Save
Upgrade to remove ads
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't Know
Remaining cards (0)
Know
0:00
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

ATLS

EAV

QuestionAnswer
Risico van simpele pneumothorax bij intubatie + positieve druk. Overgang naar spanningspneumothorax.
MIST / SBARR staan voor: MIST • Mechanism (and time) of injury • Injuries found and suspected • Symptoms and Signs • Treatment initiated SBARR: • Situation (incl. ABCDE) • Background • Asessment • Recommendation • Repeat
Waar staat kleine c voor voor de cABCDE? C - catastrophic bleeding.
Laryngeale fractuur, clinical signs triad: Hees, subcutaan emfyseem en een palpabel fractuur.
Noem 7 risicofactoren voor moeilijke intubatie: • Limited mouth opening • Obesity • Pediatric patients • C-spine injury • Severe arthritis of the c-spine • Significant maxillofacial or mandibular trauma • Anatomical variations (e.g., receding chin, overbite, and a short, muscular neck)
Waarvoor is de ezelsbrug LEMON en waar staat het voor? External appearance, the 3-3-2 rule, the Mallampati score, airway obstruction, and neck mobility. 3 vingers mondopening (inter-incisor distance) 3 vingers kin tot hyoid(hyoid-mental distance). 2 fingers hyoid bone tot thyroid (thyrohyoid distance).
Wanneer geen 1. Nasopharynx masker 2. Oropharynx masker 1. Niet bij potentiele cribriform plaat fractuur. 2. Niet bij kinderen.
Benoem drie types van definitieve airways Orotracheal tube, nasotracheal tube, chirurgisch.
Indicaties voor definitieve intubatie (via ABCD) A: Luchtweg niet vrij te houden → obstructiegevaar (inhalatie, fractuur, hematoom) B: Hypoxie ondanks O₂-masker of apneu C: Verlaagd bewustzijn/agressie door hypoperfusie D: GCS ≤ 8, herh. insulten, hoofdletsel met ventilatiebehoefte, aspiratierisico
Hoe weet je of je juist zit bij intubatie? Bilateraal ademgeluid, geen ronchi/bubbelen in epigastrio en CO2 detectie bij uitademing. Eventueel X-ray voor positionering.
Thoracotomie bij hematothorax overwegen als: Er meer dan 1500 ml bloed direct uit de thoraxdrain komt, of het bloeden blijft doorgaan met >200 ml per uur gedurende 2–4 uur.
Big 5 (acute problemen) of Breathing Ezelsbrug: “TOM CaT” → Tension pneumo → Open pneumo → Massive hemo → Cardiac tamponade → Tracheobronchial injury
Wat betekenen gestuwde halsvenen bij thoraxtrauma? Verhoogde intrathoracale druk → denk aan tension pneumothorax of cardiac tamponade. niet bij hypovolumie
Wat betekent tracheadeviatie bij thoraxtrauma? Drukverschil tussen longen, typisch bij tension pneumothorax (trachea wijkt weg van de aangedane zijde). laat teken.
dull percussie longen bij hematothorax of contusion
Wat is de behandeling bij een tension pneumothorax? Voer onmiddellijk een vingerthoracostomie uit (soms bilateraal) in de 4e/5e intercostale ruimte, vóór de midaxillaire lijn, binnen de grenzen van de “safe triangle”. Daarna een open thoraxdrain inbrengen.
Wat is de eerste behandeling bij een open pneumothorax (“sucking chest wound”)? Dek de wond direct af met een occlusief verband of chest seal (3-zijdig afsluitend om lucht te laten ontsnappen). Daarna een thoraxdrain plaatsen om de long te ontplooien.
Hoe herken en behandel je een massieve hemothorax? 1500 ml bloed bij drainage of >200 ml/uur voor 2–4 uur. Plaats een thoraxdrain (4e/5e ICS binnen safe triangle). Zorg voor 2 grote infusen, O-negatief bloed en chirurgisch team. Bij aanhoudend bloedverlies → thoracotomie.
Wat zijn de klassieke tekenen van een traumatische tamponade en wat doe je? Triade: hypotensie, gestuwde halsvenen, gedempte harttonen. Ontstaat door bloed in het pericard → obstructieve shock. Behandeling: onmiddellijke thoracotomie of pericardiocentese.
Hoe herken en behandel je een tracheobronchiale verwonding? luchtlekkage, subcutaan emfyseem of collaps van een long ondanks drain. Direct chirurg raadplegen en definitieve luchtweg veiligstellen (moeilijke intubatie!). Gebruik eventueel fiberoptische of selectieve intubatie van de intacte bronchus.
vak kuil betablokkers Vertekenend lage HF
De “lethale triade”: Acidose (door slechte perfusie) Hypothermie Coagulopathie
Hoe herken en behandel je cardiogene shock? Diagnose via monitoring, ECG, troponine. Cardioloog direct inschakelen. 💡 Let op: een hartinfarct of aritmie kan de oorzaak van het trauma zijn!
Wat is de behandeling bij obstructieve shock? Behandel de oorzaak! Tension pneumothorax → needle/finger thoracostomie + drain. Cardiac tamponade → spoed-thoracotomie. 💡 Kern: mechanische obstructie van hart of long.
Wat zijn oorzaken en behandeling van distributieve shock? Neurogeen: na hoog ruggenmergletsel → bradycardie + hypotensie. Behandel met vloeistof, vasopressoren, atropine. Anafylactisch: na medicatie beh: adrenaline + vocht. Septisch: zeldzaam bij acuut trauma. Kern: vaatverwijding → relatieve volumetekort.
Wat is de behandeling van hypovolemische shock bij trauma? Denk vroeg aan bloedproducten (RBC, plasma, trombo’s). Geef 1 g tranexaminezuur IV. Behandel oorzaak van bloedverlies. 💡 Kern: volumeverlies → aanvullen bloed, niet alleen NaCl.
A. Algemene tekenen SHOCK Hypotensie (syst < 90 mmHg, of >40 mmHg daling t.o.v. normaal) Tachycardie (>100/min, behalve bij neurogeen of laat stadium) Vertraagde crt Koude, klamme huid (vasoconstrictie) urineproductie (<0,5 ml/kg/u) Verwardheid, agitatie, lage emv Tachypneu
Klasse hemorragische shock -Bloedverlies % -BD / Pols - Mentale status - Urine (ml/u) - Behandeling Class I: <15% verlies, vitale functies normaal. Class II: 15–30%, tachycardie, vernauwde polsdruk, urine 20–30 ml/u. Class III: 30–40%, lage BD, snelle HF en AF, verward, urine <20 ml/u. Class IV: >40%, lage BD, koude bleke huid, lage emv, geen urine.
Waarom moet je bij een beademde patiënt met hoofdtrauma hypercapnie vermijden? Wat doe je bij lichte hypercapnie? Hypercapnie → vasodilatatie → ↑ intracraniële druk → hersenoedeem. Hypocapnie → vasoconstrictie → ↓ cerebrale doorbloeding → ischemie. Dus bij lichte hypercapnie: verhoog het minuutvolume (ventilatie) en hercontroleer bloedgas na 30–60 min.
EMV (Glasgow Coma Scale) E: 4 spontaan – 3 aanspreken – 2 pijn – 1 geen M: 6 opdracht – 5 lokaliseert – 4 terugtrekt – 3 buigt – 2 strekt – 1 geen V: 5 georiënteerd – 4 verward – 3 woorden – 2 geluid – 1 geen
Disability (D) – primaire beoordeling Hoofdletsel extern Pupillen: lichtreactie Lateralisatie GCS-score
Wat moet je doen vóór intubatie bij een trauma­patiënt? Snelle neurologische check: GCS Pupillen Lateralisatie Na intubatie kan dit niet meer betrouwbaar door de medicatie (etomidaat/suxamethonium).
Cushing-reflex (teken van verhoogde ICP) Triade: ↑ Bloeddruk (hypertensie) ↓ Hartslag (bradycardie) ↓ / onregelmatige ademhaling
betekenis AMPLE A Allergies M Medicine P Past L Last meal E Event
Canadian CT Head Rule - Highrisk criterea voor neurointerventie Voor neurochirurgische interventie GCS <15 na 2 uur Open/depressieve schedelfractuur vermoed Tekenen van basale schedelfractuur (CSF, Battle, wasberenogen) ≥2× braken Leeftijd ≥65 jaar
Canadian CT Head Rule - Medium risk criterea CT Hoofd – Medium risk → Voor hersenletsel op CT Amnesie ≥30 min vóór impact Gevaarlijk mechanisme: • Voetganger aangereden • Uit auto geslingerd • Val >3 ft / >5 treden
Canadian CT Head Rule niet toepasbaar bij: Geen trauma GCS <13 Leeftijd <16 j Coumarines / stollingsstoornis Open schedelfractuur duidelijk zichtbaar
Waneer, hoe en waar op letten bij vloeistofresuscitatie bij brandwonden – Parkland-formule. Bereken vocht met Parkland-formule (2–4 ml × kg × % BSA). Geef helft in 8 uur, rest in 16 uur. Let op overvulling en hyponatriëmie. Volwassenen bij ≥15% verbrand lichaamsoppervlak (BSA) Kinderen bij ≥10% BSA
The best assessment of fluid resuscitation of the adult burn patient is: Urinary output of 0.5 ml/kg/hr.
mechanisme achter neurogene shock Verlies van sympathische tonus → vasodilatatie bloed zakt weg naar benen → lage bd bradycardie → door onafgeremde parasympathische invloed (nervus vagus overheerst). Cardiac output daalt → weefsels krijgen minder zuurstof → shocktoestand.
Wat bepaalt de cardiac output (CO)? CO = hartfrequentie × slagvolume (SV). SV hangt af van preload, contractiliteit en afterload.
Wat is preload en wat beïnvloedt het? Preload = veneuze terugvloed; bepaald door veneuze druk, volume en capacitantie. Minder bloed → minder preload.
werking Catecholamines bij bloedverlies Vrijzetting van adrenaline/noradrenaline → ↑ hartslag, vasoconstrictie (huid, spieren, darmen) → bloed naar vitale organen. → Diastolische BD ↑, polsdruk ↓, maar perfusie verbetert nauwelijks (tijdelijke compensatie).
Wat gebeurt er op celniveau bij aanhoudende shock? Anaerobe stofwisseling → lactaat ↑ → metabole acidose → orgaanfalen.
Wat zijn vroege tekenen van circulatoire shock bij trauma? Tachycardie en koude, bleke huid door vasoconstrictie. Shock tot tegendeel bewezen.
Waarom is systolische bloeddruk alleen geen betrouwbare indicator van shock? en waar kijk je wel naar? Compensatie houdt BD vaak normaal tot >30% bloedverlies. Kijk naar pols, RR, huid en polsdruk.
Wat zijn normale hartslaggrenzen voor tachycardie per leeftijd? Baby, peuter, kind, volwassene en oudere. >160 (baby), >140 (peuter), >120 (kind), >100 (volwassene). Ouderen/bètablokkers tonen soms geen tachycardie.
Welke labwaarden helpen bij het vaststellen of volgen van shock? Lactaat en base deficit. Hematocriet kan initieel nog normaal zijn. Hb eventueel laag ivm pre ex. anemie.
Welke vormen vallen onder non-hemorrhagische shock en hoe reageren ze op vocht? Cardiogene shock, tamponade, tension pneumothorax, neurogene en septische shock. Zonder bloedverlies, maar kunnen allen tijdelijk verbeteren op vochtresuscitatie.
Wat zijn oorzaken en diagnostische aandachtspunten bij cardiogene shock door trauma? Myocardcontusie, tamponade, lucht-embolie of myocardinfarct. Denk eraan bij thoraxtrauma met deceleratie. Altijd continue ECG-monitoring.
Wat zijn tekenen, diagnostiek en behandeling van cardiale tamponade bij trauma? Tachycardie, hypotensie, gestuwde halsvenen, gedempte harttonen. Diagnose met FAST (pericardvocht). Behandeling: spoed-operatie; pericardiocentese = tijdelijk.
Wat is het mechanisme en de klassieke presentatie van neurogene shock? Verlies van sympathische tonus (hoog ruggenmergletsel C–T6) → hypotensie zonder tachycardie of vasoconstrictie. Eerst hypovolemie uitsluiten; geen herstel = neurogeen.
Wat is de definitie van hemorragie? Acuut verlies van circulerend bloedvolume; bij volwassenen ~7% van lichaamsgewicht, bij kinderen 8–9% (70–80 ml/kg).
Hoe bereken je het bloedvolume bij obese patiënten? en wat is de valkuil? Gebruik het ideale lichaamsgewicht, anders wordt het bloedvolume overschat.
Waarom maagdecompressie bij trauma? Maagdilatatie kan hypotensie en bradycardie veroorzaken (vagusprikkel) en verhoogt aspiratierisico.
Waarom urinekatheter bij shock? en wanneer niet? Urineproductie = maat voor nierperfusie en detectie van hematurie. Contra-indicatie: bloed aan meatus of perineaal hematoom → eerst radiologisch urethra checken.
