click below
click below
Normal Size Small Size show me how
KNO - alles
| Question | Answer |
|---|---|
| Inhoud vaatzenuwstreng naast larynx | - a. carotis - n. vagus - v jugularis interna |
| Het larynxskelet bestaat uit 5 kraakbenige elementen | - Thyroïd - Cricoïd - 2x Arythenoïd - Epiglottis (- Hyoïd) |
| Thyroïd bestaat uit: | - Twee laminae; ventraal + mediaal vergroeid (cornu superius + cornu inferius) |
| Bewegingen cricothyroïd gewricht: | Kantel- en schuifbeweging tov cartilago thyroidea |
| Welke spier zorgt voor kanteling cricoïdkraakbeen en wat veroorzaakt dat: | mm. cricothyroidea; stemplooiverlenging |
| Welke structuur ligt ter hoogte van C6 bij volwassenen | Onderrand cartilago cricoidea |
| Arythenoïden bewegen drie-dimensionaal. Hoe heet de voorste uitloper: | Processus vocalis |
| Welke structuren hechten aan de procesus vocalis van arythenoïd: | - Ligamentum vocale - M. vocalis |
| Hoe heet de laterale uitloper van het arythenoïd: | Processus muscularis |
| Welke structuren hechten aan de processus muscularis: | - m. cricoartyhenoideus lateralis - m. cricoartyhenoideus posterior |
| Hoe heet de caudale uitstulping van de epiglottis: | Petiolus |
| Hoe heet de verbinding tussen thyroid en epiglottis: | ligamentum thyroepiglotticum |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. thyroideus | - n. laryngeus superior - buitenvlak arcus cricoïd - caudale rand en cornu inferius thyroïd - spannen stembanden (variabele lengte) |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. cricoarytenoideus posterior | - n. recurrens - dorsale zijde lamina cricoïd - processus muscularis arythenoïd - abductie stemplooi |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. cricoarythenoideus lateralis | - n. recurrens - craniale rand lateraal arcus cricoïd - processus muscularis arythenoïd - vernauwen stemspleet (pars intermembranacea) |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. arytenoideus transversus | - n. recurrens - laterale zijde arythenoïd - het andere arythenoïd - sluiten stemspleet (pars intercartilagniea) |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. arytenoideus obliquus | - n. recurrens - processus muscularis arytenoïd - apex andere arytenoïd - sluiten stemspleet (pars intercartilagniea) |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. vocalis | - n. recurrens - dorsale vlak thyroïd (in plica vocalis) - processus vocalis arytenoïd - spannen stemplooi (invloed op vorm rand) |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. aryepiglotticus | - n. recurrens - spiervezels m. arythenoideus obliquus (in plica aryepiglottica) - laterale rand epiglottis - vernauwen ingang larynx |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie m. thyroarytenoideus | - n. recurrens - dorsale vlak thyroïd - processus muscularis en laterale arytenoïd - vernauwen stemspleet |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. thyroepiglotticus | - n. recurrens - voortzetting m. thyroarytenoideus (in plica aryepiglottica) - - vernauwen ingang larynx |
| Ventrale zijde cricoïd | arcus |
| Dorsale zijde cricoïd | lamina |
| ''cover'' plica vocalis | - epitheel - oppervlakkige laag lamina propria (ruimte van Reinke) |
| ''transition'' plica vocalis | - intermediare laag lamina propria (elastisch) - diepe laag lamina propria (collageen) |
| ''body'' plica vocalis | m. vocalis (mediale deel m. thyroarythenoideus) |
| Lengte stemplooi volwassene | - man 17-21 mm - vrouw 11-15 mm |
| Wat vormt de ligamentum vocale: | - conus elasticus; bindweefsel van binnenzijde cricoïd naar mediaal plicae vocales |
| Wat is de glottis: | - Opening tussen stemplooien |
| Plica vestibularis (valse stemplooi) bestaat uit en functie | glandulair, spier, bind en vetweefsel sfincterfunctie larynx |
| Ruimte tussen plica vocalis en plica vestibularis | ventriculus laryngis (sinus van Morgagni) |
| Sensibele innervatie supraglottisch | n. laryngeus superios |
| Sensibele innervatie subglottisch | n. recurrens |
| Vascularisatie larynx | - a. thyroidea superior (a. carotis externa) - v. thyroidea superior (v. jugularis interna) - a. thyroidea inferior (truncus thyrocervialis) |
| Lymfeafvoer supraglottisch | diepe klieren langs v. jugularis interna |
| Lymfeafvoer subglottisch | prelaryngeale en pretracheale klieren |
| Lymfeafvoer ware stemplooi | Geen lymfevaatjes |
| Epitheel in groot deel supra- en subglottisch gebied | meerrijig trilhaardragend cilinderepitheel (respiratoir) |
| Epitheel plicae vocalis, interarytenoïd en vrije rand epiglottis | meerlagig, niet verhoornend plaveiselcelepitheel |
| Welk epitheel neemt toe met de leeftijd in de larynx | plaveiselepitheel |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. digastricus - venter anterior - venter posterior | - n. mylohyoideus/n. facialis - venter posterior; incisura mastoidea/cornuminus hyoïd/mandibula - mond openen, heffen hyoïd |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. stylohyoideus | - n facialis - processus styloideus (os temporale) - laterale bovenrand os hyoïd - fixatie hyoïd en bij slikken naar dorsocraniaal |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. mylohyoideus | - n. mandibularis - mandibula - mylohyoïd/bovenrand corpus hyoïd - mondbodem en tong heffen (slikken), depressie onderkaak, heffen hyoïd |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. geniohyoideus | - n. hypoglossus - mandibula - ventraal corpus hyoïd - mondbodem en tong heffen (slikken), depressie onderkaak, heffen hyoïd |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. sternohyoideus | - ansa cervicalis - craniale rand 1e rib kraakbeen, binnenvlak manubrium - os hyoïd corpus - fixeren hyoïd, hyoïd en larynx naar caudaal trekken, ademhaling |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. sternothyroideus | - ansa cervicalis - binnenvlak kraakbeen 1e rib, binnenvlak manubrium - buitenvlak thyroïd - fixeren hyoïd, hyoïd en larynx naar caudaal trekken, ademhaling |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. thyrohyroideus | - ansa cervialis - buitenvlak thyroïd - lateraal corpus hyoïd - fixeren hyoïd, hyoïd en larynx naar caudaal trekken, ademhaling |
| Innervatie/oorsprong/aanhechting/functie - m. omohyoideus | - ansa cervicalis - venter inferior: superior scapula - venter superior: caudaal lateraal hyoïd - fixeren hyoïd, hyoïd en larynx naar caudaal trekken, ademhaling |
| Grenzen trachea | - onderrand thyroïd - hoofdcarina - Lengte volwassene 13 cm |
| Ter hoogte van welke wervel bevindt zich de carina | Th 4-5 |
| Innervatie en bloedvoorziening trachea | - n. recurrens - a. thyreoide superior |
| Afsluiting van larynx tijdens slikken op 3 niveaus | - epiglottis (plicae aryepiglottica) - plicae vestibularis - plicae vocales |
| Volume stem hangt af van: | Subglottische druk |
| Toonhoogte stem hangt af van: | Spanningsniveau stemplooien |
| Tijdens trillen van stembanden wordt energie omgezet; | aerodynamisch naar akoestisch |
| Frequentie stem | - man: 110-130 Hz - vrouw: 195-235 Hz |
| Trillingspatroon stemplooi drie dimensionaal | - openen en sluiten, ook mucosa golf doordat de ''cover'' grotere beweegelijkheid heeft |
| Vanaf waar openen en sluiten de stemplooien | vanaf onderaf |
| Bij borststem is de spanning en dikte: | spanning laag, rand dik |
| Bij falsestem is de spanning en dikte | spanning en lengte hoger, rand dunner (kleinere amplitude) |
| Oorzaak hese stem | onvolledige stemspleetsluiting |
| Oorzaak schorheid | onregelmatigheden in stemplooi |
| Inspiratoire stridor | Supraglottisch, glottisch of subglottisch obstructie |
| Bifasische stridor | Tracheale obstructie |
| Expiratoire stridor | Bronchiale obstructie |
| Meest voorkomende congenitale oorzaak stridor | Laryngomalacie |
| Afwijkende anatomie laryngomalacie | Smalle epiglottis, korte aryepiglottische plooien, overmaat slijmvlies |
| Wanneer is de stridor bij laryngomalacie erger? | inspanning, rugligging en BLWI |
| Hoe is het stemgeluid bij laryngomalactie? | Normaal |
| Wat is de behandeling bij laryngomalacie? | Behandeling niet noodzakelijk, spontane verbetering in loop van de tijd |
| Wat is de oorzaak van laryngomalacie? | Multifactoriële aanlegstoornis |
| Wat is de oorzaak van congenitale larynxverlamming? | neuropraxie n. recurrens door geboortetrauma, meestal unilateraal |
| Waarom geeft een congenitale larynxverlamming een stridor? | Larynx is relatief kleiner dan bij volwassen |
| Wat is de klinisch presentatie van congenitale larynxverlamming? | Inspiratoire stridor met zwak en hees stemgeluid |
| Wat is de behandeling bij dubbelzijdige congenitale larynxverlamming? | Intubatie |
| Wat is de behandeling van congenitale larynxverlamming? | Spontaan herstel binnen enkele wegen; tracheotomie/chirurgische lateralisatie |
| Wat zijn congenitale webben en welke meest frequent? | Abberante slijmvliesplooien; glottisch |
| Wat is de oorzaak van een congenitaal web? | Incomplete rekanalisatie van de primitieve larynx in de 7e en 8e embryonale week |
| Wat zijn de klachten bij een congenitaal web? | Afhankelijk van de grootte; inspiratoire stridor/heesheid |
| Wat is de behandeling van een congenitaal web bij heesheid? | Afwachten; succesvolle correctie op jonge leeftijd is gering |
| Wat is de lokalisatie van een laryngoschisis? | Dorsale deel larynx |
| Wat is de oorzaak van een laryngoschisis? | Niet of onvolledige scheiding van trachea/larynx en oesophagus |
| Wat zijn de symptomen bij bovenste deel en uitgebreide laryngoschisis? | Bovenste deel: zwak huilgeluid, licht verhoogde kans op verslikken Uitgebreid: respiratoire insufficiëntie na eerste voeding obv massale aspiratie |
| Wat is de oorzaak van een congenitaal subglottische stenose? | Abnormaal gevormd cricoïd |
| Wat is de klinische presentatie van een congenitale subglottische stenose? | Bifasische stridor |
| Waar komen congenitale larynxcysten het meest voor? | Supraglottisch |
| Waar gaan congenitale larynx cysten het meest van uit; is er een open verbinding met het lumen? | Morgagniventrikel; geen open verbinding, klachten door ophoping van mucus in cyste |
| Subglottische hemangiomen komen in *** van de gevallen voor icm cutane hemangiomen | 50% |
| Wat zijn de symptomen van een subglottisch hemangioom? | Bifasische stridor; toenemend bij inspanning/BLWI |
| Wat is de behandeling van een congenitaal hemangioom? | Er is spontane regressie; meestal ademobstructie dus lokale corticosteroïden of laserchirurgie |
| Door welke verwekker laryngitis subglottica? | Virus; para-influenza, influenza, respiratoir syncytieel virus |
| Welke leeftijd laryngitis subglottica? | 3 maanden - 4 jaar |
| Welke symptomen laryngitis subglottica? | Inspiratoire stridor, blafhoest en schorre stem |
| Door welke verwekker laryngotracheobronchitis? | Bacteriële superinfectie bij uitgebreidere virale luchtweginfectie |
| Welke verwekker epiglottitis? | Haempofhilus influenzae |
| Welke behandeling laryngitis subglottica? | geruststelling en bevochtigde lucht |
| Welke symptomen laryngotracheobronchitis? | bifasische stridor, blafhoest, dyspnoe |
| Welke behandeling laryngotracheobronchitis? | Antibiotica, corticosteroïden |
| Welke symptomen epiglottitis? | hoge koorts, niet slikken, kwijlen, angst |
| Welke houding epiglottitis? | Sniffing position, hals gestrekt |
| Hoe diagnose epiglottitis? | Obv kliniek en verdenking intubatie, GEEN laryngoscopie |
| Welke twee reflexen belemmeren ademweg bij gastrofaryngeale reflux? | - laryngospasme (sluiting door prikkeling sensibel n. laryngeus superior) - centrale apnoe via laryngeale chemoreflex (prikkeling afferent n. laryngeus superior en n. vagus) |
| Wat is de meest voorkomende oorzaak van stemproblemen bij kinderen; bij welk geslacht en oorzaak? | Stemplooiknobbeltjes, jongens, stemmisbruik |
| Stemplooipoliep. Welk geslacht; uni/bilateraal; hoe ziet het er uit | Mannen Unilateraal Gladde, bolvormig, rood |
| Waar in de stemplooi zitten poliepen? | Vrije rand |
| Wat zijn de oorzaken van een stemplooipoliepen? | Incidentele stemtraumata of onderliggende gelokaliseerde afwijkingen |
| Wat is reinkeoedeem? | Oedeem in oppervlakkige lagen lamina propria |
| Wat is het laryngoscopisch beeld bij reinkeoedeem? | Diffuse zwellingen, dubbelzijdig op vrije rand stemplooi |
| Wat zijn oorzaken van reinkeoedeem? | Tabaksrook, hyperfunctioneel stemgebruik, reflux |
| Wat is de behandeling bij vroeg en laat stadium reinkeoedeem? | Vroeg: stoppen met roken, dan reversibel Laat: microlaryngoscopische correctie; irreversibele schade |
| Bij wie stemplooiknobbeltjes? | Jonge vrouwen |
| Laryngoscopisch beeld stemplooiknobbeltjes | Dubbelzijdige symmetrische kleine zwellingen; dorsaal onvolledige sluiting |
| Oorzaak stemplooiknobbeltjes? | Systematische overbelasting of compensatoir bij zwakke larynx |
| Wat is de behandeling stemplooiknobbeltjes? | Logopedie |
| Wat is de recidief kans bij stemplooiknobbeltjes? | Groot; onderliggende oorzaak (zwakke larynx) niet te behandelen |