Save
Upgrade to remove ads
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't Know
Remaining cards (0)
Know
0:00
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Hoofdstuk 10

Taalbeschouwing LKT

QuestionAnswer
Fonologisch niveau Regels voor Uitspraak en onderdeel taalkunde is Fonologie
Morfologisch niveau Regels voor Opbouw van woorden en onderdeel taalkunde is Morfologie
Syntactisch niveau Regels voor Volgorde van woorden en onderdeel taalkunde is Syntaxis
Semantisch niveau Regels voor Betekenis en onderdeel taalkunde is Semantiek
Pragmatisch niveau Regels voor Gebruik en onderdeel taalkunde is Pragmatiek
Orthografisch niveau Regels voor Spelling en onderdeel taalkunde is Orthografie
Spraakklanken De kleinste elementen van een taal, denk aan /sch/
Foneem Denk aan telefoon
Grafeem Denk aan een graf
Zinsaccent Is de nadruk in een zin dat je op een bepaald woord legt
Morfeem Het kleinste betekenis dragende element van een taal
Vrij morfeem Morfemen die als los woord kunnen voorkomen en die niet verder zijn op te splitsen in betekenis dragende delen (huis, meel en klein).
Gebonden morfeem Morfemen die je niet als los kunt gebruiken, maar die altijd gekoppeld zijn aan een ander woord (ig of heid).
Voorvoegsel en achtervoegsel Een gebonden morfeem staat in het begin of aan het einde van een woord
4 morfologische principes Samenstelling, Afleiding, Verbuiging, Vervoeging
Samenstelling Twee losse woorden worden samengevoegd tot één woord. Het is een combinatie tussen twee vrije morfemen die een eenheid vormen en om die reden ook aan elkaar worden geschreven
Afleiding Is een woord waarvan niet alle delen als zelfstandig woord voorkomen. Er wordt een gebonden morfeem aan toegevoegd zodat er een nieuw woord ontstaat. Bijvoorbeeld: nat en -ig wordt nattig
Verbuigingsvormen Meervoud, verkleinwoord, vergelijking (kleiner), buigings-s (leuks), buigings-e (mooie)
Verbuiging Er wordt een vrij morfeem en gebonden morfeem samengevoegd, maar er ontstaat niet een geheel nieuw woord
Vervoeging Verbuiging van werkwoorden. Of te(n) of de(n) achter het werkwoord.
Syntaxis De leer van zinsopbouw
Syntactisch niveau De regels voor het combineren van woorden
Semantiek De betekenis van woorden
Antoniem Twee woorden met een tegengestelde betekenis: broer & zus
Synoniem Twee woorden met dezelfde betekenis: fiets & rijwiel
Hyponiem Zijn woorden waarvan de betekenis ook door een ander woord wordt uitgedrukt. Een mango is een hyponiem van vrucht.
Homoniem Wanneer er geen relatie is tussen de verschillende betekenissen van 1 woord. Een horde is bijvoorbeeld een groep mensen en een hindernis.
Pragmatiek Het gebruik van taal in een concrete situatie
Pragmatisch niveau Het niveau waarmee we het concrete taalgebruik beschrijven. Denk aan omgangsregels en sociale normen.
Orthografie De manier waarop de gesproken taal wordt weergegeven in lettertekens, oftewel de spelling van woorden
Homofonen Zijn woorden met dezelfde uitspraak maar andere spelling, denk aan hart en hard
Homografen Als de spelling van woorden gelijk is, maar dat er verschil zit in de uitspraak. Denk aan val-kuil en valk-uil
Register Het taalgebruik dat bij een bepaalde situatie en vaak een bepaalde groep hoort
(vak)jargon Taal dat gebonden is aan een bepaalde beroepsgroep
Regionale taalvariatie De taal die afkomstig is uit een bepaalde streek (spreektaal of dialect)
Taalbeschouwing Het gaat hierbij niet om de inhoud, maar om de vorm van taal, de manier waarop iets gezegd wordt.
Metalinguistisch bewustzijn Het vermogen om over de vorm en het gebruik van taal na te denken
Taalbewschouwingstrategieen Analyseren, Relateren, Vergelijken, Classificeren, Generaliseren, Herordenen
Prelinguale fase (0-1 jaar) Baby maakt geluiden, nog geen echte woorden en reageert op stemmen
Vroeglinguale fase (1-3 jaar) Eerste woordjes en korte zinnetjes, veel eigen taalvormen (ikke doen, auto weg) en de woordenschat groeit snel
Differentiatiefase (3 - 6 jaar) Langere samengestelde zinnen, bijna alles verstaanbaar, nog fouten in vervoeging en verbuiging, kan zich aanpassen aan luisteraar en woordenschat 3000 woorden rond 5 jaar.
Voltooiingsfase (6 jaar en ouder) Taalstructuur bijna volwassen, fouten nog sporadisch en complexere woordenschat en zinsbouw
Receptieve woordkennis Een woord herkennen en begrijpen als je het hoort of leest
Productieve woordkennis Een woord zelf correct gebruiken in spreken of schrijven
Diepe woordkennis Veel weten over een woord; betekenis, synoniemen, antoniemen, gebruik in context, woordfamilie
Functiewoorden Woorden zonder zelfstandige betekenis, die grammaticale functie hebben: ik, jij, een, de, het, van, uit, onze, omdat, maar
Fonologisch bewustzijn Bewustzijn van klanken en woorden in gesproken taal (bijv. losse woorden in een zin herkennen)
Taalbewustzijn Ontdekken dat woorden uit stukjes bestaan (klankgroepen verdelen)
Functioneel analfabetisme Iemand kan technisch lezen, maar functioneert niet goed in het dagelijks leven door onvoldoende leesvaardigheid
Fonologische strategie Spellen op gehoor (woord schrijven zoals het klinkt)
Woordbeeldstrategie Woord als geheel onthouden (bij uitzonderlijke woorden)
Etymologisch principe Spelling gebaseerd op oudere taalvormen
Gelijkvormigheidsprincipe Woorden blijven gelijk gespeld in verwante vormen
Elementaire leeshandeling Visuele analyse, Grafeem-foneemkoppeling, Fonemen in volgorde onthouden, Auditieve synthese, Betekenis toekennen
Elementaire spellinghandeling Auditieve analyse, Foneem-grafeemkoppeling, Spatieel ordenen, Motorische uitvoering, Controleren
Morfologische analyse Woorden lezen of begrijpen door ze op te delen in beteknisvolle woorddelen (morfemen)
Voordrachtsaspecten bij lezen Tempo, Volume, Zinsmelodie, Natuurlijkheid & emotionaliteit, woordgroep lezen
Created by: SemB
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!
"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards