click below
click below
Normal Size Small Size show me how
H12 en 13
geschiedenis vd psychologie
| Term | Definition |
|---|---|
| Gordon Allport | persoonlijkheidspsychologie, psychologische trekken op 4 domeinen, functionele autonomie |
| Münsterberg | causaal en objectief, nomothetische methode, doelgericht en subjectief, idiografische methode, |
| causaal en objectieve psychologie | gaat over de mechanistische link tussen verschillende stimuli en respons, hiermee kan je de mens omzetten in cijfers |
| doelgericht en subjectieve psychologie | hoe men de wereld/zichzelf ervaart |
| Rational individuality (Stern) | hoe mensen zich tegenover elkaar verhouden -> ben jij meer extravert dan het gemiddelde, normaalverdeling |
| real individuality (Stern) | wat maakt je uniek, wat zijn je eigenschappen |
| nomothetische methode | Catell: factor analyse, 16 kenmerken. Eysenck: PEN-model, psychoticisme extraversie en neuroticisme. Goldberg: Big Five. |
| Murray en Morgan | Thematic Apperception Test (TAT), gestuurd worden door psychogene behoeftes |
| TAT model van Murray en Morgan | mensen moeten vertellen wat ze bij een plaatje zien, je antwoord is afhankelijk van de 27 behoeftes waardoor je gestuurd wordt: Need for achievement, affiliation, power, autonomie |
| contact hypothese (Murray en Morgan) | vooroordelen zullen verdwijnen als verschillende groepen moeten werken aan één taak |
| Peak experiences van Wertheimer | momenten waarop alles precies in elkaar valt en waarop je "aha" denkt |
| Maslow | behoefte hiërarchie, piramide van Maslow |
| Piramide van Maslow | mensen streven naar zelf actualisatie, maar je moet eerst elke trede afgaan: fysiek, zekerheid, sociale behoefte en dan erkenning |
| Rogers | Client-centered therapy |
| May | existentiële psychotherapie: mensen helpen hun betekenis te vinden in hun eigen leven |
| Seligman | Positive psychology: gezonde mensen nog beter maken |
| Stern | Real individuality, rational individuality, intelligentiequotiënt |
| Binet en Simon | Test voor het identificeren van subnormaliteit bij kinderen, capaciteiten vergelijken met die van leeftijdgenoten, meer dan 2 jaar achterlopen = speciaal onderwijs, mentale orchopedie |
| Spearman | Twee-factor theorie van intelligentie: general intelligence (g), item-specifieke skills (s). paste factor-analyse toe |
| intelligentiequotiënt van stern | mentale leeftijd : chronologische leeftijd |
| Terman en Cox | Stanford-binet iq test: iq scores werden keer 100 gedaan zodat je van vervelende getallen af was |
| Wechsler | Wechsler adult intelligence scale (WAIS). er gold een speed-accuracy trade off, je moest snel en accuraat zijn om een hoge score te behalen |
| Piaget | genetische epistemologie bij kinderen in 4 stadia, sensomotorisch (0-2), preoperationeel (2-7), concreet operationeel (7-12) en formeel operationeel (12+) |
| Flynn-effect | Je moet nu meer antwoorden goed hebben om dezelfde score te krijgen als 50 jaar geleden. |
| zone van naast ontwikkeling van vygotksy | je moet het net iets moeilijk maken dan wat het kind aankan, dan kan het groeien in kennis. |
| modes of representation van Bruner (stapjes om mensen iets aan te leren) | enactive: doen door bijv snoepjes tellen. iconic: perceptueel door snoepjes ordenen in kleur. symbolic: abstract door 4 groene + 3 gele = 7 snoepjes. |