Wat is de beste manier om snelle vloeistoftoegang te krijgen bij trauma? Twee grote, korte perifere lijnen (≥18G) in arm/elleboog. Indien niet mogelijk → intraossaal of centraal.
Wat is de initiële vochttoediening bij shock? Verwarmde isotone vloeistof: 1 L bij volwassene, 20 ml/kg bij kind <40 kg. Observeer respons en pas aan.
Hoe herken je de drie reacties op initiële vochtresuscitatie bij shock? Rapid: vitale functies normaal, <15% bloedverlies, lage bloedbehoefte. Transient: tijdelijk beter, erna slechter; 15–40% verlies; matig–hoog bloedverbruik, vaak OK. No response: blijft instabiel; >40% verlies; directe bloedtransfusie & chirurgie nodig.
Welk type plasma geef je als uncrossmatched nodig is? AB-plasma (universeel, bevat geen anti-A of anti-B antistoffen).
Welke stappen neem je als shock niet reageert op vloeistof? Controleer op verborgen bloedverlies (“floor and four more”: thorax, abdomen, bekken/retroperitoneum, ledematen) → Start bloedtransfusie en roep chirurg in voor definitieve hemostase.
Wat betekent minimale of geen respons op vocht en bloed? 40% bloedverlies (Class IV). Direct chirurgisch of angiografisch ingrijpen nodig.
Wat moet je uitsluiten bij non-responders op vochttherapie? Cardiogeen of obstructief probleem: Blunt cardiac injury Cardiac tamponade Tension pneumothorax → Diagnostiek met cardiale echo (FAST/ultrasound).
Wat is de meest gevoelige indicator voor voldoende resuscitatie bij shock? Urineproductie — ≥0,5 mL/kg/u bij volwassenen, 1 mL/kg/u bij kinderen, 2 mL/kg/u bij <1 jaar = goede renale perfusie.
Wanneer is sprake van een massive transfusion (MTP)? >10 eenheden pRBC in 24u of >4 eenheden in 1u.
Wat is damage-control/balanced resuscitation? Vroege toediening van RBC, plasma en trombocyten in verhouding 1:1:1 om coagulopathie en hypothermie te beperken.
Welke testen gebruik je om stolling te beoordelen? PT, aPTT, trombocyten, fibrinogeen; plus TEG/ROTEM om tekort specifiek te bepalen.
Waarom (en wanneer) calcium toedienen bij transfusie? Citraat in bloed bindt Ca²⁺ → kan hypocalciëmie geven (↓contractiliteit, stolling, aritmie). Routinematig geven riskant → kans op vasoconstrictie, ritmestoornis en weefselschade.
Waarom betekent een hogere bloeddruk niet altijd herstel van shock? Volgens Ohm’s wet: BP = CO × weerstand. Bijvoorbeeld; vasopressoren ↑weerstand, maar zonder ↑CO geen betere weefselperfusie of oxygenatie.
: Waarom is shock moeilijk te herkennen bij atleten? Door hoge cardiale reserve en laag rustpols kunnen vitale waarden lang normaal blijven ondanks groot bloedverlies.
Welke medicijnen beïnvloeden de shockreactie? β-blokkers en Ca²⁺-blokkers: maskeren tachycardie of verlagen CO Diuretica: hypovolemie/hypokaliëmie NSAID’s: meer bloedverlies door stollingprob. Insuline: hypoglykemie
Hoe herken je tracheobronchiale ruptuur bij trauma? en welke stappen onderneem je? Tekenen: hemoptoë, subcutaan emfyseem, grote luchtlekkage uit drain, niet-expanderende long. Diagnose: bronchoscoop. Behandeling: gevorderde intubatie (langs ruptuur of 1-longventilatie) + spoedchirurgie.
Waar moet je aan denken bij groot luchtlek na plaatsing thoraxdrain? Tracheobronchiale ruptuur.
Wat is een posterieure sternoclaviculaire dislocatie, hoe herken je het, en wat moet je doen bij luchtwegobstructie? verplaatst de clavicula achter borstbeen en kan trachea, grote vaten of oesofagus comprimeren → luchtwegobs, stridor, dyspneu, veneuze stuwing. Behandeling: schouders naar achteren trekken of towel clamp clavicula naar voren; patiënt in supine houden.
Welke drie fysiologische stoornissen verklaren de dood bij onbehandeld thoraxtrauma? Hypoxie → anaeroob metabolisme → lactaat↑, metabole acidose. Hypercarbie (CO₂-retentie) → respiratoire acidose. Acidose → myocardfunctie ↓ → shock verergert.
Indicaties voor spoedthoracotomie bij hematothorax ≥1500 mL bloed direct bij inbrengen drain >200 mL/uur bloedverlies gedurende 2–4 uur Aanhoudende transfusiebehoefte
Cardiac Tamponade presentatie triade (Becks) Hypotensie Gestuwde halsvenen Gedempte harttonen In de praktijk: Harttonen moeilijk hoorbaar Halsvenen plat bij hypovolemie. Kussmaul’s sign: veneuze druk stijgt tijdens inspiratie (zelden) PEA is vaak eerste teken van tamponade bij trauma.
Wat zijn de belangrijkste oorzaken van PEA bij trauma? Denk aan de H’s en T’s: Hypovolemie Hypoxie Hydrogen ion (acidose) Hypo-/hyperkaliëmie Hypoglykemie Hypothermie Toxines Tamponade cardial. Tension pneumothorax Thrombose (coronair of longembolie)
Wat zijn de drie meest voorkomende oorzaken van PEA bij trauma? (pulseless Electrical Activity) Cardiale tamponade, tension pneumothorax, en massief bloedverlies (hypovolemie).
Waarom heeft standaard reanimatie vaak weinig effect bij traumatische PEA? Omdat de oorzaak meestal mechanisch of volumetrisch is (tamponade, spanning, bloedverlies), niet primair cardiaal — de oplossing is dus mechanische decompressie of chirurgische interventie, niet alleen CPR.
Wat is traumatische circulatiestilstand (TCA)? Elke trauma­patiënt die: bewusteloos is, geen voelbare pols heeft → ongeacht of het ECG asystolie, PEA of VF laat zien.
Wat zijn de eerste stappen bij TCA? Start CPR + ABC tegelijk Airway: intubatie zonder RSI Breathing: 100% O₂ + beademing Circulation: bilaterale finger/tube thoracostomie, grote IV/IO, snelle vloeistofresuscitatie, adrenaline 1 mg IV, behandel VF volgens ACLS.
Wat doe je bij TCA zonder ROSC na decompressie en reanimatie? Resuscitatieve thoracotomie door getrainde chirurg. Overweeg pericardiocentesis als tijdelijke maatregel bij vermoede tamponade.
Wat is de Cushing-reflex en wat betekent die? Triade: hypertensie + bradycardie + onregelmatige ademhaling → teken van verhoogde ICP door herseninklemming.
Wat is de nieuwe aanbevolen plaats voor decompressie? 5e intercostale ruimte, iets anterieur van midaxillaire lijn. 2e intercostale ruimte midclaviculair mag nog, maar faalt vaker door dik thoraxweefsel.
Wat is het meest betrouwbare teken van een tracheobronchiale ruptuur na trauma? Persisterende luchtlekkage ondanks goed geplaatste thoraxdrain + niet-expanderende long.
Wat is de gevaarlijkste complicatie van flail chest? Longcontusie → progressieve hypoxie in uren na trauma. Behandel met zuurstof, analgesie, en zo nodig intubatie bij PaO₂ < 60 of SaO₂ < 90%.
Wanneer geef je Tranexaminezuur (TXA) bij trauma? Binnen 3 uur na letsel bij ernstig bloedverlies of MTP. 1 g IV in 10 min, gevolgd door 1 g over 8 uur.
Wanneer geef je calcium bij transfusie? Alleen bij gemeten laag ionized Ca²⁺ → citraat in bloed bindt Ca²⁺ → hypocalciëmie → ↓ contractiliteit, aritmie.
Wat is het verschil tussen PEA en TCA? PEA: elektrisch ritme, geen pols — circulatie kan soms hersteld worden. TCA: geen effectieve circulatie bij trauma (asystolie, PEA, VF) → behandel direct ABC + decompressie + thoracotomie.
Waarom zijn ribfracturen bij ouderen gevaarlijker? Door minder respiratoire reserve → snel respiratoire insufficiëntie, pneumonie, hogere mortaliteit.
Wat zijn radiologische tekenen van een aortascheur? Verbreding mediastinum Vervaging aortaknobbel of afwezig aortaboogcontour Afwijking trachea Afvlakking of verdwijning linker bronchus-hoek Linker hemothorax Depressie linker hoofdbronchus Fracturen van1/2e rib, of clavicula/scapula
Wat kan eFAST aantonen bij trauma? FAST vier “pockets”: Morrison’s pouch (RUQ) Splenorenale ruimte (LUQ) Bekken (Douglas) Pericardium eFAST = FAST + pleuraholtes detecteert ook pneumothorax. Positieve FAST bij instabiele patiënt = direct laparotomie (OK).
Wat is de gevaarlijkste complicatie van een flail chest bij thoraxtrauma? Pulmonale contusie → progressieve hypoxie door alveolair oedeem. Behandeling: zuurstof, pijnstilling (liefst regionaal), EVT intubatie/ventilatie bij PaO₂ < 60 mmHg of SaO₂ < 90%. Overvloedige vochttoediening verergert contusie
Wat zijn radiologische tekenen van een traumatische aortascheur? Wijd mediastinum trachea naar rechts Obliteratie van aortaknob / aortapulmonale venster Apicale cap Eerste/tweede rib- of scapulafracturen Depressie linker hoofdbronchus / elevatie rechter Bij twijfel altijd CT-thorax met contrast uitvoeren.
Wat zijn de 5 P’s van Rapid Sequence Induction (RSI) Preparation, Preoxygenation, Pretreatment, Paralysis with induction, Placement with proof
Hoe controleer je juiste tube-plaatsing? CO₂-detectie bij uitademing
Life-threatening injuries bij B (TOMCAT) Tension pneumo, Open pneumo, Massive hemo, Cardiac tamponade, Airway trauma, Tracheobronchial injury
Wat is verschil tussen hypoxie en hypoventilatie? Hypoxie = ↓O₂, hypoventilatie = ↑CO₂
Wat betekent asymmetrische thoraxexcursie bij trauma? Pneumothorax (lucht in pleuraholte → samengevallen long) Hemothorax (bloed in pleuraholte → beperkte expansie) Flail chest (bewegend segment door meerdere ribfracturen) Mainstem bronchus intubatie (tube te diep, ventileert één long.
Hoe wordt de buik anatomisch verdeeld en wat is de betekenis voor diagnostiek? Peritoneaal: maag, darmen, lever, milt Retroperitoneaal: aorta, nieren, pancreas, duodenum Bekken: blaas, rectum, vasculair netwerk Alleen peritoneale bloedingen zijn goed zichtbaar op FAST. Retroperitoneale bloedingen worden vaak gemist zonder CT.
Wanneer en hoe gebruik je diagnostische peritoneale lavage (DPL)? Gebruik alleen als FAST of CT niet beschikbaar of onduidelijk. Positieve test (= aanwijzing voor intra-abdominale bloeding → laparotomie) → ≥10 mL bloed bij directe aspiratie, of → >100.000 rode bloedcellen per mm³ (uit de opgezogen vloeistof).
Wat zijn tekenen van een verborgen abdominale bloeding? Hypotensie zonder externe bloeding, bleek, tachycard, eventueel lichte buikdrukpijn maar geen peritoneale prikkeling. Denk aan milt, lever of bekken.
Wat is de belangrijkste valkuil bij abdominale evaluatie? Negatieve FAST sluit letsel niet uit (mist retroperitoneum/holle viscus). Herhaal onderzoek en monitor klinisch verloop.
Wat is de voorkeursdiagnostiek bij stabiele patiënt met buiktrauma? CT abdomen met contrast (toont retroperitoneum, solid organs). Niet uitvoeren als transport/transfer hierdoor vertraagd wordt.
Wat zijn typische letsels door autogordel (“seat-belt sign”)? Mesenterium-scheur, darmruptuur (bucket-handle), pancreas- of duodenumletsel, kans op wervelfractuur (Chance-fractuur).
Wat is beleid bij penetrerend abdominaal trauma? Instabiel, peritonitis of evisceratie → direct OK. Stabiel: gericht onderzoek (CT, DPL of diagnostische laparoscopy) afhankelijk van locatie en klachten.
Wanneer kies je voor een orogastrische in plaats van nasogastrische sonde? Bij vermoeden van midface- of basale schedelfractuur → NGS kan intracranieel terechtkomen, dus via mond inbrengen.
Waarom kunnen retroperitoneale letsels moeilijk te herkennen zijn? Diep gelegen, weinig peritoneale prikkeling, FAST/DPL missen het vaak. Alleen goed zichtbaar op CT. Denk aan pancreas, nieren, duodenum, colon asc/desc.
Wat is beleid bij gluteale penetratie? Tot 50 % kans op intra-abdominale of rectale verwonding → altijd inspectie, rectaal/vaginaal onderzoek en passende beeldvorming.
Wat zijn de belangrijkste oorzaken van gemiste abdominale letsels? Onvoldoende heronderzoek, overschatten van negatieve FAST, alcohol/intoxicatie of neurologische beperking, verkeerde interpretatie van mechanisme.
Wanneer gebruik je DPL en wat zijn criteria voor laparotomie? Bij instabiele blunt trauma’s of als FAST/CT ontbreken. ≥10 mL bloed, darminhoud of gal bij aspiratie → laparotomie. Bij bekkenfractuur of zwangerschap: supra-umbilicaal insteken.
Wanneer is een röntgenfoto wél nuttig bij abdominaal trauma? CXR bij multisysteemblunt, upright bij vermoeden vrije lucht, bekkenfoto bij pijn of hypotensie. Geen screening-X-ray bij instabiele penetratie.
Welke contraststudies gebruik je bij vermoede urologische letsels? Urethrogram vóór katheter (meatusbloed), CT-cystogram bij blaasruptuur, CT-urogram/IVP bij nier- of ureterletsel.
Wat duidt op duodenum- of pancreasletsel na blunt trauma? Retroperitoneale lucht, verhoogd amylase, bloedig maagsap. Diagnose via CT of laparotomie; herhaal CT bij twijfel.
Wanneer is onmiddellijke laparotomie vereist bij penetrerend abdominaal trauma? Bij hemodynamische instabiliteit, duidelijke peritoneale prikkeling, evisceratie of een kogel met transperitoneaal traject.
Wat is het verschil tussen messteek en schotwond in beleid? Schotwonden → vrijwel altijd laparotomie. Messteken → bij stabiele patiënt zonder peritoneale tekenen mogelijk observatie met seriële onderzoeken en beeldvorming.
Wat toont een CT-scan met dubbel of drievoudig contrast? Laat darm en retroperitoneale structuren zien. Dubbel = oraal + intraveneus contrast. Drievoudig = oraal + rectaal + intraveneus contrast.
Wat is de grootste beperking van diagnostische peritoneale lavage (DPL)? Detecteert retroperitoneale darmletsels niet goed.
Wat is belangrijk bij flank- en rugwonden? Veel zijn niet-penetrerend. Stabiele patiënten → observatie, FAST, CT met contrast. Na 24 uur altijd follow-up wegens kans op late colonletsels.
Wanneer is onmiddellijke laparotomie vereist bij abdominaal trauma? Shock met positieve FAST Hypotensie bij penetratie van de voorste fascie Transperitoneale schotwond Evisceratie Bloed maag, rectum, urinewegen Peritonitis Vrij lucht / diafragmaruptuur CT + GI-ruptuur, blaasruptuur, nierletsel, ernstig orgaanletsel
Wat is het algemene beleid bij evisceratie of peritonitis bij buik trauma? Direct laparotomie, ongeacht stabiele vitale parameters.
Wat kenmerkt een “open book”-fractuur (AP compressie)? Externe rotatie van hemipelvis → symfyse opent → scheuren van ligamenten en vaten → groot bekkenvolume → massale bloeding.
Wat kenmerkt een laterale compressiefractuur? (bekken) Interne rotatie → kleiner bekkenvolume, minder dodelijk; kan wel blaas- of urethraletsel geven; ouderen kunnen fors bloeden.
Wat is typisch voor een vertical shear-fractuur? (bekken) Verticale kracht (val van hoogte) → hemipelvis schuift omhoog → massale bloeding door scheuren van ligamenten en iliacavaten.
Wat zijn opties voor definitieve of aanvullende bloedingscontrole bij bekkenfracturen? Angiografische embolisatie (arterieel) of preperitoneale packing (veneus); vaak gecombineerd.
Wat zijn de 5 P’s van een compartimentsyndroom? Pain (out of proportion), Pallor, Paresthesia, Paralysis, Pulselessness (laat). → Spoed fasciotomie.
Hoe behandel je een open fractuur acuut? Spoel met NaCl, dek steriel vochtig af, geef IV antibiotica + tetanusprofylaxe, stabiliseer, chirurgisch overleg (debridement <6u).
Hoe ga je om met een geamputeerd ledemaat? Wikkel in steriel gaas, doe in plastic zak, leg die zak in tweede zak met ijswater. Niet direct op ijs → kans op bevriezing.
Wanneer verwijs je voor replantatie van een amputaat? Schone, distale amputatie bij kind of hand/vinger bij volwassene → zo snel mogelijk naar centrum met microchirurgie.
Wat is rhabdomyolyse en wat is de belangrijkste complicatie? en behandeling? Spierafbraak door ischemie/crush → afgifte myoglobine, CK, K⁺ → acuut nierfalen door ophoping tubuli. beh: Vroege agressieve vochttoediening (NaCl 0,9%), urine alkalinisatie met NaHCO₃, monitor elektrolyten, urine-output ≥100 ml/u, overweeg dialyse
Wanneer denk je aan rhabdomyolyse in trauma? Bij langdurige beknelling, compartimentsyndroom, massale spierzwelling of donkere urine na crush.
Wat is de meest voorkomende richting van schouderluxatie en hoe herken je die? Anterieure luxatie. Arm licht abductie en exorotatie, “squared-off” contour. Kans op n. axillaris letsel.
Wat is de meest voorkomende richting van heupluxatie en wat zijn de klinische kenmerken? Posterieure luxatie (dashboard injury): heup in flexie, adductie, endorotatie. Risico op n. ischiadicus letsel.
Wat is het gevaar van een knieluxatie? Scheuring a. poplitea of n. peroneus → altijd vaatonderzoek (puls, Doppler, ABI). Kan spontaan reponeren → misdiagnosegevaar!
Welke tourniquetdruk mik je op? Richtwaarden: bovenarm ~250 mmHg, bovenbeen ~400 mmHg; doel = arteriële inflow volledig occluderen (niet alleen veneus!).
Hoe bereken en interpreteer je de Ankle/Brachial Index (EAI)? Systole enkel / systole arm. ABI < 0,9 wijst op arterieel letsel → aanvullend onderzoek (Doppler/CTA) en vaatchirurgisch overleg.
Wanneer mag je vóór X-ray reponeren/splinten? Bij vaatcompromis of dreigende huidnecrose (bv. enkelfractuur-dislocatie): direct re-align/splint, daarna zo snel mogelijk beeldvorming.
Hoe immobiliseer je de knie acuut? Met immobilizer of lange achterspalk in ≈10° flexie (niet in volledige extensie) om spanning op neurovasculaire structuren te verminderen.
Wanneer denk je aan fat-embolie-syndroom na fractuur? Uren–dagen na lange-pijpbeenderen: hypoxie, neurologische verschijnselen, petechiën; ondersteunend beleid en vroege fractuurstabilisatie.
Welke antibiotica geef je bij een open fractuur (praktisch onthouden)? Altijd cefazoline (1e gen. cefalosporine) IV binnen 3 uur. Bij type III / veel weke-delen-schade: + gentamicine 5 mg/kg IV. Bij boerderij- of watercontaminatie: start piperacilline/tazobactam (breed). Bij penicilline-allerg: gebruik clindamycine.
Wat is de eerste stap bij vermoeden van arterieel letsel door een fractuur of dislocatie? Voer voorzichtig re-align & splint uit — een geknikte botstand kan het vat afklemmen. Daarna herbeoordeel puls, refill, motoriek, sensibiliteit. Flow terug? goed, maar altijd vaatchirurg consulteren. Nog steeds geen flow? spoedoperatie (<6u)
Welke aanwijzing denkt aan cyanide-toxiciteit bij brand? Persisterende, ernstige metabole acidose zonder andere verklaring na rookinhalatie in gesloten ruimte. Overleg met brand/poison center.
Waarom altijd 100% zuurstof bij mogelijke CO-expositie? Hb heeft 240× hogere affiniteit voor CO; pulse-ox misleidend. 100% O₂ verkort HbCO half-life naar ±40 min. Behandel 4–6 u als HbCO niet direct beschikbaar.
Wanneer kies je vroege intubatie bij brandwonden? Heesheid/stridor, diepe gelaat/oraal, >40–50% TBSA, inhalatieverdenking, slikklachten/zwelling, verminderde reflexen, verwacht transport zonder intubatie-expertise.
Klinische kenmerken die helpen bij diepte brandwonden inschatten? Superficial partial: nat, pijnlijk, blancherend; Deep partial: droger, minder pijnlijk, niet blancherend; Full-thickness: leerachtig, wit/wax, pijnarm.
Initieel wondbeleid bij verbranding op SEH? Schone droge afdekking, geen blaren openen, geen profylactische antibiotica, tetanus check. Minimaliseer contaminatie, voorkom afkoeling.
Hoe schat je TBSA in bij volwassenen en kinderen? Volwassene: hoofd/nek 9%, arm 9%, voor-/achterromp 18% elk, been 18%, perineum 1%. Kind: hoofd 18%, arm 9%, romp 18% voor/18% achter, been 14%, perineum 1%. Palm (met vingers) = ±1%.
Elektrische brand: waar let je specifiek op? ECG-ritmestoornissen, rhabdomyolyse (donkere urine), diepe spiernecrose > huid, wervel-/valtrauma, compartiment → hogere vloeistof hoeveelheid geven, fasciotomie.
Frostbite behandeling Rewarming in 40 °C water, géén droogte/hitte, IV-analgesie, geen massage.
Vroege shocktekenen bij kind? Tachycardie, koude extremiteiten, cap refill >2 s, smalle polsdruk, veranderde mental status. (Hypotensie is laat.)
Systolische bloeddrukformules? Normaal: 90 + 2 × leeftijd. Ondergrens: 70 + 2 × leeftijd (in mmHg).
Waarom kinderen sneller in de problemen met ademhaling? Grote tong/tonsillen, groot achterhoofd (positie), nauwe luchtweg, korte trachea → snelle obstructie/te diepe tube.
Cuffed vs. uncuffed buizen BIJ KINDS ETT? Cuffed is veilig mits cuffdruk <30 mmHg (beter seal/ventilatie). Cricoïd is de smalste ring (“natuurlijke cuff”), maar modern cuff-design maakt cuffed buizen verantwoord.
DOPE-mnemonic bij plots slechte saturatie na intubatie? Dislodged, Obstructed, Pneumothorax, Equipment failure.
Meest acute thoraxbedreiging bij kinderen? Spanningspneumothorax
SCIWORA – wat is het? Spinale uitval zonder röntgenafwijking, typisch bij kinderen; overweeg MRI.
Rode vlaggen voor kindermishandeling? Inconsistent verhaal, verschillende wondstadia, rib-/schedelfracturen bij baby, perianale letsels, retinale bloedingen, brandpatronen.
Wat is de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen? Verkeersongevallen (auto, fiets, voetganger); daarna verdrinking, brand, mishandeling.
PECARN-criteria: wanneer géén CT nodig (hoofd) noem er 5. Geen verlaagd bewustzijn, geen schedelfractuur, geen ernstig mechanisme, geen herhaald braken, geen verontrustende symptomen.
Wat is de meest voorkomende oorzaak van overlijden bij kinderen met trauma? CNS/hoofdtrauma
Wat veroorzaakt secundair hersenletsel? Hypoxie, hypotensie, afwijkend koolzuurgehalte, verhoogde intracraniële druk (ICP).
Wat is normale intracraniële druk en wat is gevaarlijk hoog? Normaal 5–15 mmHg; >22 mmHg = risico op hersenschade
Wat is cerebrale perfusiedruk (CPP) en waarom belangrijk bij hoofdtrauma? CPP = gemiddelde arteriële druk − intracraniële druk; streef ≥60 mmHg om hersendoorbloeding te behouden.
Waarom geen hyperventilatie bij hoofdtrauma? Lage PaCO₂ vernauwt hersenvaten → ischemie. Alleen kortdurend bij inklemming om druk te verlagen.
Wat is de veilige PaCO₂ bij hersenletsel? 35–40 mmHg (normaal ventileren)
Wat betekent de Monro-Kellie-doctrine bij hersenletsel? De schedelinhoud is vast; meer bloed/vocht → hogere druk tenzij iets anders verdwijnt. Beperkte compensatie.
Verschil epiduraal vs. subduraal hematoom (oorzaak + CT)? Epiduraal: arterieel (a. meningea media), biconvex; Subduraal: veneus (bridging veins), halvemaanvormig. epid: Kort bewusteloos, dan helder, dan plots comateus (“lucide interval”).
Wat zijn tekenen van een schedelbasisfractuur bij hoofdtrauma? Battle-teken, “panda-ogen”, liquor uit neus/oor, aangezichts- of gehoorzenuwletsel.
Wat betekent een wijde, lichtstijve pupil aan één kant bij TBI? nklemming (uncale herniatie) → compressie n. oculomotorius aan die kant.
Eerste noodmaatregelen bij verhoogde schedeldruk (ICP)? Hoofd 30°, nek recht, normoxie/normocapnie, geen knellende fixatie, pijnstilling, neurochirurg bellen.
Osmotherapie bij verhoogde ICP – middelen en waarom? Mannitol (0,25–1 g/kg) bij stabiele circulatie; hypertone NaCl bij hypotensie. Trekt vocht uit hersenen → druk omlaag.
Wat zijn klinische tekenen van verhoogde schedeldruk? Dalende GCS, wijde pupil, bradycardie, hypertensie, onregelmatige ademhaling (Cushing-trias) = Hypertensie + bradycardie + onregelmatige ademhaling = dreigende inklemming.
Wat is de gevaarlijkste (klinische bevinding) combinatie bij hoofdtrauma? Hypotensie + hypoxie → ernstig verminderde hersendoorbloeding → hoge sterfte.
Welke systolische bloeddruk moet je behouden bij TBI? 15–49 jr en >70 jr: ≥110 mmHg; 50–69 jr: ≥100 mmHg.
Waarom CT zonder contrast bij hoofdtrauma? Contrast verstoort beoordeling bloed; CT zonder contrast toont fracturen, bloedingen, midline-shift.
Wanneer herhaal je een CT bij hersenletsel? Bij klinische achteruitgang of binnen 12–24 u bij contusies, ouderen of antistolling.
Wat zijn de 3 hoofdvormen van traumatisch hersenletsel? Focaal (hematoom/contusie), diffuus (DAI), oedeem/zwelling.
Wanneer is er indicatie voor bloed-evacuatie bij hersenbloeding? Midline-shift ≥ 5 mm of samengedrukte basale cisternen + dalende GCS/pupilverandering → massadruk → neurochirurg.
Mannitol: werking, gebruik, CI en alternatief? Osmotisch diureticum ↓ICP. Gebruik bij inklemming met stabiele circulatie. CI = hypotensie. Alternatief = hypertoon NaCl (beter bij lage BD).
Barbituraten bij hersenletsel: werking en CI? Verlagen hersenmetabolisme + ICP (bv. thiopental). Alleen bij refractaire ICP. CI = hypotensie → risico verminderde cerebrale perfusie.
Wat zijn de criteria voor hersendood (brain death)? 5 Criteria: GCS = 3, geen pupilreactie, geen hersenstamreflexen (cornea, gag, oculocephalic), geen spontane ademhaling bij apneutest, geen intoxicatie of hypothermie.
Denk aan wervelletsel bij: Hoogenergetisch trauma (val > 3 m, motorongeval, duiken) Pijn aan nek of rug Neurologische uitval (zwakte, gevoelloosheid) Bewusteloosheid of intoxicatie “Distracting injury” (pijn elders → nek niet goed te beoordelen)
Spine clearance (klinisch): Mag alleen zonder beeldvorming bij: 4 punten. GCS 15 (volledig helder) Geen nek/rugpijn of drukpijn Geen neurologische uitval Geen intoxicatie of afleiding door andere pijn
ASIA A–E betekenis? A = geen functie; B = alleen gevoel; C = zwakke motoriek < 3/5; D = motoriek ≥ 3/5; E = normaal.
Hoe vaak komt een spinale letsel voor bij multitrauma en waar het vaakst? ±5% bij hersenletsel; 55% cervicaal, 15% thoracaal, 15% thoracolumbaal, 15% lumbo-sacraal.
Waar eindigt het ruggenmerg en wat ligt daaronder? Eindigt bij L1 (conus medullaris); daaronder ligt de cauda equina.
Wat betekenen AIS A–E bij spinaal letsel? A: compleet, B: sens incompleet, C: motor incompleet <50% M≥3, D: ≥50% M≥3, E: normaal.
Verschil tussen neurogenic en spinal shock? Neurogenic: bradycardie + hypotensie (T6↑). Spinal: tijdelijke slappe paralyse/reflexverlies.
Wat is central cord syndroom? Meer motorverlies armen dan benen, meestal na hyperextensie bij stenose.
Kenmerk van anterior cord syndroom? Verlamming + pijn/tempverlies, proprioceptie blijft. Slechte prognose.
Wat zie je bij Brown-Séquard? Ipsilateraal motor+positie verlies, contralateraal pijn/tempverlies. "halve dwarslaesie"
Welke twee regels gebruik je om C-spine letsel te screenen? Canadian C-Spine Rule & NEXUS criteria. CCR = Leeftijd ≥65, gevaarlijk mechanisme, paresthesieën in extremiteiten. NEXUS = Alert, nuchter, geen midline pijn, geen neurologisch deficit, geen afleidend letsel.
Wanneer mag je nek zonder X-ray vrijgeven volgens NEXUS? Alert, nuchter, geen midline pijn, geen neurologisch deficit, geen afleidend letsel.
Hoe lang mag een patiënt op een spine board blijven? Max 2 uur → risico decubitus en respiratoire problemen.
Hoe behandel je neurogene shock bij spinaal letsel? Vloeistof beperkt, vasopressoren (phenylephrine/dopamine), atropine bij bradycardie
Wanneer en hoe transfer bij spinaal letsel? Zodra stabiel; overleg met spine/trauma specialist; intuberen bij C6↑ letsel.
Wat is het belangrijkste onderscheid tussen complete en incomplete spinaal letsel? Complete = geen sens/motor onder laesie; incomplete = enige functie/sacrale sparing.
Wanneer hele wervelkolom afbeelden? Bij aangetoonde C-spine fractuur (±10% tweede niet-aangrenzende fractuur), hoog-energetisch trauma, neuro-tekort.
Hoeveel vocht bij 1e bolus kind in shock? 20 ml/kg Ringer of NaCl, max 3×, daarna bloed 10 ml/kg.
Wat is normale bloedvolume bij kind? 80 ml/kg lichaamsgewicht.
Wanneer IO-naald bij kind? Geen IV binnen 90 s of 2 pogingen.
Wat zijn tekenen van verhoogde ICP bij kind? Bradycardie, wijd pupil, lage polsdruk, prikkelbaarheid.
Hoe bereken je ETT-maat bij kind? (leeftijd in jaren / 4) + 4 voor de interne diameter in millimeters
CPR bij trauma kind – prognose CPR >15 min vóór aankomst of gefixeerde pupillen bij aankomst → vrijwel geen overleving. ROSC vóór SEH: ~50% kans op intact herstel. Richt zorg & beslissingen hierop.
Pediatric Trauma Score (PTS) Je krijgt per onderdeel punten van -1 (slecht) tot +2 (goed). Totaal = −6 tot +12. ≤8 = ernstig letsel → level 1 trauma center. Gewicht airway, SBD, Bewustzijn, fracturen, huidwonden.
Wat is SCIWRA? = neurologische uitval zonder zichtbare afwijking op X- of CT-scan. Komt vaak bij kinderen door rek/contusie van het ruggenmerg (flexibel skelet, maar kwetsbaar ruggenmerg). ➡️ Altijd MRI + immobilisatie + overleg neurochirurgie.
Urineproductie per leeftijd Zuigeling: 1–2 ml/kg/uur Kind: 1–1,5 ml/kg/uur Tiener: ≥0,5 ml/kg/uur
IO-toegang (intraossaal) waar 1e keuze bij kind? Eerste keus: proximale tibia Alternatief: distale femur Niet gebruiken in een gebroken ledemaat Indicatie: geen IV-toegang binnen 90 sec of 2 pogingen
Preventie-ABCDE bij kinderen Advocacy – beleid en voorlichting Built-in safety – autozitjes, helmen Community – scholen, sport Data – trauma-registratie Education – ouders en kinderen informeren
Plotselinge desaturatie ná intubatie redenen. D-O-P-E Letter Betekenis Uitleg / wat je moet doen D – Dislodged → bilaterale thoraxexcursie, capnografie checken, opnieuw fixeren. O – Obstructed → Suction of tube, controleer doorblazen. P – Pneumothorax E – Equipment failure
risk factoren bij ouderen voor vallen. Risicofactoren: eerdere val, polyfarmacie, cognitieve/visuele stoornis, slechte mobiliteit, omgeving.
Mini-check vemoeden shock bij ouderen ondacks "normale" HF of BD Mentale status slechter? Koude, mottled extremiteiten? Cap refill traag? Lactaat ↑? → handel als shock.
Welke lab/bedside markers gebruik je om hypoperfusie te herkennen bij misleidende vitals? (oderen) Lactaat, base deficit, shock index, PoCUS/echo (vulling, contractiliteit), mentale status/diurese.
Welke 5 PEC’s verdubbelen ongeveer mortaliteit na trauma bij ouderen? Cirrhose, coagulopathie/anticoagulantia, COPD, ischemische hartziekte, diabetes.
Meest voorkomende mechanisme van fataal letsel bij ouderen? Val (laag-energetisch). → TBI/heup/bekken/ribfracturen.
Wat doe je met kunstgebit tijdens BVM? Laten zitten voor betere maskerseal (tenzij obstructie), voorzichtig verwijderen voor intubatie indien nodig.
Noem 2 redenen waarom ribfracturen bij ouderen snel tot respiratoir falen leiden. Pijn → hypoventilatie, ↓ elastic recoil/FRC, zwakkere hoest/mucociliaire klaring → atelectase/pneumonie.
Warfarine bij TBI: snelle reversie? PCC + vitamine K (volgens lokaal protocol); antiplatelet/DOACs: direct hematologie betrekken. Niet wachten op INR
Noem 3 rode vlaggen voor ouderenmishandeling. Letsels in verschillende stadia, karakteristieke plekken/patronen (binnenarm, mastoïd, polsen/enkels), verhaal past niet, verwaarlozing/ondervoeding.
Wat is PCC en wanneer geef je het bij trauma? Prothrombin Complex Concentrate bevat stollingsfactoren II, VII, IX, X. Geef het bij bloeding of ernstig letsel bij patiënten met warfarine of andere VKA om snel de stolling te herstellen. Altijd combineren met vitamine K i.v.
Wat geef je bij een bloeding door een DOAC? Dabigatran → Idarucizumab 5 g i.v. (specifiek antidotum; anders PCC 50 IE/kg of dialyse). Apixaban/Rivaroxaban/Edoxaban → Andexanet alfa (specifiek; anders PCC 50 IE/kg). Altijd hematologie contacteren en vitamine K werkt niet bij DOACs
Waarom kan een oudere patiënt met normaal creatinine toch acute nierinsufficiëntie hebben? Omdat creatinineproductie lager is door spieratrofie → GFR wordt overschat.
waarom vasopressoren vermijden in wangerschap? verlagen uterine bloodfolw.
hoelang Continue CTG/toco vanaf 20–24 wkn (potentieel levensvatbaar): Minimaal 6 uur bij afwezigheid risicofactoren. 24 uur als risico’s: MHR >110, ISS (Injury Severity Score) >9, tekenen abruptio, FHR <120 of >160, ejectie uit voertuig, motor-/voetganger-ongeval.
Onder 50 mGy geen aangeboren afwijkingen of verhoogde foetale sterfte aangetoond. hoeveel is CT abdomen/pelvis? 25 mGy
Wat is een normale PaCO₂ bij een zwangere in 3e trimester? 25–30 mmHg (respiratoire alkalose). PaCO₂ 35–40 is verdacht voor respiratoire decompensatie.
Welke stollingsfactor is verhoogd en waarom relevant? Fibrinogeen ↑ (±400–450 mg/dL); “normaal” kan al verdacht zijn voor DIS bij de zwangere.
Meest voorkomende oorzaak van foetale dood bij trauma? Maternale shock/dood; #2 abruptio placentae.
Abruptio: 3 klinische aanwijzingen? Uterus-tender/krampen, (tetanie/irritabiliteit), vaginale bloeding (maar 30% geen bloedverlies!).
Perimortem keizersnede, Tijdvenster waarbinnen overwegen? Binnen 4–5 min na maternaal arrest, bij ≥20–24 wkn.
Waarom moet je bij hypotensie in het 3e trimester de uterus naar links verplaatsen? Om compressie van de vena cava te voorkomen (supine hypotensive syndrome) → verhoogt veneuze return en cardiac output. Tip: Elke klinisch “zwangere” (vanaf 20 wkn) → altijd in lichte linkerzijligging bij trauma of reanimatie.
What complications can rhabdomyolysis lead to? Hyperkalemia and hypocalcemia
What precautions for etomidate (Amidate) need to be considered as an induction drug in drug-assisted intubation? It can depress adrenal function.
What size of plastic cannula is typically used for percutaneous transtracheal oxygenation (PTO) in adults? 12- to 14-gauge
What reversible conditions can mimic brain death? Hypothermia or barbiturate coma
What category of maltreatment is more common in geriatric trauma admissions and is associated with higher mortality? Physical maltreatment
What is the recommended duration for irrigating chemical burns with water? 20 to 30 minutes
Wat is een zeldzame maar ernstige complicatie van warfarine (coumarine)? Warfarine-geïnduceerde huidnecrose, meestal op borsten, billen of dijen.
Wat gebeurt er bij een laesie van de spinothalamische baan? erlies van pijn- en temperatuursgevoel aan de contralaterale zijde (kruist in het ruggenmerg binnen 1–2 segmenten). Aterolateraal!
zwanger dan hoe veel hoger de hf om abnormaal te zijn? 20-30 bpm
Waar loopt de dorsale kolom (achterstreng) en wat geleidt die? Posterior (dorsaal) in het ruggenmerg; geleidt fijne tast, vibratie en proprioceptie (positiegevoel).
Created by: user-1933624
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!
"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards