click below
click below
Normal Size Small Size show me how
Hoofdstuk 8 Stellen
Hoofdstuk 8 Stellen van het boek taalonderwijs
| Question | Answer |
|---|---|
| Communicatieve functie | Je gebruikt een tekst om aan iemand anders iets duidelijk te maken. (Je wilt informatie overbrengen, iets uitleggen of je mening geven.) |
| Conceptualiserende functie | Hierdoor krijg je door taal, grip op de werkelijkheid. Het beginnen met het schrijven van een tekst begint vaak op deze manier. Je zet eerst wat losse ideeën en fragmenten op papier en op die manier begint je tekst vorm te krijgen. |
| Expressieve functie | Je gebruikt taal om te experimenteren, om je gevoelens te uiten of om iets te zeggen dat andere nog niet eerder zogezegd hebben. Vaak is de achterliggende gedachten om bijvoorbeeld origineel te zijn of als persoon op de voorgrond te treden. |
| Welke functies zijn er met schrijven? | Communicatieve functie, Conceptualiserende functie, Expressieve functie |
| Functies met tekst soorten: Communicatieve functie | Krantenartikel, advertenties en folders |
| Functies met tekst soorten: Conceptualiserende functie | Studieboeken, Schema's, Verslagen |
| Functies met tekst soorten: Expressieve functie | Literaire teksten en Gedichten |
| Componenten die bij schrijven aan bod komen | - De kennis van de schrijver - De communicatieve situatie waarin de schrijver zijn werk doet - Het eigenlijke schrijfproces |
| Kennis die schrijver nodig heeft bij het schrijven van een tekst | - Het onderwerp van de tekst - Het taalsysteem (woordgebruik, zinsopbouw, spelling) - Het retorisch systeem (tekstsoorten, stijl, publiekgerichtheid, doelgerichtheid) - Schrijfprocedures |
| De drie fases van het eigenlijke schrijfproces | Plannen, schrijven en reviseren |
| Vertellend schrijven knowlegde telling (Bereiter en Scardemalia) | Schrijven is voor kinderen uit groep 4 vooral praten op papier. Besteed hierbij aandacht aan de structuur van een tekst. De kinderen schrijven vaak de tekst in één keer en brengen nauwelijks verbeteringen aan. |
| Denkend schrijven (Flower en Hayes) | De nadruk ligt op cognitieve processen die een rol spelen bij het stellen. Het is een vorm van probleem oplossen. |
| Hoe werkt denkend schrijven | Eerst opdracht analyseren, ideeën verzamelen & nadenken over de inhoud & opbouw van de tekst, voordat hij begint. Tijdens schrijven brengt hij steeds aanvullingen & verbeteringen in de tekst aan. Hij let op de inhoud, structuur, taalgebruik & spelling. |
| Tekstdoelen | Informeren, overtuigen, amuseren en instrueren |
| Tekstsoorten | Verhalende, informatieve, directieve, beschouwende en argumentieve teksten |
| Stapelstructuur | Een tekst bestaat min of meer uit losse onderdelen zonder zichtbare samenhang (telefoonboek of boodschappenlijstje) |
| Verhaalstructuur | Personages maken opeenvolgende gebeurtenissen mee |
| Betoogstructuur | Er wordt een mening of standpunt ondersteund door argumenten |
| Stileren | Het hanteren van een bepaalde schrijfstijl |
| Coderen | Het toepassen van taalregels, grammatica, spelling en interpunctie |
| Reviseren | Kritisch lezen en bijstellen van je tekst |