Save
Upgrade to remove ads
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't Know
Remaining cards (0)
Know
0:00
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Stack #4541838

QuestionAnswer
1.4. Hematocrietwaarde
De hematocrietwaarde geeft weer welk deel van het bloed wordt ingenomen door rode bloedcellen. Die waarde krijg je door het volume rode bloedcellen in verhouding tot het totale bloedvolume te berekenen. Voor mannen zijn de normaalwaarden 40,7% tot 50,3% e
Hoe meer rode bloedcellen je hebt, hoe meer O2 er naar de cellen vervoerd kan worden, en hoe meer ATP er via de aerobe celademhaling kan gevormd worden. Meer ATP betekent een beter uithoudingsvermogen en dus meer kans op een betere prestatie. Sportmensen
Je kunt de hematocrietwaarde een beetje verhogen door ijzerrijke voeding te eten zoals rood vlees, kip, volkoren graanproducten, groenten en fruit. Sporters zullen ook op andere manieren hun hematocrietwaarde proberen te maximaliseren, namelijk door te tr
Het is wel belangrijk dat de hematocrietwaarde niet te hoog wordt. Het bloed wordt dan stroperig en je krijgt een verhoogd risico op bloedstolsels in de bloedvaten of trombose. Die stolsels kunnen het bloedvat blokkeren of kunnen loskomen en ergens anders
Je kan de hematocrietwaarde ook op een niet-natuurlijke manier verhogen met behulp van doping. Doping omvat alle middelen en methoden die gebruikt worden om sportprestaties op een onnatuurlijke manier te verhogen. Door bijvoorbeeld het hormoon EPO in te s
Om dopinggebruik binnen de topsport tegen te gaan, worden topsporters op regelmatige basis gecontroleerd door de antidopingfederatie. Deze worden wereldwijd op dezelfde manier uitgevoerd en bestaan uit urine- en bloedcontroles.
2. Bloedgroepen
De bloedgroep van een persoon wordt bepaald door de aanwezigheid van antigenen op het membraan van rode bloedcellen: de antigenen van het ABO-systeem en het resusantigen.
2.1. Het ABO-systeem
Zoals bij alle lichaamscellen zijn dus ook op het membraan van rode bloedcellen antigenen aanwezig: de bloedantigenen. Er bestaan 2 types bloedantigenen: antigeen A en antigeen B. daardoor zijn er vier combinaties of bloedgroepen mogelijk.
In het bloedplasma zijn antilichamen aanwezig tegen het bloedantigeen dat niet op de rode bloedcellen van de persoon zit. Je hebt nooit antilichamen tegen je eigen bloedantigenen. Hierdoor zijn er dus eveneens vier mogelijkheden.
Bij bloedtransfusies wordt er bloed afgenomen van een donor en wordt dat bloed afgegeven aan een ontvanger. Je kunt zowel rode bloedcellen als bloedplaatjes of plasma krijgen. Het matchen van compatibele bloedgroepen is cruciaal voor veilige bloedtransfus
Bij transfusie met bloed van een verkeerde bloedgroep kan acute hemolyse optreden. De antistoffen van de ontvanger gaan dan de rode bloedcellen in het gedoneerde bloed afbreken. Symptomen die kunnen optreden zijn koorts, koude rillingen, pijn in de borst
2.2. Het resussysteem
Op het celmembraan van rode bloedcellen van bepaalde personen komt nog een ander type antigeen voor: het D-antigeen of de resusfactor of het resusantigeen. Komt het D-antigeen voor dan ben je resuspositief (Rh+). Komt het niet voor dan ben je resusnegatie
In het plasma van resusnegatieve personen komen normaal geen resusantilichamen (anti-D) voor tegen het D-antigeen, maar die ontstaan wel na contact met resuspositief bloed.
Aangezien in resusnegatief bloed geen antilichamen aanwezig zijn, veroorzaakt een eerste bloedtransfusie met resuspositief bloed aan een resusnegatief persoon geen agglutinatie. Het immuunsysteem treedt wel in werking en bouwt resusantilichamen (anti-D) e
Bij bloedtransfusies wordt hier ook rekening mee gehouden. Iemand met resuspositief bloed mag niet doneren aan iemand met resusnegatief bloed.
Zwangerschap
Het resussysteem kan problemen veroorzaken bij resusnegatieve vrouwen die zwanger zijn van een resuspositief kind. De resusfactor wordt erfelijk bepaald en wanneer de vader resuspositief is, is de kans groot dat het kind ook resuspositief is.
Tijdens de zwangerschap komen bloed van de moeder en van het kind niet met elkaar in contact, maar bij de geboorte gebeurt dat meestal wel. De resusnegatieve moeder vormt anti-D of resusantilichamen als gevolg van dat contact met resuspositieve rode bloed
Bij een volgende zwangerschap van een resuspositief kind zijn er echter resusantilichamen aanwezig in het bloed van de moeder. Die resusantilichamen kunnen via de placenta het bloed van het kind bereiken. Ze kunnen de rode bloedcellen van het kind verniet
Om dat te voorkomen wordt een bloedgroepbepaling van de moeder gedaan bij de zwangerschap. Aan zwangere resusnegatieve vrouwen wordt op voorhand (einde van de zwangerschap) en nogmaals na de bevalling anti-D toegediend, zodat resuspositieve rode bloedcell
Created by: user-1991799
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!
"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards