Save
Upgrade to remove ads
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't Know
Remaining cards (0)
Know
0:00
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

product beleid

QuestionAnswer
Een product is alles wat een merk kan aanbieden, zowel tastbare spullen als diensten of eigenschappen, waarmee in een specifieke behoefte van de klant kan worden voorzien.
totale product bestaat uit alle elementen die nodig zijn voor de behoeftebevrediging van de consument -producteigenschappen (materiele kenmerken) -productattributen (immateriele kenmerken)
Professor Leeflang onderscheidt 3 onderdelen van een product fysieke, uitgebreide en totale product
fysieke/kale product verzameling van fysieke eigenschappen-> gewicht, afmetingen, geur, snelheid, ingredienten
uitgebreide product door de fabrikant/leverancier toegevoegde eigenschappen-> garantie, verpakking, service
totale product volgens Leeflang bestaat uit het uitgebreide product, inclusief alle instrumentele (functionele) en expressieve (gevoel of uitstraling) eigenschappen, plus de extra betekenis die de consument eraan geeft. -status, duurzaamheid en image
verschil tussen fysieke en totale product fysiek is een chemisch mengsel van de creme uitgebreide product is de verpakking totale product is de hoop op een mooie huid
indeling product volgens Kolter core benefit, basic product, expected product, augmented product, potential product
core benefit (Kernbehoefte) de belangrijkste behoefte die het product voor de klant vervult. middel om die specifieke behoefte in te vullen. Een fabrikant van boormachines verkoopt bijvoorbeeld niet alleen een boormachine, maar vooral de mogelijkheid om een gaatje te boren.
basic product de vertaling van de kernbehoefte naar een concreet, tastbaar product. Als de core benefit van een hotel *rust en slaap* is, dan is het basic product bijvoorbeeld **een goed bed**.
expected product de verzameling eigenschappen en voorwaarden die klanten normaal gesproken verwachten wanneer zij het product kopen. -dit zijn de basisverwachtingen die elke koper automatisch heeft.
augmented product niet-fysieke, extra eigenschappen die bovenop het expected product komen, zoals service, betalings- en leveringsvoorwaarden of spaarprogramma’s. Dit zijn de toevoegingen waarmee een bedrijf zich kan onderscheiden van concurrenten.
potential product alle mogelijke toevoegingen en ontwikkelingen die het product in de toekomst nog kan krijgen. Het gaat om verbeteringen, innovaties en uitbreidingen die het product verder kunnen laten groeien.
indeling producten -indeling tussen verbruiks en gebruiksgoederen -indeling van Copeland
indeling tussen verbruiks en gebruiksgoederen snel opgaan of een korte levensduur hebben (max 3jaar), zoals levensmiddelen en huidverzorgingsproducten. Ze worden vaak binnen korte tijd opnieuw gekocht en vallen daarom onder de fast moving consumer goods
fast moving consumer goods consumptiegoederen die vaak worden gekocht,snel worden verbruikt en een hoge omloopsnelheid hebben. De marge per product is laag, maar door de grote hoeveelheid verkopen wordt toch veel omzet gerealiseerd. -gebruiksintensitiviteit
durables, gebruiksgoederen zijn producten die consumenten langdurig en herhaaldelijk gebruiken , meestal minstens 3 jaar . Ze hebben een langere levensduur dan verbruiksgoederen.
indeling van Copeland (soorten koopgedrag) convience goods, shopping goods, specialty goods (later unsougt goods)
criteria indeling van Copeland -de mate van overweging voorafgaand aan de aankoop -de inspanning voor de koop, zowel mentaal (denken, vergelijken) als fysiek (naar de winkel gaan, product ophalen)
convenience goods/gemaksgoederen producten waarvoor de consument weinig/geen moeite wil doen bij de aankoop. goedkope producten die vaak worden gekocht, waarbij de inspanning om te kopen niet opweegt tegen de waarde van het product.
marketing convenience goods zoveel mogelijk verkooppunten, een kort of eenvoudig distributiekanaal, zwakke merkvoorkeur (waardoor loyaliteit of spaaracties nodig zijn), verkoop via zelfbediening en nadruk op verpakking en zichtbaarheid in de winkel.
shopping goods producten waarvoor de consument moeite wil doen bij de aankoop. voorafgaande koopbeslissing, bewust gekozen tussen verschillende alternatieven. aankoop vereist zowel mentale als fysieke inspanning, en vakkundige voorlichting is belangrijk.
marketing shopping goods selectieve distributie, producten via korte distributiekanalen verkocht, met nauwe samenwerking tussen winkeliers en leverancier. Er is aandacht voor voorlichting en gezamenlijke reclame (joint advertising).
specialty goods producten met bijzondere aantrekkingskracht op bepaalde consumenten. -duidelijke voorkeur, keuze staat vast. bereid extra moeite producten met een hoge waarde, eerste keer aangeschaft -auto, hypotheek of speciale editie.
marketing specialty goods prijs kan door sterke voorkeur hoger zijn, selectieve distributie, grote samenwerking tussen fabrikant en dealer, intensieve promotie
unsought goods producten die consumenten niet actief zoeken/niet direct het bestaan kennen -kopen deze producten meestal pas als ze er echt behoefte aan hebben of als ze erop gewezen worden, zoals bijvoorbeeld een begrafenisverzekering of brandblussers.
indeling van industriele producten -verkoper komt bij de koper hoe benaderen de industriële kopers de goederen - producten die door bedrijven worden gekocht om te gebruiken in hun productieproces of voor zakelijke doeleinden, in plaats van voor persoonlijk verbruik.
productiemiddelen/kapitaalgoederen/duurzame goederen -plant (gebouwen) - equipment (installaties) goederen die bedrijven gebruiken om andere producten te maken. Ze zijn duurzaam en worden langdurig ingezet, zoals machines, gereedschappen of fabrieksapparatuur.
halfabricaten producten die worden gebruikt als onderdeel of component in een ander product, bijvoorbeeld auto-onderdelen of dakpannen.
Gereedschappen zijn kleine hulpmiddelen die worden gebruikt om het productieproces draaiende te houden. (boor, hamer, tangen)
grond-en hulpstoffen materialen die in het eindproduct worden verwerkt plastic, metalen en hout - producten die zelf niet in het eindproduct terechtkomen, maar wel nodig zijn voor de productie, bijvoorbeeld gas en elektriciteit die wordt omgezet in warmte.
diensten (ontastbaar) activiteiten die je niet kunt aanraken en die snel verbruikt zijn. Ze richten zich tijdens gebruik direct op het vervullen van een behoefte, zonder dat er iets tastbaars wordt gekocht. - vergankelijk -moeilijk te standaardiseren
Facilitaire of ondersteunende diensten zijn extra diensten die het hoofdproduct aanvullen, zoals internet- of tv-aansluitingen van Ziggo of KPN. Ze ondersteunen het reguliere aanbod en zorgen voor extra onderscheid ten opzichte van concurrenten.
Kerndiensten zijn de hoofdactiviteiten van een dienstverlenend bedrijf, zoals een bioscoop die een filmvoorstelling aanbiedt als op zichzelf staande dienst.
soorten diensten kennis-en kunde diensten, uitbestedingsdiensten, facilitaire diensten, toeleverings-en adviesdiensten
kennis-en kunde diensten notaris, installatiebedrijven, makelaars, marketingbureaus -meestal door experts geleverd. Omdat zij speciale vakinhoudelijke kennis hebben, kunnen bedrijven hun klanten goed vasthouden en hebben ze een sterke positie ten opzichte van concurrenten.
uitbestedingsdiensten deze dienst kunnen afnemers ook zelf uitvoeren, zoals schoonmaken
facilitaire diensten infrastructurele diensten waarbij veel wordt geïnvesteerd om ze te kunnen leveren. Voor de afnemers functioneren deze diensten vaak als een belangrijke voorziening, zoals bij telecombedrijven, luchtvaartmaatschappijen, internetproviders en banken.
toeleverings-en adviesdiensten accountants en uitzendbureaus, zijn volledig afhankelijk van de activiteiten van hun klanten. Hun diensten worden alleen ingezet wanneer er daadwerkelijk behoefte aan is.
dienst is vergankelijk Een dienst is vergankelijk, wat betekent dat hij snel opgaat en niet opgeslagen kan worden. Zodra de dienst is geleverd, verdwijnt hij.
dienst is moeilijk te standaardiseren omdat de uitvoering vaak afhankelijk is van de persoon die de dienst levert en van de specifieke situatie van de klant. Hierdoor kan elke levering anders zijn.
interactieve consumptie afnemers produceren mee, geven de opdracht betekent dat het gebruik van een dienst tot stand komt door directe samenwerking of contact tussen de aanbieder en de klant. Het verbruik gebeurt dus tijdens de interactie zelf.
Een servuctiesysteem is het geheel van mensen, middelen en processen dat nodig is om een dienst te leveren aan de klant. Het beschrijft hoe de dienst tot stand komt en hoe de interactie tussen aanbieder en afnemer verloopt.
productmix/productinstrumenten kwaliteit, vormgeving, assortiment, merk en merknaam, verpakking, service en garantie, klachtenbehandeling
product levens cyclus soorten de technische levensduur is de periode waarin een duurzaam product in staat is om technisch goed te functioneren. De economische levensduur is meestal korter en geeft aan hoe lang het financieel verantwoord is om het product te gebruiken.
product levens cyclus definitie grafische weergave van het verloop van de afzet van een product in de tijd
oorzaken dat producten niet altijd meegaan technologische vooruitgang: ontwikkeling van zwart-wit naar kleur tv, producten verouderen toegenomen welvaart: duurdere varianten ervan kopen
5 fasen van de PLC introductiefase, groeifase, rijpheids/volwassenheidsfase, verzadigingsfase, neergangsfase
1. introductiefase (introduction) product is net geintroduceert, omzet en groei zijn laag
2. groeifase (growth) snelle groei van omzet
3.rijpheids/volwassenheidsfase (maturity) totale markt groeit nog wel maar de groei begint af te nemen
4.verzadigingsfase (saturation) de markt is stabiel of licht dalende
5.neergangsfase (decline) product heeft zijn tijd gehad, betere alternatieven zijn ontwikkeld, omzet neemt af
assortiment de verzameling van productgroepen waaruit een klant kan kiezen om in een bepaalde of vergelijkbare behoefte te voorzien.
productgroep/artikelgroep een verzameling producten die tot dezelfde productklasse horen en dicht bij elkaar liggen in het vervullen van dezelfde of een vergelijkbare behoefte.
productvariant specifieke uitvoering van een product binnen een productgroep, waarmee een meer specifieke consumentenbehoefte wordt vervuld. Varianten kunnen verschillen in vorm, gewicht, afmetingen of kwaliteit.
soorten Productverwantschap herkomst, productie, consumptie, koop, gebruikersgroepverwantschap
herkomstverwantschap producten bij elkaar horen door hun herkomst: melk, kaas en boter in de zuivelhandel.
Productieverwantschap betekent dat producten tijdens hetzelfde productieproces ontstaan, zoals bijproducten die tegelijkertijd worden gemaakt.
consumptieverwantschap wanneer producten door hun gebruik een samenhang vertonen, hardware en software van een computerfabrikant
koopverwantschap betekent dat producten een vergelijkbare koopfrequentie hebben en dat de koper weinig behoefte heeft om ze uitgebreid te vergelijken met andere soortgelijke producten.
gebruikersgroepsverwantschap betekent dat ondernemers zich richten op een specifieke, duidelijk afgebakende doelgroep, zoals studentenhotels of winkels die gespecialiseerd zijn in bier.
assortimentsdimensies breedte, diepte, consistentie, lengte en hoogte
assortimentsdimensies breedte bepaald door aantal verschillende productklassen/productgroepen -speciaal zaak heeft een smal assortiment -warenhuis is breed
assortimentsdimensies diepte geeft aan hoeveel verschillende varianten of uitvoeringen er binnen één productgroep beschikbaar zijn, bijvoorbeeld meerdere kleuren, maten of kwaliteiten van hetzelfde product.
assortimentsdimensies consistentie geeft aan hoe **verwant de verschillende productgroepen** aan elkaar zijn, bijvoorbeeld in gebruik, productietechniek of distributie. Hoe groter de verwantschap, hoe consistenter het assortiment.
assortimentsdimensies lengte totaal aantal producten of artikelen in alle productgroepen samen weer.
assortimentsdimensies hoogte geeft de prijs- of kwaliteitsniveau’s van de producten binnen het assortiment weer, van laag tot hoog.
productontwikkeling fase exploratie: ideeen verzamelen screening: screenen van ideeen conceptontwikkeling strategieontwikkeling: marketingstrategie fysieke productontwikkeling: technische ont testfase: markt testen productintroductie: commerciele beandering
mass costomization (massamaatmarketing) een strategie waarbij een bedrijf producten of diensten op grote schaal produceert, maar tegelijk aanpast aan de specifieke wensen van individuele klanten. Het combineert de efficiëntie van massaproductie met de personalisatie van maatwerk.
mass individualization waarbij alles op maat wordt gemaakt speciaal voor de afnemer, een pak op maat maken, keuken op maat
mass costomization 4 gezichten cosmetische (buitenkant van een product aanpassen) transparante (binnenkant ") cooperatieve (binnen en buitenkant ") adatieve (product niet aanpassen, klant doet dit zelf)
co-creation/co development afnemers leveren input voor de ontwikkeling van het product, zodat het product beter aansluit bij hun wensen -influencers
co-creation/user generated content consument denkt mee over nieuwe producten of de aanpassing van bestaande producten
co-creation/user generated content 4 vormen club van experts, crowdosourcing, samenwerking tussen partijen, gemeenschap van gelijke geesten
co creation voordelen relevantie, communicatie, groter draagvlak, beter resultaat
soorten merken namen, tekeningen, logo’s of verpakkingsvormen die producten van een bedrijf onderscheiden van die van andere ondernemingen.
3 elementen onderscheiden merken merknaam/woordmerk beeldmerk: logo vormmerk: merk dat bestaat uit de specifieke vorm of uitstraling van een product of verpakking, die het onderscheidt van andere producten, zoals de unieke flesvorm van een frisdrankmerk.
trademark/handelsmerk juridisch beschermd teken, zoals een naam, logo, symbool of combinatie daarvan, dat een product of dienst van een bedrijf onderscheidt van die van anderen.
functies van een merek herkomst, onderscheid, uitstraling imago, klantbinding, garantie voor kwaliteit, wettelijke bescherming
fabrikantenmerk een merk dat wordt gebruikt en beheerd door de **producent van het product**, zodat het product herkenbaar is en zich onderscheidt van concurrerende merken.
monobranding/familie/paraplu branding alle merken die een fabrikant op de markt brengt krijgen 1 dezelfde naam
multi monobranding combi van een individueel en collectief fabrikantenmerk strategie waarbij een bedrijf meerdere merken voor hetzelfde producttype gebruikt, bijvoorbeeld verschillende merken wasmiddelen van één fabrikant.
merk en soortnamen spa is een soortnaam, iemand vraagt om spa en krijgt een ander merk
A B C merken A: 70/80% landelijke distributiespreiding, grote bekendheid, nationaal niveau, hoge constante kwaliteit B: midden C: laag en onbekend, geen reclame
distribuantenmerk een merk dat **door de verkoper of distributeur** op een product wordt gezet, in plaats van door de fabrikant. Het merk is dus eigendom van de winkelketen of retailer.
merkenbeleid de manier waarop een bedrijf zijn merk inzet en beheert om zich te onderscheiden en waarde te creëren voor klanten.
co branding twee merken versterken elkaar door samen te werken. Ze lenen elkaars bekendheid en imago, zodat beide merken er voordeel van hebben.
endorsement dat een bekend merk zijn naam gebruikt om een ander merk te ondersteunen of aan te bevelen, zodat dat merk meer vertrouwen en herkenning krijgt.
Een voorbeeld van endorsement is **Nestlé** dat zijn naam op verpakkingen van merken als **KitKat** zet. KitKat blijft een eigen merk, maar de naam Nestlé fungeert als aanbeveling en geeft extra vertrouwen.
intellectueel eigendom een verzamelnaam voor verschillende rechten die ideeën, creaties en uitvindingen beschermen. Deze rechten staan omschreven in diverse nationale en internationale wetten.
merkrecht het alleen recht op het voeren van een bepaald merk, zoals productnaam of logo
handelsnamenrecht het alleen recht op het voeren van een handelsraam of bedrijfsnaam
individueel merk Een individueel merk is een merk dat de producten of diensten van één onderneming onderscheidt van die van andere bedrijven.
collectief merk is een merk dat door meerdere bedrijven binnen een organisatie of vereniging wordt gebruikt om aan te geven dat hun producten of diensten **gemeenschappelijke kenmerken, herkomst of kwaliteit** hebben.
BOIP Benelux Office for Intellectual Property. Dit is het officiële bureau dat merken, modellen en tekeningen registreert en beschermt binnen de Benelux (België, Nederland en Luxemburg). -hierdoor merkrecht verkrijgen
EUIPO European Union Intellectual Property Office**. Dit is het bureau dat merken en modellen registreert en beschermt binnen de Europese Unie.
WIPO World Intellectual Property Organization**, de wereldorganisatie voor intellectueel eigendom. Ze coördineert internationale afspraken en bescherming van merken, patenten, auteursrechten en andere vormen van intellectueel eigendom.
rechtsmiddelen merkhouder kan zich verzetten tegen inbreuk op merkenrecht door een ander
handelsnaam de naam van een organisatie zoals ingeschreven bij de Kamer van Koophandel -geen logo's alleen namen
octrooirecht geeft de uitvinder het **alleenrecht** om zijn uitvinding te gebruiken of te verkopen. Anderen mogen de uitvinding niet zonder toestemming gebruiken, meestal voor een periode van 20 jaar.
hoe werkt het octrooi recht 1. Uitvinder aanvraag bij octrooibureau. 2. Bureau controleert of uitvinding nieuw/nuttig is. 3. Octrooi wordt toegekend: alleen uitvinder mag de uitvinding gebruiken/verkopen. 4. Anderen mogen uitvinding niet gebruiken zonder toestemming.
verpakkingen dienende taak De dienende functie van verpakking betekent dat de verpakking het product **ondersteunt en compleet maakt** voor de consument bij aankoop en gebruik.
soorten verpakkingen primaire, secundaire, transport, omverpakking
primaire verpakking noodzakelijke verpakking die bedoeld is om het product bij elkaar te houden of de kwaliteit te behouden
secundaire verpakking 2e laag, om informatie over het product te laten zien (merknaam, gebruiksaanwijzing) soms om de primaire verpakking extra te beschermen
transport verpakking nodig voor de opslag om te vervoeren, groot, stevig zoals karton
omverpakking om de gebruiksverepakking heen, zoals kartonnen koker om een fles wijs, of om 24 pakken koffie te leveren
label/etiket deel van de verpakking van een product dat bestaat uit gedrukte informatie waarin de samenstelling van het product staat
andere soorten verpakkingen gebruiksverpakking: transportverpakking, veiligheids: kinderveilige sluiting, wegwerp: 1 malig gebruik, retour: statiegeld
functies verpakking beschermen product, vermakkelijken van de handeling, verhogen gebruiksgemak, opwekken van emotional appeal, hergebruiksvoorwaarde, verhogen herkenbaarheid, verstrekken info
service Service is alles wat het gebruik van een product **gemakkelijker of aangenamer** maakt voor de klant, zoals voorlichting, bezorging, contact met de koper en manieren om zich te onderscheiden van concurrenten.
vormen service voor de aankoop, tijdens, na aankoop
garantiebeleid de manier waarop een bedrijf verzekert dat een product naar behoren werkt en wat het doet als er iets misgaat. Het legt vast hoe lang de garantie geldt, wat er wordt gedekt en hoe klanten een probleem kunnen melden of een reparatie kunnen krijgen.
klachtenbehandeling van klager tevreden klant maken, 2e kans om klant tevreden te stellen, merk/winkel trouw vergroten, bron van informatie om fouten te verkomen
Created by: user-1782315
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!
"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards