anafylaxie, bijnierschorsinsufficiëntie). |
| Welke interventies bij verdenking sepsis? | Bloedkweken, antibiotica (afhankelijk van verdenking origine), vasopressie bij onvoldoende effect 2L infuus. |
| Welke interventies bij verdenking bijnierschorsinsufficiëntie? | 100mg hydrocortison iv |
| Welke interventies bij cardiogene shock? | Afhankelijk van oorzaak |
| Welke interventies bij obstructieve shock? | Onderliggende oorzaak behandelen. |
| Welke interventie indien oorzaak/type shock onduidelijk is? | Fluid challenge |
| Welke levensbedreigende aandoeningen worden bij de D (dissability/neurologisch) onderzocht? | acroniem: CHIMI CVA, Hypoglykemie, Intoxicatie, Meningitis, Insulten |
| Welke algemene interventies bij een D probleem? | Bij een EMV < 8 de luchtweg vrij maken en houden en zuurstof toedienen. |
| Welke interventies bij bewustzijnsverlies door hypoglykemie? | glucose 10 gram iv langzame bolus geeft een verwachte stijging van 2mmol/l. Backup: glucagon 1mg im. |
| Welke interventies bij bewustzijnsverlies door status epilepticus? | luchtweg en zuurstof, bijbehorende medicatie: bijv midazolam 5mg iv of 10mg nasaal/im/buccaal |
| Welke interventies bij bewustzijnsverlies door opiaatintoxicatie? | Bij EMV<8 of bradypneu --> intuberen en ventileren, zo nodig naloxon. |
| Welke interventies bij bewustzijnsverlies zonder duidelijke oorzaak? | CT scan |
| Welke levensbedreigende aandoeningen worden bij de E (exposure/ blootstelling) onderzocht? | Infecties, sepsis, kritische huidafwijkingen, intoxicatie en hyper- of hypothermie. |
| Met welke informatie wordt de eerste beoordeling middels ABCDE bij voorkeur aangevuld? | AMPLE: allergie, medicatie, medische geschiedenis, laatste maaltijd en event. |
| Wat zijn mogelijke oorzaken van bewustzijnsverlies en verlies van slikfunctie? | hersentrauma, emv <8 medicatie/drugs cva hypercapnie metabool (zoals hypoglykemie) |
| Wat zijn mogelijke oorzaken van een bovenste luchtweg obstructie? | trauma oedeem (rook/chemicaliën) corpus alienum infectie (epiglottitis of abces) tumor larynxoedeem of spasmen (anafylaxie) retentie sputum of aspiratie sputum/maaginhoud |
| Welke 5 stappen horen bij benadering van een A probleem? | 1. Beoordeling (aanspreekbaarheid, kleur, ademactiviteit, obstructie? oorzaak?) 2. mond-keelholte inspectie 3. luchtweg vrijmaken (head-tilt, chin-lift of jaw thrust of tube) 4. ademhaling ondersteunen 5. definitieve behandeling (intuberen bijv) |
| Wat is het acroniem voor beoordeling of kapbeademing moeizaam zou kunnen zijn? | OBESE Obese, Beard, Elderly, sleep apnoe, edentulous |
| Wat is het acroniem voor beoordeling of intubatie moeizaam zou kunnen zijn? | LEMON Look (voor OBESE acroniem) Evalueer 3-3-2 regel Malampati score (zichtbaarheid uvula/farynxbogen) Obstructie Nekmobiliteit |
| Wat zijn de meest voorkomende oorzaken van dyspnoe? (Verdeeld over 4 groepen) | pulm: bovenste luchtwegobstr, pneumothorax, LE, pneumonie, astma/COPD, pleuravocht card: ischemie/infarcering, ritmestoornis, hartfalen/kleplijden, pericarditis metabool: metabole acidose, hyperthyreoïdie, anemie, sepsis overig: G-B, hypervent, ascites |
| Wat zijn acute, levensbedreigende oorzaken van dyspnoe? | A: luchtwegobstructie (corpus alienum, larynxoedeem) B: acuut astma/ exacerbatie COPD, spanningspneumothorax C: acuut linker ventrikelfalen, aritmie, longembolie, pericardtamponade |
| Welke interventie bij een astma exacerbatie? | Vernevelen met combinatie salbutamol (2,5mg = 0,5ml) en ipratropiumbromide (500microg = 2ml) . Bij geen effect pred 40mg iv. |
| Welke interventie bij exacerbatie COPD? | Zuurstof bij hypoxie, streef sat 88-92%. Vernevelen salbutamol/ipratopium. AB op indicatie. 40mg pred iv of oraal. |
| Wat zijn de mogelijke oorzaken van hartfalen? (gebruik acroniem) | CHAMPIT C - acuut Coronair syndroom H - Hypertensief spoedgeval A - Aritmie M - Mechanisch (klep/ruptuur/dissectie) P - Pulmonale embolie I - Infecties T - Tamponade |
| Welke interventies bij acuut hartfalen/dec cordis/astma cardiale? | 1. bij cardiogene shock inotropie (nor) en IC 2. bij resp falen zuurstof 3. behandeling obv nat/droog, warm/koud. 4. nitroglycerine indien tensie het toelaat 5. furosemide 40-80mgiv 6. ritmestoornis behandelen |
| Welke 3 peilers horen bij de behandeling van hartfalen? | - verbeteren cardiac output - optimaliseren ritme - reduceren zout en water overschot |
| Welke onderdelen horen bij de CURB-65 score? | Confusion Ureum > 7 Resp rate > 30/min Blood pressure syst < 90mmHg of diast < 60mmHg leeftijd > 65 |
| Welke interventies bij pneumonie? | Zuurstof zo nodig, AB (voorkeur amox 4dd 500mg oraal, of 4gr/24u iv) |
| Welke 10 stappen voor beoordeling ECG? | Ritme Hartfrequentie Elektrische hart-as P-top PR-interval QRS-segment V1 en V6 ST-segment T-top Bijzonderheden en conclusie |
| Wat is de sequentie voor de aftelmethode om hartritme in te schatten bij ECG? | 300-150-100-75-60-50-43-37 (per groot hokje van 0,2s ertussen) |
| 3 eigenschappen normale P-top | Max 2.5mm hoog in II en/of III. Kleiner dan 120msec breed (3 kleine hokjes). Positief in II, III en aVF, bifasisch in V1. |
| Schokbare aritmieën bij hartstilstand. | VF, VT en torsade de points |
| Niet-schokbare aritmieën bij hartstilstand. | Asystolie, PEA |
| Protocol schokbaar ritme bij reanimatie. | BLS (30:2) 2 minuten, ritme beoordelen, schok toedienen (200J) --> herhalen. Na ronde 3: adrenaline 1mg en amiodaron 300mg. Na ronde 5: adrenaline 1mg en amiodaron 150mg. adrenaline elke 4 min. |
| Protocol niet-schokbaar ritme bij reanimatie. | BLS (30:2) 2 minuten, ritme beoordelen. --> herhalen. zsm adrenaline 1mg, elke 4 min herhalen. |
| Wat zijn potentieel reversibele oorzaken tijdens reanimatie? | 4 H's en 4 T's. Hypoxie, hypo/hypertermie, hypo/hyperkaliëmie, hypovolemie. Tamponade, Tensiepneu, Toxines, Trombose (coronair of pulm) |
| Bij welke specifieke ziektebeelden moet je alert zijn op letsel van CWK? | reumatoïde artritis, spondylitis ankylopoetica, syndroom van down |
| Welke FIO2 wordt bereikt met de verschillende soorten zuurstof toediening? | neusbril - 24 - 45% venturi-masker met 12-15L - 24 - 60% non-rebreathing masker 12-15L - tot 85% |
| Welke onderdelen bestaat de E van EMV score? | Eyes: 4. spontaan openen 3. openen op aanspreken 2. openen op pijnprikkel 1. opent ogen niet |
| Welke onderdelen bestaat de M van EMV score? | Movement: 6. opdrachten 5. lokaliseert pijn 4. normale flexie bij pijnprikkel 3. abn buigen pijnprikkel 2. extensie pijnprikkel 1. geen reactie pijnprikkel |
| Welke onderdelen bestaat de V van EMV score? | Verbal: 5. georienteerd 4. conversatie, verward 3. spreekt, geen conversatie 2. kreunen 1. geen verbale uiting |
| Hoe bereken je de A-a gradiënt? | A-a gradiënt = Alveolaire zuurstofspanning(PAO2) - arteriële zuurstofspanning (paO2) = 20 - (paCO2/0,8) - PaO2 bij standaard omstandigheden van zuurstofaanbod en druk. Afhankelijk van leeftijd: (leeftijd/4 +4)/7,5 |
| Welke behandeling bij silent chest in astma? | intubatie en mechanische beademing |
| Kenmerken van type 1 en 2 respiratoir falen | Type 1: hypoxemie zonder hypercapnie --> shunt of vent-perf mismatch. Type 2: hypoxemie met hypercapnie --> verminderde alveolaire ventilatie. |
| Farmacologische behandeling van hypertensie bij aortadissectie? | betablokkers met korte halfwaardetijd (esmolol, labetalol) |
| Behandeling hypotensie bij aortadissectie? | iv vulling, vasopressie zn (nor) |
| Wat zijn graad 1-4 van shock? | 1: bloedverlies <0,75L, tachyc <100/min 2: bverlies <1,5L, tachyc >100, syst norm diast hoog. CRT verl, bleek, tachyp, onrustig 3: bverlies 1,5-2 tachyc > 120 daling bp, tachyp >30 oligurie 4: bverlies >2, tachyc >140, bp laag, klam, tachyp >35, anurie |
| Kenmerkende symptomen voor harttamponade? | Dyspnoe, tachycardie, pulsus paradoxus, verhoogde CVD, cardiomegalie op X-thorax |
| Ziektebeelden die obstructieve shock kunnen veroorzaken? | Tamponade, LE en spanningspneumothorax |
| regelmatige smal complex tachycardie van 150/min | Atriale flutter tot tegendeel bewezen is |
| welke medicatie bij couperen convulsieve activiteit bij vermoede status epilepticus? verdeel over geen iv toegang en wel iv toegang. | Geen iv: diazepam rect 10-20mg, midazolam 10mg im/nasaal wel iv: lorazepam 4mg of midazolam 5mg iv (zn herhalen na 5min) |
| orthostatische hypotensie is bij syst bp daling van minimaal .. mmHG | 20 |
| Kenmerken van hoofdpijn bij intracraniële hypertensie? | Pijn is erger bij wakker worden, neemt toe bij druk (hoesten, persen), neemt toe bij liggen, samen met dubbelzijdig papiloedeem, last van ochtendbraken. |
| Oorzaken van papiloedeem | Toename intracraniële massa of druk (tumor, hypertensie). afname veneuze afvloed (trombose). obstructieve hydrocefalus idiopathisch |
| Welke substanties binden niet met actief kool | ijzer, lithium, pesticiden, zuren en logen, oplosmiddelen. |
| Wanneer gebruik je Flumazenil | Als antidotum, alleen bij geisoleerde benzo intox met ademdepressie en persisterende hypoxie. |
| Welke onderdelen ga je bij langs als je de B beoordeelt? | Kleur, trachea, thoraxexcursies, saturatie, auscultatie, ademfrequentie. Aanwijzingen voor spanningspneumothorax, longoedeem, bronchusobstructie. |
| Welke onderdelen ga je bij langs als je de C beoordeelt? | pols, bloeddruk, cvd, acra, pulsaties, crt, abdomen. Aanwijzingen voor: 4 vormen van shock |
| Welke onderdelen ga je bij langs als je de D beoordeelt? | pupillen, nekstijfheid, glucose, emv score aanwijzingen voor CVA, insult, intox, hypoglykemie, meningitis |
| Welke onderdelen ga je bij langs als je de E beoordeelt? | huid en temperatuur |
| Welke onderdelen bestaat de SBAR overdracht? | Situatie (wie je bent, welke patient, probleem, waarom bellen + ABCDE) Background (vg + bijzondere omstandigheden) Assessment (werdiagnose + probleem) Recommendation (ik wil graag...) |
| Welke infecties kunnen voorkomen na een bezoek aan de tropen? | Dengue, malaria, hepatitis en buiktyfus. Ook chikungunya en zika |
| Kenmerken van dengue infectie? | Twee koortsende episoden met koortsvrij interval van 1-3 dagen. leukopenie, trombopenie. spierpijn en gewrichtsklachten. |
| Kenmerken malaria infectie? | koorts met een regulier interval van 48-72 uur. spierpijn en gewrichtsklachten. petechiae. Verwardheid. anemie, hemolyse, trombopenie. |
| Kenmerken zika virus? | geen leukopenie en trombopenie. Wel perifeer oedeem. En koorts, spierpijn, gewrichtsklachten. |
| Welke soorten malaria zijn er? | malaria tropica (meest ernstig) - p. falciparum malaria quartana (relatief mild) - p malariae malaria tertiana (relatief mild) - p. vivax en p. ovale |
| Kenmerken van buiktyfus en behandeling? | incubatie 10-14 dagen. oplopende koorts 1e week, daarna continue 2-3 week. obstipatie, geen diarree. bradycardie, hoofdpijn, huidafwijking. Behandeling; cipro 2dd 500mg |
| Wat is de mortaliteit bij CURB-65 score van 1 en de maximale score van 5? | 1 - 3% 5 - 57% |
| ST elevatie in V1-V6 duidt op? | Voorwandinfarct (LAD). Depressie in II, III en aVF |
| ST elevatie in II, III en aVF duidt op? | Onderwandinfarct (RCA). Depressie in v1-v4, I en aVL |
| ST elevatie in I, aVL, V5, V6 duidt op? | Lateraal infarct (Cx). Depressie in II, III en aVF. |
| Wat is de behandeling van de 4H's tijdens reanimatie? | Hypoxie: O2, auscu, bloedgas Hypovolemie: fluidchallenge of bloed hyperk: calciumgluconaat (10ml10% in 2 min) en insuline 10E iv met glucose 50% 50ml in 30min iv. hypok: 20-40mmol kcl iv in 500cc temp: <30 max 3 def, geen med. 30-35 2x interval dosis |
| Wat is de behandeling van de 4T's tijdens reanimatie? | Tensionpneu: naaldthoracocentese (5e icr voorste axilairlijn, over de rib) tamponade: pericardiocentese Toxines: afh van tox, adrenaline of natriumbic (bij verlengd qrs) of magn (bij verlengd qtc) Trombo: alteplase 0.9mg/kg iv |
| Behandeling bij verhoogd risico, verdachte anamnese of afwijkend ECG en POB klachten? | Verdenking cardiale ischemie. zuurstof met streefsat 94-98. nitroglycerine bij goede bp. ascal 300-500mg oraal of iv. |
| Klassiek beeld van ACS? | oudere man, drukkende pijn retrosternaal. Uitstraling naar armen en/of kaak. Misselijk/braken/zweten. |
| Behandeling bij verdenking ACS? | STEMI: 5000IE heparine iv, 180mg ticagerlor oraal en ntg iv. zn pijnstilling. non-stemi: aspegic 500mg iv, overleg cardio |
| Symptomen bij aortadissectie? | Acute, scheurende pijn in thorax/rug/buik. Pijn kan migreren. neurologische uitval of vrbreed mediastinum op x-thorax. BP verschil tussen beide armen. |
| Streef parameters aortadissectie? | pols <60/min. BP systolisch 100-120 |
| Presentatie van pericarditis? | acute scherpe pijn op de borst. beter bij rechtop zitten, erger bij liggen en inspiratie. Vaak na blwi. |
| Boerhaavesyndroom oorzaak, symptomen, analyse? | oesofagusruptuur door heftig braken. Boeren, braken, retrosternale + bovenbuiks pijn.tachypneu, dyspneu, cyanose, shock. X-thorax of CT geeft meer duidelijkheid. |
| Acute presentaties bij endocarditis? | acuut hartfalen (klepdefecten) verminderde longcapaciteit (LE) verminderd bewustzijn (CZS embolie) acidose (sepsis) |
| AB keuze bij verdenking endocarditis? | Eigen klep: acuut beloop of iv drugs --> fluclox + tobra. subacuut --> benzylpenicilline + tobra kunstklep: vancomycine + tobra |
| Behandeling bij PJP | cotrimoxazol en bij hypoxemie pred 2dd40mg |
| Welke soorten transfusiereacties zijn er? | Acute hemolytische - ABO-incompatibiliteit Transfusion-related acute lung injury (TRALI) door antistof in donorplasma allergische reactie (meestal geen koorts) koorts (bij erytrocyten of trombos) - besmet bloed of antistoffen tegen HLA |
| Wanneer transfusie staken? | tempstijging van >2 C |
| Beleid bij transfusiereactie? | stoppen, zak opsturen met bloed patiënt --> kruisproeven. test op hemolyse, DIC en nierfunctie, bloedkweken. hemolytisch - na-bic 1,4% 500cc in 1 uur. |
| Redenen voor verhoogde A-a gradiënt | diffusiestoornis, rechts-links shunt, toename ventilatie perfusie mismatch. |
| Welke toxidromen zijn er en welke medicatie hoort bij elke groep? | Sympathicomimetisch (cocaïne, amfetamine, salbutamol, SSRI's) Anticholinerg (anti-psychotica, TCA, anti-epeleptica, parkinsonmed, antihistaminica) Cholinerg (zenuwgassen, nicotine, muscarinerge med, alzheimer med) Sedatief (benzo, ghb, alcohol) Opioid |
| Wat zijn de symptomen van sympathicomimetisch toxidroom? | Aan: fight/flight. A/B: tachypneu C: tachycard, hypertensie D: alert, agitatie, mydriasis (wijde pupillen), convulsies E: hyperthermie, zweten |
| Wat zijn de symptomen van anticholinerg toxidroom? | Aan, droog, verward. A/B: - C: tachycardie D: verward, mydriasis niet reagerend op licht E: hyperthermie, droge rode huid, droge slijmvliezen, urineretentie |
| Wat zijn de symptomen van cholinerg toxidroom? | Nat A/b: speekselvloed, bronchospasme C; bradycardie D: Verlaagd bewustzijn, spierzwakte, miosis (kleine pupillen) E: incontinentie, tranenvloed, zweten |
| Wat zijn de symptomen van sedatief toxidroom? | A/B: bradypneu/apneu C: bradycardie, hypotensie D: Verlaagd bewustzijn E: hypothermie, verminderde peristaltiek |
| Verdenking opiaatintoxicatie, welk antidotum en dosering? | Naloxon, diagnostisch en therapeutisch. 0,4 - 2,0mg naloxon iv --> ook acute onttrekking. chronische gebruiker: 0,1-0,2mg. |
| Bij welke intoxicaties moet je opletten voor geleidingsstoornissen? | TCA's - QRS verbreding cocaïne en CO - ischemie |
| ACS door cocaïne behandelen met? | nitraten, benzo's, ascal en fentolamine |
| Behandeling breed-complex tachycardie bij TCA of cocaïne intox? | natriumbicarbonaat 1-2mmol/kg. tot verbetering qrs of ph 7,5-7,55 |
| Behandeling bij verdenking intox met calciumantagonist of betablokker? | glucagon 2-10mg iv. Daarna infusie met glucose insuline. Bij calciumantagonist ook nog calciumgluconaat 1-2gr overwegen. |
| Welke substanties hebben herhaalde geactiveerde kool nodig bij intox? Ivm enterhopeatische kringloop | kinine, theofylline, barbituraten, carbamazepine |
| Welke levensbedreigende oorzaken zijn er van palpitaties? | Bradycardie, ventriculaire tachycardie, supraventriculaire tachycardie met hemodynamische instabiliteit. |
| ECG met kort pr-interval en deltagolf kan passen bij? | re-entry tachycardie |
| ECG met brede p-top, pacs, LVH kan passen bij? | Atriumfibrilleren |
| ECG met PVC's en bundeltakblokken kan passen bij? | Ventriculaire tachycardie |
| ECG met q-golven, compleet hartblok kan passen bij? | Ventriculaire tachycardie |
| ECG met lang QT-interval kan passen bij? | polymorfe ventriculaire tachycardie |
| Interventie bij instabiele patiënt met primaire ritmestoornis? | Synchrone cardioversie |
| Interventie bij regelmatig ritme bij smal complex tachycardie met klachten? | sinus caroticus massage, valsalva of adenosine mg snelle iv bolus |
| Wat zijn tekenen van instabiliteit bij patiënt met ritmestoornis? | Shock, syncope, myocardischemie, hartfalen |
| Bradycardie algoritme ERC, welke interventie bij tekenen van instabiliteit? | atropine 0,5mg iv, bij geen respons herhalen tot max 3mg. (of isoprenaline 5microgr/min of adrenaline 2-10microgr/min) |
| Bradycardie algoritme ERC, wanneer risico op asystolie? | recente asystolie, mobitz II AVB, totale av-blok met brede QRS, ventriculaire pauze > 3s |
| Tachycardie algoritme ERC, welke interventie bij tekenen van instabiliteit? | Gesynchroneerde schok (max 3 pogingen.) + amiodaron 300mg in 10-20 min gevolgd door nog een schok. daarna: amiodaron 900mg in 24u |
| Interventie bij onregelmatig ritme bij smal complex tachycardie met klachten? | Waarschijnlijk AF/VKF beta blokker of diltiazem overweeg digoxine of amiodaron bij tekenen van hartfalen. anticoagulantia bij >48u |
| Welke 6 neurologische domeinen zijn het belangrijkst om (screenend) te onderzoeken en hoe? | 1. bewustzijn en hogere cerebrale functie (EMV) 2. hersenzenuwen (pupilreactie, oogvolg zn) 3. sensibiliteit (screenend) 4. motoriek (kracht, barré) 5. reflexen (als aanwijzingen voor afwijkingen) 6. coördinatie (top-neus of pro-supinatie, lopen) |
| Coma bij EMV score van? | 1-5-2 of lager |
| Welke interventies/behandeling bij verdenking meningitis? | na afname bloedkweken starten met amoxicilline 6dd 2gr + ceftriaxon 2gr. Dexamethason 10mg voor of bij eerste dosis AB. |
| Welke symptomen passen bij encefalitis? | koorts, hoofdpijn, braken, verminderd bewustzijn, gedragsveranderingen (incl hallucinaties), insulten/uitval/meningeale prikkeling. |
| Welke behandeling bij vermoeden HSV encefalitis? | aciclovir 3dd10mg/kg |
| CVA zonder trombolyse indicatie, bij welke tensies antihypertensiva starten? | systolisch >220mmHg of diastolisch >120mmHg |
| CVA met trombolyse indicatie, bij welke tensies antihypertensiva starten (en welke)? | systolisch > 185mmHg of diastolisch > 110mmHg labetalol 0,25-0,5mg/kg iv in 1min (max 3 bolus, 5-10min interval) daarna labetalol continue iv 1 -4mg/min |
| Wanneer is trombolyse mogelijk bij een herseninfarct/iCVA? | - binnen 4,5uur na ontstaan van de klachten en dus duidelijk moment van ontstaan symptomen. - leeftijd boven 18j - 1 of meer uitvalsverschijnselen (NIHSS) score 3 of hoger. |
| Wat zijn contraindicaties voor trombolyse? | intracraniële bloeding op beeldvorming herseninfarct in afgelopen 2 maanden intracraniële bloeding in afgelopen 3 maanden Tensie systolisch > 185 of diastolisch > 110 INR >1.7 bij vit K antagonist DOAC binnen afgelopen 4u trombo < 100 |
| Toediening/dosering van trombolyse (alteplase)? | 0,9mg/kg (max 90mg)iv 10% als bolus in 1-2 min rest als infuus over 60min |
| Behandeling bij klinisch relevante bloeding tijdens of na alteplase? | tranexaminezuur 4dd 1gr tot 36u na staken alteplase plasma 3 zakken eenmalig, of 1,5-2g |
| Streef bloeddruk bij intracerebrale bloeding? | onder de 140 systolisch |
| Welke risicofactoren bij TIA patiënten voor hoog risico op CVA binnen 7 dagen? | Age-leeftijd (>60) Bloeddruk (>140/90) Clinical function (hemiparese, spraak/taal stoornis) Duur van symptomen (>60min-2punten, of >10min-1punt) Diabetes (antidiabetische therapie) |
| Wat is de behandeling van eclampsie? | - voorkomen hypoxie en trauma: zuurstof en in left lateral tilt liggen -bij insult magnesiumsulfaat 6gram iv in 15min, daarna 2gr/uur iv pomp |
| Wat zijn de definities van syncope, wegraking en collaps? | syncope: wegraking door algehele cerebrale hypoperfusie wegraking: voorbijgaand verlies van bewustzijn collaps: val zonder evidente oorzaak |
| Wat is het verschil tussen hypertensief spoedgeval en ernstige hypertensie? | Ernstige hypertensie: bloeddruk > 180/110 zonder acute eindorgaanschade Hypertensief spoedgeval: sterk verhoogde bloeddruk, meestal >200/120 met acute schade aan hersenen, hart, nieren, grote vaten of ogen. |
| Welke interventie bij hypertensief spoedgeval? | Bij hypertensie en retinopathie of neurologische uiting - labetalol of nicardipine. cardiale schade - nitroglycerine |
| Hoe onderscheidt je perifere en centrale vertigo? | Perifeer: horizontaal of rotatoir nystagmus, vermoeibaar en neemt af bij fixatie. LOpen gespaard, geen andere neurologische afwijkingen. Centraal: nystagmus in elke richting (klassiek verticaal), moeite bij lopen en vaak andere neurologische klachten |