Save
Upgrade to remove ads
Busy. Please wait.
Log in with Clever
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
Sign up using Clever
or

Username is available taken
show password


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
Your email address is only used to allow you to reset your password. See our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
focusNode
Didn't know it?
click below
 
Knew it?
click below
Don't Know
Remaining cards (0)
Know
0:00
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Communicatie

QuestionAnswer
Semiotiek Bestudeert de wijze waarop tekens functioneren en hoe ze betekenis doen ontstaan
Subdomeinen simiotiek 1. Fonologie:kijkt naar de kleinste elementen die je gebruikt. 2.Syntaxis: kijkt of de kleine elementen een bepaald patroon hebben 3.Semantiek: relatie tussen teken en de betekenis naartoe het verwijst 4. Pragmatiek: relatie tussen een teken&gebruiker
Betekenaar Materiële vorm (Sa)
Betekende Dat waar de tekenvorm naar verwijst (betekenis,concept…)( Se)
Signifiant (Sa) Materiële drager van de betekenis
Signifie (Se) De betekenis/definitie
3 aspecten van een boodschap 1. Referentiële/inhoudelijk aspect = gebruik van tekens 2. Expressieve /vormelijk aspect = betekenis door verpakking 3. Relationele/appellerende aspect= relatie met ontvanger
Soorten decodering
soorten decodering - Dominante( preferred reading) - aberrante (opposite/counter hegemonic reading) -onderhandelde (negotiated reading)
7 communicatiemodellen
communicatiemodellen 1. Model van Lasswell(1948) 2. Model van Shannon & Weaver(1949) 3. Balansmodel Newcomb(1953) 4. Model van Schramm(1954) 5. Model van Gerbner(1956) 6. Model van Jakobson(1960) 7. Procesmodel van oomkes(2000)
Imbrication het streven van communicatieactoren om zoveel mogelijk overlappen
Vier visies van McQuail 1. Transmissievisie 2. Rituele visie 3. Attentievisie 4. Receptievisie
2 theoretische scholen van Fiske 1. Processchool 2. Semiotische school
4 vormen van communicatie 1. intrapersoonlijke communicatie 2. interpersoonlijk communicatie 3. Massacommunicatie 4. non-verbale communicatie
medium technische variant van een kanaal dat alleen maar voorkomt wnr we te kampen hebben met beperkingen in tijd en ruimte
paradigma samenhangend geheel van modellen en theorieën dat universeel gedeeld wordt, een kader biedt om de werkelijkheid te analyseren en richting b iedt aan wetenschappelijk onderzoek.
Paradichmatische dichotomie is een binaire tegenstelling, een fundamentele vaak contrasterende conceptuele kaders of denkwijzen die binnen een bepaald vakgebied of maatschappij leven.
Morele paniek normen en waarde die onder druk komen te staan
media-paniek vorm van morele paniek waarbij media als oorzaak wordt gezien voor het in gevaar brengen van onze waarden en normen.
mediatheorieën Massamaatschappijtheorie Functionalistische mediatheorie Kritische theorie Politieke economie van communicatie Cultural Studies Postmodernisme Mediumtechnologische theorie Informatiemaatschappijth Practice theory New media th Mediatization
kritiek op massamaaptschappijtheorie 1. weinig empirische bewijzen 2. nostalgisch idealiseren van verleden conservatieve elite 3. simplistische visie op media en ontvanger 4. biased communicatiewetenschappelijke geschiedschrijving
name calling Idee of persoon linken met een negatieve associatie,
Glittering generality Bewust een persoon linken aan iets positief
Transfer Positieve eigenschappen, autoriteit, hoge status,…transfereren naar een ander persoon
Testimonial Iemand getuigt wordt ervaren als oprecht en authentiek
Plain folks Boodschap laten overkomen als of het normaal is op basis van de anonieme meerderheid, ironisch want die bestaat niet (lol trip em hard)
Card stacking Uw feiten en argumenten heel selectief kiezen cherry picking , welke feiten wel welke niet.
medium technische variant van een kanaal dat alleen maar voorkomt wnr we te kampen hebben met beperkingen in tijd en ruimte
paradigma samenhangend geheel van modellen en theorieën dat universeel gedeeld wordt, een kader biedt om de werkelijkheid te analyseren en richting b iedt aan wetenschappelijk onderzoek.
Paradichmatische dichotomie is een binaire tegenstelling, een fundamentele vaak contrasterende conceptuele kaders of denkwijzen die binnen een bepaald vakgebied of maatschappij leven.
Morele paniek normen en waarde die onder druk komen te staan
media-paniek vorm van morele paniek waarbij media als oorzaak wordt gezien voor het in gevaar brengen van onze waarden en normen.
mediatheorieën Massamaatschappijtheorie Functionalistische mediatheorie Kritische theorie Politieke economie van communicatie Cultural Studies Postmodernisme Mediumtechnologische theorie Informatiemaatschappijth Practice theory New media th Mediatization
kritiek op massamaaptschappijtheorie 1. weinig empirische bewijzen 2. nostalgisch idealiseren van verleden conservatieve elite 3. simplistische visie op media en ontvanger 4. biased communicatiewetenschappelijke geschiedschrijving
name calling Idee of persoon linken met een negatieve associatie,
Glittering generality Bewust een persoon linken aan iets positief
Transfer Positieve eigenschappen, autoriteit, hoge status,…transfereren naar een ander persoon
Testimonial Iemand getuigt wordt ervaren als oprecht en authentiek
Plain folks Boodschap laten overkomen als of het normaal is op basis van de anonieme meerderheid, ironisch want die bestaat niet (lol trip em hard)
Card stacking Uw feiten en argumenten heel selectief kiezen cherry picking , welke feiten wel welke niet.
H.D. Lasswell: 3 sociale functies 1. Surveillancefunctie 2. Correlatiefunctie 3. Transmissiefunctie
Eufunctie ten dienste van de samenleving, brengt evenwicht en harmonie
disfunctie verstoord het evenwicht
3 basisfunctes van media lazarsfeld en merton 1. Conformiteitsfunctie 2. Statusverlenende functie 3. Narcotiserende functie
Wright: manifeste functies functies matchen goed overkoepelende doelstelling,
kritiek op functionalistische mediatheorie 1. Te algemeen idee van systeem in balans 2. Vaagheid concepten en doelstellingen 3. Conservatieve bias, ten dienste van heersende macht (verandering?)
Typificaties een mentaal beeld dat u toelaat om elk op heel korte tijd heel snel de
Langue gestructureerd taalsysteem, code, zelfde voor iedereen
Parole gesproken taal, verschillend voor elke taalgebruiker
soorten taalgemeenschappen 1. Speech community 2. Interpretatieve gemeenschap 3. Virtuele gemeenschap:
Sapir-Whorf hypothese • Linguïstisch-relativisme hypothese: taal die we gebruiken is relatief en bepaalt hoe we de wereld waarnemen en voorstellen • Linguïstisch-determinisme hypothese: ons denken is gedetermineerd door onze taal
Economische functies van media: • Accumulatiefunctie • Circulatiefunctie
Horizontale intertextualiteit Vergelijkbare inhoud is horizontaal conventies versterkt want constant herhaald
Verticale intertextualiteit relatie van promotie, reclame, merchandising
Anti-essentialisme men weigert ervanuit te gaan dat je een bepaalde essentie hebt, kenmerken die nooit zullen wijzigen je bent altijd in beweging. Betekenis is niet stabiel
Bricolage proces van her-betekenisgeving, Elke teken en symbool heeft gevestigde betekenis maar door te bricoleren kan je andere betekenis komen
Simulacra kopieën zonder origineel, symbolen verwijzen niet meer naar realiteit
Hypermediatisering 1. Toenemende media-afhankelijkheid in plaats van rechtstreekse observatie 2. Idee van media als ‘key definers’
2 componenten van s-curve Dimensie van tijd: Aantal mensen dat adoptie aanvaardt, Kritische massa kunnen overtuigen
Adopter categorieën: • Innovators • Early adopters • Early majority • Late majority • Laggards
Kenmerken van de innovatie: Relatieve meerwaarde: Compatibiliteit: Complexiteit: Testbaarheid: visibiliteit
Fasen van het adoptieproces: Awareness: Mensen op de hoogte brengen Interest: Belang creëren Trial: Laten proeven testen om ze te laten kiezen of ze adopteren of niet Decision Adoption (aanvaarding)
Hot media: Media waar mensen weinig moeten inbrengen, extensie van 1 medium met weinig feedback van gebruiker.
Mediation neutraal proces van communicatie dmv een medium, inhoud die verspreid wordt en de instellingen.
twee visies Mediatization 1. Institutionele of autonome visie 2. Sociaal-constructivistische of inclusieve visie
4 fases van media • Fase1: almachtige media • Fase 2: beperkte effecten • Fase 3: sturende macht van media • Fase 4: negotiated invloed van media
3. Kenmerken orale cultuur 1. different sense of time 2. Psychologisch verschil - memory system 3. Afwezigheid van auteurs d. Concentratie van macht e.Publiek karakter f.Hiërarchische structuur, afkerig tov sociale verandering
Maatschappelijke implicaties: geschreven cultuur Politiek: uitbouw grote politieke rijken economische boekhouding politieke administratie, •Wetenschappelijk: abstract denken, empirische toetsing, •Sociaal: scheiding individu/gemeenschap (privaat/publiek) •Andere conceptualisatie van ruimte en tijd
tendensen van digitale communicatie 1. Digitalisering (inclusief convergentie) 2. Globalisering
Meta tendens Trends die zich op macro niveau voor doen maar wel invloed hebben op micro niveau.
gevolgen van mediaglobalisering 1. Concentratie en commercialisering 2. Verlies van diversiteit en identiteit
macht Het vermogen om doelstellingen te bereiken
visies op macht Voluntaristische visie : wil van het individu of collectief van individuen 2. Structurele visie op macht: Sociale positie in sociale structuur
Visie op macht in context van relatie tussen media en maatschappij 1. Model van dominante media 2. Model van pluralistische media
Media capture Controle over media als ‘politiek’ instrument, op subtiele wijze
Dubbele dimensie van media 1. Maatschappelijke, materiële of economische dimensie 2. Ideële, immateriële of culturele dimensie
Elitecultuur culturele elite + eigen waarde. kwaliteit staat los van hoeveel mensen ernaar kijken heeft eigen waarde
Massacultuur productie op grote schaal + waarde op basis van mate van consumptie. Op grote schaal dus belangrijk hoeveel mensen het consumeren
Mediatization’ van de cultuur Wat je consumeert van cultuur gestuurd door wat we in de media zien. In de slimst mens geweest dus nu veel meer aandacht naar bepaalde personen
Parent culture wat we als normaal beschouwen en we ons me identificeren
Lokaliseren : bestaand (media)product aanpassen aan nieuwe socio-culturele context -->herkenbaarheid + commercieel en ideologisch (banaal nationalisme) doel
Banaal nationalisme die constante reproductie bestendiging, versterken van een bepaalde identiteit door het zo vanzelfsprekend te blijven herhalen dat het niet meer opvalt dat het zelfs niet meer opmerken.
Drie supranationale modelen van mediasystemen Polarized pluralist model (Middellandse) Liberal model (Noord-Atlantische) Democratic corporatist model (Noord- en Centraal-Europese)
Mediaorganisatie Specifieke organisatie die concrete media-activiteiten uitoefent
Typologie van onderzoek (Verstraeten) 1. Gebeurtenis-gericht 2. Journalist-gericht 3. Mediaorganisatie-gericht 4. Mediapraktijk-gericht 5. Maatschappij-gericht
drie mediaberoepsrollen - Bediende (vs hiërarchische overste) - Nieuwsverzamelaar (vs bronnen) - Collega (vs andere journalisten)
Gebruikswaarde individueel of maatschappelijk nut = natuurlijke waarde
ruilwaarde economische vorm van mediaproduct = marktwaarde
Non-rivalrous consumption als jij het consumeert betekent dat niet dat niemand anders het ook kan
Non-excludable consumption je kan niemand uitsluiten van een mediaproduct te consumeren
Externaliteiten effect hebben op 3de partijen reportage over volksgroep die stereotiep wordt geplaats, betekenissen die je produceert op invloed hebben op 3de partijen = merit goods
merit goods Producten die hoge gebruikswaarde hebben maar wij niet zo zien, wij consumeren ze minder en gewenst, dan faalt de markt aanbod is er maar geen vraag. Zijn niche producten
Scale 1 mediaproduct waar je zoveel mogelijk exemplaren probeert af te zetten
Scope Meer mediaproducten dan 1 groot output, grootaanbod zo divers mogelijk te maken om zoveel mogelijk mensen te krijgen
Diversificatie Risico spreiden over meerdere sectoren
1. Risky media business Strategieën 1. Publieksmaximalisering 2. Artificiële schaarste 3. Controle over distributie 4. Concentratie en integratie
Horizontale integratie Dan blijf je eigenlijk in uw zelfde operationele fase, maar wel actief zijn in verschillende media markten.
Verticale integratie daarentegen is een tegenoverstelde proberen en in uw media Markt te blijven. De sector waar je actief bent maar uit te kijken naar andere operationele fases om
Crossmedialiteit zelfde inhoud die je produceert aanbieden op verschillende platformen
Convergentie Afzonderlijke media platformen convergeren terwijl bij cross blijven andere bestaan
Inter-mediacompetitie Competitie tussen meerdere media vormen/platformen. VB cinema vs netflix
Intra-mediacompetitie binnen dezelfde sector
Wet van Moore Predikt dat capaciteit van chips gaan elk jaar maal 2 gaan, betekent meer data opslagen technologieën gaan goedkoper worden. Technologische capaciteiten die enorm snel evolueren en mogelijkheden creëren
Wet van Metcalfe De inter-connectiviteit van netwerken hun waarde creëert. waarde stijgt vanaf moment dat er elke nieuwe gebruiker bijkomt. Aantal inter-connecties stijgt met elke nieuwe gebruiker en de waarde dat altijd maar hoger wordt en de kosten worden kleiner.
Long tail Weinig producten heel populair, nu bredere categorie van niche producten die nooit hoge populariteit halen, dat is rendabel door interconectiviteit want kost weinig vraag en aanbod gaat heel breed.
Onderscheid in mediatheorieën • Sociaal-wetenschappelijke MT: hoe media in werkelijkheid functioneren en georganiseerd zijn • Normatieve MT: opgestelde normen volgens dewelke media zouden moeten functioneren = basis voor mediabeleid
theorieën over mediabeleid 1.Autoritaire model 2.Sovjetcommunistische model 3.Vrije persmodel 4.Sociale verantwoordelijkheidsmodel 5. Revolutionaire model 6. Ontwikkelingsmodel 7. Democratisch-participatorisch model
Mediabeleid Normen en instrumenten die ervoor zorgen dat waarden en normen gevolgd worden door de media
I, I & I mix 1. Ideas (ideologie) -Idee van persvrijheid en diversiteit 2.Interests (stakeholders, politiek & economisch) -Producten die reclame kunnen voeren wat vroeger niet kon 3.Institutions (instellingen) Organisaties die zorgen en werken over mediabeleid
Representatie Manier waarop je taal gebruikt om elementen of realiteit begrijpbaar en betekenisvol voor te stellen. Taal en auditieve wordt gebruikt.
Reflectieve diversiteit Media inhoud is neutrale weerspiegeling van realiteit die ook divers is.
Open diversiteit Bepaalde groepen die meer aanbod komen dan andere= open diversiteit. Wordt aanvaard dat er zekere constructie achter zit. Je wordt gelijk behandeld
Stereotype veralgemenend toekennen van kenmerken aan alle leden van een groep
Categorisering (‘typing’): gericht op kennisverwerving, inclusie, Informatie gaan we proberen te categoriseren op basis van groepskenmerken
Stereotypering niet gericht op kennisverwerving, maar op exclusie (“strategy of splitting”)
12 nieuwsfactoren Frequentie (periodiciteit) “Amplitude” Duidelijkheid, niet ambigu Culturele nabijheid en relevantie Consonantie Onverwachtheid Continuïteit Evenwichtigheid in nieuwssamenstelling - Elitelanden - Elitepersonen - Personificatie - Negativiteit
Genre categorie van media inhoud die aantal kenmerken gemeenschappelijk hebben, die een herkenbare collectieve identiteit vormen, weten wat we moeten verwachten.
Transmedia overkoepelend verhaal dat wordt opgesplits en bijdragen aan het grote
Media logic - Geheel van vooraf afgesproken impliciete regels en normen die gebruikt worden bij productie van media. Waarom want als je ze volgt kun je het meeste voordelen halen uit het medium (mooie stem op radio, tv allebei.)
Media format routinematige scenario’s voor bepaalde media-inhouden
Framinganalyse Hoe worden gebeurtenissen inhoudelijk gekaderd of in beeld gebracht
Publiek complexe geheel van ontvangers die samengebracht worden op basis van gedeelde consumptie mediaboodschap in bepaalde context (tijd en ruimte)
componenten van attitude 1. cognitief aspect - Kennis wat je weet over iets - Hoe staat je tegen over iets hoe denk je erover, Vaak diepgeworteld. Standvastige opinies en standpunten. 2. Affectief aspect - Hoe je u voelt over iets of iemand 3. Conatief aspect
Soorten invloed van media op publiek 1. Reward power: beloning 2. Coercive power: sancties 3. Referent power: identificatie 4.Legitimate power: legitiem aanvaard 5.Expert power: kennis en competentie
• Drie stappen overtuigingsproces: 1. Attention - Moeten het oppikken 2. Comprehension 3. Acceptance
Attitudeverandering 1. Inschikkelijkheid (compliance) - In openbaar publiekelijk attitude aannemen, geen isolatie, 2. Identificatie - Zowel pv als publiekelijk, motivatie is de sociale relatie onderhouden. Niet uitgesloten zijn 3. Internalisering: zelf overtuigd dat he
Created by: max_luvengika
 

 



Voices

Use these flashcards to help memorize information. Look at the large card and try to recall what is on the other side. Then click the card to flip it. If you knew the answer, click the green Know box. Otherwise, click the red Don't know box.

When you've placed seven or more cards in the Don't know box, click "retry" to try those cards again.

If you've accidentally put the card in the wrong box, just click on the card to take it out of the box.

You can also use your keyboard to move the cards as follows:

If you are logged in to your account, this website will remember which cards you know and don't know so that they are in the same box the next time you log in.

When you need a break, try one of the other activities listed below the flashcards like Matching, Snowman, or Hungry Bug. Although it may feel like you're playing a game, your brain is still making more connections with the information to help you out.

To see how well you know the information, try the Quiz or Test activity.

Pass complete!
"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards