click below
click below
Normal Size Small Size show me how
distributiebeleid
| Question | Answer |
|---|---|
| bedrijfskolom | laat zien **hoe goederen van de oerproducent naar de uiteindelijke consument gaan** en welke schakels ze doorlopen in het productie- en distributieproces. |
| bedrijfstak | horizontale laag in de bedrijfskolom** waarin organisaties dezelfde of soortgelijke functies vervullen in het productie- of voortbrengingsproces. |
| algemene bedrijfskolom indeling | productiehuishoudingen, handelshuishoudingen, gezinshuishoudingen |
| distributiekanalen | directe kanaal: van fabrikant naar consument indirecte kanaal->lang: fabrikant- grossier- detaillist-consument en kort: fabrikant-detaillist-consument |
| directe distributie | wanneer er rechtstreeks contact bestaat tussen de fabrikant en consument/afnemer |
| voorwaarde winkelverkoop | vergelijkbaar met wat andere detaillisten verkopen concurrerende prijsstelling, goedbereikbare ligging, dmv promotie het tekort aan verkooppunten conpenseren |
| webshop | goed vindbaar, duidelijke omschrijving, prijsinformatie, leveringvoorwaarden, zoekmogelijkheden, bestelprocedures, retour en goede service, logistiek |
| wettelijke eisen | informatieplicht van de aanbieder, sturen van een bevestigingsmail, verplichte denktijd, risico's beschadigingen, privacy, terugbetaling |
| eigen winkels | directe distributie, voordeel dat men niet afhankelijk is van de medewerking van wederverkopers, kleiner assortiment |
| indirecte distributie | wanneer een producent ten minste van 1 distribuant/tussenschakel gebruik maakt |
| groothandel | verkoop en promotie, koop en assortimentsopbouw, kwantiteitsreductie, transport, opslag, financiering, risicodrager, marketinginformatie, managementservice |
| vormen groothandel | opkopers, exporteurs, importeurs, grossiers tussenpersonen in de distributiekolom |
| opkopers | kopen producten in bij producenten en verkopen ze door |
| exporteurs | verkopen producten aan buitenlandse markten |
| importeurs | halen producten uit het buitenland voor de binnenlandse markt |
| grossiers | kopen in grote hoeveelheden en verkopen door aan detaillisten of andere bedrijven |
| full service grossier | een groothandel die **alle distributiefuncties** verzorgt, zoals het overbruggen van tijd, plaats en hoeveelheid, en het aanbieden van een compleet assortiment aan klanten. |
| merchandising | omvat alle activiteiten in het verkooppunt die door een producent of groothandel worden uitgevoerd om de verkoop te stimuleren, zoals presentatie, schapindeling en promoties. |
| Detailhandel | het verkopen van producten aan de uiteindelijke consument**. Kort: merchandising = presentatie en verkoopbevordering; detailhandel = het daadwerkelijke verkopen aan consumenten. |
| ontwikkelingen detailhandel | nieuwe vormen, schaalvergroting, branchevervaging, vergaande samenwerking |
| speciale detailhandelsvormen | breedte (aantal verschillende productgroepen), hoogte(gem prijsniveau van hele assortiment), diepte (aantal varieteieten per productgroep) |
| soorten detailhandelsvormen | speciaalzaak, warenhuis, zelfbedieningswarenhuis, supermarkt, discounter |
| discounter | winkeltype, verzamelnaam voor winkels waarin de artikelen aangeboden worden tegen belagnrijk lagere prijzen dan normaal |
| integratie van de groothandel en detailhandel | samenwerkingsverbanden |
| inkoopcombinatie | vorm van commerciele samenwerking tussen in principe gelijkwaardige detaillisten uit een branche |
| vrijwillige filiaalbedrijf | organisatie van een groot aantal detaillisten die op een vrijwillige basis meer grossiers centraal inkopen |
| winkelformules | herkenbare manieren waarop winkels zich presenteren en opereren, met een vaste combinatie van assortiment, doelgroep, prijsniveau, service, winkelinrichting en uitstraling. Voorbeelden zijn: discountwinkels, speciaalzaken, warenhuizen en webwinkels. |
| franchising | een vorm van distributie waarbij een zelfstandig ondernemer een zaak mag runnen onder de naam en werkwijze van een bestaand merk, in ruil voor een vergoeding en het volgen van vaste regels. |
| wat doet de detaillist bij franchising | geeft een deel van zijn zelfstandigheid weg in ruil voor een betere concurrentiepositie |
| verticale marketingsystemen | distributiekanaal waarin de fabrikant, grossier en detaillist als 1 geheel operen, om kanaalconflicten te beheersen |
| zelf produceren | minder winstgevende artikelen werden aan anderen overgelaten |
| eigen web winkels | concurrentiewapen tegen fabirkanten met een eigen groothandelsorganisatie en minder gericht tegen de gevestigde detailhandel |
| eigen merken | naast versterken van de positie van fabrikanten door het voeren van merktartikelen, moet groothandel zich ook verdedigen door het introduceren van eigen merken |
| distributiekengetallen | zijn cijfers die laten zien hoe goed een product wordt verkocht via winkels, bijvoorbeeld hoeveel winkels het aanbieden en hoeveel klanten het daar kopen. Hiermee kun je vergelijken hoe sterk een merk of product in een markt aanwezig is. |
| markspreiding | ongewogen distributie = (aantal winkels dat merk x verkoopt) / (aantal winkels dat productgroep P verkoopt) x 100% |
| omzetaandeel | omzetaandeel = (omzet merk x) / (omzet product P bij winkels die merk x verkopen) x 100% |
| selectie-indicator | si = (gem omzet in product P van de winkels die merk x verkopen) / (gem omzet in product P van de winkels die merk P verkopen) x 100% |
| marktbereik | (omzet in product P van de winkels die merk X verkopen) / (omzet van product P) x 100% |
| marktaandeel | marktspreiding x selectie-indicator x omzetaandeel |
| fysieke distributie | gaat over alles wat nodig is om producten van de fabriek naar de klant te brengen, zoals opslag en transport. -magazijnsysteem -transportsysteem -voorraadsysteem |
| doelstelling van fysieke distributie | probeert ervoor te zorgen dat de juiste producten, in de juiste hoeveelheid, op de juiste plek en op het juiste moment beschikbaar zijn, en dat dit zo goedkoop mogelijk gebeurt. |
| doelstelling van fysieke distributie 2 componenten | financieel-economische (kosten) marketingtechnische (klantenservice) |
| systeemvisie | betekent dat je iets bekijkt als een geheel van onderdelen die met elkaar verbonden zijn en samenwerken volgens een bepaald patroon. |
| totalekostenconceptie | betekent dat je bij beslissingen niet naar één soort kosten kijkt, maar naar alle kosten samen, zodat je uiteindelijk de laagste totale kosten krijgt voor het hele proces. |
| marketingtechnische doelstelling | betekent dat een bedrijf een concreet doel stelt om zijn product beter te verkopen, bijvoorbeeld meer klanten bereiken, de naamsbekendheid vergroten of meer omzet halen. Het gaat dus om wat het bedrijf wil bereiken met zijn marketingactiviteiten. |
| out of stock | betekent dat een product tijdelijk niet beschikbaar is in de winkel of bij de leverancier omdat de voorraad op is. |
| levertijd | periode tussen bestellen en ontvangst |
| gebruiksgraad | geeft aan hoe snel een voorraad wordt opgebruikt door klantenorders |
| servicegraad | percentage van klantenbestellingen waaraan het bedrijf uit de voorraad hoopt te kunnen voldoen |
| voorraadgrootte van een product bepaald door | omzetsnelheid van het artikel, gewenste servicegraad, beschikbare magazijnruimte, financele middelen, rente |
| omzetsnelheid | 600 stuks delen door 1800 stuks per jaar-> 1800/600 = 3 12 / 3 = 4 maanden |